VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De jaarcijfers van Unilever waren in grote lijnen conform de marktverwachtingen, maar de vooruitblik stelde beleggers teleur. Dat ligt niet aan het levensmiddelenconcern zelf, maar aan de marktomstandigheden. In Europa en Latijns-Amerika liep de vraag in 2025 al stroef en topman Fernando Fernández rekent er niet op dat dat snel verbetert.

Unilever hanteert sinds begin 2024 een middellangetermijn-prognose voor onderliggende omzetgroei van 4 tot 6 procent per jaar. In het vierde kwartaal werd die belofte keurig aangetikt: de onderliggende omzet steeg met 4,2 procent, precies gelijk verdeeld over meer volume en hogere prijzen. De omzetgroei lag zelfs iets boven de verwachtingen van de markt.

Toch was de boodschap van ceo Fernando Fernández helder: “voor het komende jaar verwachten we zwakke marktomstandigheden.” In Europa en landen als Brazilië en Mexico kwam de omzet het afgelopen jaar al nauwelijks van de grond, en Unilever rekent niet op een spoedig herstel.

Daardoor mikt het Britse bedrijf achter merken als Dove en Knorr nadrukkelijk op de onderkant van de beloofde bandbreedte. “Over de afgelopen tien jaar hebben we de prijzen gemiddeld met zo’n 3 procent verhoogd, maar voor dit jaar verwacht ik een verhoging richting 2 procent”, aldus Fernández.

Unilever herhaalde tevens de belofte om het volume met minimaal 2 procent te laten groeien, waarmee de optelsom uitkomt rond de onderkant van de bandbreedte.

Unilever verwacht omzetgroei 2026 aan de onderkant van de beloofde bandbreedte

Bron: Publicaties Unilever.

Onderliggend groeit Unilever dus nog steeds. Maar op de gerapporteerde omzet zie je daar weinig van terug. Over het afgelopen jaar kwam de omzet uit op 50,5 miljard euro, een stuk lager dan een jaar eerder (52,5 miljard euro), vooral door ongunstige wisselkoersen.

Met name de zwakke dollar speelde een hoofdrol. Per saldo drukten valuta-effecten de omzet met circa 6 procent.

Focus op sterke merken
Op strategisch niveau blijft Unilever de winkel opruimen. Het levensmiddelenconcern is druk bezig met het aanscherpen van de merkenportefeuille door ‘non-core’ merken met beperkte groeimogelijkheden af te stoten. In 2025 ging het om tien transacties, waaronder de verkoop van Conimex en De Vegetarische Slager.

In december werd bovendien (grotendeels) afscheid genomen van de ijsactiviteiten via de beursgang van Magnum. Unilever bezit nog altijd bijna 20 procent van de aandelen, maar wil dat belang in de komende vijf jaar volledig afbouwen.

Het past bij de nieuwe koers: sinds 2024 ligt de nadruk op dertig ‘power brands’ zoals Dove, Vaseline, Knorr en Hellmann’s. Samen zijn die inmiddels goed voor 78 procent van de omzet. 

Deze sterke merken groeien duidelijk harder dan de rest, mede doordat Unilever het merendeel van de extra marketingeuro’s daarop inzet. In het vierde kwartaal versnelde de groei van de power brands naar bijna 6 procent, grotendeels gedreven door volumegroei.

De keerzijde is zichtbaar in de rest van de merkenportefeuille. Het verkoopvolume van de minder sterke merken nam over het vierde kwartaal zelfs met drie procent af. De omzet kwam zo’n 1,5 procent lager uit.

Fernández neemt de groeiverschillen voor lief en zegt “volledig overtuigd te zijn dat de focus op de sterke merken de juiste is.”

Duidelijke verschillen in omzetgroei tussen power en non-power brands

Bron: Publicaties Unilever. De omzetgroei van de non-power brands is niet door Unilever gecommuniceerd maar door de VEB berekend op basis van de omzetgroei en relatieve bijdrage van de power brands op de totale omzet van Unilever. Percentages reflecteren de onderliggende omzetgroei.

Marge neemt toe
Het fors investeren in de sterke merken heeft ook een keerzijde: afgelopen jaar kwamen de verkoop- en marketingkosten uit op ruim 16 procent van de omzet, volgens financieel-directeur Srinivas Phatak “het hoogste percentage van de afgelopen tien jaar.”

Om de hogere marketinguitgaven te financieren zonder aan marge in te boeten, bezuinigt Unilever op de eigen organisatie. De Britten verlagen de overhead en vereenvoudigen inkoop en productie. Dat leverde afgelopen jaar ongeveer 670 miljoen euro op; in 2026 moet dat 800 miljoen euro zijn. Dat helpt de marge. De onderliggende operationele winstmarge (EBIT) steeg in 2025 naar 20 procent (2024: 19,4 procent).

Bij de voedingstak (Foods), waar merken als Knorr en Hellmann’s onder vallen, steeg de marge met 1,3 procentpunt tot 22,6 procent, dat is het hoogste niveau ooit. Volgens Phatak komt dat door “een combinatie van hogere brutomarge, productiviteitswinst, een scherpe kostenfocus en het snoeien van minder waardevolle merken.”

Maar ook op margegebied werden de verwachtingen voor komend jaar getemperd. Phatak gaf aan slechts “een beperkte margeverbetering te verwachten”, zonder daar een exact percentage aan vast te hangen.

Operationele winstmarge (EBIT) stijgt met name in het Foods-segment stevig

Bron: Publicaties Unilever.

Nieuw inkoopprogramma
Beleggers reageerden teleurgesteld op de lagere verwachting. Unilever verhoogt daarom het kwartaaldividend met 3 procent en begint een nieuw inkoopprogramma van 1,5 miljard euro. Dat komt neer op circa 1 procent van de uitstaande aandelen.

Voor veel aandeelhouders is dat ook de kern van de beleggingscase geworden: in een wereld waarin groei lastiger is, moet een flink deel van het rendement uit dividend en aandeleninkoop komen.

Maar kapitaaluitkeringen vervangen geen groei. Unilever rekent op een mindere markt, dus moet winstgroei meer uit eigen uitvoering komen: strakke focus op kosten en innovatie die volume trekt.