VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Obligaties waren traditioneel de tegenhanger van aandelen. Als beurzen dalen, kunnen obligaties de klap dempen. Maar die ijzeren regel gaat niet altijd meer op. Wat doen obligaties nog wél voor de portefeuille, en hoe kies je een geschikte etf?

De rol van obligaties was lange tijd overzichtelijk. Aandelen zorgden voor groei, obligaties voor stabiliteit. Wanneer beurzen daalden en beleggers veiligheid zochten, konden vooral staatsobligaties juist stijgen.  

De Amerikaanse financiële dienstverlener Morningstar keek naar honderdvijftig jaar marktstress en concludeerde dat een klassieke 60/40-portefeuille (60 procent aandelen en 40 procent obligaties) bij de meeste grote beursdalingen minder hard werd geraakt dan een portefeuille met alleen aandelen.

Gelijktijdige daling
Dat patroon is de laatste jaren minder vanzelfsprekend geworden. In het rampjaar 2022 daalden aandelen en obligaties tegelijk, doordat inflatie en rentes snel opliepen. Ook daarna bleven obligaties kwetsbaar zodra rente- en inflatiezorgen terugkeerden.  

Vermogensbeheerder BlackRock berekende dat Amerikaanse obligaties sinds 2020 in zeventien van de negentien maanden waarin de S&P 500 met minstens 2 procent daalde, ook verlies opleverden.

Wie een obligatie-etf koopt, moet rekening houden met koersdalingen als inflatie en rente opflakkeren. Bij stabiele of dalende marktrentes kunnen obligaties bijdragen aan rust in de portefeuille. In Effect 3 en 4 namen we gemengde portefeuilles onder de loep met wereldwijde aandelen en euro-staatsobligaties.  

Vanaf oktober 2009 bood spreiding van aandelen en obligaties een demping in veel dalende markten, en lagere beweeglijkheid. Het ging wel ten koste van het rendement. Dit was een periode waarin marktrentes over het algemeen laag waren, en vooral de laatste vijf jaar weer stegen.

Wanneer zinvol?
De paradox bij obligaties is dat de langetermijnbelegger gebaat is bij hogere rentes, omdat die over langere periodes het rendement op obligaties verhogen. Nieuwe obligaties koop je dan met een hoger verwacht rendement. Tegelijkertijd kunnen rentestijgingen wel zorgen voor tussentijdse koersdalingen, die je met obligaties juist wilt afzwakken.  

Beleggers met een lange horizon kunnen er prima voor kiezen vooral in aandelen te beleggen. Wie een middellange horizon heeft of grote tussentijdse verliezen moeilijk verdraagt, kan een obligatie-etf wel overwegen. Daarmee komt de eerste keuze in beeld: wereldwijd spreiden, of bij de euro blijven?

Rentegevoeligheid
De maatstaf voor de rentegevoeligheid van een obligatie is de duration. Hoe langer de gemiddelde looptijd van de obligaties in een etf, hoe gevoeliger het fonds is voor rentebewegingen. En hoe hoger dus de duration. Een eenvoudige vuistregel is: bij een duration van 7 leidt een rentestijging van 1 procentpunt grofweg tot een koersdaling van ongeveer 7 procent. De breed gespreide etf’s hebben een duration die grofweg tussen 6 en 7 ligt. 


Wereldwijd spreiden

Als eerste de wereldwijde obligatie-etf’s. Deze trackers volgen vaak de Bloomberg Global Aggregate Bond Index, een brede index met investment grade-obligaties uit onder meer de Verenigde Staten, Japan, de eurozone en het Verenigd Koninkrijk. Investment grade betekent dat obligaties een relatief goede kredietbeoordeling hebben.

In deze wereldwijde index zit een mix van staatsobligaties en bedrijfsobligaties. Ook bevat de index leningen van instellingen die met overheden verbonden zijn, zoals de Europese Unie, de Europese Investeringsbank en nationale ontwikkelingsbanken.

Deze samenstelling zorgt voor zeer brede spreiding. Een belegger koopt in één keer duizenden obligaties van overheden, bedrijven en publieke instellingen uit verschillende regio’s. Daarnaast ligt de effectieve rente momenteel iets hoger dan bij brede Europese staatsobligaties: ongeveer 3,9 procent tegenover circa 3,3 procent.

Keerzijde: valutarisico
De obligaties in een wereldwijde index zijn uitgegeven in verschillende munteenheden, waaronder dollar, euro, yen en pond. Hoewel een belegger op deze manier niet afhankelijk is van één valuta, kunnen wisselkoersen wel voor extra schommelingen zorgen. Een obligatie-etf die bedoeld is als schokdemper kan daardoor harder bewegen dan verwacht.

In deze categorie ligt de iShares Core Global Aggregate Bond het meest voor de hand. De kosten zijn met 0,10 procent gelijk aan die van de vergelijkbare SPDR-etf. De iShares-etf is groter in fondsomvang, bevat meer obligaties en presteerde de afgelopen vijf jaar iets beter.  

Staatsleningen in euro
Wie valutarisico wil vermijden, komt uit bij obligaties in euro’s. Ook daar moet nog een keuze worden gemaakt. Beleggers kunnen kiezen voor pure euro-staatsobligaties of voor een bredere Euro Aggregate-etf.

Een staatsobligatie-etf belegt simpelweg in leningen van landen uit de eurozone. Net als bij veel aandelenindices zijn staatsobligatie-indices marktgewogen. Deze methode geeft extra gewicht aan landen die veel schuld hebben uitstaan. Daardoor vormen Franse en Italiaanse staatsleningen momenteel een groot deel van de portefeuille.

Bij de trackers op staatsobligaties in euro’s steekt de variant van Vanguard erbovenuit. De kosten zijn laag, het fonds is groot genoeg en de prestaties waren de afgelopen vijf jaar net iets beter dan die van directe concurrenten van iShares, Xtrackers en SPDR. De verschillen zijn klein, maar bij vergelijkbare fondsen geven kosten, fondsomvang en rendementshistorie de doorslag.

Hogere kredietwaardigheid
Een alternatief is een etf die nadruk legt op landen met een hoge kredietwaardigheid. Hier is een etf van Amundi het bekendste voorbeeld. Dit fonds weegt niet alleen op basis van uitstaande schuld, maar kijkt ook naar de omvang van de economie en selecteert alleen obligaties met de hoogste kredietwaardigheid. In de huidige samenstelling ligt het gewicht daardoor sterker bij Duitsland en Nederland.

Dat kan aantrekkelijk zijn voor beleggers die minder blootstelling willen aan landen met hogere schulden. Maar daar staan nadelen tegenover. De kosten zijn hoger dan bij de andere etf’s en de recente prestaties waren zwakker.

Euro Aggregate: breder gespreid
Beleggers die niet alleen afhankelijk willen zijn van staatsobligaties, komen uit bij een Euro Aggregate-index. Dit mandje bestaat naast staatsleningen uit bedrijfsobligaties en leningen van publieke instellingen. Alle obligaties zijn van investment grade.

Dat levert meer spreiding op dan een pure staatsobligatie-etf, maar ook een ander soort risico. Bedrijfsobligaties voegen kredietrisico toe. In onrustige markten kunnen ze daardoor meer met aandelen meebewegen dan staatsleningen.

Daar staat doorgaans een iets hogere rente tegenover. Bij de geselecteerde iShares-etf is dat verschil op dit moment beperkt: de effectieve rente ligt met ongeveer 3,4 procent maar iets boven die van de geselecteerde staatsobligatie-etf’s. Dat komt mede doordat bedrijfsobligaties met een weging van ongeveer 20 procent slechts een beperkt deel van de index vormen.

Als bredere eurokeuze komt de iShares € Aggregate Bond ESG SRI UCITS ETF naar voren. Het fonds heeft een behoorlijke omvang, relatief lage kosten en presteerde de afgelopen jaren beter dan vergelijkbare trackers.

 

Geen wondermiddel, wel nuttig gereedschap
Obligaties beschermen niet in elk scenario en kunnen fors dalen als de rente stijgt. Maar onder de juiste omstandigheden kunnen ze nog steeds doen waarvoor beleggers ze kopen. Voor beleggers die minder schommelingen willen, of op zoek zijn naar rente-inkomsten, kan een obligatie-etf waarde toevoegen.

Wie vooral eenvoud en euroblootstelling zoekt, komt logisch uit bij euro-staatsobligaties. Wie binnen de euro-obligatiemarkt breder wil spreiden, kan een Euro Aggregate-etf overwegen. Wie wereldwijd wil spreiden, krijgt het breedste obligatiemandje, maar moet valutarisico accepteren.

Daarmee is de beste obligatie-etf niet automatisch de breedste of de meest rendabele, maar de tracker die past bij de rol in de portefeuille. Als anker van de portefeuille is saai geen bezwaar. Voor obligaties is het vaak precies de bedoeling.

Box 3
In het huidige box 3-stelsel vallen obligatie-etf’s onder beleggingen, niet onder spaargeld; daardoor is de forfaitaire behandeling ongunstiger dan bij banktegoeden. Al is er wel een tegenbewijsregeling. In het voorgenomen nieuwe stelsel moet werkelijk rendement worden belast, maar de uitwerking is nog niet definitief. Kies obligaties daarom vooral op hun rol in de portefeuille: spreiding en mogelijke demping van schommelingen.

 


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap