VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Concurrentievoordelen
Back >>

Akzo was ooit een allround chemiebedrijf, maar is zich na de verkoop van het onderdeel speciaalchemie in oktober 2018 gaan toeleggen op lakken en verf. De afgelopen jaren is het concern vooral druk doende de winstgevendheid en het rendement op geïnvesteerd kapitaal te verbeteren.

Met aanhoudende kostenbesparingen, een strakker werkkapitaalbeheer en de ambitie om hogere prijzen te kunnen rekenen voor verven en lakken, worden de eerste contouren van het nieuwe Akzo zichtbaar. Terwijl deze interne verbouwing gaande is, wil topman Vanlancker ook kleinere (bolt on) overnames blijven doen om zowel het onderdeel decoratieve verven (Decorative Paints) als de coatingsdivisie (Performance Coatings) te versterken. Aan grotere acquisities zegt het concern zich nog niet te willen wagen. Die zouden de financiële doelstellingen voor 2020 in gevaar kunnen brengen.

Maar heeft het nieuwe Akzo ook (duurzame) concurrentievoordelen? Hiervoor is het belangrijk te onderkennen dat Akzo twee gezichten heeft. Een onderdeel dat decoratieve verven maakt (40 procent van de groepsomzet in 2019) en coatings (60 procent).

Op de volgende punten heeft Akzo voordeel op de concurrentie:


De meeste beleggers zullen de divisie die decoratieve verven maakt, kennen van de potten Sikkens, Flexa, Cetabever en Dulux uit de bouwmarkt. Akzo heeft een nummer één of twee positie op de consumentenmarkt in Europa, Azië en Zuid-Amerika.

Dat neemt niet weg dat deze markten uiterst competitief zijn. Voor de meeste doe-het-zelf-klussers bepaalt niet het verfmerk, maar de reclamefolder van de bouwmarkt welke pot verf in de winkelwagen belandt. Consumenten zullen daarom niet onder alle omstandigheden een voorkeur hebben voor de huis-tuin-en keukenverven van Akzo. Van merkentrouw is geen sprake.

Akzo wil een vuist blijven kunnen maken tegen de grote Amerikaanse spelers PPG en Sherwin-Williams. Dat deze divisie nog een lange weg te gaan heeft, blijkt wel uit het rendement (ROI) dat Akzo hier haalt. Dat is met 13,4 procent aanzienlijk lager dan de ROI van het coatingsonderdeel (20,7 procent) en nog geen overtuigend teken dat consumenten loyaal zijn aan de Akzo-merken. Ook is het rendementscijfer van Akzo in historisch perspectief mager. De ROI is niet ver verwijderd van het laagste niveau van de afgelopen vier jaren.

Kostenbesparingen, innovaties – waaronder verf die de luchtkwaliteit in voornamelijk Chinese gebouwen moet verbeteren – en het sneller op de markt brengen van nieuwe verfsoorten zullen voor een impuls van het rendement moeten zorgen.

Toch is gegeven de moordende concurrentie en de beperkte merkentrouw van (potentiële) klanten twijfelachtig of deze divisie überhaupt in staat is om structureel een rendement te halen dat gedurende de hele economische cyclus hoger ligt dan de kapitaalkosten.
Dat ligt anders bij de coatingdivisie die vooral speciaallakken voor vliegtuigen, schepen en auto’s en poedercoatings maakt.

Deze divisie kwam in 2019 tot een rendement op geïnvesteerd kapitaal van 20,7 procent. In 2017 lag dit rendementscijfer nog op 23,4 procent, en in 2016 zelfs op ruim 29 procent. Deze dalende trend is veroorzaakt door een per saldo lagere operationele winst, terwijl er een hoger kapitaalsbeslag nodig was.

Ondanks deze negatieve trend lijkt deze divisie een duurzaam concurrentievoordeel te hebben. Er is nauwe betrokkenheid tussen Akzo bij het productieproces van haar klanten, zoals Boeing, General Motors, ExxonMobil en Samsung.

Akzo probeert samen op te trekken met klanten bij de ontwikkeling van nieuwe lakken en coatings. De relatie tussen deze Akzo-divisie en de klanten moet overstapdrempels creëren en sterker maken waardoor aantrekkelijke marges behaald kunnen worden en Akzo pricing power heeft.

Desalniettemin waren de daaropvolgende jaren niet makkelijk. Het onderdeel voelde de lage olieprijs waardoor grote oliebedrijven investeringen afknepen en ook de vraag naar coatings voor platforms, raffinagefabrieken en (olie)schepen afnam. In 2017 kwam daar bij dat klanten uit de scheepvaartsindustrie minder bestellingen plaatsen. De moeilijke omstandigheden in die industrie hielden ook in de hierop volgende jaren aan.

Overzichtspagina Akzonobel


De investeringen van Akzo in R&D (de laatste drie jaar jaarlijks ongeveer 260 miljoen euro, of grofweg drie procent van de jaaromzet) en de mede daaruit voortvloeiende patenten moeten ervoor zorgen dat het concern een goede marktpositie behoudt en versterkt ten opzichte van de concurrentie.

De coating- en verfdivisie kennen ieder hun eigen economische dynamiek. Het accent op marges en rendement komt nog niet voldoende duidelijk tot uiting in de cijfers van de afgelopen jaren. Het rendement is inmiddels marginaal hoger dan de kapitaalkosten maar topman Vanlancker moet nog bewijzen dat Akzo structureel in staat is aanzienlijke financiële waarde te creëren.


Risico's
1.) Het jaarverslag 2018 maakte duidelijk dat Akzo op alle fronten sneller, agressiever en beter moet leren werken. Misschien wel meer dan de organisatie aankan. Bestuursvoorzitter Vanlancker zei onder andere dat Akzo “zaken anders moet gaan doen” en “iedere transformatie gepaard gaat met uitdagingen en emoties”.

Op veel plaatsen is nieuw management aangesteld en de interne aansturing is veranderd, bijvoorbeeld met een operationeel directeur die de schakel moet vormen tussen de divisies en de tweekoppige raad van bestuur. Ook is een nieuw IT-systeem (ERP) ontwikkeld dat Akzo minder complex moet maken en aanvullende kostenbesparingen mogelijk moet maken.

Die ambitieuze doelstellingen en de opgevoerde prestatiecultuur zijn ook een potentieel risico omdat het functionarissen kan verleiden over bepaalde grenzen van de interne controle te stappen (management override of control) en in het ergste geval zelfs kan uitmonden in onregelmatigheden of frauduleus gedrag.

2.) In de verfmarkt is al enkele jaren een consolidatiegolf gaande en het is nog onduidelijk of Akzo de rol van overnemer weet te pakken of in de rol van prooi zal worden gedrukt.

In maart 2017 werd het concern benaderd met een overnamevoorstel van de Amerikaanse branchegenoot PPG. Toenmalig topman Büchner en president-commissaris Antony Burgmans wisten een overname door de Amerikanen te voorkomen. Het “ongevraagde” voorstel betekende volgens hen een “significante onderwaardering van Akzo” met “aanzienlijke risico’s en onzekerheden”. 

Na drie vruchteloze indicatieve biedingen en juridisch wapengekletter trok PPG zich terug. Akzo kwam vervolgens binnen twee maanden met een nieuwe strategie waar de financiële doelstellingen voor 2020 ook deel van uitmaakten.

3.) Kort na deze turbulente periode probeerde Akzo zelf de Amerikaanse coatingproducent Axalta te kopen. Die poging liep spaak toen een Japanse partij met een hoger tegenbod kwam. Overigens slaagden ook de Japanners er niet in Axalta in te lijven.

Halverwege 2019 heeft Axalta zichzelf na een zogeheten strategische evaluatie in de etalage gezet. Bij de halfjaarcijferpresentatie in 2018 zei Vanlancker dat Akzo weliswaar nog altijd geinteresseerd is in de kleinere sectorgenoot Axalta, maar “te druk te zijn met de interne verbouwing”. “Axalta loopt niet weg. Er is een latente aantrekkingskracht. En als iemand anders ermee vandoor gaat, dan is het jammer”, zo zei de topman tegen Het Financieele Dagblad.

Een overname door Akzo van Axalta is dus niet definitief van de baan. Mocht het toch zover komen dan haalt Akzo wel allerhande executierisico’s (operationeel en financieel) binnen. Ook voor de kleinere overnames waar Akzo dus wel voor open staat, gelden dergelijke risico’s. Los hiervan moet Akzo er sowieso voor waken niet te veel te betalen voor deze prooien om ze uiteindelijk wel waardecreërend te kunnen laten zijn.


Overzicht van alle barometers