De politiek maakte onlangs ruimte voor hogere bonussen bij financiële instellingen. Een eerste stap om het bonusplafond voor bestuurders bij Nederlandse banken aan te pakken? Misschien. Feit is dat zij minder verdienen dan hun peers in Europa. Is dat een probleem?
Het is alweer elf jaar geleden dat de Nederlandse financiële sector met een streng bonusplafond werd geconfronteerd. Vrijwel alle medewerkers van banken en verzekeraars mogen sinds 2015 wettelijk maximaal 20 procent van hun vaste salaris als bonus verdienen. Het plafond was ingegeven door de krediet- en bankencrisis van 2008, die mede mogelijk was gemaakt door bankiers die werden beloond voor roekeloos gedrag.
In de beginjaren van het bonusplafond keken bankiers wel uit om te klagen over die beperking. Het waren de tijden waarin banken maatschappelijk zware kritiek kregen. Vele waren immers de crisis doorgekomen met steun van de staat.
Ongelukkige timing
ING achtte in 2018 de tijd rijp om de topbeloningen ter sprake te brengen. De commissarissen van de bank lanceerden een voorstel om het vaste salaris van toenmalig topman Ralph Hamers eenmalig met liefst 50 procent te verhogen. Niet in contanten, maar in de vorm van aandelen. De toenmalige president-commissaris en oud-Shell-topman Jeroen van der Veer vond dat de ceo van zijn bank in verhouding tot collega’s binnen en buiten de bank relatief weinig verdiende, en dat ING geen Nederlandse bank is. “Ralph Hamers is eredivisie, maar wordt Jupiler League betaald,” zei Van der Veer. In de aandeelhoudersvergadering voegde hij daaraan toe dat ING in een Europese divisie speelt en zich moet meten met bedrijven als Google. Alleen rekening houden met Nederlandse gevoelens was volgens hem naïef. Het voorstel kwam de bank op stevige kritiek te staan. Afgezien van de hoogte was de timing ongelukkig. ING had even daarvoor een forse witwasboete gekregen. Na hevige politieke druk en veel weerstand van aandeelhouders werd het voorstel teruggedraaid. Commissarissen gingen in hun reflectie in het daaropvolgende jaarverslag met de billen bloot. Zij erkenden ‘dat de rvc niet altijd het juiste beloningsstandpunt heeft ingenomen’.
Het gevolg: het vaste salaris van de Nederlandse bank-ceo’s steeg het afgelopen decennium gemiddeld met slechts 1 à 2 procent per jaar, flink lager dan de inflatie.
Het gat met andere Europese spelers wordt daardoor groter. Als we beloningen van ceo’s in Europa naast elkaar leggen, blijkt dat de besturen van ING, ABN Amro en Rabobank achterblijven bij diverse Europese collega’s. Ook de grootste criticaster van bonussen ziet dat verschil. In een vergelijkingsgroep van vijftien grote Europese banken staat het Nederlandse trio onderaan.
Bovenaan staat UniCredit. Topman Andrea Orcel kreeg over 2024 ruim 13 miljoen euro. Dat komt niet alleen door zijn vaste salaris. De bank kan jaarlijks twee keer het vaste salaris als variabele beloning toekennen, in de vorm van aandelen.
Een gematigde betaler is Crédit Agricole. Daar ligt de totale beloning rond 2,5 miljoen euro. Dat is ongeveer het niveau van ING-ceo Van Rijswijk. De top van ABN Amro en Rabobank zit daar duidelijk onder. Zij komen uit op ongeveer de helft. Het gat zit niet alleen over de grens. Ook binnen Nederland betalen andere AEX-bedrijven meer. Denk aan Heineken, Ahold Delhaize en KPN. Dat maakt de positie van bank-ceo’s extra opvallend.
Oplopend verschil
Ook over meerdere jaren bekeken is hetzelfde beeld te zien. Het beloningsverschil met Europese peers blijft door de tijd heen staan. Het loopt zelfs op. Dat komt vooral door de speelruimte die veel banken hebben voor variabele beloning. Europese banken hebben zich de afgelopen jaren hersteld: inkomsten stijgen, kostenbesparingen doen hun werk en winsten ontwikkelen zich behoorlijk. In goede jaren vertaalt dat zich snel in hogere bonussen. Bij meerdere banken liggen die bonussen in de buurt van het vaste salaris. In Nederland zit het wettelijke plafond in de weg. Dat is logisch. Als Europa variabel kan opschalen en Nederland niet, dan groeit het verschil automatisch.
De enige route om de kloof onder het Nederlandse regime iets te beperken, loopt via het vaste salaris. Maar ook daar is de ruimte beperkt. Commissarissen moeten een verhoging hoe dan ook goed kunnen uitleggen en hebben de goedkeuring van aandeelhouders nodig, tijdens de jaarlijkse vergadering. Dat blijkt telkens weer een gevoelige aangelegenheid.
In de remuneratieverslagen, waarin commissarissen de aan bestuurders toegekende beloningen verantwoorden, is de toon de laatste jaren scherper geworden. ING schrijft dat ‘het Nederlandse bonusplafond zorgt voor een ongelijk internationaal speelveld’. ABN Amro wijst op haar beurt op ‘toenemende zorgen over de gevolgen van het bonusverbod’, maar benadrukt wel dat de bank ‘nog altijd geschikt personeel aantrekt’.
Banken zijn in gesprekken met aandeelhouders ook uitgesprokener. De remuneratiecommissie van ING wees er bijvoorbeeld op dat toezichthouder ECB het Nederlandse beloningsplafond als een ‘strategisch risico’ ziet. Niet omdat de huidige top tekortschiet, maar omdat het lastiger wordt Europees toptalent aan te trekken en te behouden. De bank wees daarbij op de schaal buiten Nederland. Meer dan 80 procent van de winst en medewerkers zit buiten Nederland.
Het gesprek over het beloningsgat met buitenlandse banken lag lang gevoelig. Nu keert de durf geleidelijk terug. ING en ABN Amro staan rond recordniveaus op de beurs. De rentemarge is verbeterd. Tegelijkertijd zijn lastige dossiers aangepakt, zoals de witwasproblematiek. ABN Amro laat weer zien op eigen benen te kunnen staan. En de Staat wil zijn belang in de bank verder afbouwen dan de huidige 30 procent die het bezit.
Verandering in aantocht
Het heeft er alle schijn van dat het Nederlandse bonusplafond in de huidige vorm zijn langste tijd heeft gehad. Afgelopen januari bleken de nieuwe coalitiepartijen (VVD, CDA, D66) ontvankelijk voor een noodkreet van de financiële sector. Bepaald specialistisch personeel zoals programmeurs en cyberdeskundigen is ‘essentieel voor de veiligheid en innovatiekracht van de sector’, zo klonk het. Het bonusplafond bemoeilijkte het aantrekken en behouden van techneuten. De Tweede Kamer stemde in met de verruiming van het bonusplafond voor dit soort medewerkers. Het strenge regime van 20 procent blijft wel gelden voor functionarissen die het risicoprofiel van een onderneming wezenlijk beïnvloeden, de zogeheten ‘identified staff’. Het topkader maakt daar ook onderdeel van uit.
Door deze eerste versoepeling is de deur naar het wat meer loslaten van het bonusplafond voor het topkader wellicht op een kier gezet. Maar hoge beloningen bij banken liggen nog steeds erg gevoelig in de Nederlandse samenleving. Iedere stap die ook maar zou kunnen leiden tot het herintroduceren van hoge bonussen wordt met de grootste argwaan ontvangen.
Noodzaak?
Wie zegt dat een hogere beloning noodzakelijk is, moet dat in de feiten terugzien. Een leegloop zou dan het eerste signaal zijn. In de praktijk lijkt een massale ‘braindrain’ aan de top vooralsnog beperkt. Uit een evaluatie van de wet die het beloningsbeleid bij financiële instellingen reguleert, en waarover minister van Financiën Eelco Heinen de Tweede Kamer in april 2025 informeerde, blijkt dat er kwantitatief geen grotere uitstroom of kleinere instroom zichtbaar is na invoering van het bonusplafond.
Tegelijkertijd zeggen headhunters dat het lastiger wordt om toptalent aan te trekken. En als bestuurders vertrekken, speelt beloning vaak mee, al is dat zelden de enige reden.
Oud-ING-ceo Hamers verkaste in 2020 naar het Zwitserse UBS. Bij UBS kwam zijn totale beloning uit rond de 10 tot 13 miljoen Zwitserse frank per jaar, terwijl hij bij ING hooguit een paar miljoen euro ontving. Bij UBS was hij slechts twee jaar de baas. Na de door de Zwitserse overheid afgedwongen reddingsoperatie van Credit Suisse door UBS, moest Hamers het veld ruimen. Hogere internationale beloning weerspiegelt daarmee niet alleen prestaties, maar ook risico.
Bij ABN Amro was het verloop in de top de afgelopen jaren wat hoger dan bij ING. Vooral de cfo-functie bleek niet erg stabiel. Clifford Abrahams vertrok voor zijn tweede termijn van vier jaar inging begin 2021 naar het Britse Virgin Money. In het Verenigd Koninkrijk zijn de beloningsregels soepeler. Zijn opvolger, Lars Kramer, stapte voortijdig op om aan de slag te gaan als financieel bestuurder van First Abu Dhabi Bank, de grootste bank van de Verenigde Arabische Emiraten waar bonusregels onbekend zijn. Inmiddels is Ferdinand Vaandrager alweer bijna drie jaar financieel directeur.
De aanzienlijke omloopsnelheid bij ABN Amro is niet zonder meer terug te voeren op bonusbeperkingen. De bank kampte met een grote witwasaffaire en is veranderd van een internationale zakenbank naar vooral een Nederlandse hypotheek- en retailspeler. Dat maakt de rol stabieler, maar ook minder internationaal. De vijver van kandidaten wordt dan vanzelf kleiner.
En dan is er nog het niet-beursgenoteerde Rabobank. In het beloningsverslag benadrukken commissarissen een variabele beloning niet te zien zitten, omdat een terughoudender beleid ‘ongewenste prikkels vermindert’. Niets wijst er bovendien op dat Rabobank problemen ondervindt bij het vinden van geschikte bestuurders.
Beter met bonus?
Discussies over bonussen draaien uiteindelijk uit op de vraag of een hoge beloning al dan niet betere prestaties oplevert. Wij hebben die relatie getoetst door resultaten en beloningen van vijftien Europese banken te vergelijken, waaronder ABN Amro en ING. Een duidelijk verband levert dat niet op, of we nu keken naar het rendement op eigen vermogen dat de banken wisten te behalen of het rendement dat aandeelhouders konden behalen door in die banken te beleggen.
De ceo’s van Banco Santander en Deutsche Bank ontvingen de afgelopen jaren gemiddeld circa 8 miljoen euro per jaar. Dat is grofweg drie keer zoveel als bij ING. Toch kregen beleggers in de aandelen van de drie banken een vergelijkbaar totaalrendement: inclusief herbelegd dividend ongeveer 350 procent in vijf jaar.
De bankiers van ABN Amro leverden in dat kader meer waar voor hun geld. De totale beloning ligt daar met rond een miljoen euro per jaar duidelijk aan de onderkant van de vergelijkingsgroep. Toch was het totaalrendement in dezelfde periode hoger, rond 450 procent.
Er is veel (wetenschappelijk) onderzoek naar bonussen bij banken. Dat onderzoek ondersteunt onze bevindingen. Er is geen overtuigend bewijs dat hogere bonussen structureel leiden tot hoger aandeelhoudersrendement. Niet bij financiële instellingen en ook niet bij bedrijven uit andere sectoren. Wel wijst een deel van de studies op een keerzijde. Variabele beloning is een prikkel om meer risico op te zoeken. In stressperiodes, zoals 2007 tot en met 2008, presteerden banken waar de bonus een aanzienlijk deel van de totale vergoeding vormde in meerdere onderzoeken juist slechter.
| VEB-lidmaatschap |
|---|
| Nog geen VEB-account? |
| Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken. |
|
|
| Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap |