VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De opmars van duurzame energie liep na de kredietcrisis van 2008 flinke vertraging op. In de coronacrisis lijken de investeringen in duurzame stroomopwekking weer terug te vallen. Tegelijkertijd maken veel bedrijven in andere sectoren duidelijk dat ze willen doorpakken met verduurzaming.

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zette deze week op een rij wat de gevolgen zijn van de coronacrisis op de investeringen in de energiesector. Een paar van de conclusies lijken niet al te positief voor de sector. 

Minder investeringen 
Zo verwacht de IEA dat investeringen in duurzame stroomopwekking dit jaar met 10 procent zullen dalen. De nieuwe opwekkingscapaciteit zal ook 13 procent lager uitvallen dan vorig jaar. 

Daarnaast zullen de investeringen in elektriciteitsnetwerken met 9 procent dalen ten opzichte van vorig jaar. Dat is ook ongunstig voor de energietransitie omdat hiervoor juist goed functionerende netwerken van belang zijn. Als er bijvoorbeeld een overschot aan duurzame energie is op een bepaalde plek kan dat dan worden getransporteerd naar waar het nog wel nodig is. 

Een lichtpunt voor duurzame stroom is dat de dalingen in investeringen redelijk beperkt blijven als deze worden afgezet tegen die in fossiele stroomopwekking. De IEA verwacht dat er dit jaar 15 procent minder zal worden geïnvesteerd in de opwekking op basis van fossiele brandstoffen. 

Oliesector en autoproducenten willen door 
Daarnaast maken veel bedrijven duidelijk dat ze door willen met investeringen in hernieuwbare energie. Deze week publiceerde het Oil and Gas Climate een brief getekend door de bestuursvoorzitters van onder anderen Shell, BP, Chevron en ExxonMobil. 

De bedrijven gaan door met het terugbrengen van hun eigen emissies en het ondersteunen van het opschalen van kansrijke duurzame technologieën. Daarnaast zeggen ze overheden te blijven steunen bij het bereiken van duurzame doelen.

Uit de auto-industrie komen vergelijkbare berichten. Autoproducenten willen door met de overgang naar elektrisch vervoer. Volkswagen is een voorloper en maakte deze week bekend dat het een grote investering doet voor productie van elektrische auto’s in China, hoewel de regering-Merkel de komende tijd ook de traditionele productie van auto’s op fossiele brandstoffen wil ondersteunen. Frankrijk doet het heel anders: daar zijn plannen van de regering voor een groot stimuleringsprogramma met name voor elektrische auto’s enthousiast ontvangen door de auto-industrie. 

Al met al ziet het er dus naar uit dat veel bedrijven ondanks de coronacrisis door willen met de verduurzaming. Maar dat het op dit vlak een economie met meerdere snelheden wordt, is duidelijk. Zelfs binnen sectoren kunnen de ontwikkelingen per land sterk verschillen, dat is iets waar beleggers terdege rekening mee moeten houden.