Het ‘Zweedse model’ wordt steeds vaker opgevoerd als oplossing voor het Nederlandse box 3-probleem. Zweden telt miljoenen particuliere beleggers en heeft een opvallend grote aandelenmarkt. Dat succes kortweg aan de bekende ISK-rekening toeschrijven is verleidelijk, maar te simpel.
Ruim 4,2 miljoen Zweden beleggen via een investerings-sparkonto, kortweg ISK. Dat is ongeveer de helft van de volwassen bevolking. Maar de geroemde Zweedse beleggerscultuur is breder. Eind 2025 telde het land ruim negenhonderd beursgenoteerde bedrijven.
De gezamenlijke beurswaarde bedroeg 194 procent van het bruto binnenlands product. In Nederland waren dat minder dan 100 ondernemingen en 97 procent van het bbp. Voor dit succes is op het oog een simpele verklaring te geven. Met ISK introduceerde Zweden een toegankelijke beleggingsrekening met een eenvoudige fiscale afhandeling. Daarna volgde de populariteit vanzelf.
Volgens Anna-Karin Jatko, directeur van de Zweedse beleggersvereniging Aktiespararna, is dat beeld te simpel. “Het is een legpuzzel. Er is niet één antwoord”, zegt Jatko op de vraag waar de Zweedse beleggingslust vandaan komt.
Het Zweedse pensioenstelsel is het eerste puzzelstuk. Na hervormingen in de jaren negentig heeft elke werknemer in Zweden nu de mogelijkheid een deel van het staatspensioen in zelfgekozen fondsen te steken. Zo kwamen miljoenen mensen automatisch in aanraking met beleggen. “Iedereen werd gedwongen zich in aandelen te verdiepen, omdat je de vraag kreeg: wat wil je met dit deel van je pensioen doen?”, vertelt Jatko, die voorheen werkte voor het Zweedse ministerie van Financiën.
Op dit vlak verschilt Zweden van Nederland. Hier wordt eveneens via pensioenfondsen op enorme schaal belegd. Maar de deelnemer staat meestal verder van de beleggingen af. De AOW is een collectieve basisvoorziening zonder individuele pensioenpot en bij veel werkgeverspensioenen bepaalt de pensioenuitvoerder hoe het geld wordt belegd.
Toch waren de pensioenhervormingen niet het begin. Vanaf de jaren zeventig stimuleerden Zweedse regeringen fondssparen via een aantal fiscale regelingen. Zo werd de beurs breed bekend. Zelfs vakbonden richtten aandelenclubs op om leden kennis te laten maken met beleggen.
ISK kwam dus niet terecht in een land zonder beleggers. Bij de introductie ervan in 2012 was het vooral een toevoeging aan een systeem dat al tientallen jaren in dezelfde richting bewoog.
| ISK in het kort |
|
Het Investeringssparkonto bestaat sinds 2012. De rekening is vrijwillig. Zweden kunnen nog altijd kiezen voor een gewone effectenrekening waarop gerealiseerde koerswinsten doorgaans tegen 30 procent worden belast. Bij ISK wordt niet iedere verkoop afzonderlijk belast. In plaats daarvan wordt jaarlijks een forfaitaire opbrengst berekend over het vermogen op de rekening. Het forfaitaire rendement is gebaseerd op de staatsrente met een opslag van 1,0 procent. Voor 2026 bedraagt deze opbrengst 3,55 procent. Daarover geldt 30 procent belasting. De effectieve heffing komt daarmee uit op 1,065 procent van het vermogen boven de vrijstelling. Sinds dit jaar is de eerste 300.000 kroon (circa 27.000 euro) per persoon vrijgesteld. De bank geeft de benodigde gegevens automatisch door aan de fiscus. De belegger hoeft individuele transacties dus niet zelf te rapporteren. |
Fiscale nachtmerrie
Toch speelt ISK wel degelijk een belangrijke rol. Met name omdat ze de fiscale afhandeling van beleggen veel eenvoudiger maakt.
Op een gewone effectenrekening worden gerealiseerde koerswinsten op beursgenoteerde aandelen doorgaans tegen 30 procent belast. Die moeten worden gerapporteerd via het zogeheten K4-formulier. Wie regelmatig handelt, kan een aardige boekhouding opbouwen. Deze administratieve rompslomp noemt Jatko “een beetje een nachtmerrie”.
Dat is voor veel beleggers verleden tijd. Binnen de ISK-rekening wordt niet na iedere verkoop gekeken hoeveel winst er is gemaakt. In plaats daarvan rekent de fiscus jaarlijks een forfaitaire opbrengst over het vermogen.
Banken en brokers nemen een groot deel van die administratie over. Zij berekenen de benodigde gegevens en geven die automatisch door aan de Zweedse belastingdienst Skatteverket. Vooral de digitale brokers zijn in Zweden geliefd onder beleggers. Marktleider Avanza alleen heeft meer dan twee miljoen rekeninghouders.
Groeiende populariteit
Jatko geeft een typisch Stockholms voorbeeld van wat die eenvoud in de praktijk betekent. Vanaf Odenplan, vlak bij de bekende ronde stadsbibliotheek, duurt de rit naar het centraal station T-Centralen maar enkele minuten. In die tijd kan een belegger op zijn telefoon een fonds verkopen of aandelen kopen.
Voor Nederlandse beleggers die eveneens via allerhande beleggingsapps kunnen handelen, klinkt dat wellicht weinig bijzonder. Het verschil zit voornamelijk in wat daarna niet meer hoeft. Geen aparte winstberekening. Geen fiscale administratie van iedere verkoop. Geen K4-formulier. “Tegen de tijd dat je op het centraal station bent, ben je klaar.”
De populariteit van ISK groeit ondertussen verder. Eind 2023 telde Zweden 3,8 miljoen unieke ISK-houders. Twee jaar later waren dat er al ruim 4,2 miljoen.
Die groei viel samen met een verdere verlaging van de fiscale drempel. In 2025 werd de eerste 150.000 kroon (circa 13.000 euro) vrijgesteld van belasting. Dit jaar werd dat bedrag verdubbeld.
Het gaat daarbij niet alleen om Zweden met een dikke portemonnee. De mediane rekening bevat ongeveer 96.000 kroon, nog geen 9.000 euro. Voor de doorsnee rekeninghouder ligt het vermogen daarmee ver onder de huidige belastingvrije grens.
Beleggen wordt normaal
Ook financiële educatie is een succesfactor van het Zweedse model. Zweden scoort internationaal hoog op financiële kennis.
Dat is niet zonder reden. Scholen besteden relatief veel aandacht aan persoonlijke financiën. Aktiespararna en jongerenorganisatie Unga Aktiesparare organiseren bijeenkomsten en cursussen. Banken en brokers besteden daarnaast veel aandacht aan beleggerseducatie.
“De meeste mensen weten dat als ik mijn geld in een fonds stop of zelf beleg, ik op termijn een beter rendement kan behalen dan op een spaarrekening”, zegt Jatko.
Opvallend genoeg scoort Nederland in sommige onderzoeken nog iets hoger op financiële kennis. Toch concludeerde de AFM dit jaar dat ongeveer een derde van de Nederlandse huishoudens niet belegt terwijl hun financiële positie daar wel ruimte voor biedt. Gebrek aan kennis wordt daarbij vaak genoemd. Dat lijkt tegenstrijdig. Maar niet-beleggers overschatten vaak hoeveel kennis nodig is. Zweden is het wel gelukt om de stap naar daadwerkelijk beginnen kleiner te maken.
Sociaal vangnet als springplank
Sommige verklaringen voor het Scandinavische succes komen uit onverwachte hoek. De OESO onderzocht de Zweedse kapitaalmarkt de afgelopen twee jaar uitgebreid. Naast factoren als pensioenen, financiële kennis en eenvoudige digitale dienstverlening wijst de organisatie op het uitgebreide sociale vangnet.
Wie minder zelf hoeft te reserveren voor bijvoorbeeld zorg of andere grote financiële tegenvallers, kan met meer rust een groter deel van zijn vermogen voor langere tijd beleggen.
Dat verklaart de Zweedse beleggerscultuur niet op zichzelf. Nederland kent eveneens uitgebreide collectieve voorzieningen. Maar het past wel in het bredere beeld: in Zweden verlagen veel verschillende onderdelen samen de drempel om meer risico met vermogen te nemen.
Innovatie via kapitaal
Een brede beleggersbasis werkt twee kanten op: huishoudens vinden makkelijker hun weg naar de beurs en bedrijven vinden er makkelijker kapitaal.
Volgens Jatko draagt dat bij aan het innovatieve karakter van de Zweedse economie. Zweden staat in de Global Innovation Index van 2025 op plaats twee, achter Zwitserland. “Een reden daarvoor is dat we een goed werkende aandelenmarkt hebben”, zegt ze. “Ook kleinere bedrijven kunnen via de beurs geld ophalen.”
De cijfers van de OESO laten zien hoe toegankelijk die route is. Tussen 2000 en 2025 bedroeg de mediane omvang van een Zweedse beursgang ‘slechts’ 9 miljoen dollar. In Nederland was dat 559 miljoen dollar.
Dat betekent niet dat de ruim negenhonderd Zweedse beursgenoteerde ondernemingen vooral uit jonge groeibedrijven bestaan. Grote industriële namen als Atlas Copco, Volvo en Saab vormen een belangrijk deel van de markt. Hetzelfde geldt voor investeringsmaatschappijen als Investor en Industrivärden.
Juist die combinatie maakt de Zweedse beurs bijzonder. Kleine bedrijven kunnen er kapitaal ophalen om door te groeien, terwijl beleggers tegelijk kunnen kiezen uit gevestigde ondernemingen met een lange beursgeschiedenis.
Zo versterken bedrijven en beleggers elkaar: een brede markt trekt beleggers aan, en een brede groep beleggers maakt de beurs aantrekkelijker voor bedrijven.
Langetermijnbeleid
Hier hoort een minder zichtbaar onderdeel bij: politieke continuïteit. Over de precieze belasting op ISK bestaat ook in Zweden discussie. De rekenregels voor ISK zijn door de jaren heen meermaals aangepast, mede tegen de achtergrond van extreem lage rentes.
Maar Jatko ziet brede steun voor het bestaan van de rekening zelf. “Er is een politieke consensus van langetermijndenken”, zegt ze.
Die gedachte past in een langere Zweedse lijn rond kapitaalbelasting. Die is opvallend consistent, ondanks verschillende wisselingen tussen linkse en rechtse regeringen.
Zo werd vanaf 2005 de erf- en schenkbelasting afgeschaft. In 2007 volgde de vermogensbelasting. Bij die laatste maatregel was het behouden en aantrekken van kapitaal een expliciet argument van de regering. De hervormingen volgden op een periode waarin kapitaalvlucht een serieus probleem was. Een voorbeeld is IKEA-oprichter Ingvar Kamprad. Hij verliet Zweden in 1973 om fiscale redenen en woonde daarna jarenlang in het buitenland. Ruim veertig jaar later vestigde hij zich pas weer in Zweden.
Maar het ging niet alleen om bekende miljardairs. Bij de afschaffing van de vermogensbelasting was de schatting dat mogelijk 500 miljard kroon buiten Zweden was geplaatst om belasting te ontwijken.
Kanttekeningen
De ogenschijnlijk vaste lijn betekent niet dat ISK geen discussie oplevert. De belasting kijkt niet naar het werkelijk behaalde rendement. Een belegger kan zo in een slecht beursjaar belasting verschuldigd zijn terwijl zijn portefeuille in waarde daalt.
Daarnaast heeft het geschuif met forfaitaire rendementen zijn tegenstanders. De ceo van broker Nordnet, Rasmus Järborg, riep in aanloop naar de parlementsverkiezingen van september in een opiniestuk op om te stoppen met het voortdurend aanpassen van ISK. Volgens hem zouden eenvoud, voorspelbaarheid en politieke stabiliteit centraal moeten staan. “Beleggen gaat om de lange termijn. De regels zouden dat ook moeten zijn”, vatte Järborg samen.
Tegelijkertijd voeren tegenstanders van ISK aan dat de rekening met name vermogende beleggers fiscaal te veel ontziet. Daar staat tegenover dat een lage jaarlijkse heffing op de lange termijn niet automatisch laag hoeft uit te pakken. Onderzoekers van de universiteiten van Göteborg en Örebro vergeleken een jaarlijkse vermogensbelasting met belasting op gerealiseerde koerswinsten.
Hun onderzoek gaat niet specifiek over ISK, maar laat wel zien hoe sterk het effect van een jaarlijkse heffing zich kan opstapelen. Bij een horizon van tien jaar kwam een jaarlijkse heffing van 1 procent in hun basismodel overeen met ongeveer 22 procent belasting op koerswinst voor een belegger in de brede aandelenmarkt. Voor een meer risicomijdende belegger, met de helft in aandelen en de helft in een risicovrije belegging als staatsobligaties, lag dat rond 30 procent.
Veel overeenkomsten
Ondanks verschillen, lijken Nederland en Zweden op veel punten op elkaar. De uitgangspositie verschilt minder dan het aantal beleggers doet vermoeden. In beide landen is de financiële kennis hoog. Online beleggen is relatief goedkoop en eenvoudig. En via pensioenfondsen wordt al decennialang op grote schaal in aandelen belegd.
Toch blijft Nederland een land van spaarders. Huishoudens hebben ruim 600 miljard euro op betaal- en spaarrekeningen staan, tegenover circa 230 miljard euro aan beleggingen. Slechts ongeveer een kwart van de huishoudens belegt zelf.
Niet al dat geld is overtollig. Financiële buffers zijn belangrijk. Maar de Nederlandse spaardrang heeft een prijs. Particulieren kunnen op de lange termijn rendement mislopen. En een kleiner deel van hun vermogen vindt zijn weg naar bedrijven die via de beurs nieuw kapitaal willen ophalen.
Daar komt nog een minder zichtbaar aspect bij. Als meer huishoudens op lange termijn vermogen opbouwen en bedrijven gemakkelijker kunnen groeien, kan ook de toekomstige belastingbasis groter worden. Hoe groot dat effect is, valt moeilijk te berekenen. Het maakt wel duidelijk dat belastingbeleid niet alleen gaat over de opbrengst van volgend jaar, maar ook over het gedrag dat regels over tientallen jaren uitlokken.
Het Zweedse voorbeeld laat zien dat zo’n systeem niet van de ene op de andere dag ontstaat. Pensioenkeuzes brachten mensen in aanraking met fondsen. Financiële educatie maakte beleggen vertrouwder. Brokers maakten het toegankelijk. Een grote kapitaalmarkt gaf bedrijven én beleggers meer mogelijkheden. Die ontwikkeling kreeg tientallen jaren de tijd.
ISK was niet het begin van het Zweedse succes. Toen de rekening in 2012 werd ingevoerd, bestond de beleggerscultuur grotendeels al. ISK haalde een belangrijke drempel weg: fiscale rompslomp.
De Zweedse les is daarmee simpel, al was de weg ernaartoe dat niet. Op de vraag wat Nederland vooral van Zweden zou moeten meenemen, hoeft Jatko niet lang na te denken. “Simplicity, simplicity, simplicity.”
| De VEB over box 3 |
|
De VEB vindt dat belasting op beleggen zo goed mogelijk moet aansluiten bij het werkelijk gerealiseerde rendement. De voorkeur gaat daarom uit naar een vermogenswinstbelasting. Koerswinst wordt daarbij pas belast wanneer deze daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Verliezen moeten verrekenbaar zijn en relevante kosten aftrekbaar. Ook moet rekening worden gehouden met inflatie. Een heffingsvrije voet voorkomt bovendien dat kleine en beginnende beleggers direct met belasting en administratie worden geconfronteerd. |
| VEB-lidmaatschap |
|---|
| Nog geen VEB-account? |
| Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken. |
|
|
| Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap |