VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De VEB heeft een minnelijke regeling getroffen met NIBC over de vraag of zij het voornemen van Blackstone om mogelijk een openbaar bod uit te brengen op alle uitstaande aandelen NIBC tijdig aan haar aandeelhouders bekend heeft gemaakt.

De VEB is van mening dat NIBC het voornemen van Blackstone vóór vrijdag 14 februari 2020 voorbeurs (het tijdstip van het persbericht van NIBC) publiek had moeten maken. NIBC betwist dit standpunt. 

In het kader van de minnelijke regeling zijn de VEB en NIBC overeengekomen dat VEB-leden die per saldo aandelen NIBC in de periode van donderdag 6 februari 2020 tot en met donderdag 13 februari 2020 hebben verkocht in beginsel in aanmerking komen voor een vergoeding. VEB-leden die op donderdag 6 februari 2020 en vrijdag 7 februari 2020 hun aandelen hebben verkocht ontvangen het verschil tussen  9,43 euro en de door hen gerealiseerde verkoopprijs. VEB-leden die op 10, 11, 12 en 13 februari 2020 hebben verkocht ontvangen het verschil tussen 9,77 euro en de door hen gerealiseerde verkoopprijs.

De VEB zal de administratieve afwikkeling van de minnelijke regeling en uitkering van de compensatie aan de deelnemers op zich nemen.

De VEB en NIBC zijn deze regeling overeengekomen om een langdurige, kostbare procedure te voorkomen. 

VEB-directeur Paul Koster toont zich tevreden met de schikking: “Het is goed nieuws dat NIBC dit geschil voortvarend oplost.”

Achtergrond
Gezien de volumeontwikkeling en koersbewegingen tussen donderdag 6 februari 2020 en donderdag 13 februari 2020 is de VEB van mening dat er sprake was van voorwetenschap waarvan de vertrouwelijkheid niet langer kon worden gegarandeerd. Als beleggers op de hoogte waren geweest van deze informatie, hadden zij hun aandelen niet – of tegen een hogere prijs – verkocht. NIBC is van mening dat zij publicatie mocht uitstellen omdat de vertrouwelijkheid nog wel gewaarborgd was.

Geen erkenning van schuld of aansprakelijkheid
De getroffen schikking impliceert geen erkenning van schuld of aansprakelijkheid door NIBC. NIBC betwist en blijft betwisten dat zij een publicatieplicht had voorafgaand aan vrijdag 14 februari 2020.

Voor wie?
VEB-leden (peildatum februari 2020) die hun aandelen NIBC hebben verkocht tussen donderdag 6 februari 2020 en donderdag 13 februari 2020 (waarbij verrekening zal plaatsvinden indien in die periode ook aandelen NIBC zijn aangekocht) kunnen aanspraak maken op een vergoeding. 

De VEB-leden die tussen maandag 10 februari 2020 en donderdag 13 februari 2020 hebben verkocht ontvangen (naar verwachting) 9,77 euro minus de verkoopprijs van hun aandeel.

De VEB-leden die tussen donderdag 6 februari 2020 en vrijdag 7 februari hebben verkocht ontvangen (naar verwachting) 9,43 euro minus de verkoopprijs van hun aandeel.

De regeling geldt alleen voor VEB-leden die lid waren in februari 2020 en lid zijn gebleven tot het moment van uitkering. 

Niet-VEB-leden kunnen niet deelnemen aan de schikking. Alleen particuliere leden (niet-zijnde professionele beleggers) kunnen deelnemen aan de schikking. Marketmakers, daytraders en flitshandelaren zijn uitgezonderd van deelname.

Hoeveel?
Het maximaal door NIBC te betalen bedrag aan deelnemers aan de minnelijke regeling is 115.000 euro.

Indien meer kwalificerende aandelen dan verwacht worden aangemeld, vindt er mogelijk een verwatering plaats, waardoor de vergoeding per aandeel lager uitvalt.

Per saldo dient een deelnemer verlies te hebben geleden op zijn transacties in deze periode. 

Komt u in aanmerking, dien dan voor 30 juli 2021 uw claim in bij de VEB; meer informatie via vragen@veb.net. Voor VEB-leden die aantoonbaar niet in staat zijn hun claim vanwege het coronavirus voor 30 juli 2021 in te dienen, geldt een coulanceperiode. Zij kunnen hun claim tot 31 augustus 2021 indienen bij de VEB. Claims die later worden ingediend zullen niet gehonoreerd worden.


Gerelateerde artikelen