Bij frauderisico’s laten accountants flinke steken vallen in hun controle van jaarrekeningen. Dit begint al vooraf, doordat ze frauderisico’s over het hoofd zien. Ook tijdens het controlewerk zijn ze onvoldoende kritisch en mist het werk de vereiste diepgang, aldus toezichthouder AFM.
De conclusies van eerder onderzoek zijn niet mals. Bij 70 procent van de getoetste dossiers stuitte de AFM op gevallen waar het in de risicoanalyse flink is misgegaan. De accountant had onvoldoende en ongeschikte controle-informatie verkregen over een of meerdere frauderisico’s, zoals het doorbreken van interne beheersingsmaatregelen door het management, opbrengstverantwoording en corruptie.
Via de jaarlijkse accountantsbrief en in aandeelhoudersvergaderingen pleit ook de VEB al geruime tijd voor een meer kritische grondhouding van accountants van beursgenoteerde ondernemingen rond het thema fraude. Een goede fraudeanalyse vormt immers het fundament voor een kwalitatief hoogwaardige wettelijke controle.
Fraude dupeert beleggers
In Nederland zijn de afgelopen decennia bij beursgenoteerde bedrijven diverse fraudegevallen aan het licht gekomen, waaronder Ahold (2003), InnoConcepts (2009), Imtech (2013) en Steinhoff (2017). Het gaat om een patroon van opzettelijke handelingen om via misleiding een onrechtmatig voordeel te halen. De VEB heeft zich in deze zaken laten zien als zeer kritische opponent van frauderende bedrijven en de betrokken accountants. Waar opportuun, is voor beleggers schadevergoeding geclaimd – vaak met succes.
Aanwijzingen voor fraude zijn hier door accountants niet ontdekt of, erger nog, zij keken op beslissende momenten weg. Dit soort incidenten trekt diepe sporen in de samenleving en is bovenal funest voor het vertrouwen van beleggers in de kwaliteit van de wettelijke controles en de juistheid van de cijfers.
Doorschieten
De accountantssector is met frauderisico aan de slag gegaan en voorzichtig zijn verbeteringen zichtbaar. Een onvoldoende kritische houding blokkeert de zakelijkheid, evenwichtigheid en controle-technische scherpte bij aanvang. Maar een accountant die juist blind afgaat op verkeerde en volstrekt suggestieve frauderisico’s, brengt bonafide controlecliënten in ernstige verlegenheid.
Ze zijn er: accountants die achter elke boom een wolf zien. Accountants die van alternatieve werkelijkheden en vooroordelen uitgaan. Die elke rationele weerlegging van vermeende controle- en frauderisico’s negeren. En het is hen heel gemakkelijk gemaakt. De cocktail van wet- en regelgeving en standaarden ter bescherming van de beroepsgroep, gemengd met kritische rapporten van de externe toezichthouder, geeft de stem van accountants kracht. Ze kunnen zich eenvoudig breed maken en de controlecliënt betichten van obstructie.
Kwaliteitsslag
Escalatie vormt dan een zelfstandig verdienmodel om tekortkomingen in professioneel-kritische kwaliteit binnen het auditteam te verbloemen. Je kunt lange tijd baden in de koninklijke weelde van een accountantstitel. En vanuit die positie vorstelijke facturen sturen. Maar je riskeert een professionele uitglijder van formaat. Niet op tijd het eigen controlewerk verrichten en wel over steeds hogere ‘controle- en frauderisico’s’ roeptoeteren is in de sector volstrekt onbetamelijk.
Gelukkig zien we veel goede voorbeelden in de accountantssector. Maar er zijn helaas accountants die de kwaliteitsslag niet kunnen maken; waar de externe kwaliteitscontrole en aandacht voor frauderisico’s zich tegen hen keert. Het bordje ‘accountant’ boven de deur schept geen morele onschendbaarheid, maar wel de verplichting zich professioneel-kritisch te gedragen. Eerst de feiten, dan de beoordeling. Pas bij het daadwerkelijk constateren van overtredingen volgt een veroordeling. Juist ja, in die volgorde.
Gerben Everts is directeur van de VEB.