VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Recordomzet, hogere verwachtingen en toch een koersdaling. Bij ASMI zijn goede cijfers niet langer genoeg. Beleggers rekenen al op jaren van sterke groei en willen bewijs dat het bedrijf ook zijn marktaandeel en hoge marges kan vasthouden.

ASM International kwam in het tweede kwartaal voor het eerst boven de één miljard euro omzet uit. Dat was 20 procent meer dan een jaar eerder. Voor het derde kwartaal mikt het bedrijf op circa 1,1 miljard euro omzet, ongeveer 6 procent meer dan analisten verwachtten.

Ook de vooruitzichten verbeterden. Het bedrijf publiceert geen orderboek meer, maar verwacht voor 2027 een omzet boven de eerder afgegeven bandbreedte van 3,7 miljard tot 4,6 miljard euro. Die doelstelling dateert nog maar van september 2025, maar is door de sterke vraag alweer achterhaald.

Toch daalde het aandeel op de cijfers. Dat kwam deels door de brede verkoopgolf bij chipaandelen. Beleggers vragen zich af welk rendement technologiebedrijven uiteindelijk behalen op de honderden miljarden die zij in AI-datacenters steken. Ook groeit de vrees voor Chinese concurrentie.

Maar er is nog een verklaring. Analisten rekenden voor 2027 al op circa 4,9 miljard euro omzet. De boodschap dat ASMI boven 4,6 miljard euro uitkomt, liet daardoor nog ruimte voor een uitkomst onder de marktverwachting. Bij een aandeel waarin al veel groei zit, zijn goede cijfers slechts het begin.

Meer omzet per fabriek
Toch onderstrepen de cijfers dat het groeiverhaal nog altijd intact is. Hoewel de markt nu twijfelt aan het rendement op AI, profiteerde de hele chipketen van de forse investeringssprong bij hyperscalers als Microsoft, Meta, Amazon en Alphabet. Via Nvidia en andere chipontwerpers kwam dat geld terecht bij fabrikanten als TSMC, Samsung en Intel. Om die extra vraag naar chips te kunnen produceren, hebben ze meer machines nodig.

ASMI heeft daarbovenop een tweede groeimotor. Het bedrijf is marktleider in single-wafer ALD, een techniek waarbij één siliciumschijf per keer wordt behandeld. ASMI heeft in dit deel van de markt een aandeel van ruim 55 procent.

Met ALD brengen chipmakers extreem dunne materiaallagen aan. De nieuwste chips worden kleiner en steeds meer driedimensionaal opgebouwd. Daardoor zijn bij iedere nieuwe generatie meer van zulke lagen nodig. ASMI profiteert dus niet alleen als chipmakers meer fabrieken bouwen. Ook binnen dezelfde fabriek neemt de behoefte aan zijn technologie toe.

Bij iedere nieuwe chipgeneratie groeit het bedrag dat chipmakers kunnen uitgeven aan depositieapparatuur van ASMI en van concurrenten als Applied Materials, Lam Research, Tokyo Electron en Kokusai Electric. Dat komt niet vooral doordat machines duurder worden. De nieuwe chips hebben meer en ingewikkeldere materiaallagen nodig. Voor die extra processtappen zijn meer productieruimtes en machines nodig, ook als de fabriek evenveel wafers produceert.

ASMI schat dat bij een productiecapaciteit van 100.000 wafers per maand de markt voor zijn ALD- en Epi-toepassingen bij de stap van 3 naar 2 nanometer met circa 400 miljoen dollar groeit. De stap naar 1,4 nanometer voegt daar naar verwachting nog eens 450 miljoen tot 500 miljoen dollar aan toe. Het omzetdoel van meer dan 5,7 miljard euro in 2030 kan ASMI daarom alleen halen als het ook een flink deel van die extra processtappen binnenhaalt.

De extra vraag wordt zichtbaar
Dat grotere omzetpotentieel begint zich nu in echte vraag te vertalen. ASMI sprak in het kwartaalbericht van een ‘versnellende vraag’ naar machines voor 2-nanometerchips. Waarschijnlijk komt die vooral van TSMC, al investeren ook Intel en Samsung in vergelijkbare productietechnieken.

Ook de volgende chipgeneratie begint al omzet op te leveren. ASMI verwacht dat 1,4 nanometer in de tweede helft van 2026 voor het eerst een ‘betekenisvolle bijdrage’ levert. Het bedrijf zegt daar nieuwe opdrachten te winnen voor zowel ALD als epitaxie. Morgan Stanley schat dat chipmakers bij 1,4 nanometer per dollar aan investeringen circa 20 procent meer aan ASMI-apparatuur uitgeven dan bij 2 nanometer.

Geheugen verbreedt de groei
Geheugenchips vormen een tweede groeipoot. Historisch kwam het grootste deel van ASMI’s omzet uit logic en foundry, waar het bedrijf al jaren profiteert van de overgang naar kleinere en complexere chipgeneraties. In geheugen was de positie veel bescheidener.

Dat begint te veranderen. De opmars van HBM, het snelle geheugen naast AI-chips, vraagt om meer geavanceerde productiestappen die lijken op technieken uit de logicmarkt. Daardoor worden ALD en epitaxie ook in het geheugenveld belangrijker. ASMI zag de vraag naar HBM-apparatuur toenemen en won een nieuwe DRAM-klant voor epitaxie.

Logic en foundry blijven voorlopig veruit de grootste motor, maar geheugen verbreedt de groeibasis. ASMI wordt daardoor minder afhankelijk van investeringen in alleen de meest geavanceerde logicchips. 

De voorsprong moet worden verdedigd
De marktgroei is maar één kant van het verhaal. Minstens zo belangrijk is de vraag of ASMI zijn uitzonderlijk hoge winstgevendheid kan vasthouden als meer concurrenten op de groeiende depositiemarkt afkomen. De (aangepaste) operationele marge bedroeg vorig kwartaal maar liefst 33 procent.

Voor de goede orde: ASMI is geen ASML. Het bezit geen monopolie op depositie. Het bedrijf heeft wel een flinke voorsprong in een smal en snelgroeiend deel van de markt. Die voorsprong rust op materiaalkennis, jarenlange samenwerking met klanten en machines die na een langdurig testtraject diep in het productieproces zijn verankerd.

ASMI erkent dat die positie niet onaantastbaar is. In het jaarverslag waarschuwt het bedrijf dat de groeistrategie kan worden geraakt als het niet ‘voortdurend innoveert en de concurrentie voorblijft in een veeleisende en snel veranderende technologische omgeving’. Iedere nieuwe chipgeneratie opent opnieuw de strijd om specifieke lagen, materialen en toepassingen.

Kleinduimpje tussen reuzen
ASMI heeft de afgelopen jaren een ongekende groei doorgemaakt, maar blijft naast zijn rivalen een kleinduimpje. Applied Materials zet ongeveer acht keer zoveel om en Lam Research ruim vijf keer zoveel.

Dat schaalverschil zie je terug in de onderzoeksbudgetten. ASMI gaf in 2025 circa 500 miljoen euro uit aan R&D, tegenover ruim 3 miljard euro bij Applied Materials. ASMI investeert relatief wel harder: bijna 15 procent van de omzet gaat naar onderzoek.


Bron: bedrijfsrapportages over 2025, omgerekend naar euro’s. Het lichtblauwe deel toont welk deel van de omzet naar onderzoek en ontwikkeling gaat.

Dat is de kracht én de kwetsbaarheid van de specialist. ASMI kan zijn middelen gericht inzetten op depositie en materiaaltechnologie. De grote rivalen kunnen in absolute euro’s veel meer ontwikkelprogramma’s naast elkaar financieren.

Het risico is daarom niet dat ASMI plotseling zijn hele marktpositie verliest. Het gevaar zit in langzame slijtage. Als Applied Materials, Lam Research of Tokyo Electron enkele belangrijke lagen bij 1,4 nanometer of nieuwe geheugenchips winnen, kan dat al stevig drukken op de toekomstige omzet en winstgevendheid.

China vormt een extra bedreiging. Lokale fabrikanten beginnen bij oudere chipgeneraties, maar leren snel zodra hun machines in fabrieken staan. Die kennis kan later worden gebruikt voor moeilijkere processen.

Voor beleggers draait de casus dus niet alleen om de groei van de markt. ASMI moet bij iedere nieuwe generatie chips ook de belangrijkste toepassingen blijven winnen.

ASMI en het verschil tussen beloven en verwachten

•    Goede cijfers maken een aandeel niet automatisch goedkoop. De kwartaalcijfers versterken de groeicasus voor ASMI, maar nemen het belangrijkste bezwaar niet weg: beleggers rekenen al op veel groei. Na de koersdaling van woensdag van circa 10 procent bedraagt de ondernemingswaarde nog altijd ongeveer 33 miljard euro. De vraag is wat een belegger daarvoor koopt.

•    ASMI mikt voor 2030 op meer dan 5,7 miljard euro omzet en minimaal 1 miljard euro vrije kasstroom. In 2025 bedroegen die bedragen respectievelijk 3,2 miljard en circa 615 miljoen euro. Het bedrijf moet dus nog flink groeien om de eigen doelen te halen. Analisten leggen de lat nog aanzienlijk hoger. De consensus rekent voor 2030 op ruim 7 miljard euro omzet en circa 1,4 miljard euro vrije kasstroom. De hoogste raming ligt nog significant hoger. 

•    Toch levert zelfs die groei nog geen royaal kasstroomrendement op. Afgezet tegen de huidige ondernemingswaarde komt ASMI’s eigen doel voor 2030 neer op circa 3 procent. De analistenconsensus levert ongeveer 4,2 procent op. Alleen bij de hoogste raming loopt dit op tot bijna 7 procent.

•    In een eenvoudige vergelijking ligt dat ruim onder de circa 9 procent rendementseis die analisten in hun waarderingsmodellen gebruiken. De huidige koers wordt dus niet alleen gedragen door de groei tot 2030. De beurs gaat er ook van uit dat ASMI daarna verder groeit, de hoge marges vasthoudt en zijn positie in ALD en epitaxie verdedigt. De doelen voor 2030 zijn daarom geen eindpunt, maar een tussenstation.

•    Dat verklaart waarom een verhoging van de doelstellingen niet automatisch tot koerswinst leidt. ASMI hoeft de eigen verwachtingen niet alleen te overtreffen. Het bedrijf moet ook de veel hogere verwachtingen van beleggers bijbenen.



Bron: Bloomberg en rapportages ASMI. Berekend op basis van een ondernemingswaarde van circa 33 miljard euro. Ter vergelijking: analisten gebruiken bij hun waardering een vermogenskostenvoet van ongeveer 9 procent.


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap