Defensiespecialist Rheinmetall legt de lat hoog: in 2030 moet de omzet uitkomen op 50 miljard euro, een verviervoudiging ten opzichte van dit jaar. Maar de spectaculaire groeiplannen vallen samen met forse risico’s. Het aandeel is duur en daardoor kwetsbaar. Dat bleek toen de koers recent met zo'n 10 procent wegzakte na de publicatie van een nieuw Amerikaans vredesplan voor Oekraïne.
“Europa is in gevaar, maar wij kunnen leveren,” was de boodschap van ceo Armin Papperger vorige week tijdens een beleggersbijeenkomst. Al op de derde slide van zijn presentatie wees hij op de toenemende dreiging uit Moskou. Als Europese landen zich niet sneller bewapenen, kan dit binnen enkele jaren escaleren tot een gewapend conflict met Rusland, aldus Papperger die zich beriep op een rapport van de Deense veiligheidsdienst.
Rheinmetall ziet zichzelf als onderdeel van de oplossing. Van tanks en artilleriegranaten tot drones, radars en marineschepen: Europese strijdkrachten kunnen voor vrijwel het hele arsenaal bij Rheinmetall terecht.
De ambities zijn groot. Rheinmetall mikt in 2030 op 50 miljard euro omzet, zo maakte het bedrijf uit Düsseldorf vorige week bekend. Ceo Papperger kan de doelen staven met binnenstromende defensieopdrachten, die sinds de Russische inval in Oekraïne in de lift zitten. Het orderboek moet eind dit jaar uitkomen op 80 miljard euro. Volgend jaar kan dat volgens Papperger al 120 miljard euro zijn.
Dat vraagt om een diepere analyse. In essentie draait het om twee cruciale kwesties. Kan Rheinmetall opschalen en blijft Europa wapens kopen?
Rheinmetall zet in op verviervoudiging van de omzet 
Bron: rapportages Rheinmetall. Bedragen in miljoenen. *2025 taxaties door Bloomberg geraadpleegde analisten. 2030 op basis van bedrijfsdoelstellingen.
1. Productie: kan Rheinmetall fysiek opschalen?
Om de omzetdoelen te realiseren moet vooral de productie van munitie en gevechtsvoertuigen in recordtempo omhoog. Samen moeten deze divisies in 2030 ongeveer 60 procent van de omzet dragen.
Zo moet de productie van 155mm-artilleriegranaten, die onder andere door het Oekraïense leger worden gebruikt, van 70 duizend stuks in 2022 naar 1,5 miljoen in 2030. In het Duitse Unterlüß, honderd kilometer ten zuiden van Hamburg, is binnen 15 maanden een nieuwe fabriek uit de grond gestampt. Operationeel directeur René Gansauge noemde de locatie “de modernste en grootste artilleriefabriek ter wereld”.
De vraag naar gewapende voertuigen wordt aangejaagd door grote bestellingen uit Duitsland en Nederland, die samen een order van 4,5 miljard euro aan Boxer-pantservoertuigen plaatsten. Italië tekende dit jaar eveneens voor een miljardencontract. In onder andere Spanje, Litouwen en Hongarije breidt Rheinmetall fabrieken uit om de productie van de Boxer en andere voertuigen te verviervoudigen: van ongeveer honderd naar meer dan duizend per jaar.
Kwetsbare keten
Het opschalen van fabrieken is één uitdaging, het veiligstellen van cruciale grondstoffen is minstens zo belangrijk. Deze toeleveringsketens probeert Rheinmetall steeds meer onder eigen beheer te brengen.
Vooral nitrocellulose vormt een gevoelig onderdeel van de munitieketen. Deze buskruitgrondstof, gemaakt uit katoenvezels, is onmisbaar om een granaat of tankprojectiel af te vuren. Rheinmetall haalt deze stof grotendeels uit China en probeert die afhankelijkheid af te bouwen. Daarom nam het bedrijf dit jaar de Duitse producent Hagedorn over en legde het grote voorraden aan. “We hebben nu genoeg katoen op voorraad voor meer dan drie jaar,” aldus ceo Papperger. Ook de overname van het Zuid-Afrikaanse Resonant, producent van chemische componenten voor explosieven, moet de bevoorrading stabieler maken.
De beschikbaarheid van chips en staal is een ander risico. Rheinmetall sloot langjarige contracten met tien chipproducenten en wil minder afhankelijk worden van Chinees en Indiaas staal. Papperger zegt voortaan vooral Europees staal te willen inkopen.
Missers uit het verleden
Historische opschalingsprojecten laten zien hoe lastig het is om defensieproductie snel te verhogen. Dat zag je onlangs weer in de VS, waar de opschaling van de productie van 155mm-artilleriegranaten door General Dynamics moeizaam verloopt. De Amerikanen lopen tegen problemen aan bij het opstarten van oude fabrieken, soms daterend uit de tijd van de Korea-oorlog. Daarnaast zijn bepaalde cruciale grondstoffen als springstof (TNT) moeilijk verkrijgbaar.
Eerder verliep het op gang krijgen van de productie van het F-35-programma (joint strike fighter) stroef. Het straaljagerprogramma van het Amerikaanse Lockheed Martin werd jarenlang vertraagd door een kwetsbare toeleveringsketen, titaniumschaarste en kwaliteitsproblemen bij honderden leveranciers.
Niet alleen kunnen ontbrekende onderdelen het probleem zijn. Dat het produceren van munitie niet zonder risico is, bleek eerder dit jaar. In een Rheinmetall-fabriek in het Spaanse Murcia ontstond een brand nadat munitie was geëxplodeerd. Het ongeluk zorgt ervoor dat de productie daar nog steeds stilligt. En in Wales raakte een BAE-munitiefabriek beschadigd door een explosie, met tijdelijke sluiting tot gevolg.
Het klinkt eenvoudig om de productie op te voeren, maar strenge veiligheidsprocedures kosten tijd. Explosieven lenen zich nu eenmaal niet voor een standaard lopende band.
2. Politieke vraag: blijft Europa wel bestellen?
Op het grootste bedrijfsrisico heeft Rheinmetall zelf weinig invloed. De meest fundamentele vraag is niet of het Duitse defensiebedrijf kan bouwen, maar of Europa bereid blijft om te blijven bestellen.
Tien jaar geleden gaven landen als Nederland en Duitsland nauwelijks een procent van hun bbp aan defensie uit. Sinds de invasie van Oekraïne is dat beeld volledig gekanteld. NAVO-landen hebben zich inmiddels gecommitteerd aan het doel om vanaf 2035 jaarlijks 5 procent van het bbp aan defensie te spenderen, waarvan 1,5 procent bestemd mag zijn voor infrastructuur en cybersecurity.
Duitsland doet daar een schepje bovenop. Het wil onder kanselier Friedrich Merz zelfs uitgroeien tot “het sterkste leger van Europa” en de jaarlijkse defensie-uitgaven opschalen van ruim 50 miljard euro nu naar een geschatte 180 miljard euro in 2030.
De afhankelijkheid van de politiek maakt Rheinmetall kwetsbaar. Bij de recente kwartaalupdate waarschuwde het defensieconcern al dat nieuwe Duitse orders door de verkiezingen en budgetbesprekingen vertraagd binnenkomen. Verder oponthoud in Berlijn kan het bedrijf hard raken. Papperger voorziet dat in 2030 de Duitse Bundeswehr goed is voor ongeveer de helft van de omzet.
Daarnaast blijft het scenario van een duurzame vrede in Oekraïne bestaan. Mocht de oorlog toch tot stilstand komen, dan kan de appetijt voor tientallen miljarden aan extra defensie-uitgaven snel opdrogen, zeker in landen met toch al torenhoge schulden zoals Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk.
Wie in defensie belegt, accepteert een harde realiteit: winst komt vooral voort uit conflict en onzekerheid.
| Is Rheinmetall duur of goedkoop? |
|