VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Vopak is al lang bezig met een verschuiving in de producten die het opslaat. Olie maakt plaats voor, voornamelijk, gas. Onder de nieuwe directievoorzitter Dick Richelle wil het tankopslagbedrijf deze overgang versnellen, met 2 miljard euro aan investeringen voor de komende jaren. Bovenaan de prioriteitenlijst van de vorig jaar aangetreden topman staat echter verbetering van de winstgevendheid.

Het afgelopen decennium is de winstgevendheid flink weggezakt, mede als gevolg van de verschuiving van het beter renderende olie naar het minder renderende gas. Maakte Vopak in 2013 nog een rendement op het totaal geïnvesteerde vermogen (ROCE) van ruim 16 procent, vorig jaar was dat nog maar krap 10 procent.

Richelle werkt al zijn hele carrière bij Vopak. Hij begon er in 1995 als trainee, was jaren op verschillende plekken over de hele wereld gestationeerd en kent het tankopslagbedrijf van haver tot gort. Toch begon hij zijn termijn als bestuursvoorzitter vorig jaar met het opmaken van de balans en het uitstippelen van een nieuwe strategie. Die draait voor een belangrijk deel om de investeringen.

Daarvan gaat 1 miljard euro naar de opslag van gas, LNG (vloeibaar aardgas) en LPG (gas uit aardolie) en naar producten voor de industrie. De andere helft stroomt vooral naar de opslag van producten die horen bij de energietransitie. Denk aan biobrandstoffen en, in de toekomst, waterstof, afgevangen CO2 en zelfs elektriciteit.

In dit interview vertelt Richelle hoe hij kijkt naar het teruggelopen rendement, wat de onderneming gaat doen om de trend te keren en hoe dat samenhangt met de investeringen.

1. Wat was vorig jaar uw conclusie als het gaat om de winstgevendheid?
“We hebben de afgelopen jaren steeds meer kapitaal nodig gehad om ongeveer hetzelfde resultaat te halen. Als we even puur naar de prestaties op de kortere termijn kijken, dan is dat een aandachtspunt. We zien dat de kasstroom afhangt van de herinvesteringen in terminals die dertig of veertig jaar oud zijn. We moeten kijken hoe we daarvan de verdiencapaciteit verbeteren. Dat kan door ze in te zetten voor andere producten, door scherper te gaan prijzen of door ze beter beschikbaar te maken voor klanten. Tegelijkertijd kijken we ook of het op de langere termijn wel verstandig is erin te blijven investeren. Over vijf jaar is voor een deel van een terminal misschien niet zoveel vraag meer. We proberen daar heel duidelijk op te sturen.”

2. Heeft u hier voorbeelden van?
“We hebben vorig jaar terminals in Canada verkocht en onlangs een strategische review aangekondigd van onze terminals hier in de Botlek. Dat doen we om ons netwerk aan te passen en te positioneren voor de toekomst. Een ander voorbeeld is een vrij oude terminal in Los Angeles die scheepsbrandstof opslaat voor bijvoorbeeld containerschepen. Daar stonden we voor een investeringsprogramma. Dan nemen we de tanks uit gebruik, inspecteren ze, vervangen de bodem, verven alles. Ze krijgen een volledige upgrade voor de komende dertig jaar. Rond die upgrade was het de vraag of het verstandig zou zijn om ze weer in te zetten voor fossiele brandstoffen voor schepen. We zijn op zoek gegaan en hebben een contract gesloten met Neste, een partij die investeert in duurzame vliegtuigbrandstof en die een deel bij ons wil opslaan.”

3. Wat is het rendement op de opslag van duurzame kerosine?
“Het draagt bij aan het halen van het rendementsdoel dat wij hebben gesteld. Het mes snijdt aan twee kanten, want Neste kan dat ook prima verkopen omdat mensen op dit moment bereid zijn extra te betalen voor duurzame vliegtuigbrandstof. Wat ik opvallend vind, is dat partijen voor dit soort producten nu in staat zijn om zich voor een veel langere termijn vast te leggen dan voor traditionele producten.”

4. Vopak is samen met Gasunie eigenaar van de Rotterdamse Gate-terminal voor LNG. U overweegt uitbreiding. Tegelijk klinken er nu geluiden dat er overcapaciteit dreigt. Hoe kijkt u daarnaar?
“Hier spelen twee zaken. Op de korte of middellange termijn moet wat er via pijpleidingen uit Rusland kwam, vervangen worden door LNG. Daarnaast zijn er een heleboel landen die nu van niemand meer afhankelijk willen zijn en die voldoende flexibiliteit willen hebben. Het is nooit zo geweest dat de terminals op 100 procent draaien. Wij kunnen dus investeren in capaciteit en onze klanten de mogelijkheid geven om de terminal helemaal te gebruiken. Daarvoor worden we gecompenseerd. De klant heeft de capaciteit dan achter de hand en soms komt er een jaar dat het superaantrekkelijk is om 100 procent te gebruiken. Dat is het model en dat werkt uitstekend.”

5. U zet sterk in op gas, een fossiele brandstof. Is dat op de lange termijn wel een groeimarkt?
“Als wij zeggen dat we inzetten op gas, betekent dat niet automatisch dat we dat doen omdat de algehele LNG-consumptie omhooggaat. Wij zijn afhankelijk van dislocatie. Dat betekent dat gas op de ene locatie wordt geproduceerd en ergens anders wordt geconsumeerd. Er zijn gebieden waar extra LNG-import nodig is omdat de lokale productie van gas terugloopt. Een voorbeeld daarvan is Zuidoost-Australië waar we kijken of daar een LNG-terminal ontwikkeld kan worden. Mensen gaan daar dan niet méér gas gebruiken, maar er komt gewoon minder uit een lokaal veld. Daarnaast wordt er wereldwijd wel meer LNG geproduceerd. Dat is ook een van de redenen dat we hier het licht aan hebben kunnen houden de afgelopen periode. Als de ontwikkeling van fracking er niet was geweest in de Verenigde Staten, zou er niet zoveel LNG beschikbaar zijn voor Europa. De andere kant van gas is LPG. We kijken daarvoor ook waar we in infrastructuur kunnen investeren.”

6. Waar ziet u daarvoor kansen?
“LPG is bijvoorbeeld heel groot in India. Lokale overheden hebben daar programma’s om te zorgen dat mensen overgaan van koken op hout naar LPG-cilinders. Er is een enorme berg infrastructuur nodig om dat te kunnen importeren. Daar spelen wij een belangrijke rol om die investeringen op een verantwoorde manier te doen. West-Canada is een ander prachtig voorbeeld. Dat is een gebied waar veel chemische gassen beschikbaar zijn die heel erg in trek zijn in Azië. Nu moeten die per trein of pijpleiding naar het zuiden van de VS om ze vanaf daar te exporteren. Als er vanuit Noordwest-Canada een korte lijn naar de kust komt, dan scheelt dat een dag of tien varen. Dat krijg je natuurlijk niet zomaar georganiseerd, daar zijn we al zes jaar mee bezig. Maar wij zijn daar als bedrijf wel heel sterk in. Als we daar dan eenmaal zitten, is dat prachtig voor LPG en in de toekomst voor ammoniak of een andere waterstofdrager.”

7. U investeert ook in opslag van elektriciteit met een soort superbatterij. Hoe past dat bij de activiteiten van Vopak?
“Dat zit in de hoek van de nieuwe energie. Het idee is dat je elektriciteit voor langere tijd opslaat in een vloeistof en dan op het juiste moment weer vrij kunt maken. Dat kun je bijvoorbeeld doen dicht bij een windmolenpark. Wij hebben de expertise om complexe vloeistoffen op grote schaal veilig op te slaan.”

8. Wat voor rendement verwacht u hiervan?
“Dat is natuurlijk de grote vraag. 10 tot 20 procent van de 1 miljard aan investeringen die we gaan doen tot 2030 ten behoeve van nieuwe energie en grondstoffen, zal naar nieuwe technologieën gaan. Dat zal af en toe wat exotischer zijn, met wat meer risico. Er zullen investeringen tussen zitten die minder succesvol zijn en een aantal homeruns die heel erg goed gaan.”

9. En van die andere investeringen?
“Op de overige 80 tot 90 procent verwachten we een rendement te kunnen maken dat vergelijkbaar is met dat op gas. Onze rol is daar namelijk ongeveer hetzelfde. Als wij investeren in tanks is er ook geen reden waarom wij dat voor helft van het rendement zouden doen. Er is ook niemand die dat van ons vraagt als het gaat om de energietransitie.”

10. De producten veranderen, maar het verdienmodel van Vopak blijft hetzelfde?
“Om een rol in de energietransitie te kunnen spelen, hoeven wij inderdaad niet iets totaal nieuws te bedenken. Wij zitten op de goede locaties, onze klanten hebben allerlei doelen voor het stoppen met de uitstoot van CO2 en willen daarbij graag met een partij als Vopak werken.”


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap