Een obligatie-etf zorgt in één keer voor spreiding. Anders dan een losse lening loopt zo'n fonds normaal gesproken nooit af. Een relatief nieuw type obligatie-etf’s met vaste einddatum brengt daar verandering in. De voor- en nadelen op een rij.
Een gewone obligatie heeft een afloopdatum. Als de uitgever aan zijn verplichtingen voldoet, krijgt de belegger aan het einde van de rit de nominale waarde terug. Een obligatie-etf werkt anders. Aflopende leningen worden voortdurend vervangen. Ook kunnen obligaties tussentijds worden verkocht zodra hun resterende looptijd te kort wordt. Zo’n fonds loopt in principe nooit af.
Een aparte categorie obligatie-etf's combineert beide eigenschappen. De spreiding van een etf, maar met een vaste einddatum. Dat klinkt aantrekkelijk voor iemand die toewerkt naar een grote uitgave. Denk aan de aankoop van een auto.
Maar is een vaste einddatum werkelijk een voordeel, of zijn beleggers beter af met een gewone kortlopende obligatie-etf?
Een etf die zichzelf opheft
Neem de iShares iBonds Dec 2028 Term € Corp UCITS ETF (link). Met ongeveer 2,4 miljard euro onder beheer is dit een van de grootste Europese fondsen in deze categorie.
De etf belegt in bijna vierhonderd bedrijfsobligaties met een relatief hoge kredietwaardigheid. Alle leningen luiden in euro's en lopen gedurende 2028 af.
Wanneer een obligatie wordt terugbetaald, belegt de fondsbeheerder het geld tijdelijk in kortlopende staatsleningen. Begin 2029 wordt het fonds opgeheven en ontvangen beleggers de resterende waarde. In de tussentijd kan de etf ontvangen rentes uitkeren of herbeleggen.
Door de vaste einddatum is het verwachte rendement beter in te schatten. De gemiddelde yield-to-maturity bedraagt momenteel ongeveer 3,74 procent per jaar. Dit is het gewogen gemiddelde rendement van de onderliggende obligaties als deze tot hun aflossingsdatum worden aangehouden en alle betalingen worden gedaan. Het rendement voor een belegger kan afwijken, onder meer door de aankoopkoers van de etf, fondskosten, kredietverliezen en de rente waartegen tussentijdse rente-uitkeringen en aflossingen worden herbelegd.
Naast iShares hebben andere aanbieders inmiddels ook etf’s met een vaste einddatum. De fondsen hebben uiteenlopende eindjaren, van ongeveer één tot tien jaar in de toekomst. De jaarlijkse kosten liggen meestal rond 0,10 tot 0,12 procent. Bij fondsen met risicovollere leningen (high yield) kan dat percentage hoger uitvallen.
De aanbieders op een rij
| Aanbieder | Productnaam | Belangrijkste aanbod | Jaarlijkse kosten | Meer informatie |
| iShares | iBonds | EUR/USD bedrijfsobligaties, staatsobligaties en high yield | 0,10–0,25% | iShares |
| Xtrackers | Target Maturity | Vooral EUR-bedrijfsobligaties, daarnaast enkele staatsobligaties | 0,12% | Xtrackers |
| Invesco | BulletShares | EUR- en USD-bedrijfsobligaties | 0,10% | Invesco |
| Amundi | Fixed Maturity | Europese staatsobligaties, breed of per land | 0,09% | Amundi |
| BNP Paribas | Fixed Maturity Plans | EUR-bedrijfsobligaties | 0,12% | BNP Paribas |
Bron: uitgevende instellingen. Vaak zijn zowel uitkerende als herbeleggende varianten beschikbaar.
Looptijd bepaalt renterisico
Terug naar de belegger die begin 2029 een auto wil kopen. Naast een fonds met een afloopdatum kan hij ook kiezen voor een etf met zeer kortlopende bedrijfsobligaties, zoals de iShares € Ultrashort Bond ETF (link). Die belegt voornamelijk in leningen met een looptijd tot een jaar. De gemiddelde yield-to-maturity ligt op 3,25 procent.
Een belangrijk verschil zit in de rentegevoeligheid, uitgedrukt in duration. Die is bij de Ultrashort-etf veel lager dan bij de iBonds 2028. De duration hangt samen met de looptijden van de obligaties in de portefeuille: hoe langer de looptijd van een obligatie, hoe hoger de duration. Bij een hogere duration reageert de koers doorgaans sterker op renteveranderingen. Zie het kader onderaan voor een verdieping.
Een rustige koers is niet alles
De iShares € Ultrashort Bond-etf reageert vandaag dus minder sterk op rentebewegingen dan de iBonds 2028. Dat heeft twee kanten.
Bij de Ultrashort Bond-etf worden aflopende obligaties voortdurend vervangen door nieuwe. De rentegevoeligheid blijft daardoor ongeveer gelijk. Bovendien verandert het toekomstige rendement mee met de marktrente. Daalt de rente, dan koopt het fonds nieuwe obligaties tegen een lager rendement. Stijgt de rente, dan kan het juist tegen een hoger rendement herbeleggen.
Bij de iBonds 2028 werkt dat anders. Aflopende bedrijfsobligaties worden niet vervangen door nieuwe leningen met een langere looptijd. In het laatste jaar wordt het vrijgekomen geld tijdelijk in kortlopend staatspapier belegd. Daardoor neemt de rentegevoeligheid geleidelijk af naarmate de einddatum nadert.
Hoe dat uitpakt, is inmiddels zichtbaar bij de iBonds 2026 (link). Een groot deel van de oorspronkelijke bedrijfsobligaties is daar al afgelost. Ongeveer twee derde van de portefeuille bestaat inmiddels uit kortlopend Duits en Frans staatspapier.
De rentegevoeligheid neemt daardoor geleidelijk af. Zo heeft een renteschok vlak voor de einddatum nauwelijks impact op het eindbedrag.
Hoger rendement bij een latere einddatum?
Bij de grootste etf’s met vaste einddatum zien we vooral iBonds-varianten die beleggen in bedrijfsobligaties. Die zijn er voor allerlei looptijden, herkenbaar aan het jaartal waarin de obligaties aflopen.
Doorgaans is het verwachte rendement per jaar hoger bij een langere looptijd, vanwege extra risico’s die in zo’n langere periode kunnen ontstaan. Daar willen beleggers voor gecompenseerd worden. Ook verwachtingen over toekomstige renteontwikkelingen spelen een rol. Bij de iBonds-etf’s die de komende tien jaar aflopen, zien we inderdaad een oplopend rendement.
|
iShares iBonds-variant |
Yield-to-maturity |
|
Dec 2026 Term € Corp |
2,8% |
|
Dec 2027 Term € Corp |
3,4% |
|
Dec 2028 Term € Corp |
3,7% |
|
Dec 2029 Term € Corp |
3,9% |
|
Dec 2030 Term € Corp |
4,0% |
|
Dec 2031 Term € Corp |
4,2% |
|
Dec 2032 Term € Corp |
4,3% |
|
Dec 2033 Term € Corp |
4,4% |
|
Dec 2034 Term € Corp |
4,4% |
|
Dec 2035 Term € Corp |
4,5% |
Bron: iShares. Etf’s met in euro luidende bedrijfsobligaties.
Dat betekent niet dat het bij een langere horizon altijd het meeste oplevert om de langstlopende etf te kopen. Stel dat een belegger eind 2030 zijn geld nodig heeft. Hij kan dan de 2030-etf kopen.
Er is ook het alternatief om een korterlopende variant te kopen en bij de aflossing weer een nieuwe serie te kopen, die in een later jaar afloopt. Bijvoorbeeld eerst de 2028-etf, en eind 2028 de 2030-etf. Op dat moment kunnen de verwachte rendementen weer heel anders zijn. Een belegger houdt daarmee de mogelijkheid open om eind 2028 van een hogere rente te profiteren, maar loopt ook het risico dat die juist lager ligt.
Rendement is geen garantie
Etf’s met een vaste einddatum bieden – net als losse obligaties – geen gegarandeerd rendement.
Bij een individuele obligatie ontvangt de belegger op de einddatum normaal gesproken de nominale waarde terug, zolang de uitgever aan zijn verplichtingen voldoet. Een etf spreidt dit kredietrisico over tientallen tot honderden obligaties. Toch kunnen de achterliggende bedrijven in betalingsproblemen komen. Bovendien kunnen obligaties na een verlaging van hun kredietrating uit de index verdwijnen en met verlies worden verkocht.
Daarnaast worden afgeloste leningen in het laatste jaar tijdelijk vervangen door onder meer staatsobligaties. Het rendement daarop kan hoger of lager uitvallen dan verwacht.
Voor de autokoper uit ons voorbeeld is er nog een alternatief. Een termijndeposito biedt een vaste rente en valt – binnen bepaalde grenzen – onder het depositogarantiestelsel. Daartegenover staat dat een belegger een etf iedere handelsdag kan verkopen, terwijl het geld in een deposito in principe vastzit.
Een ander aspect is dat deposito's in box 3 momenteel gunstiger worden belast dan obligatie-etf's. Daardoor kan een deposito ook bij een lagere bruto rente netto aantrekkelijker zijn. Hoe groot dat verschil kan zijn, leest u in het artikel Meer rente op je spaargeld: zo pak je het aan.
De einddatum maakt het verschil
Voor beleggers die hun geld voor onbepaalde tijd in obligaties willen aanhouden, kan een reguliere obligatie-etf een logische keuze zijn. Wie op een bepaald moment over zijn geld wil beschikken, kan baat hebben bij een etf met een vaste einddatum.
De vaste einddatum geeft de belegger meer houvast, maar het uiteindelijke rendement blijft onzeker. Een termijndeposito blijft ook het vergelijken waard voor meer zekerheid over het eindbedrag.
|
Wat zegt de duration bij etf’s? |
|
De rentegevoeligheid van een obligatie-etf wordt uitgedrukt in duration. Hoe hoger dit getal, hoe sterker de koers reageert op een verandering van de marktrente. In een etf zitten obligaties met allerlei looptijden en couponrentes. De couponrente is de rente die de uitgever van een obligatie betaalt, uitgedrukt als percentage van de nominale waarde. De prijs van een obligatie kan boven of onder de nominale waarde liggen, en hangt samen met het verwachte rendement dat beleggers willen hebben op de obligatie. Iedere obligatie heeft een eigen rendement tot de aflossingsdatum (yield-to-maturity) en een eigen duration. Op basis van de obligaties in de portefeuille worden deze maatstaven ook voor de etf berekend. De duration geeft aan hoe gevoelig de koers is voor veranderingen van de gemiddelde yield-to-maturity van de obligaties in de portefeuille. Zo heeft de Ultrashort Bond-etf een duration van slechts 0,4, tegenover 1,7 bij de iBonds 2028. Bij een rentestijging van één procentpunt betekent dat een geschatte koersdaling van respectievelijk 0,4 en 1,7 procent. Andersom zorgt een rentedaling voor een soortgelijke koersstijging. Bij etf’s met een langere looptijd is dit effect nog sterker. Neem bijvoorbeeld een fonds dat belegt in obligaties met een looptijd van zeven tot tien jaar. Dat heeft een duration van circa 7. Een rentestijging van één procentpunt zorgt daar voor een koersdaling van ongeveer 7 procent. Ook bij de etf’s met vaste looptijd is de rentegevoeligheid hoger als de einddatum verder in de toekomst ligt. Naarmate de einddatum dichterbij komt, neemt de duration geleidelijk af. Daardoor wordt de koers steeds minder gevoelig voor rentebewegingen. |