VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De sterk opgelopen olieprijs heeft het aandeel Shell dit jaar flink geholpen. Maar op de middellange termijn zit er weer een daling in, stellen marktkenners. Dat maakt het huidige Shell kwetsbaar.

Of de prijs van een vat ruwe olie op de termijnmarkt weer tot onder het nulpunt zal zakken zoals vorig jaar onder extreme marktomstandigheden gebeurde is de vraag.

Voorlopig zit het zwarte goud in ieder geval weer stevig boven het nulpunt. Op dit moment wordt circa 85 dollar betaald voor een vat met Noordzeekwaliteit. Dat is goed nieuws voor het uit Nederland vertrekkende Shell, dat tegenwoordig weer rond de 20 euro noteert, grofweg het dubbele van wat er een jaar geleden op de borden stond.

Het punt met olie is dat hoge prijzen vaak leiden tot ontwikkelingen aan de aanbodkant die de markt weer in evenwicht brengen. En op wat in het licht van de verschuiving naar duurzame energieopwekking uiteindelijk een krimpmarkt is, kan overaanbod de prijzen snel doen instorten.

In een recent rapport van de Amerikaanse vermogensbeheerder T. Rowe Price wordt dat bevestigd. Analisten van T. Rowe Price zijn voorzichtig ten aanzien van energie- en mijnbouwaandelen. Op de korte termijn (2 à 3 maanden) ziet Shinwoo Kim, Portfolio Manager, Global Natural Resources Equity Strategy bij T. Rowe Price, de olieprijzen verder oplopen. Hij is er echter van overtuigd dat olie nog altijd in een bearmarkt zit, een langetermijn neerwaartse trend.


Vraagschok
De prijzen van ruwe olie en andere grondstoffen hebben de neiging om bij een negatieve vraagschok naar beneden door te schieten om de productie te ontmoedigen. Daarna veren deze tijdelijk weer op tot kunstmatig hoge niveaus wanneer de vraag zich herstelt. Dat stimuleert een aanbodreactie om de markt weer in evenwicht te brengen. Zelfs bij een wereldwijd economisch herstel is het onwaarschijnlijk dat de hogere olieprijzen lang zullen aanhouden. Zij zouden ergens volgend jaar moeten terugkeren naar een normaal niveau.

“Energieproducenten hebben meer tijd nodig om hun afgebouwde productie weer op te voeren en werknemers aan te stellen nadat de olieprijs in de afgelopen vijf jaar twee keer is ingestort”, stelt Kim.

Hij gelooft niet dat de fundamentele factoren een langdurige haussemarkt voor olie ondersteunen, maar hij ziet wel de mogelijkheid dat de prijzen voor ruwe olie op korte termijn hoog blijven. Maar de olieprijs is volgens Kim gestegen tot een niveau dat voldoende zou moeten zijn om het aanbod aan te zwengelen en de markt in evenwicht te brengen.

Tegelijkertijd dreigt de recentelijk gestegen gasprijs de vraag naar ruwe olie als alternatieve grondstof voor elektriciteitsopwekking en industriële toepassingen te stimuleren. De gasprijs kan nog verder worden opgedreven als de koude temperaturen op het noordelijk halfrond de vraag naar verwarming aanwakkeren. Daarmee zal de vraag naar olie als alternatieve brandstof op de korte termijn verder toenemen. Voor volgend jaar verwacht Kim echter weer een normalisering van de gasprijs.


Amerikaanse olieplatforms
Aan de aanbodkant op de oliemarkt merkt Kim op dat het aantal boorplatforms in de VS vanaf het dieptepunt op de markt in een vergelijkbaar tempo is gestegen als in 2016 en 2017, toen de booractiviteit ook begon op te krabbelen uit een neerwaartse cyclus.

Het recente herstel van het aantal Amerikaanse olieplatforms heeft zich voorgedaan vanaf een lagere basis, maar toch meent Kim dat de markt niet ten volle beseft welke enorme vooruitgang de sector de voorbije drie jaar heeft geboekt door meer olie en gas te produceren met minder boorplatforms. Volgens hem heeft het aantal Amerikaanse olieplatforms zich al hersteld tot niveaus die uiteindelijk ten minste de extra productie zouden moeten genereren die nodig is om het gat te dichten dat is ontstaan door de typische groei van de vraag en de afname van de productie van bestaande putten.

Al met al denkt Kim dat de opgelopen waarderingen een ongunstige risico-rendementsverhouding betekenen voor olieproducenten. Wel ziet de portefeuillemanager kansen voor de chemische industrie, die kan profiteren van de lagere grondstofprijzen die hij voor de lange termijn voorziet. Specifiek noemt hij de producenten van verf en andere coatings. De sterkste bedrijven in deze sector hebben laten zien dat zij hun prijzen eerst kunnen verhogen als zij geconfronteerd worden met hogere prijzen van hun ingrediënten, waarna zij een deel van die prijsverhoging vast kunnen houden als de inputprijzen weer dalen.

Het Nederlandse AkzoNobel is bijvoorbeeld één van de grotere holdings in de portefeuille van het Global Natural Resources Equity Fund van T. Rowe Price.

Royal Dutch Shell zit daar niet in. Beleggers in het voormalige Koninklijke Olie zien hun geliefde aandeel naar de Britse beurs vertrekken en blijven achter met een ‘tweede notering’. Misschien is dit wel een mooi moment om de positie die ooit een hoeksteen van elke Nederlandse aandelenportefeuille was definitief te heroverwegen. Het ABP deed het al.


{{scope.count}} Reacties

{{comment.userName}}

{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy'}}

{{comment.body}}

Gerelateerde artikelen