VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

India heeft veel van wat beleggers graag zien: een jonge bevolking en een groeiende middenklasse. Het land digitaliseert snel en investeert stevig in infrastructuur. Maar: economische groei is nog geen beursrendement.

Wie een India-belegging overweegt, moet verder kijken dan het groeiverhaal alleen. Zit India al in de portefeuille? Welk deel van de beurs koop je eigenlijk als je India koopt? En hoeveel van de economische groei blijft uiteindelijk over als rendement?

De eerste vraag is snel te beantwoorden: India zit in vrijwel elke wereldwijde etf waarin opkomende markten zijn opgenomen. In de MSCI ACWI en de FTSE All-World weegt India ongeveer 1,5 procent. In etf’s voor opkomende markten is dat gewicht groter. India telt voor ongeveer 16 procent mee in de FTSE Emerging Index en 12 procent in de MSCI Emerging Markets Index.

Wie een brede emerging-markets-etf bezit, heeft dus al relatief veel India in portefeuille. Een aparte India-etf doet daar een flinke schep bovenop. Daarmee verandert India van een klein onderdeel binnen een brede spreiding in een bewuste landenpositie. Dat kan, maar het is geen neutrale aanvulling. Wie deze keuze maakt, kiest nadrukkelijk voor extra blootstelling aan één economie, één munt en één markt.

Formele deel economie
Met een India-etf koop je niet de hele Indiase economie. Grote delen daarvan bestaan uit landbouwondernemingen, kleine bedrijven, familiebedrijven en ‘informele arbeid’. Allemaal economisch belangrijk, maar nauwelijks direct beursgenoteerd.

Een India-etf geeft vooral blootstelling aan het formele deel van de economie: grote bedrijven met toegang tot kapitaal en een sterke positie in sectoren als financiële dienstverlening, energie, software en consumptie. Dat is aantrekkelijk, maar ook beperkt. Wie India koopt, koopt vooral het deel van de markt dat al groot, goed georganiseerd en beursgenoteerd is.

Voor aandelenbeleggers zijn in India twee beurzen relevant: de NSE, de National Stock Exchange, en de BSE, de Bombay Stock Exchange. Veel grote bedrijven zijn op beide beurzen verhandelbaar. Voor buitenlandse particuliere beleggers is directe toegang tot Indiase aandelen in de praktijk beperkt. Etf’s en fondsen zijn de meest gebruikelijke route.

Welke index kiest u?
Etf’s verschillen sterk van elkaar. De gekozen index bepaalt welk deel van de Indiase markt de belegger precies in de portefeuille krijgt. Alle grote India-indices zijn gebaseerd op vrij verhandelbare beurwaarde. Grotere bedrijven wegen daardoor automatisch zwaarder.

De MSCI India volgt large- en midcaps en dekt ongeveer 85 procent van de Indiase aandelenmarkt. De index telt 164 bedrijven. HDFC Bank, Reliance Industries en ICICI Bank zijn de grootste belangen. De tien grootste posities wegen samen 34,6 procent.

De FTSE India 30/18 Capped heeft een iets breder bereik, met 272 aandelen. De grootste positie mag maximaal 30 procent wegen en de overige aandelen maximaal 18 procent. De top tien heeft een gewicht van 30,8 procent.

De Nifty 50 is smaller. Deze index bestaat uit de vijftig grootste Indiase bedrijven. De index wordt twee keer per jaar herzien. Het is een belangrijke graadmeter, maar als brede India-belegging minder geschikt. De grootste tien posities vormen bijna de helft van de index.

Maar op welke index de keuze ook valt: financiële instellingen wegen zwaar.

Financials drukken hun stempel
Dat financiële instellingen als banken en verzekeraars zo zwaar wegen, is logisch. In een economie die zich ontwikkelt, groeit de vraag naar bankrekeningen, digitale betalingsmogelijkheden, krediet, verzekeringen en beleggingen. Veel van die groei komt terecht bij beursgenoteerde financials.

Ook conglomeraten als Tata Group en Reliance Industries zijn prominent aanwezig. Zij opereren vaak in meerdere sectoren tegelijk. Verschillende dochterbedrijven hebben bovendien een eigen beursnotering. Een India-etf is dus geen zuivere belegging in ‘de Indiase groei’. Het is een belegging in een selectie grote beursbedrijven die kunnen profiteren van die groei.



Welke etf’s zijn beschikbaar?
Binnen het aanbod voor Nederlandse beleggers is er voor de FTSE India en de Nifty 50 één etf beschikbaar. Voor de MSCI India is de keuze groter. Hier bekijken we de fysieke etf van iShares en de synthetische Xtrackers-variant die een stuk goedkoper is.

Fysiek of synthetisch?
De replicatie – hoe een etf de prestaties van de index nabootst – van bovenstaande producten verschilt. Franklin en iShares houden de onderliggende aandelen uit de index aan. Dat heet fysieke replicatie. De twee etf's van Xtrackers gebruiken synthetische replicatie, via swaps.

In die constructie belegt de etf-aanbieder het fondsvermogen in een mandje effecten. Dat zijn niet de aandelen uit de index. Via een contract met tegenpartijen ruilt Xtrackers het rendement op dat mandje voor het rendement op de index. Dat kan efficiënt zijn en kosten drukken, maar er staat een extra risico tegenover. De tegenpartij kan haar verplichtingen niet nakomen of zelfs failliet gaan. Dat risico wordt afgedekt, maar de structuur blijft minder transparant dan bij een fysieke etf.

Rendementen
De prestaties van de besproken etf’s gaan terug tot juni 2019, toen de Franklin-etf werd gelanceerd. Het rendement in die kleine zeven jaar ligt tussen de 40 en 59 procent. De Franklin FTSE India presteerde het best, de Xtrackers Nifty 50 het slechtst. Ondanks de hogere kosten doet iShares het voor de MSCI India met 55 procent rendement beter dan Xtrackers, die blijft steken op 49 procent. De synthetische replicatie biedt dus geen voordeel.



Blijft er genoeg over?
‘India’ is een overtuigend economisch verhaal. Het IMF verwacht voor India in 2026 nog altijd een groei van 6,5 procent, ondanks tegenwind door hogere energieprijzen en geopolitieke onzekerheid. Ook op langere termijn is het beeld aantrekkelijk. S&P Global verwacht dat India rond 2030 kan uitgroeien tot de derde economie ter wereld, geholpen door een jaarlijkse groei van 6 à 7 procent.

Dat soort cijfers verklaart waarom India tot de verbeelding spreekt. Maar economische groei is nog geen aandelenrendement. Bedrijven moeten die groei eerst omzetten in omzet, daarna in winst. En beleggers moeten die winst vervolgens tegen een redelijke prijs kunnen kopen. Als veel kapitaal achter hetzelfde verhaal aanloopt, kan een groot deel van de toekomst al in de koers zitten.

Bijkomend risico: de grillige roepie
Voor de langere historie van Indiase aandelen is de MSCI India de meest bruikbare graadmeter. De index gaat ver terug en combineert large- en midcaps. Vanaf 2007 tot nu presteert India in lijn met de MSCI Emerging Markets, maar wel met grotere uitschieters.

Vanaf 2007 leverden Indiase aandelen in lokale valuta gemiddeld ruim 10 procent per jaar op. Voor Europese beleggers bleef daar ongeveer 6,5 procent van over. Het verschil zit vooral in de Indiase roepie (INR).



Die munt staat al jaren onder druk. India importeert structureel meer dan het exporteert en haalt een groot deel van zijn energie uit het buitenland. Olie speelt een sleutelrol. Het land importeert dagelijks 5 tot 6 miljoen vaten, die het moet afrekenen in dollars.

Voor Europese beleggers kan een sterk Indiaas beursrendement daardoor gedeeltelijk verdwijnen door valuta-effecten. De economie kan hard groeien, terwijl het rendement in euro’s achterblijft.

Getemperde verwachtingen
Recent bleek dat India geen vanzelfsprekende winnaar is. Vanaf de piek in september 2024 daalde de MSCI India in euro’s met ongeveer 22 procent. Dat kwam voor een groot deel door de daling van de roepie, maar ook door een correctie op eerder enthousiasme.

De opkomende markten als geheel gingen in dezelfde periode juist 35 procent omhoog, mede gedragen door chipbedrijven uit Taiwan en Zuid-Korea. Dat is pijnlijk voor wie dacht dat India automatisch beter zou presteren.

Geen goedkope achterblijver
India blijft een veelbelovende markt om te volgen. De economische vooruitzichten zijn goed en veel beursgenoteerde bedrijven kunnen profiteren van groeiende consumptie, kredietverlening, digitalisering en investeringen.

Maar dat maakt het land niet automatisch een aantrekkelijke belegging. India is geen goedkope achterblijver. De koers-winstverhoudingen van de indices liggen rond 21. Daarmee is India duurder dan veel andere opkomende markten en ook duidelijk hoger gewaardeerd dan een brede Europese aandelenindex. Daar komt voor Nederlandse beleggers bij dat valuta-effecten het uiteindelijke rendement kunnen beperken.

Voor beleggers die deze risico’s bewust willen nemen, kan India een interessante satellietpositie zijn. Maar het land verdient geen prominente plek in de portefeuille, alleen omdat het economische verhaal sterk is. 

Grote ambities, wisselend resultaat

Een belangrijk onderdeel van het Indiase groeiverhaal is de poging om meer productie naar het land te halen. Premier Narendra Modi lanceerde in 2014 het programma Make in India. Doel was India minder afhankelijk maken van diensten en het land sterker neerzetten als productie- en exportbasis.

Het programma is wisselend succesvol. India heeft vooruitgang geboekt in sectoren als elektronica, defensie, auto-onderdelen en mobiele telefoons. Ook speelt het land handig in op bedrijven die minder afhankelijk willen zijn van China.

Maar de grote verschuiving naar een economie met een omvangrijke maakindustrie is nog niet gerealiseerd. De belofte is groot, maar de uitvoering complex.

 


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap