VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Brazilië is zowel de grootste afzetmarkt voor SBM Offshore als een al jaren durend hoofdpijndossier. Nog steeds heeft de bouwer van boorplatforms de toekomst in deze belangrijke regio niet in eigen hand.

Erik Lagendijk, bestuurder bij SBM Offshore, moet een man met geduld zijn. Sinds zijn aantreden in januari 2015 is hij al bezig om het omkopingsschandaal op te lossen, waarin SBM verwikkeld is vanwege malversaties in de jaren tot 2012.

Nadat SBM in 2014 een megaschikking had getroffen met het Nederlandse openbaar ministerie, restte nog de belangrijke opdracht om ook in Brazilië schoon schip te maken. In deze voor SBM belangrijkste afzetmarkt voor zijn drijvende olieplatforms (FPSO’s genoemd) lag het zwaartepunt van de fraude. Vervelende bijkomstigheid was dat SBM naar opdrachten kon fluiten vanuit Brazilië zo lang er geen oplossing was voor de fraude uit het verleden.

Nieuws uit de aandeelhoudersvergadering

  • Tijdens de aandeelhoudersvergadering leggen bestuur en commissarissen verantwoording af voor het gevoerde beleid.
  • Daarnaast gaat het bestuur het gesprek met aandeelhouders aan over kansen en risico’s voor de onderneming.
  • De VEB bezoekt vrijwel alle aandeelhoudersvergaderingen van Nederlandse beursfondsen (en van een aantal grote Europese bedrijven).
  • Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste gespreksonderwerpen in de aandeelhoudersvergadering van: SBM Offshore
  • Datum vergadering: 13 april 2017
  • Percentage vertegenwoordigde aandelen van het totaal (opkomstpercentage): 62%

 

In 2015 dacht de onderneming een doorbraak te hebben bereikt door een schikking van ruim 160 miljoen dollar met het Braziliaanse Openbaar Ministerie. Uiteindelijk ketste de deal af en sindsdien moet SBM haar aandeelhouders periodiek vragen om ook geduld te hebben.

Dat was onlangs op de jaarlijkse vergadering met aandeelhouders dit jaar niet anders. Lagendijk, bij SBM verantwoordelijk voor ‘Governance en Compliance’, vatte de situatie rond de schikking in Brazilië kernachtig samen: “het heeft onze onverdeelde aandacht maar wij zitten helaas niet aan het stuur”.

Niet alleen in Brazilië heeft SBM de regie niet, dat geldt ook voor de zogenoemde Unaoil-zaak, een grootscheeps corruptieschandaal rond oliemaatschappij Unaoil waarmee SBM in het verleden samenwerkte in Irak. De Amerikaanse overheid heeft bijzondere interesse voor deze affaire en vroeg eerder al informatie op bij SBM. Lagendijk vertelde beleggers dat “uit intern onderzoek niet is gebleken dat wij embargo’s hebben overtreden met betrekking tot handeldrijven met het regime van Saddam Hoessein."

Voor bedrijf en aandeelhouders zijn de affaires meer dan een rekening uit het verleden, waarvoor nog afgerekend moet worden. De onzekerheid heeft forse invloed op de huidige operationele gang van zaken.

Lange tijd zat SBM op het strafbankje bij de grootste klant in Brazilië, energiegigant Petrobras, en met het uitblijven van een schikking is nog steeds niet duidelijk of de toeleveranciers uit Nederland weer in genade zijn aangenomen. De Franse SBM-topman Bruno Chabas weigert in ieder geval zichzelf rijk te rekenen. Hij denkt dit jaar niet uitgenodigd te worden voor nieuwe opdrachten van Petrobras.

De topman is sowieso geen man van expliciete verwachtingen. Komende jaren verwacht hij mee te kunnen dingen naar een opdracht of acht voor de bouw van drijvende boorplatforms in de diepzee, voor komende twee jaar schat hij het aantal opdrachten tussen twee en zeven.

De huidige olieprijs, de opkomst van schalieolie en de toenemende vraag naar duurzame energie zullen een wissel trekken op de resultaten van SBM, maar over de mate waarin dat gebeurt bleef topman Chabas in het vage.

De hoogtijdagen van weleer keren in ieder geval niet meer terug voor SBM als het gaat om drijvende olieplatformen, zo liet de Fransman opnieuw weten. De onderneming is daarom de blik aan het verruimen, bijvoorbeeld door ontwikkeling van drijvende windmolens, waarvoor nu een pilot voor de Franse kust wordt gedraaid.

President-commissaris Frans Cremers ziet het glas voor SBM halfvol. Door de kasstroom uit bestaande leaseovereenkomsten, zag SBM ruimte het dividend weer wat op te trekken. Beleggers krijgen 23 dollarcent per aandeel uitgekeerd. Vorig jaar was dat, na enkele dividendloze jaren, 21 dollarcent. De onderneming wil tussen 25 en 35 procent van het directe netto resultaat teruggeven aan aandeelhouders. Dit jaar werd, na aftrek van bijzondere inkomsten, 31 procent van dit resultaat teruggegeven, in totaal 47 miljoen dollar.

Daarbij helpt ook dat SBM een volgens Cremers ‘solide’ orderportefeuille heeft van 17,2 miljard dollar, wat voor jaren aan werk moet zorgen. Op de vraag of deze contracten allemaal wel zo solide waren en er bij ongunstige marktomstandigheden uitstel of zelfs afstel kan optreden, reageerde Chabas opnieuw ontwijkend.

Niet anders was dat bij een partij oude vorderingen in vooral Angola. SBM heeft hier al langer dan een jaar een slordige 75 miljoen dollar aan vorderingen uitstaan, maar verwacht nog steeds het geld binnen te krijgen zonder volledig duidelijk te kunnen maken waarop dat vertrouwen gebaseerd was.

De slotsom

De moeilijke marktomstandigheden en schaduwen uit het verleden maken van SBM een met onzekerheden omgeven bedrijf voor aandeelhouders. Bestuur en commissarissen blijken voeling te hebben voor die situatie, gezien de verlaging van de eigen beloning.




Gerelateerde artikelen