VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Voor aandeelhouders OCI wordt oktober een maand van keuzes. OCI zelf wil graag dat aandeelhouders hun stukken inruilen voor stukken in een fusiebedrijf in Abu Dhabi. Tegelijk kunnen ze ook verkopen aan grootaandeelhouder Sawiris in ruil van cash. Alle varianten kennen hun onzekerheden en voorwaarden.

Bij een regulier overnamebod kunnen beleggers hun aandelen doorgaans aanbieden in ruil voor cash, aandelen in de overnemende partij of een combinatie van beide. Wie niet tevreden is met het bod, heeft afhankelijk van de gestelde voorwaarden verschillende mogelijkheden. 

Bij OCI is veel anders dan normaal. Eind vorig jaar gaf het chemieconcern aan Nederland te willen verlaten door samen te gaan met bouwbedrijf Orascom. Orascom heeft een beursnotering in Abu Dhabi; het fusiebedrijf zou daar eveneens een notering krijgen.

De fusieplannen leidden tot fel verzet onder veel aandeelhouders. Ze hekelden de dubbelrol van de Egyptische miljardair Nassef Sawiris, die via zijn beleggingsvehikel NNS grootaandeelhouder is in zowel OCI als Orascom. Ook andere functionarissen bleken nauwe banden te hebben met zowel OCI als Orascom. Daarnaast was de voor minderheidsaandeelhouders ongunstige ruilverhouding onaantrekkelijk en konden veel particuliere beleggers simpelweg niet aan de transactie deelnemen omdat de meeste brokers geen toegang bieden tot de beurs van Abu Dhabi.

Uiteindelijk moest de rechter eraan te pas komen om een snel vertrek van OCI te stoppen. De Ondernemingskamer (OK) van het gerechtshof Amsterdam benoemde twee extra bestuurders die later concludeerden dat OCI niet genoeg rekening had gehouden met de belangen van alle aandeelhouders die niet gelinkt waren aan de familie Sawiris.  

Plannen doorzetten
Tot inkeer heeft de rechterlijke ingreep bij OCI niet geleid. Het concern liet weten nog steeds achter het voorstel te staan. Eind oktober wil OCI het in stemming brengen tijdens een ingelaste aandeelhoudersvergadering. De familie Sawiris heeft daarbij de doorslag, omdat zij de meerderheid van de aandelen in handen heeft. Haar belang heeft de familie de afgelopen maanden verder uitgebreid, onder meer door stukken op te kopen van beleggers die bang waren anders klem te komen door de fusieplannen.

Dat OCI de Orascom-transactie toch wil doorzetten, is alleen mogelijk omdat de OK-bestuurders daartegen niet langer bezwaar maken. Dat heeft te maken met een alternatief dat grootaandeelhouder Sawiris heeft geboden: aandeelhouders kunnen hun stukken aan NNS verkopen voor EUR 4,10.

Aandeelhouders hebben nu een keuze, zo is de gedachte, ook al kan een aanzienlijk deel van hen nog steeds niet voor de Orascom-transactie kiezen vanwege handelsbeperkingen. Beide alternatieven kennen kanttekeningen waarmee OCI-beleggers terdege rekening moeten houden.

Cash in de hand, rechten in het geding
Medio september lanceerde NNS, na maanden onduidelijkheid, het bod op aandelen OCI. In de officiële papieren had NNS een passage opgenomen waarin staat dat een belegger vanaf de levering van de aandelen afstand doet van “any and all rights or entitlements” die verband houden met zijn aandeelhouderschap tegenover onder meer OCI, groepsmaatschappijen en huidige en voormalige bestuurders.

Zo'n bepaling krijgt bij OCI extra gewicht. De Ondernemingskamer oordeelde eerder voorlopig dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken te twijfelen. Als blijkt dat OCI of NNS aandeelhouders hebben benadeeld, dan is beleggers die hun stukken aanmelden onder het bod veel uit handen geslagen mochten zij hun recht willen halen. De VEB vroeg de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurders om opheldering over deze voorwaarde en kreeg een antwoord van OCI zelf.

Het bestuur gaat niet op de kwestie in. De OK-bestuurders menen dat de bepaling geen invloed heeft op de enquêteprocedure die nog speelt bij de Ondernemingskamer. De VEB en andere aandeelhouders hebben gevraagd om een diepgravend onderzoek naar de gang van zaken bij OCI. Het oordeel van de OK volgt op 7 oktober.

De onduidelijkheid blijft, maar gezien de acties van OCI in de afgelopen maanden houden beleggers maar beter rekening met mogelijk verlies van een deel van hun rechten als zij hun stukken aanbieden aan NNS. Deze kwestie speelt niet als stukken alsnog op de beurs worden verkocht.

Fusie met voorwaarden en fiscale onduidelijkheid
Veel beleggers hebben geen toegang tot de beurs van Abu Dhabi. Grote brokers als DeGiro en Saxo, als ook de meeste banken, bieden die mogelijkheid om moverende redenen simpelweg niet.

Institutionele beleggers en een beperkt aantal particuliere beleggers hebben een broker die inmiddels wel toegang biedt tot de beurs van Abu Dhabi. Zij zouden brood kunnen zien in het fusiebedrijf dat opereert onder het recht van Abu Dhabi, mits zij geen probleem zien in de te verwachten beperkte verhandelbaarheid van het fusiebedrijf.
Zoals gezegd is de Orascom-transactie nog niet zeker. Een van de voorwaarden is dat aandeelhouders daarmee eind deze maand instemmen.

Naast onzekerheid bestaat rond deze transactie ook nog steeds onduidelijkheid. Dat gaat vooral over de fiscale afhandeling. Voor niet-vrijgestelde aandeelhouders houdt OCI op de uitkering van Orascom-aandelen in beginsel 15 procent bronbelasting als voorheffing op de Nederlandse dividendbelasting in. Omdat OCI die belasting in cash moet afdragen terwijl aandeelhouders Orascom-aandelen ontvangen, moet OCI een deel van de aandelen te gelde maken. 

Op basis van het biedingsbericht viel de conclusie te trekken dat OCI meer dan 15 procent van de aandelen van OCI-beleggers zou verkopen, waardoor deze werden benadeeld. In een reactie op vragen van de VEB komt OCI met enige aanvullende uitleg.

Daaruit valt af te leiden dat een aandeelhouder voor de financiering van de bronbelasting niet meer dan 15 procent van de Orascom-aandelen waarop hij recht heeft, zou hoeven prijs te geven. Als de verkoopopbrengst daarvan onvoldoende is om de verschuldigde dividendbelasting te voldoen, wordt het verschil volgens OCI aangevuld via een eerder overeengekomen compensatieregeling.

OCI schrijft dat ‘if the sale of 14.7% of the Orascom Construction shares to which a shareholder would be entitled under the exchange ratio were insufficient to cover the dividend withholding tax (…), the difference will be compensated pursuant to a tailored indemnity arrangement already negotiated in December 2025’.

De VEB heeft OCI om verdere opheldering gevraagd over de regeling die is getroffen om een te hoge inhouding aan dividendbelasting te voorkomen en gevraagd deze uitleg met alle beleggers te delen.