VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Kijk naar SAP en je krijgt twee verhalen. Het eerste gaat over wat binnen twaalf maanden in omzet valt. Het tweede over wat daarna nog volgt uit getekende cloudcontracten. Op de beurs staat de kortetermijngroei voorop. En die valt tegen.

Toen SAP vorige week de cijfers over het vierde kwartaal publiceerde, reageerde de beurs ongebruikelijk scherp. Het aandeel verloor binnen één handelsdag 16 procent aan waarde, goed voor een verdamping van meer dan veertig miljard euro aan beurswaarde. Het was het grootste dagverlies sinds 2020.

Zowel de kwartaalcijfers als de vooruitblik voor 2026 bleven achter bij wat beleggers hadden verwacht. De cloud-backlog – de waarde van contractueel vastgelegde orders – groeide in 2025, gemeten in constante valuta, met 25 procent naar ruim 21 miljard euro, terwijl topman Christian Klein zelf eerder 26 procent had beloofd.

Ook de outlook bood weinig troost. SAP verwacht in 2026 een groei van de cloudomzet van 23 tot 25 procent, die daarmee uitkomt op circa 26 miljard euro. De consensus onder analisten lag rond de bovenkant van die bandbreedte. Daarmee ontbrak ruimte voor een meevaller. In een sector waar beleggers zoeken naar tekenen van versnelling, werd dat gezien als onvoldoende.

De cijfers vielen samen met een bredere onzekerheid in de softwaresector. De snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie roept vragen op over de houdbaarheid van bestaande verdienmodellen. De gedachte dat AI op termijn delen van bedrijfssoftware kan vervangen, maakt beleggers minder bereid om tegenvallers te accepteren.

In die wereld willen beleggers groei zien die snel zichtbaar wordt. Bij SAP wees juist het orderboek op iets anders. Twee cijfers laten zien dat een groter deel van de groei later in omzet valt.

Dat is geen kwestie van minder vraag, maar van andere timing.

Lang vs. kort
De zorgen van beleggers concentreerden zich vrijwel volledig op één indicator: de zogeheten Current Cloud Backlog. Dit cijfer geeft weer hoeveel cloudomzet SAP contractueel heeft vastgelegd voor de komende twaalf maanden. Het geldt als een belangrijke maatstaf om in te schatten hoeveel omzet SAP komend jaar gaat binnenhengelen.

De Current Cloud Backlog (CCB) groeide in constante valuta met 25 procent. Dat was minder dan het bestuur zelf had verwacht. In oktober legde topman Klein de lat hoger: “Bij 25 procent zou ik teleurgesteld zijn. 26 procent zou in mijn ogen een goed resultaat zijn.” Dat ene procentpunt verschil was voldoende om twijfel te zaaien over het groeitempo in 2026.

Tegelijkertijd laat deze maatstaf nauwelijks zien wat er na die twaalf maanden gebeurt. Daarom rapporteert SAP naast de Current Cloud Backlog ook de Total Cloud Backlog. Deze telt alle getekende cloudcontracten mee, inclusief de omzet die pas na de eerste twaalf maanden binnenkomt.

Het gaat daarbij vaak om meerjarige overeenkomsten met grote ondernemingen of overheden, waarbij de invoering van nieuwe systemen gefaseerd plaatsvindt. In 2025 groeide deze totale cloudorderportefeuille (TCB) in constante valuta met 30 procent tot 77,3 miljard euro, een record.

Conclusie in een notendop: de ‘pijplijn’ groeit, maar een groter stuk ligt voorbij de komende twaalf maanden.

Die verschuiving van kort naar lang zie je terug in de verhouding tussen beide grootheden. De ratio tussen TCB en CCB liep vorig jaar licht op van 3,5 naar 3,7. Daarmee ligt een groter deel van de contractueel vastgelegde cloudomzet buiten de periode van twaalf maanden. Beleggers lijken vooral te kijken naar wat binnen die horizon in omzet valt en waarderen het aandeel lager als dat tempo tegenvalt.

SAP’s groei verdwijnt niet, maar verschuift

Bron: verslaggeving SAP. Bedragen in miljarden euro’s. TCB/CCB ratio is Total Cloud Backlog gedeeld door de Current Cloud Backlog.

Volgens SAP komt die verschuiving doordat in het vierde kwartaal relatief veel grote en complexe langjarige contracten zijn getekend. Denk daarbij bijvoorbeeld aan allerlei nationale overheidsinstanties, zoals Duitsland en de Verenigde Staten. Bij zulke contracten migreren klanten hun (bedrijfs)kritische systemen doorgaans gefaseerd, waardoor de omzetopbouw meer naar latere jaren verschuift. Daarnaast speelden overheidsdeals een grotere rol. Deze bevatten veelal wettelijke ontbindingsclausules en tellen daardoor niet volledig mee in de Current Cloud Backlog, maar wel in de totale orderportefeuille.

Het gevolg is dat een deel van de cloudomzet verschuift van 2026 naar latere jaren. Tegelijkertijd bleef de gemiddelde contractduur stabiel en groeide de totale orderportefeuille sneller dan in eerdere jaren. Samen wijzen deze cijfers niet direct op afnemende vraag, maar op een verschuiving in timing tussen contractsluiting en omzetrealisatie.

AI-zorgen bij beleggers
Tijdens de toelichting op de cijfers ging topman Klein in op de zorgen rond kunstmatige intelligentie. Volgens Klein is er vooralsnog geen aanwijzing dat AI het verdienmodel van SAP ondermijnt. Kort en wel heb je weinig aan een bot als ChatGPT zonder consistente, geïntegreerde bedrijfsdata. Juist die data vormen de kern van SAP’s producten.

Bovendien verwerkt SAP naar eigen zeggen ook steeds meer AI in de eigen producten. In het vierde kwartaal bevatte meer dan tweederde van de cloudorderinstroom AI-functionaliteit volgens het bedrijf. Van de vijftig grootste deals bevatte negentig procent AI-oplossingen van SAP volgens Klein. Het aantal klanten dat gebruikmaakt van SAP’s eigen AI-tools, zoals copilot Joule, nam in de loop van het jaar sterk toe.

Volgens Klein is dat geen toeval. “Sommige klanten proberen bedrijfsprocessen zelf met generatieve AI te ondersteunen,” zei hij tijdens de toelichting op de cijfers, “maar lopen vast op het ontbreken van samenhangende bedrijfsdata.” SAP wint volgens hem juist opdrachten doordat AI wordt geïntegreerd in bestaande bedrijfsprocessen, niet doordat klanten overstappen op alternatieven.

Vooralsnog zijn er dan ook geen signalen dat klanten afhaken, contracten verkorten of minder besteden vanwege AI-alternatieven. De onzekerheid leeft onder beleggers, maar wordt niet weerspiegeld in de orderinstroom die rekening houdt met alle – ook langjarige – contracten.

Voor beleggers blijft dat een ongemakkelijke constatering. In een markt waarin vertrouwen snel verschuift, telt wat binnen twaalf maanden zichtbaar is zwaarder dan wat pas later wordt gerealiseerd.