VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

06 augustus 2009

De duurste pen ter wereld, fraude en gedupeerde beleggers

De duurste pen ter wereld, fraude en gedupeerde beleggers
  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

Een paar maanden voor de ondergang spiegelde technologiebedrijf LCI zijn aandeelhouders nog forse winsten voor. Fraude, falend management en luchtkastelen hebben beleggers 300 miljoen euro gekost.

De VEB is vastbesloten om compensatie voor aandeelhouders te krijgen. Een reconstructie van een bedrijf waarvan de boekhoudkundige malversaties inmiddels als lesmateriaal worden gebruikt om te laten zien hoe het niet moet.


1982
Oprichting van LCI, voortgekomen uit het bedrijf Lowland Computers te Heeswijk-Dinther. Van oorsprong is LCI distributeur van pc's en printers. Zo zorgt het in de jaren negentig voor de verkoop en verspreiding van het printermerk Kyocera in Nederland.

Juni 1988
LCI krijgt een beursnotering in Amsterdam.

1993
Het bedrijf raakt in de rode cijfers. Het boekt een verlies van 1 miljoen gulden.
De Iraanse Canadees Sam Asseer wordt binnengehaald als crisismanager en blijft vervolgens aan als bestuursvoorzitter. 

Asseer wil het bedrijf een bredere basis geven en omvormen tot ‘leverancier van software en IT-kennis. LCI zoekt klandizie op het gebied van e-commerce en internet. 

Het begin van de internethype kondigt zich al licht aan. ICT is 'hot' en het aandeel LCI lift mee op zonnige toekomstverwachtingen. Asseer breidt LCI flink uit door overnames van andere bedrijven.

De almaar stijgende beurskoers gebruikt bestuursvoorzitter Asseer als wisselgeld voor zijn acquisities. Overnames worden deels bekostigd uit aandelen die pas wordt betaald door LCI als bedrijven goed presteren. Deze earn-out methode zou een motivatie voor de overgenomen bedrijven moeten zijn om hard te werken en iedere cent omzet te melden bij de moedermaatschappij. Omzet verhullen kost dan immers geld.

LCI heeft op zijn hoogtepunt veertig dochterondernemingen in veertien landen. Afzetmarkten zijn Nederland, Belgie en Oostenrijk.

Tussen 1993 en 2000 vertienvoudigt de omzet. De winst goriet tussen 1994 en 2000 jaarlijks met meer dan 40%.

1997
LCI introduceert de Smartpen, een biometrische pen die gebruikt kan worden voor electroinsche transacties (via internet). Met de intelligente pen zijn digitale handtekeningen op echtheid te controleren.

Volgens bestuursvoorzitter Sam Asseer is de Smartpen even betrouwbaar als een vingerafdruk of oogscan maar veel gebruikersvriendelijk. Het paradepaard van LCI zou volgens het bedrijf in korte tijd honderden miljoenen omzet gaan genereren. 

In 1997 ook klaagt LCI Motorola aan wegens contractbreuk over een samenwerking. LCI claimt 237 mln euro van Motorola. Bestuursvoorzitter Asseer voorspelt een snelle uitbetaling van de claim, maar verzwijgt later dat de claim voor 9 miljoen euro is verpand aan zakenbank NIBC.

Uiteindelijk, na jarenlange juridische strijd, wordt er geschikt voor 208.000 dollar minder dan eentiende procent van de eis.

December 1998
Aankoop technische handelsonderneming CCW in oostenrijk . Deze Oostenrijkse dochter van LCi vertegenwoordigd al gauw eenderde van de omzet van LCI en

Dertig miljoen euro verdwijnt bij CCW via kunstmatig opgeblazen omzetten, gemaskeerd door een valse factuur en schimmige boekhoudkundige acties.

Juni 2001
LCI publiceert zijn jaarverslag over het gebroken boekjaar 2000/2001. In die periode werd een winst geboekt van ruim 8,5 miljoen euro (een lichte stijging) bij een omzet die groeit met ruim 20 procent.
Het management van LCI laat in het jaarverslag weten te streven naar een "verdubbeling van de winst per aandeel binnen drie jaar. "

5 september 2001
De eerste geluiden over mogelijke fraude bij de Oostenrijkse dochtermaatschappij komen naar buiten. LCI laat weten hard in te grijpen en zo de situatie weer onder controle te krijgen.

25 oktober 2001
LCI meld een tekort van 30 miljoen euro bij de Oostenrijkse dochter CCW. Dit tekort is in de loop der jaren opgebouwd en is op frauduleuze manier verdonkeremaand door CCW.
Zowel de Oostenrijkse accountant (een stuk of acht in een paar jaar tijd) als de boekhouder van de Nederlandse moeder, accountant PWC, hebben al die tijd de jaarrekeningen goedgekeurd van LCI. Ook de commissarisen van LCI hebben nooit alarm geslagen.

Beleggers reageren verbijsterd. Het aandeel verliest 56% van zijn waarde op één dag.

13 november 2001 
LCI moet uitstel van betaling aanvragen.

17 december 2001
Het faillissement van LCI. In totaal gaat bijna 300 miljoen aan aandeelhouderswaarde in rook op.

Volgens de curatoren die de gang van zaken bij LCI nagingen was de planning en controle binnen het snel gegroeide concern onvoldoende, net als het kasbeheer.

Bovendien zou topman Asseer belangrijke kennis over de stand van zaken niet hebben gedeeld en overlegde hij nauwelijks met naaste medewerkers.

De SmartPen heeft inmiddels 20 miljoen euro gekost en nul opgebracht. Volgens de curatoren ontbrak het zelfs aan ‘concrete vooruitzichten op inkomsten op korte of lange termijn ‘. De verkoop van de Smartpen uit de failliete boedel blijkt niet mogelijk omdat een belangrijk patent in handen is van een voormalig medewerker van LCI. Zonder de techniek die door dit patent word beschermd is de waarde van de Smartpen nul.

2002
Uit een onderzoek van accountant Deloitte blijkt frauduleus handelen bij LCI.

11 oktober 2004
De Vereniging van Effectenbezitters vraagt de ondernemingskamer een onderzoek te gelasten naar mogelijk wanbeleid bij LCI. De vereniging wordt daarin gesteund door meer dan tweeduizend gedupeerde aandeelhouders. Link

20 oktober 2004
De VEB-actie tegen LCI wordt inmiddels gesteund door houders van 5,5 miljoen aandelen LCI, bijna twintig procent van het totaal.

11 januari 2006
De ondernemingskamer wijst het verzoek van de VEB tot een enquêteonderzoek toe.

19 februari 2008
De Ondernemingskamer maakt het Onderzoeksverslag naar de gang van zaken bij LCI bekend. Het oordeel van de onderzoeker is vernietigend voor het bedrijf.

Een opsomming van de conclusies uit het rapport:

• het eenhoofdige bestuur in de persoon van Sam Asseer en het ontbreken van een CFO leidde tot een onwenselijke machtsstructuur bij LCI;

• het toezicht van de commissarissen Maes, Tollenaar en Schonis heeft gefaald;

• ten onrechte is een claim op Motorola ter grootte van 237 miljoen US Dollar geactiveerd, die uiteindelijk in een arbitrage voor slechts 237.000 US Dollar werd gehonoreerd;

• het afgeven van garanties voor circa 50 miljoen euro aan Oostenrijkse banken voor de financiering van de Oostenrijkse dochterondernemingen was onverantwoord;

• het bestaan van een ‘earn out formule' waarbij de vele acquisities werden gefinancierd met de uitgifte van aandelen LCI, heeft ten onrechte een stuwende invloed op de beurskoers gehad;

• er was sprake van omvangrijke fraude bij de Oostenrijkse dochtermaatschappijen;

• het ontbreken van deskundigheid en ervaring bij bestuurder Asseer op het gebied van concernfinanciering in een onderneming waar alles draaide om met vreemd kapitaal gefinancierde activiteiten heeft de onderneming schade berokkend;

• de afwezigheid van een adequate centrale (logistieke) organisatie leidde tot een gebrekkige beheersbaarheid van LCI;

• het project Smartpen is op onverantwoorde wijze doorgezet;

• ten onrechte was er een stelselmatige positieve berichtgeving naar de markt over de groeimogelijkheden van de Smartpen en de toenmalige beursgang;

• de in de jaarrekening 2000/2001 opgenomen verkoop van Belgische deelnemingen aan de oorspronkelijke eigenaar bleek onjuist. Uit een ‘side letter' bleek later dat de verkoop nimmer tot stand is gekomen;

• voorts blijkt dat de verslaggeving over 2000/2001 op vele punten tekort is geschoten en volgens de onderzoeker geen getrouw beeld geeft zoals de accountant in de goedkeurende verklaring bij de jaarrekening stelt.

Wanbeleid
De conclusies rechtvaardigen een onderzoek naar wanbeleid bij LCI, de snelste weg om een compensatie voor aandeelhouders te krijgen. De VEB verzoekt de ondernemingskamer een dergelijk onderzoek op te starten.

13 maart 2009
De Ondernemingskamer laat weten dat het inmiddels voltooide onderzoek naar wanbeleid is uitgevoerd maar te beperkt van opzet is om wanbeheer vast te stellen.

De OK is niet ingegaan op de feiten die de onderzoeker voor het gepleegde wanbeleid door bestuurder Asseer en de commissarissen Schonis, Maes en Tollenaar heeft aangedragen.

12 juni 2009: cassatie
De VEB verzet tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer en blijft zich inzetten voor de compensatie van aandeelhouders LCI. Daarom is op 12 juni 2009 cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de OK. De Hoge Raad moet zich nu gaan buigen over de vraag of de OK op een goede manier tot een juist oordeel is gekomen. 

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}