VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

06 augustus 2009

VEB in cassatie tegen beslissing OK inzake LCI

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

De Ondernemingskamer heeft geen wanbeleid kunnen vaststellen bij het failliete technologiebedrijf LCI. Daarvoor was het onderzoek waarop de OK zich moest baseren te beperkt.
De VEB vindt dit een opmerkelijke en teleurstellende gang van zaken en gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Het onderzoeksrapport dat voorligt, levert in omvang, qua periode en onderwerpen onvoldoende grondslag om daarop een verantwoord oordeel over wanbeleid te vellen, zo oordeelt de OK.

De uitspraak van de Ondernemingskamer is opmerkelijk.

Ten eerste was het de Ondernemingskamer zelf die opdracht had gegeven tot dit onderzoek. Toch heeft de OK geen opdracht gegeven het door hem bevolen onderzoek aan te laten vullen of uit te breiden.

Daarnaast is de OK is niet ingegaan op de feiten die de onderzoeker voor het gepleegde wanbeleid door bestuurder Asseer en de commissarissen Schonis, Maes en Tollenaar heeft aangedragen.

Honderden miljoenen aan beurswaarde verdampt
Het beursgenoteerde LCI failleerde in december 2001 nadat de ontwikkeling van de veelbelovende Smartpen en diverse overnames op een financieel drama uitliepen.

280 Miljoen euro aan marktwaarde verdampte en vele kleine beleggers bleven na de optimistische jaarrekening 2000/2001 met de grote verliezen achter.

Onderzoek
In het onderzoek wordt bestuurder Asseer beschreven als ‘een emotionele figuur, die zich zeer wel bewust was van zijn machtspositie in de bestuursstructuur'. De commissarissen Schonis, Maes en Tollenaar bleven daarentegen stil zitten toen het Smartpen project de onderneming naar de afgrond trok en bestuurder Asseer voor 50 miljoen euro aan ongedekte garanties verstrekte ten behoeve van Oostenrijkse werkmaatschappijen.

VEB zet acties voort
De VEB vindt het een opmerkelijke en teleurstellende gang van zaken, maar blijft zich inzetten voor de compensatie van aandeelhouders LCI. Daarom is op 12 juni 2009 cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de OK. De Hoge Raad moet zich nu gaan buigen over de vraag of de OK op een goede manier tot een juist oordeel is gekomen.

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}