AkzoNobel wees vorige week een gezamenlijk overnamebod van Nippon Paint en Sherwin-Williams van 73 euro per aandeel af. Volgens het verfbedrijf deed het bod geen recht aan de waarde en vooruitzichten van AkzoNobel. De VEB wil weten waarom aandeelhouders beter af zouden zijn met de voorgenomen fusie met Axalta dan met een direct cashbod met een forse premie.
Beide bedrijven trokken samen op bij hun bod van 73 euro per aandeel in contanten, veertig procent boven de laatste slotkoers.
Maar Akzo-topman Grégoire Poux-Guillaume en zijn president-commissaris Ben Noteboom hebben beide partijen de deur gewezen. Zij willen de fusie met de Amerikaanse sectorgenoot Axalta doorzetten.
De VEB heeft AkzoNobel om opheldering gevraagd over het afwijzen van het Japans-Amerikaanse bod. Aandeelhouders moeten kunnen beoordelen waarom zij beter af zouden zijn met de voorgenomen fusie, waarvan de waarde afhangt van synergieën, integratie en uitvoering, dan met een direct bod in contanten tegen een duidelijke premie.
Lees de brief hier
Cashbod tegenover fusiewaarde
Tijdens het fusietraject met Axalta kreeg AkzoNobel twee voorstellen van Nippon Paint en Sherwin-Williams. Na een eerste voorstel op 16 april van dit jaar - en een afwijzing op 22 april - volgde op 29 april een herzien voorstel, van 73 euro per aandeel in cash. Ook deze bieding werd door de Akzo-top, twee dagen later, als onvoldoende bestempeld.
Bestuur en commissarissen stelden dat de prijs “niet in de buurt kwam van een adequate waardering van AkzoNobel en zijn langetermijnvooruitzichten”.
Die conclusie vraagt om uitleg. Een cashbod geeft aandeelhouders onmiddellijke en zekere waarde. De fusie met Axalta zou op termijn meer kunnen opleveren, maar die mogelijke waarde moet nog worden waargemaakt. De VEB vraagt AkzoNobel daarom welk waarderingskader is gebruikt om te concluderen dat de fusie aantrekkelijker is dan het cashvoorstel.
De waarde van de fusie met Axalta voor aandeelhouders hangt af van het behalen van synergievoordelen, het samenvoegen van twee internationale bedrijven en de uitvoering van de strategie in de komende jaren. De VEB wil weten hoe AkzoNobel die uitvoeringsrisico’s heeft meegewogen.
Koersreactie en proces vragen om uitleg
De VEB wijst er ook op dat de markt stevig positief reageerde op de bekendmaking van het door Akzo verworpen cashvoorstel. Op de dag zelf spurtte de koers bijna 20 procent hoger, een stijging die de dagen erna werd vastgehouden. In korte tijd kwamen er zo miljarden euro’s aan beurswaarde bij.
De VEB vraagt daarom of AkzoNobel vindt dat de markt het cashvoorstel overschat, de waarde van de Axalta-fusie onderschat, of allebei.
Ook de gang van zaken rond de afwijzing roept vragen op. De VEB vraagt of AkzoNobel voorafgaand aan de fusieovereenkomst met Axalta andere strategische alternatieven heeft onderzocht.
Ook wil de VEB weten of AkzoNobel het bod van Nippon Paint en Sherwin-Williams daadwerkelijk heeft getest voordat het werd afgewezen. De twee bieders zeggen zelf dat zij met AkzoNobel in gesprek wilden over hun voorstel. Zolang AkzoNobel niet uitlegt waarom verdere gesprekken niet tot een beter bod hadden kunnen leiden, kunnen aandeelhouders niet vaststellen dat bestuur en commissarissen alle serieuze alternatieven zorgvuldig hebben onderzocht.