Signify zet de schaar in zijn portefeuille. Dat moet de krimp stoppen. Maar zelfs als de nieuwe doelen worden gehaald, is van échte waardecreatie nauwelijks sprake.
“Het heeft voor veel beleggers te lang geduurd”, zei topman As Tempelman deze week op de Capital Markets Day van Signify. Het was ruim vijf jaar geleden dat het verlichtingsbedrijf voor het laatst een beleggersdag hield.
In die periode veranderde veel. De vraag naar oude lampentechnologie zakte verder weg, de LED-markt werd volwassener en de concurrentie uit Azië nam toe. Bij Signify zelf daalde de omzet en stond de winstgevendheid onder druk. Tempelman, sinds september vorig jaar topman, gebruikte zijn eerste negen maanden om het concern door te lichten.
Zijn conclusie is helder: Signify moet de omzetdaling stoppen en scherper kiezen waar het nog onderscheidend kan zijn. Dat is vooral in intelligente verlichtingssystemen.
Denk aan slimme verlichting in woningen, kantoren, ziekenhuizen, fabrieken en steden. Ook Philips Hue past in dat plaatje. Signify verkoopt daar geen losse lamp, maar een systeem van lampen, sensoren, dimmers, camera’s en software. Daar liggen meer klantbinding en mogelijk betere marges dan bij standaardlampen.
Dat is nodig, want in standaardproducten is de concurrentie moordend. Daarom stopt het concern met investeren in eenvoudige LED-lampen. Die markt ving jarenlang de terugval van gloei-, halogeen- en tl-lampen op, maar LED-lampen gaan langer mee. Daardoor ligt de vervangingsvraag lager.
Ook de blootstelling aan productie voor standaardlampen en onderdelen moet omlaag. In dat segment is sprake van forse overcapaciteit in China. “Productielijnen worden daar voor 50 tot 60 procent benut, en alsnog bouwen ze capaciteit bij”, aldus Tempelman. Voor de standaardproductieactiviteiten houdt Signify daarom alle opties open: optimaliseren, samenwerken, consolideren of verkopen.
Geen groei maar stabilisatie
In feite knipt Tempelman Signify dus in tweeën. Aan de ene kant staan de slimme verlichtingssystemen waar het concern nog wil groeien. Die activiteiten zijn goed voor zo’n 70 procent van de omzet. Aan de andere kant staan standaardlampactiviteiten waar vooral kasstroom uit moet komen.
Die mix verklaart waarom de financiële doelen richting 2029 geen groeiverhaal vormen. Voor Signify is het al een flinke opgave om de groeiende activiteiten hard genoeg te laten groeien om de krimp elders op te vangen.
De afgelopen jaren lukte dat duidelijk niet. De omzet is in drie jaar tijd met bijna een kwart teruggelopen. Ook voor dit jaar verwachten analisten een verdere daling van zo’n 5 procent, tot ongeveer 5,5 miljard euro. Richting 2029 mikt Signify op een jaarlijkse omzetgroei van 0 tot 1 procent.
Bij een min of meer gelijkblijvende omzet zal winstgroei vooral uit margeverbetering moeten komen. Signify wil de aangepaste EBITA-marge daarom laten oplopen tot circa 10 procent in 2029.
Ter vergelijking: voor dit jaar rekent Signify nog op 7,5 tot 8,5 procent. De margestijging moet vooral komen uit strakkere kostenbeheersing en een betere omzetmix: meer slimme verlichtingsprojecten en minder standaardproductie met lage marges.
De rekensom valt tegen
Een rendementsanalyse laat zien waarom stabilisatie en herstel van winstgevendheid zo hard nodig is.
Bij een gelijkblijvende omzet van zo’n 5,5 miljard euro en een aangepaste EBITA-marge van 10 procent komt de EBITA op termijn uit op circa 550 miljoen euro. Daar moeten belastingen, amortisatie en jaarlijks terugkerende herstructureringskosten nog vanaf.
Ruwweg blijft er dan zo’n 300 à 350 miljoen euro winst over. Daar staat bijna 4 miljard euro aan geïnvesteerd kapitaal tegenover. Dat zit bij Signify niet alleen in fabrieken, voorraden en werkkapitaal, maar vooral ook in goodwill, klantrelaties, merknamen en andere immateriële activa uit eerdere overnames.
Op die kapitaalbasis komt Signify uit op een rendement op geïnvesteerd kapitaal (ROIC) van grofweg 8 à 9 procent. Dat ligt min of meer in lijn met de rendementseis (WACC) die beleggers voor een bedrijf als Signify hanteren.
Signify: beoogd rendement ligt nog jaren onder de kapitaalkosten 
Bron: jaarverslagen Signify en doelen uit capital markets day. *ROIC voor de periode 2026-2029 is door de VEB berekend op basis van CMD doelen en analistentaxaties. Rendementseis (WACC) van 8,5 procent op basis van analistentaxaties.
En omdat het margeherstel stapsgewijs gaat en van omzetgroei nauwelijks sprake is, zal het rendement de komende jaren eerst nog onder die lat blijven. Pas richting 2029 komt de ROIC weer boven de rendementseis uit.
Beleggers moeten dus wachten op herstel dat nog moet worden bewezen. Veel ruimte voor tegenvallers is er niet. Dat is een risico bij een cyclisch verlichtingsbedrijf dat al jarenlang kampt met hevige concurrentie, technologische verandering en structureel krimpende onderdelen.
Beleggers vellen oordeel over herstelplan
De beurs heeft haar oordeel over de nieuwe doelen alvast geveld. De beurswaarde van Signify is de afgelopen jaren al stevig gedaald en ligt inmiddels rond 2,2 miljard euro. Wie daar de nettoschuld van circa 1 miljard euro bij optelt, komt uit op een ondernemingswaarde van ongeveer 3,2 miljard euro.
Dat ligt ruim onder de boekwaarde van het geïnvesteerde kapitaal van zo’n 4 miljard euro. Beleggers waarderen Signify dus als een onderneming die voorlopig te weinig rendement haalt uit haar kapitaal. Dat is de harde boodschap achter de lage waardering.
In feite zegt de beurs dat zij eerst bewijs wil zien voordat zij de nieuwe doelen in de waardering meeneemt. Dat is precies de uitdaging voor Tempelman. Zijn strategie klinkt rationeel: minder commodity-productie, meer slimme verlichtingssystemen en een scherpere selectie van markten.
Maar beleggers kopen geen nettere portefeuille. Zij kopen toekomstige kasstromen en rendement op kapitaal.
Ondernemingswaarde Signify ligt inmiddels onder de waarde van het geïnvesteerde kapitaal 
Bron: jaarverslagen Signify en Bloomberg. Bedragen in miljoenen euro.
| Minder dividend, minder inkoop |
|