VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De energietransitie leidt tot verhitte discussies. Te midden van alle verklaarde voor- en tegenstanders valt energie-expert Jilles van den Beukel op door zijn rustige toonzetting, maar vooral door zijn enorme kennis van de sector. De oud Shell-werknemer over beleggen in oil-majors en de vooruitzichten voor fossiele bedrijven op de lange termijn. “Toen pensioenfondsen als ABP uit Shell stapten, kwamen daar beleggers voor in de plaats die veel meer keken naar de korte termijn.”

Beeld: ANP / Hollandse Hoogte / Reyer Boxem

De loopbaan van Jilles van den Beukel

Jilles van den Beukel is geofysicus en was ruim 25 jaar werkzaam voor Shell, onder andere in Gabon, Denemarken en de VS. Van 2005 tot 2012 werkte hij voor de NAM aan bodem- studies om in kaart te brengen waar naar olie geboord kan worden op de Noordzee.

Sinds zijn pensionering in 2016 publiceert Van den Beukel regelmatig over de olie- en gasindustrie. Ook is hij als specialist verbonden aan het The Hague Centre for Strategic Studies en is hij een veelgevraagde gast in podcasts en talkshows.


Nadat hij een kwart eeuw zelf naar olie speurde, als geofysicus voor Shell, verbond Jilles van den Beukel zich ruim zeven jaar geleden aan het The Hague Centre for Strategic Studies. De insider van weleer werd zo een goed ingevoerde buitenstaander en een veelgevraagd expert in talkshows en podcasts om ontwikkelingen op de energiemarkten te duiden. Altijd met een beheerste tone of voice en altijd met een gedegen onderbouwing van zijn mening met feiten, cijfers, data en onderzoeksrapporten. Daarbij is hij niet bang om stelling te nemen. Volgens Van den Beukel zijn we nog steeds veel te afhankelijk van het buitenland voor onze energie. Ook is hij kritisch over de sluiting van het Groningse gasveld.

Ons gesprek richt zich op de beursgenoteerde oil-majors en hun rol in de transitie. Kunnen geld verdienen en vergroenen samengaan? Waarom zijn het Amerikaanse Exxon en Chevron veel hoger gewaardeerd dan de Europese spelers BP, Total en Shell? Van den Beukel is onafhankelijk en het oordeel over zijn oud-werkgever is niet onverdeeld positief. “Shells strategie om vol in te zetten op vloeibaar gas is geen garantie voor succes.”

1. Waarom zijn de Europese spelers lager gewaardeerd dan de Amerikaanse?
“Het is allereerst fair te constateren dat het verschil in waardering al lange tijd bestaat. Dit heeft ermee te maken dat de Amerikanen efficiënter opereren en een beter trackrecord hebben als het gaat om geld verdienen aan olievondsten. Shell is befaamd om zijn technologische hoogstandjes.

Zo waren ze in de jaren negentig voorloper bij de winning van diepzee-olie. Maar het vermogen om er ook geld mee te verdienen, is voor Shell net iets minder groot dan dat van de Amerikaanse concurrenten.

Rond 2015, toen het klimaatakkoord in Parijs werd getekend, is het gat in waardering tussen Europa en de VS groter geworden. Sinds die tijd worden de Amerikaanse majors gemiddeld rond de 60 procent hoger gewaardeerd dan de Europese spelers.

Het risico van klimaatverandering en de noodzaak om het energiesysteem te verduurzamen wordt hier hoger ingeschat. En dat maakt Europa, in de perceptie van de Amerikanen, toch een beetje een gevaarlijk continent. Een plotselinge belastingverhoging bij hoge olie- of gasprijzen (windfall tax), de klimaatzaak tegen Shell en de problematiek rond het gasveld in Groningen zijn niet onopgemerkt voorbijgegaan. Men vermoedt dat de license to operate voor olie- en gasproductie in Europa eerder verloren gaat dan in de VS.”

2. Exxon en Chevron deden grote overnames in schalie-olie. Wat wordt de tegenzet van Europese spelers?
“Europese spelers zijn juist vertrokken uit schalie in de VS. Ze hadden onvoldoende schaal en slaagden er niet in de kosten op het niveau te krijgen van de beste lokale spelers, zoals Pioneer en EOG. Bovendien worden de voortdurende methaanlekkages in Europa meer als probleem gezien.

Exxon en Chevron deden het qua kosten niet veel beter, maar zetten nu zwaar in op schalie met de recente overnames van respectievelijk Pioneer en HESS. Er waren meer deals in schalie, want alles draait hier om schaal. De gemiddelde kosten van een vat olie dalen fors als je tweeduizend putten per jaar boort in plaats van een paar honderd. Ook konden de Amerikaanse majors de overnames veel makkelijker financieren vanwege de hogere waardering van hun aandelen die als betaalmiddel werden ingezet.

In Europa hebben we al meer afscheid genomen van fossiel. Misschien niet als we kijken naar het daadwerkelijke energieverbruik, maar wel in psychologisch opzicht. Als Europese olie- en gasbedrijven overnames doen, zal het waarschijnlijk om bedrijven gaan die actief zijn in duurzame energiesystemen. Denk aan wind, zon of biogas. De aandelenkoersen van spelers als Ørsted zijn fors gedaald, dus hier ontstaan mogelijk kansen.”

3. Zullen aandeelhouders akkoord gaan met een grote groene overname?
“Dat is de grote vraag. Ik denk wel dat de energietransitie niet gebaat is bij institutionele beleggers die hun aandelen in olie- en gasbedrijven verkopen. En dan denk je in Nederland al snel aan de ambtenarenpensioenfondsen ABP en Zorg en Welzijn die uit Shell zijn gestapt. Daar zijn wereldwijde waardebeleggers voor in de plaats gekomen. Die concentreren zich juist op rendement op de korte termijn.

Dat maakt de speelruimte om naar duurzaam te draaien alleen maar beperkter. Dat zie je bijvoorbeeld aan het feit dat BP en Shell onlangs de ambities in groen wat hebben afgeschaald en weer wat meer de nadruk leggen op fossiel.

De paar Europese oliebedrijven die succesvol wisten te verduurzamen, hadden allemaal een meerderheidsaandeelhouder die de strategie ondersteunde. Neem het Deense Ørsted. Dat kon in het laatste decennium bijna volledig overschakelen op duurzame energieproductie omdat de overheid een meerderheidsbelang bezat. Voor de staat was rendement niet prioriteit nummer één.”

4. Werkt dat wel, fossiel en duurzaam onder èèn dak?
“Het is een uitdaging qua bedrijfscultuur, het gemotiveerd houden van werknemers die werken aan de energietransitie en de verwachtingen van beleggers. De realiteit is dat op dit moment de oil-majors het rendement van investeringen in fossiel twee keer zo hoog inschatten als op duurzame energieprojecten. Beleggers zijn slechts beperkt bereid lagere rendementen te accepteren.

Ooit, als de energietransitie verder gevorderd is, zullen de lagere kosten van de grote nationale oliebedrijven – denk aan Saudi Aramco – mogelijk voor problemen zorgen bij de majors. Maar hun inschatting is nu, terecht of niet, dat dit punt nog ver van ons verwijderd ligt.”

5. Wat is het vergezicht als het gaat om vergroening bij de majors?
“In het algemeen zit de kracht van de majors in moleculen en niet in elektronen. Het bouwen van een windpark of de verkoop van elektriciteit is niet zo moeilijk. Dus zijn dit allemaal vechtmarkten met hele dunne marges. Daar zijn BP, Total en Shell denk ik wel een beetje van geschrokken.

Maar waterstof, synthetische brandstoffen of groen gas; dat is een ander verhaal. Die takken van sport zijn beter in te passen in de huidige activiteiten. Toch zullen deze nieuwe moleculen niet de dominante rol krijgen die olie en gas in het oude systeem hebben. Ik sluit niet uit dat Shell in 2050 nog steeds een groot bedrijf is, maar wel kleiner dan nu. Ook halverwege deze eeuw zal het nog een beperkte olie- en gasproductie hebben. Die zullen niet als brandstof, maar als grondstof voor bijvoorbeeld chemische producten dienen.

Maar het is ook niet uit te sluiten dat sommige grote oliebedrijven ervoor kiezen – vrijwillig of gedwongen – een sunset industry te worden. In dat scenario wordt de olie- en gasproductie langzaam afgeknepen en worden de winsten uitgekeerd aan aandeelhouders in plaats van geherinvesteerd in groene projecten. Als dit gepaard zou gaan met een zo laag mogelijke uitstoot, is dat in mijn ogen uit maatschappelijk oogpunt misschien teleurstellend maar niet laakbaar, laat staan strafbaar.”

6. Zijn de Europese spelers ook niet kwetsbaar voor overnames?
“Nog niet zo heel lang geleden waren de Europese majors te groot om overgenomen te worden. Shell maakte bijvoorbeeld ooit deel uit van de top vijf van bedrijven met de hoogste beurswaarde, nu staat het rond de vijftigste plek.

De notering is op een Europese beurs, maar de activiteiten zijn wereldwijd en passen net zo goed in de portfolio van een hoger gewaardeerd Amerikaans of Chinees bedrijf. Ook nationale oliebedrijven zouden interesse in een overname kunnen hebben. Ik acht opsplitsings-scenario’s ook niet ondenkbaar. Dan zouden de fossiele activa bijvoorbeeld in handen komen van een consortium van private equity-partijen.

Het overnamerisico voor Shell lijkt recent overigens wat afgenomen omdat het verschil in waardering met de Amerikanen iets is teruggelopen. Dit was een aandachtspunt van de nieuwe ceo, Wael Sawan. Voor BP lijkt dit risico onverminderd hoog, mede gezien het recente vertrek van topman Bernard Looney, de derde van de vorige vier ceo’s die voortijdig vertrekt.”

7. Shell en Total zetten zwaar in op vloeibaar gas (LNG). Is dat verstandig?
“De grote vraag is in hoeverre gas een transitiebrandstof wordt. Overal ter wereld, maar vooral in Azië, is men zich rot geschrokken van de enorme stijging van gasprijzen in 2022, toen Poetin gas als wapen gebruikte. Voor de toekomstige vraag naar vloeibaar gas zijn landen als India en China heel belangrijk. De grote vraag is of die landen de VS volgen en of het energiesysteem van kolen en olie via (vloeibaar) gas verschuift naar de duurzamere energiebronnen als wind en zon.

Het is ook mogelijk dat de tussenstap vloeibaar gas wordt overgeslagen. De komende jaren zal de LNG-markt waarschijnlijk krap blijven, maar daarna komt er veel nieuw aanbod bij uit bijvoorbeeld Qatar en de VS. De grote kwestie is hoe de vraag-aanbod-verhouding eruitziet na 2026. Ik zeg hiermee niet dat de nadruk op LNG onbegrijpelijk is, maar het is ook geen slam dunk.

Je ziet ook dat ExxonMobil en Chevron hun twijfels hebben over de langetermijn-winstgevendheid van gas. Het duo zet, ook met de recente overnames, veel meer in op olie. Wellicht spelen hun Amerikaanse wortels hier een rol. In de VS is de gasprijs structureel laag.”

8. De olieprijs schiet ook alle kanten op. Wat is uw visie op het komende decennium?
“Het is van belang te onderkennen dat de olieprijs altijd al volatiel is geweest. Een periode van stabiliteit, zoals in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, was een uitzondering. Nu heeft bijvoorbeeld Mark van Baal van Follow This (een aandeelhoudersbeweging die wil afdwingen dat oliebedrijven sneller verduurzamen, red.) het idee dat minder vraag naar olie en gas door de energietransitie tot lagere prijzen zal leiden. Dat is te kort door de bocht.

Ik heb ook geen glazen bol, maar aan de ene kant zul je genoeg moeten investeren om aan de vraag te kunnen voldoen, en anderzijds ook weer niet te veel, want dan blijf je met stranded assets zitten. Het pad daartussen is smal. We leven bovendien in een wereld waarin een president als Poetin de gasprijs als politiek wapen inzet. De energietransitie, en zeker het eerste deel, gaat waarschijnlijk gepaard met veel volatiliteit in de olieprijs en – mogelijk – hogere in plaats van lagere prijzen. De olieprijs van vandaag van rond de 80 dollar is ook vrij hoog, in de wetenschap dat de wereldeconomie niet op volle toeren draait.”

9. Als u èèn aandeel moest kiezen van de big five, waar zou uw oog dan op vallen?
“Veel hangt af van de olieprijs en dat is allemaal speculatie. Maar ik ben door de jaren heen altijd enthousiast geweest over TotalEnergies. Topman Patrick Pouyanné is down to earth en heeft een goed trackrecord. De Fransen zijn altijd sterk geweest in de exploratie van fossiel, bijvoorbeeld als het gaat om diepzee-olie. Dat is bij Shell en BP toch een stuk minder geworden. Tegelijkertijd sluit Total de ogen niet voor de energietransitie. Het investeert bijvoorbeeld flink in zonne-energie.

Dat sluiten van de ogen doen Exxon en Chevron toch wel een beetje. En dat kan misschien werken op de korte of zelfs middellange termijn. Maar uiteindelijk wordt dit een probleem.”


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap