VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Beleggers hoeven over 2018 minder van hun beleggingsopbrengsten af te dragen aan de Belastingdienst dan over 2017. De extreem lage spaarrente en een hogere vrijstelling verlagen de belastingdruk op vermogen.

De belastingverlaging bestaat allereerst uit een cadeautje van het kabinet Rutte III. Waar de Belastingdienst over 2017 de eerste 25.000 euro aan vermogen ongemoeid laat, is de vrijstelling voor dit jaar opgetrokken naar 30.000 euro per persoon.

Daarnaast gelden er in 2018 lagere effectieve belastingpercentages. Een belastingplichtige met een vermogen van 125.000 euro zal over dit jaar 743 euro aan vermogensrendementsheffing verschuldigd zijn, 248 euro minder dan in 2017 over hetzelfde bedrag. Op een vermogen van 200.000 euro is het voordeel 310 euro.

 

Hoe werkt de vermogensrendementsheffing?

De vermogensrendementsheffing belast niet het vermogen, maar het rendement op dit vermogen. De heffing bedraagt 30 procent. Daarbij rekent de fiscus niet met daadwerkelijk gemaakte rendementen – dit zou te complex zijn – maar met een fictief rendement. Van 2001 tot en met 2016 bedroeg dit rendement standaard 4 procent, resulterende in een effectieve heffing van 1,2 procent. Bij een spaarrente van hooguit enkele tienden van procenten bleek dit echter niet langer te verdedigen. Sinds 2017 baseert de fiscus zich op een mix van historische beursgemiddelden (een mandje aandelen, obligaties en vastgoed) en gemiddelde spaarrentes. Het fictieve rendement wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en loopt op naarmate iemand meer vermogen heeft, in de aanname dat vermogenden relatief meer beleggen en dus hogere rendementen behalen. Dit leidt tot drie belastingschijven met een fictieve verdeling over beleggen en sparen.

In de praktijk betekende dit dat over 2017 belastingplichtigen met kleinere vermogens erop vooruitgingen. Mensen met grotere vermogens gingen erop achteruit. Voor de aangifte over 2018, die men in 2019 zal moeten doen, gaan alle groepen er dus op vooruit ten opzichte van het jaar ervoor.

Voor beleggingen rekent de fiscus in 2018 met een gemiddeld rendement van 5,38 procent (5,39 procent in 2017), voor spaargeld 0,36 procent (1,63 procent in 2017). Dankzij een aangepaste historische meetperiode is het gemiddelde spaarrendement flink gedaald ten opzichte van 2017 en dat sijpelt door in de effectieve belastingpercentages van de eerste twee belastingschijven (zie de tabellen).

 

Uitdaging voor beleggers

Bij fictieve rendementen zullen beleggers (en spaarders) extra druk voelen om hogere rendementen te halen. Belasting betalen is nooit leuk, maar het blijft zuur als je wordt aangeslagen op hogere rendementen dan je daadwerkelijk hebt behaald.

Meer weten? Het volledige artikel van Manno van den Berg over de veranderingen in de vermogensrendementsheffing staat in de eerste Effect van dit jaar, die vrijdag 19 januari bij de leden van de VEB in de bus valt.

 

Effect, het magazine van de VEB, staat iedere maand bol van beleggingsnieuws en analyses. Heeft u nog geen abonnement op Effect? Word lid van de VEB, u ontvangt Effect dan iedere maand gratis.

 

 

 

 


{{scope.count}} Reacties

{{comment.userName}}

{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy'}}

{{comment.body}}

Gerelateerde artikelen