VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

India heeft veel van wat beleggers graag horen: een jonge bevolking, een groeiende middenklasse, snelle digitalisering, grote investeringen in infrastructuur en een steeds belangrijkere rol in de wereldeconomie. Het land groeit al jaren harder dan de meeste grote economieën.

Wie wil weten hoe beleggers via indices en etf’s toegang krijgen tot India, vindt dat in het eerste deel.

Het IMF verwacht voor India in 2026 nog altijd een groei van 6,5 procent, ondanks tegenwind door hogere energieprijzen en geopolitieke onzekerheid. Ook op langere termijn is het beeld aantrekkelijk. S&P Global verwacht dat India rond 2030 kan uitgroeien tot de derde economie ter wereld, geholpen door een jaarlijkse groei van 6 à 7 procent. Dat soort cijfers verklaart waarom India zo sterk tot de verbeelding spreekt bij beleggers.

Snelle economische groei vertaalt zich niet automatisch in hoge aandelenrendementen. Bedrijven moeten die groei eerst vertalen in omzet, daarna in winst, en beleggers moeten die winst vervolgens tegen een redelijke prijs kunnen kopen. In markten waar veel kapitaal achter hetzelfde verhaal aanloopt, kan een groot deel van de toekomst al in de koers zitten.

Beurs is de formele bovenlaag
Wie via een etf in India belegt, koopt bovendien niet de hele Indiase economie. Grote delen van India bestaan uit landbouw, kleine bedrijven, familiebedrijven en informele arbeid. Die zijn economisch belangrijk, maar nauwelijks direct beursgenoteerd.

Een India-etf geeft vooral blootstelling aan het formele deel van de economie: grote bedrijven met schaal, toegang tot kapitaal en een sterke positie in sectoren als financiële dienstverlening, energie, software en consumptie. Dat maakt de beurs aantrekkelijk, maar ook beperkt.

Geen volledig open markt
Voor aandelenbeleggers zijn in India vooral twee beurzen relevant: de National Stock Exchange, meestal NSE, en de BSE, de Bombay Stock Exchange. Veel grote bedrijven zijn op beide beurzen verhandelbaar. Voor buitenlandse particuliere beleggers is directe toegang tot Indiase aandelen in de praktijk beperkt. Etf’s en fondsen zijn de meest gebruikelijke route.

De bekendste moderne graadmeter is de Nifty 50, met vijftig grote en liquide bedrijven. Wie een breder beeld wil, kijkt eerder naar een index met meer aandelen, zoals de Nifty 500. Voor Europese etf-beleggers spelen zulke lokale indices een kleinere rol, omdat de beschikbare fondsen vooral andere mandjes volgen: de MSCI India is het populairst.

Banken en conglomeraten drukken hun stempel
De samenstelling van Indiase indices laat goed zien wat beleggers werkelijk kopen. Banken, financiële instellingen en grote conglomeraten spelen een hoofdrol. Dat is geen toeval. In een economie die zich ontwikkelt, groeit de vraag naar bankrekeningen, digitale betalingen, krediet, verzekeringen en beleggingen.

Veel van die groei komt terecht bij beursgenoteerde financiële instellingen. Daardoor wegen banken zwaar in India-indices. Daarnaast zijn grote groepen als Tata en Reliance prominent aanwezig. Zij opereren vaak in meerdere sectoren tegelijk. De verschillende dochterbedrijven hebben vaak ook een eigen beursnotering.

Maakindustrie blijft achter bij ambitie
Een belangrijk onderdeel van het Indiase groeiverhaal is de poging om meer productie naar het land te halen. Premier Narendra Modi lanceerde in 2014 het programma Make in India, bedoeld om India minder afhankelijk te maken van diensten en het land sterker neer te zetten als productie- en exportbasis.

Het succes is gemengd. India heeft vooruitgang geboekt in sectoren als elektronica, defensie, auto-onderdelen en mobiele telefoons. Ook speelt het land handig in op bedrijven die minder afhankelijk willen zijn van China. Maar de grote verschuiving naar een economie met aanzienlijke maakindustrie is nog niet gerealiseerd.

Groei is nog geen rendement
India is een overtuigend economisch verhaal, maar de beurs weerspiegelt dat maar deels. Het maakt de uitkomst afhankelijk van meer dan alleen economische groei. Waardering, sectorconcentratie, valuta en sentiment spelen net zo goed mee.