Spreiden werkt. Door verschillende beleggingen te combineren, kan een portefeuille minder kwetsbaar worden voor grote uitslagen op de beurs. Maar de marktomstandigheden bepalen hoe effectief schokdempers zijn. Wie niets doet, ziet de verdeling verschuiven, en daarmee ook het risicoprofiel.
In de vorige editie van Effect bekeken we hoe verschillende gespreide portefeuilles zich ontwikkelden. De combinatie van aandelen en staatsobligaties bleek een effectief middel om grote uitslagen te dempen. Kortlopende obligaties en goud boden in de periode vanaf oktober 2009 extra bescherming bij rentestijgingen en inflatie.
In de praktijk houden beleggers hun portefeuille niet altijd actief bij. Herwegen vergt tijd en discipline, en veel beleggers laten hun beleggingen simpelweg met de markt meegaan. In dit tweede deel over stootkussens bekijken we wat er gebeurt als een belegger niet ingrijpt, en hoe verschillende beleggingscategorieën zich houden in uiteenlopende marktscenario’s.
Onderhoud
In het onderzoek in Effect 3 herweegt de belegger ieder jaar, om de etf’s terug te brengen naar het startgewicht. Het brengt het risicoprofiel van de oorspronkelijke verdeling terug.
Daar is dus enig onderhoud voor nodig. Aan de andere kant is niet te veel handelen een van de belangrijkste lessen bij beleggen. Een belegger kan de etf-portefeuille ook laten lopen en dat hoeft zeker geen slechtere resultaten op te leveren. Voor het rendement kan dat twee kanten op werken, maar geregeld blijkt dat winnaars door blijven stijgen. Zeker als het gaat om aandelen tegenover obligaties. Periodiek herwegen is een keuze. Maar wat gebeurt er als iemand geen actie onderneemt, en wat doet dit met de dempende werking?
Niets doen
De basis voor de vergelijking zijn weer de iShares Core Euro Government Bond UCITS ETF en de iShares Core MSCI World UCITS ETF. Hiermee stelt de belegger in oktober 2009 een 70/30-portefeuille samen. Daarna doet de belegger niets meer, behalve het herinvesteren van dividenden in de uitkerende obligatie-etf.
De portefeuille wordt na verloop van tijd automatisch steeds meer een aandelenportefeuille, doordat de MSCI World-etf beter presteert. Na een jaar is de oude verdeling al niet meer van toepassing en hebben aandelen een gewicht van 72 procent. Begin maart 2026 ligt dat op 92 procent en zit nog maar 8 procent in obligaties. De beter presterende etf vormt gestaag een groter deel van de portefeuille en is uiteindelijk dominant.
Scheefgroei
Dat aandelen uiteindelijk domineren is geen zekerheid, maar historisch gezien wel een waarschijnlijk scenario over langere perioden. Zelfs wie net voor de grote aandelencrash instapte, in februari 2020, had binnen een jaar alweer meer dan 70 procent in aandelen zitten. Dat de verhoudingen zonder herwegen scheef gaan lopen, lijkt op lange termijn waarschijnlijk.
Dit zegt uitsluitend iets over hoe de belegger eindigt. Wat betekent dit voor de resultaten binnen de periode oktober 2009 tot maart 2026?
De portefeuille waarin de belegger niet herweegt, levert een hogere beweeglijkheid op. Rond het uitbreken van corona en gedurende de eerste maanden van 2025 is het verlies groter dan wanneer wel herweging plaatsvindt. Het verschil is duidelijk: niet herwegen levert in deze periode een hoger rendement op, maar ook meer risico. De volatiliteit loopt op en de verliezen in slechte periodes worden groter.
Het verschuiven van de basisverhoudingen levert ook andere resultaten op. Hoe hoger het gewicht van een demper, hoe sterker de bescherming. Maar dat kan ook meer rendement kosten.
Ander verloop
Obligaties kunnen hun rol als schokdemper verliezen. Dit roept een vervolgvraag op: zijn er binnen aandelen alternatieven?
De aandelencomponent in de traditionele portefeuille bestaat uit de MSCI World. Deze brede wereldindex ligt ten grondslag aan veel populaire aandelen-etf’s en volgt beursgenoteerde bedrijven in ontwikkelde markten. Beleggers hebben daarmee geprofiteerd van de wereldwijde stijging van aandelenmarkten. Er is een breed aanbod aan etf’s op deze index, met relatief lage kosten.
Wie de wereldindex volgt, laat de weging over aan de markt, niet aan specifieke kenmerken van onderliggende bedrijven. Toch is het niet per definitie een neutrale keuze: de wereldindex geeft het meeste gewicht aan de grootste bedrijven. Door etf’s te kopen die anders zijn samengesteld, kan het verloop van de portefeuille veranderen.
Defensief
Traditioneel kunnen dividendaandelen een rol spelen als defensief deel van de portefeuille. We bekijken de iShares STOXX Global Select Dividend 100 UCITS ETF (DE000A0F5UH1). De etf is gebaseerd op moederindex STOXX Global 1800 Index, met large- en midcapbedrijven in ontwikkelde markten. Die komt sterk overeen met de MSCI World.
Uit die STOXX Global 1800 is een selectie gemaakt van bedrijven op basis van dividendcijfers. In de STOXX Global Select Dividend 100 zitten de aandelen met het hoogste dividendrendement uit de regio’s Europa, Noord-Amerika en Azië-Pacific.
Het levert een portefeuille op met honderd aandelen. Deze krijgen vervolgens een weging op basis van het dividendrendement, zodat de grotere betalers ook zwaarder wegen. Er zit een maximum aan het percentage dat een bedrijf uitkeert van de winst, en het dividend mag niet gedaald zijn ten opzichte van vijf jaar geleden. Deze voorwaarden moeten zorgen dat de dividenduitkering houdbaar is.
De iShares STOXX Global Select Dividend 100 wijkt duidelijk af van een MSCI World-etf. De selectie en weging op dividend leiden tot een forse blootstelling aan financials en energie-aandelen. Die behoren tot de grootste dividendbetalers. Technologiebedrijven, meestal groeiaandelen die relatief weinig dividend uitkeren, komen nauwelijks door het filter.
Dempt dividend?
De hamvraag is: kan de belegger verliezen en volatiliteit beperken met dividendaandelen? Een 50/50-portefeuille blijft kwetsbaar voor brede marktcorrecties, omdat deze volledig uit aandelen bestaat. Tegelijkertijd kunnen dividend-aandelen minder gevoelig zijn voor renteschommelingen.
Een hogere rente drukt de huidige waarde van toekomstige winsten. Bedrijven waarvan de winst vooral ver in de toekomst ligt, zijn daar het gevoeligst voor. Daardoor kunnen hooggewaardeerde groeiaandelen bij rentestijgingen relatief hard corrigeren.
Dividend-etf’s bevatten vaker aandelen met relatief stabiele kasstromen, waardoor ze in zo’n omgeving soms minder sterk onder druk komen te staan.
De focus op dividend levert een portefeuille op waarin waarde-aandelen goed vertegenwoordigd zijn: de koers-winstverhouding van de iShares STOXX Global Select Dividend 100 is 13, ten opzichte van 24 voor de MSCI World-etf.
Resultaten
Hoewel de dividendaandelen over een periode van ruim zestien jaar achterblijven bij de brede wereldindex (zie grafiek hieronder), leveren ze alsnog een net rendement van gemiddeld 9,4 procent per jaar. In zes van de zestien kalenderjaren doet de dividend-etf het beter dan de etf op de MSCI World.
Dividendaandelen kunnen in sommige jaren bescherming bieden, maar blijken geen structureel alternatief voor obligaties als schokdemper. In het slechtste jaar, 2022, wist de dividend-etf de schade te beperken. In het voorjaar van 2020 ging de iShares STOXX Global Select Dividend 100 echter nog harder omlaag dan de brede markt. Daarmee is het maximale verlies, de drawdown, voor de gecombineerde aandelenportefeuille nog groter. De koersschommelingen, gemeten met de volatiliteit, zijn met de toevoeging van dividendaandelen nauwelijks kleiner dan met alleen de MSCI World-etf. 
Toekomstscenario’s
De afgelopen zestien jaar laten zien dat verschillende beleggingscategorieën als stootkussen kunnen dienen, maar dat de omstandigheden een grote rol spelen. Ze werken niet altijd.
Obligaties hebben bij de dreiging van recessies of acute economische stress een dempende werking. In de onderzochte periode zagen we dat in 2020 en 2025. Bij oplopende inflatie bieden ze echter niet altijd bescherming. Dat geldt vooral wanneer de effectieve rentes al op een laag niveau staan. Obligaties hebben dan al een laag startrendement, en worden extra hard geraakt door rentestijging.
Goud bleef vanaf 2009 lange tijd vrijwel zijwaarts bewegen. In de paniek van de covid-pandemie bleek het wel een nuttige demper, en ook in de afgelopen jaren met aanzienlijke inflatie maakte het edelmetaal een opmars. Het blijft echter een grondstof die geen kasstromen oplevert en dus lastig te waarderen is. De prijs is gebaseerd op schaarste en vertrouwen. Goud heeft door de geschiedenis heen niet systematisch inflatie-bescherming geboden.
Hoog-dividendaandelen vormen in grote crises geen betrouwbare schokdemper. Ze lijken wel iets beter bestand tegen inflatie: sinds begin 2022 presteert de iShares STOXX Global Select
Dividend 100 beter dan de wereld-index. Selecteren op dividendrendement is echter geen garantie: bij economische tegenwind kunnen uitkeringen worden verlaagd, juist wanneer de markt al nerveus is.
‘Buy the dip’
De forse en snelle herstelbewegingen sinds de kredietcrisis hebben aandelenbeleggers verwend: buy the dip bleek vaak te werken. Maar dat is geen wet. Net zomin als er een beleggingscategorie is die altijd als schokdemper werkt. In de financiële crisis verloor de MSCI World tussen 2007 en 2009 ruim 50 procent en duurde het jaren voordat de index volledig hersteld was. Obligaties hebben de belegger toen voor grote verliezen kunnen behoeden, en leverden over het algemeen zelfs een prima rendement. Tijdens zo’n langdurige bearmarket kan een portefeuille met meerdere beleggingscategorieën het verschil maken tussen een tijdelijk verlies en een langdurige klap voor het vermogen.
Juist daarom blijft brede spreiding voor langetermijnbeleggers, met een periodieke controle of de portefeuille toe is aan herweging, de robuustste aanpak.
| VEB-lidmaatschap |
|---|
| Nog geen VEB-account? |
| Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken. |
|
|
| Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap |