Slechts een minderheid van de aandelen presteert over langere periodes beter dan de markt, zo blijkt uit nieuw onderzoek van de Amerikaanse econoom Hendrik Bessembinder. Het goede nieuws: wie breed spreidt, heeft tussen de verliezers ook grote winnaars te pakken.
De belangrijkste uitkomst van Bessembinders onderzoek is glashelder: de Amerikaanse aandelenmarkt was tussen 1926 en 2025 een enorme vermogensmachine, maar het gemiddelde aandeel niet. Minder dan de helft van de aandelen leverde over het gehele beursleven een positief rendement op.
De statistieken
Enkele cijfers. Een dollar belegd in de aandelenmarkt groeide – met herbelegging van dividend – uit tot 15.041 dollar. Een dollar in kortlopende Amerikaanse staatsobligaties (‘T-bills’) groeide slechts tot iets meer dan 25 dollar. Dat komt neer op een gemiddeld rendement van 10,1 procent per jaar voor aandelen tegen 3,3 procent voor de ‘risicovrije’ T-bills.
Zet je alle bedrijven die sinds 1926 beursgenoteerd zijn geweest op een rijtje van laag naar hoog rendement, dan blijkt dat zelfs het middelste bedrijf (de mediaan) de belegger verlies opleverde. Het gemiddelde rendement ligt hoger, maar dat komt vooral door een klein aantal extreme winnaars die het totaal omhoogtrekken. Slechts 41 procent van de aandelen presteerde beter dan de T-bills, en maar 28 procent versloeg de markt als geheel.
Lastige opgave
Dat zegt veel over de kansen voor de particuliere belegger. Wie zelf aandelen selecteert, vist in een vijver waarin de meeste vissen weinig opleveren. Stock picking is daarmee geen onmogelijke, maar wel een statistisch lastige opgave.
De vissen die wél wat opleveren, zijn aandelen die uitzonderlijk lang uitzonderlijk sterk hebben gepresteerd. Voor beleggers is vooral het samengestelde jaarlijkse rendement interessant. Dat laat zien tegen welk gemiddeld tempo een aandeel over een lange periode groeide, inclusief het effect van rendement op rendement.
Om korte uitschieters te filteren, neemt Bessembinder in deze ranglijst alleen aandelen op met ten minste twintig jaar beurs-data. De tabel rechtsboven toont de bedrijven die nu nog genoteerd zijn en over hun volledige beursleven de hoogste gemiddelde rendementen hebben behaald.
De uitdaging zit mede in het vasthouden van de winnaars. De grootste vermogensgroei ontstaat door compounding – rendement-op-rendement – over lange periodes. Juist bij de grootste successen krijgen beleggers onderweg te maken met forse koersschommelingen, hoge waarderingen en twijfel of het beste al achter de rug is.
Waardecreatie sterk geconcentreerd
Het onderzoek kijkt ook naar shareholder wealth creation (SWC). Dat is een maatstaf voor de totale geldwaarde die een bedrijf creëert voor álle aandeelhouders, boven op het rendement op kortlopende obligaties. Het is uitgedrukt als een bedrag, waar het buy-and-hold-rendement een percentage is.
Sinds 1926 creëerden Amerikaanse beursbedrijven samen 91 biljoen dollar aan nettowaarde (1 biljoen is 1.000 miljard). Opvallend is hoe geconcentreerd deze waardecreatie is: 1.082 bedrijven zijn verantwoordelijk voor het totaal, terwijl een kopgroep van slechts 46 ondernemingen tekent voor de helft. De rest van de ruim 29.000 bedrijven voegde per saldo geen waarde toe.
Die concentratie is in de tijd verder toegenomen. In de periode 1926-2016 waren nog 89 bedrijven verantwoordelijk voor de helft van de waardecreatie. Over de volledige honderd jaar is dat aantal gedaald naar 46. Sinds 2017 is ongeveer 48 biljoen dollar aan waarde toegevoegd, opnieuw dankzij een beperkt aantal dominante bedrijven. Nvidia voert over de afgelopen negen jaar de lijst aan met circa 4,5 biljoen dollar, gevolgd door Apple met 4,1 biljoen. Dit weerspiegelt ook de groeiende schaal van beursgenoteerde ondernemingen.
Voor beleggers onderstreept bovenstaande het nut van indexbeleggen, dat automatisch blootstelling biedt aan de uiteindelijke winnaars. Dat die winnaars vaak bekende namen blijken, zorgt overigens wel voor een vertekend beeld. Wie zelf aandelen kiest, moet de toekomstige winnaars aanwijzen en ze lang genoeg vasthouden om het volledige effect van compounding te incasseren. Dat is in de praktijk lastiger dan de bekende namen achteraf doen vermoeden. 
Kanttekeningen
Bij het onderzoek is een aantal – relevante – kanttekeningen te plaatsen. De resultaten gaan alleen over de Amerikaanse beurs. Kosten blijven buiten beschouwing. De rendementsgegevens richten zich op de hele periode waarin bedrijven genoteerd zijn: maar weinig beleggers houden een aandeel vanaf beursdebuut tot het afscheid of het eind van de meetperiode vast. En de totale waardecreatie is geen direct rendement voor een individuele belegger, maar een maatstaf die samenhangt met schaal en kasstromen.
Meest rationele route
Toch verandert dat weinig aan de hoofdboodschap. De beurs wordt gedragen door een klein aantal uitzonderlijke bedrijven. Voor de meeste beleggers blijft brede spreiding daarom de meest rationele route.
| Apple: niet het hoogste rendement, wel de meeste waarde |
| In zijn eentje is Apple goed voor 5,5 procent van alle voor beleggers gecreëerde waarde. Daarmee is het de koploper. Het bedrijf staat niet bovenaan in de ranglijsten van jaarlijks of cumulatief rendement per aandeel. Dat verschil komt door schaal: een hoog rendement op een enorme basis levert meer absolute waarde op dan een extreem rendement op een kleiner bedrijf. Daarnaast geeft Apple actief geld terug aan aandeelhouders door grootschalige aandeleninkoop en dividend. |
| Hendrik Bessembinder |
| Hendrik Bessembinder is hoogleraar finance aan Arizona State University. Zijn onderzoek richt zich op marktstructuur en langetermijnrendementen. Bessembinder publiceerde onder meer in toonaangevende tijdschriften als Journal of Finance en Journal of Financial Economics en is managing editor van de Journal of Financial and Quantitative Analysis. |
| VEB-lidmaatschap |
|---|
| Nog geen VEB-account? |
| Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken. |
|
|
| Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap |