VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

AI laat zijn invloed overal gelden, niet in het minst in de softwaresector. Artificial Intelligence werd er lang gezien als smeerolie, maar voelt tegenwoordig als schuurpapier. Daar kunnen ze bij Wolters Kluwer over meepraten. Want de markt prijst nu al in dat de toekomstige groei van het informatiebedrijf structureel onder druk komt door AI.

De laatste cijfers onder vertrekkend topvrouw Nancy McKinstry worden overschaduwd door de duikvlucht van de beurskoers. Sinds de aankondiging van haar vertrek een jaar geleden daalde het aandeel met circa 65 procent. Zo’n val duidt op meer dan tijdelijke nervositeit: beleggers vrezen structurele schade aan het verdienmodel.

Het aandeel werd meegesleurd in de verkoopgolf onder software- en databedrijven. Zoals een analist samenvatte: AI geldt niet langer als ‘booster van productiviteit’, maar als ‘verwoester van verdedigingswallen’.

Elke nieuwe AI-sprong voedt de twijfel. Als software zichzelf kan bouwen en taken kan overnemen, hoe stevig is dan het verdienmodel van informatiebedrijven?

Wolters Kluwer benadrukt dat het al vroeg in AI heeft geïnvesteerd en daar uiteindelijk van zal profiteren. Inmiddels zou circa 70 procent van de digitale omzet uit AI-powered oplossingen bestaan. In de recente jaarcijfers is vooralsnog geen barstje zichtbaar.

Wat is ingeprijsd?  
In de huidige koers zit opgesloten dat Wolters Kluwer nog maar nauwelijks zal groeien. Dat volgt simpel uit de cijfers. Het bedrijf verdiende afgelopen jaar circa 1,3 miljard euro netto aan operationele winst na belasting. Als je veronderstelt dat die winst nooit meer groeit, dan is die jaarlijkse winststroom vandaag ongeveer 16 miljard euro waard (1,3 miljard gedeeld door een kostenvoet van kapitaal van 8 procent).  

De ondernemingswaarde van Wolters Kluwer ligt na de forse koersval iets boven de 18 miljard euro. Dat betekent dat vrijwel de volledige ondernemingswaarde wordt verklaard door de huidige winst. Alle extra winst die de dataleverancier in de toekomst boekt, is teruggerekend naar vandaag hooguit een paar miljard waard. Met andere woorden: de markt rekent niet meer op groei en betaalt daar nauwelijks voor.  

Dat is opmerkelijk. Historisch kon Wolters Kluwer op eigen kracht (organisch) de omzet jaarlijks met enkele procenten laten groeien, met stijgende marges en een steeds groter aandeel van digitale producten en diensten in die omzet. Inmiddels is 83 procent van de omzet terugkerend. Waar beleggers de afgelopen jaren een groot deel van de waarde toeschreven aan toekomstige groei, wordt die waarde nu vrijwel volledig verklaard door de bestaande winst.  

Terug naar 2013
Afgaand op de koersval en het feit dat beleggers stagnatie inprijzen, zou je zwartgallige jaarcijfers verwachten. Die laten echter een ander beeld zien. De aangepaste winstmarge steeg licht naar 27,5 procent bij een organische omzetgroei van 6 procent. Het rendement op geïnvesteerd kapitaal bleef rond 18 procent. Dat is ruim boven de circa 8 procent die beleggers als minimale vergoeding verlangen. Het informatieconcern groeit dus kapitaallicht en creëert economische waarde. Desondanks waardeert de markt het bedrijf alsof het weer 2013 is. Dat blijkt uit de verhouding tussen de waarde bij de aanname dat Wolters Kluwer vanaf nu stationair blijft draaien en de totale ondernemingswaarde: die liggen opnieuw dicht bij elkaar (zie grafiek).

 

Ruim tien jaar geleden lag de winstgevendheid beduidend lager, was de omzetgroei minimaal en twijfelde de markt aan de omslag van papier naar digitaal. Nu die transformatie is voltooid, prijst de koers opnieuw stilstand in – ditmaal uit angst voor AI.

In de outlook voor 2026 stelt het concern dat het groeiverhaal intact blijft. Analisten trekken die lijn door: zij rekenen op marges richting 30 procent in 2030 en een omzetgroei boven de 6 procent.

Geen van de zeventien analisten die Wolters Kluwer intensief volgen, adviseert verkoop. Het gemiddelde koersdoel ligt rond 112 euro. Van een instortend verdienmodel is wat hen betreft dus zeker geen sprake.  

Maar als de beurs gelijk heeft, moet er ergens onder de motorkap iets structureel misgaan. Waar zit die zwakte die de markt al lijkt te zien? 

Divise gezondheid: in de gevarenzone  
Als er één divisie is waar AI de kern van het verdienmodel raakt, dan is het Health (goed voor 26 procent van de omzet in 2025). Binnen dat onderdeel is Wolters Kluwer via zijn applicatie UpToDate actief met het doorzoeken van medische literatuur. Op basis daarvan wordt een concreet behandeladvies gegeven. Dat proces – informatie verzamelen, ordenen en omzetten in advies – is precies waar generatieve AI sterk in is. 

Nieuwe spelers als OpenEvidence, door sommigen omschreven als ‘ChatGPT voor dokters’, gebruiken AI om literatuur direct te doorzoeken en onderbouwde antwoorden te formuleren. In de Verenigde Staten groeit het platform snel. De jaaromzet steeg in één jaar van minder dan 10 miljoen dollar naar circa 150 miljoen dollar. Recent werden honderden miljoenen opgehaald waarbij OpenEvidence een waardering meekreeg van 12 miljard dollar, niet ver onder de huidige beurswaarde van Wolters Kluwer.

Het blijft niet bij één uitdager. Tientallen start-ups richten zich op medische kennisproducten. Ook gevestigde partijen zoals RELX investeren stevig in AI-oplossingen.

Wolters Kluwer zet daar tegenover dat het zelf inzet op AI rond UpToDate. Aanvankelijk liepen klanten daarvoor niet direct warm. Maar tijdens een recente bijeenkomst met analisten meldde het bedrijf dat ongeveer een derde van de grote klanten inmiddels UpToDate Expert AI heeft afgenomen, goed voor circa 1.600 ziekenhuizen. Het doel is rond het midden van het jaar 70 procent van deze groep te bereiken.

Volgens het management blijft de klantenbasis ‘heel sterk’, met hoge verlengingspercentages en meer meerjarige contracten tegen hogere jaarlijkse contractwaarden dan voorheen. Voorlopig is er dus geen zichtbaar teken van prijsdruk. Maar dat zegt vooral iets over het heden. UpToDate werkt vaak met meerjarige contracten. Nieuwe concurrentie vertaalt zich daarom niet direct in de cijfers. De echte test komt pas bij toekomstige verlengingen. Als AI het product werkelijk ondermijnt, zal dat zichtbaar worden in meer opzeggingen, lagere prijsverhogingen of afnemende instroom van nieuwe klanten.

Juridische tak: wie pakt de marge?  
In Legal & Regulatory (goed voor 16 procent van de omzet in 2025) verdient Wolters Kluwer niet alleen aan databanken gevuld met wetteksten en jurisprudentie. Dat is relevant, omdat veel van die informatie in Europa openbaar is. Voor het concern is vooral de software van belang waarmee advocaten hun dossiers openen, stukken opslaan, uren registreren en facturen opstellen. Zolang dat dagelijkse werk in die systemen plaatsvindt, zit Wolters Kluwer goed ingekapseld. Tegelijkertijd verschijnen er steeds meer AI-tools die zich op dezelfde klanten richten, met vergelijkbare AI-diensten.  

Tijdens het eerdergenoemde gesprek met analisten presenteert McKinstry het bedrijf vooral als aanbieder van zo’n geïntegreerde juridische AI-omgeving. Na de recente overname van Libra is die uitgerold in onder meer Nederland en Duitsland, gekoppeld aan het systeem waarin advocaten hun zaken en dossiers beheren.  

En dan zoekt Wolters Kluwer ook de samenwerking met Harvey. Die AI-assistent fungeert voor veel kantoren als nieuw werkvenster: juristen stellen er vragen, laten documenten analyseren en teksten herschrijven. Wolters Kluwer levert in dat model de juridische databron. En precies daar zit de strategische spanning.  

Niet de databank zelf staat onder druk, maar het scherm waar de jurist elke ochtend inlogt. De vraag is wie uiteindelijk de marge pakt: de leverancier van de juridische content of de partij die de AI-laag beheert waarin de jurist dagelijks werkt, zoals Harvey of vergelijkbare juridische AI-assistenten.

Belastingen en compliance: code groen
Bij Tax & Accounting en Corporate Compliance (in 2025 goed voor respectievelijk 27 en 20 procent van de omzet) lijkt het AI-risico lager. Hier verkoopt Wolters kennis, maar vooral systemen die het werk uitvoeren. De software rekent aangiftes door en dient ze officieel in. Het systeem beheert jaren aan klantdata, verliesverrekeningen, afschrijvingsschema’s en eerdere aangiftes en legt alles vast voor controle en verantwoording.

Analisten omschrijven het belastingplatform als een soort besturingssysteem voor accountantskantoren. Het vormt de kern van het dagelijkse werk. Overstappen betekent niet alleen nieuwe software installeren, maar historische data overzetten en processen herinrichten. In het aangifteseizoen wil niemand het risico lopen op stille fouten.

Dat betekent niet dat AI hier geen rol speelt. AI kan helpen bij voorbereiding en controle, maar vervangt niet snel het systeem dat de hele keten beheert, van berekening tot officiële indiening.  

Hetzelfde geldt voor Corporate Compliance. Jaarrekeningen, bestuurderswijzigingen en registraties volgen vaste formats en kennen directe aansprakelijkheid. De waarde zit in betrouwbaarheid en procesbeheersing. Dat maakt dit segment het minst gevoelig voor snelle ontwrichting. De verwevenheid met het werkproces is hier sterker dan bij medische of juridische adviesproducten, waardoor het AI-risico beperkter is.

Corporate Performance & ESG: geen direct risico  
De kleinste divisie is Corporate Performance & ESG, in 2025 goed voor ongeveer 10 procent van de omzet. De software die deze afdeling ontwikkelt helpt bedrijven bij managementrapportages en bij steeds complexere ESG-rapportages voor jaarverslagen en beleggers. De systemen verzamelen duurzaamheidsdata, structureren die volgens vaste rapportagestandaarden en leggen een controleerbaar spoor vast voor accountants. AI kan dat analysewerk versnellen, maar vervangt niet snel het platform waarin die data worden beheerd.



Koopwaardig?  
De markt gedraagt zich momenteel alsof Wolters Kluwer de slag met AI al heeft verloren. Een nederlaag is ingeprijsd. De cijfers tonen vooral kwetsbaarheid in één segment.  

Wie gelooft dat AI eerder geleidelijk dan ontwrichtend werkt, koopt een bedrijf dat wordt gewaardeerd alsof de groei bijna permanent verdwenen is.
 

De AI-paradox  

•    “Je ziet het computertijdperk overal, behalve in de productiviteitscijfers", zei econoom Robert Solow eind jaren 80. Computers stonden op elk bureau, maar in de groeicijfers was er weinig van terug te zien. Pas jaren later trok de productiviteit echt aan. Bedrijven moesten eerst hun processen aanpassen. 

•    Die les is relevant voor AI. We zien AI overal en er wordt massaal in geïnvesteerd. Maar in macro-cijfers, zoals productiviteitsdata, is de impact nog nauwelijks zichtbaar. Ook in het kwartaalrapport van Wolters Kluwer zijn geen scheurtjes in het verdienmodel te vinden. Daarbij speelt mee dat veel met meerjarige contracten wordt gewerkt, waardoor eventuele AI-pijn pas later zichtbaar wordt.

•    Het loont voor beleggers om te letten op vroege waarschuwingssignalen. Een risico ontstaat als AI-start-ups zoals OpenEvidence explosief groeien in omzet en gebruikers. Hoe meer gebruikers, hoe sneller het model verbetert en hoe aantrekkelijker het wordt voor nieuwe klanten. Dat creëert een vliegwiel: de winnaar wordt sterker.

•    Wolters Kluwer beroept zich op betrouwbaarheid, onder meer doordat duizenden medische experts adviezen controleren. Het zou een echte gamechanger zijn als onafhankelijke tests aantonen dat medische AI aantoonbaar minder accuraat is dan Wolters Kluwers eigen applicatie UpToDate. Ook signalen rond tarieven verdienen aandacht. Vragen over kortingen, bundelingseisen of kortere contractduren zijn vroege barstjes. 

 


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap