Nog geen drie maanden na de notering struikelt Magnum al over de twee cijfers die beleggers het meest vrezen: groei en marge. De omzet blijft achter bij de verwachting en de winstgevendheid valt duidelijk tegen. Een valse start dus, en dat zie je direct terug in de forse koersval.
De jaarcijfers over 2025 zijn de eerste die The Magnum Ice Company als zelfstandig beursfonds presenteert na de afsplitsing van Unilever. De jaaromzet steeg op organische basis met 4,2 procent, keurig binnen de afgegeven bandbreedte van 3 tot 5 procent die het concern tijdens de IPO in december had beloofd.
Toch vielen de cijfers niet in goede aarde. Analisten rekenden op groei richting de bovenkant van die bandbreedte, dus richting de vijf procent. Bovendien viel tegen dat die omzetgroei voornamelijk leunde op prijsverhogingen en niet op meer afzet. De volumes namen op jaarbasis toe met 1,5 procent, maar dat lag circa één procentpunt lager dan de verwachting.
Volgens topman Peter ter Kulve komt dat deels door de seizoensmatige mix: "de Amerikaanse markt weegt in de tweede jaarhelft, en zeker in het vierde kwartaal, relatief zwaar mee, terwijl groei uit snelgroeiende markten als Turkije en China in die periode minder doorwerkt in het totaal."
En juist in het zwaarwegende Amerika was er tegenwind: in de VS waren er vertragingen bij het uitdelen van food stamps, waardoor een deel van de consumenten tijdelijk minder te besteden had. Daarnaast kwam in Brazilië het ijsseizoen later op gang dan gebruikelijk.
Rekening houdend met valuta-effecten kwam de totale omzet in 2025 uit op 7,9 miljard euro: in lijn met 2024, maar wel zo’n 100 miljoen lager dan waar de markt op mikte.
Margepijn rekent door
Het bleef niet bij teleurstellende volumes. De operationele winst (aangepaste EBITDA) kwam over het afgelopen jaar uit op 1,25 miljard euro, goed voor een marge van 15,9 procent. Dat is ruim onder de circa 1,33 miljard euro waar analisten op hadden gerekend (16,6 procent marge).
Waarom de winst zoveel lager uitpakte? Ter Kulve wijst onder meer op inkoopinflatie. Zuivel (melk en room), suiker, cacao en verpakkingen werden allemaal fors duurder en dat drukt de marge, zeker als volumes niet meebewegen. Ook de sterke euro drukte de marge met circa 50 basispunten.
Er speelt ook een overgangseffect. Magnum draait nog deels op Unilever-assets, via Transitional Service Agreements (TSA’s).
Vroeger was dat een interne aangelegenheid. Unilever rekende die kosten niet als “lopende kosten” door aan de ijstak. Een deel liep via afschrijvingen van assets die al op de balans stonden. Die afschrijvingen vielen buiten de EBITDA: ‘DA’ staat namelijk voor depreciation en amortisation (afschrijvingen van materiële- en immateriële assets).
Nu krijgt Magnum een echte rekening. Die telt wél mee als operationele kosten. Daarom zakt de EBITDA-marge. Het effect is ongeveer 50 basispunten.
Tijdens de cijferpresentatie herhaalde ceo Ter Kulve de belofte die het bedrijf tijdens de IPO gaf: op de ‘medium term’ moet de marge gemiddeld met 40 tot 60 basispunten per jaar verbeteren.
Alleen daar wringt het nu. Door de lagere marge in 2025 loopt het pad feitelijk vertraging op. Wie vanaf een lager niveau begint, komt bij dezelfde jaarlijkse verbetering simpelweg later uit op het niveau waar de markt eerder al op rekende.
Margegroeipad Magnum loopt vertraging op
Bron: Bloomberg en publicaties Magnum. *Outlook Magnum op basis van gerealiseerde marge over 2025, jaarlijks oplopend met 50 basispunten (o.b.v. midden bandbreedte 40 tot 60 basispunten jaarlijks marge verbetering over de ‘medium-term’ zoals gecommuniceerd door Magnum).
Flinke stap terug
Beleggers rekenden de combinatie van tegenvallend volume en een lagere marge direct door. Het aandeel verloor in de middaghandel circa 14 procent en zakte terug richting 14 euro. Daarmee ligt de koers nog altijd boven de introductieprijs van december (12,80 euro), maar een groot deel van de snelle koerswinst is verdampt.
De huidige beurswaarde is grofweg 8,7 miljard euro. Tel daar een netto schuldpositie van circa 3 miljard euro bij op en je komt uit op een ondernemingswaarde rond 11,7 miljard euro.
Vanuit dat perspectief is de waardering teruggezakt naar ongeveer 8,5 keer de verwachte EBITDA voor komend jaar, waar die in de eerste maanden na de notering juist richting 10 keer was opgelopen.
Magnum kent geen echte peers op de beurs, maar binnen een bredere groep van diepvries-, zuivel-, bottel- en snackbedrijven lijkt het concern nog altijd relatief voorzichtig geprijsd.
Opgelopen EV/EBITDA multiple zakt weer weg na tegenvallende cijfers
Bron: Bloomberg en publicaties Magnum. Multiples reflecteren de EV/EBITDA multiples op basis van de verwachte winst voor 2026.
Groeipad wankelt iets
Tegelijk zegt de waardering iets anders: beleggers zijn na deze cijfers minder overtuigd dat Magnum ook buiten de vleugel van Unilever strak kan uitvoeren, en passen opnieuw een grotere ‘execution discount’ toe op de waardering.
Magnum wijst op de complexiteit van de separatie met Unilever, de forse eenmalige kostenpost die dit oplevert, en de valuta-tegenwind, maar beleggers willen uiteindelijk bewijs zien dat de ijsmarkt werkelijk zo lucratief is als de ceo de markt wil laten geloven.
Unilever nam niet voor niets afscheid van de ijstak. IJs heeft van nature een lage marge. De resultaten schommelen ook sterk, omdat het weer en het seizoen veel uitmaken.
Daar komt bij dat de activiteit relatief kapitaalintensief is. Denk aan vriezers in winkels, koeltransport en opslag. Daar gaat veel geld in zitten. En als je veel kapitaal nodig hebt om een euro winst te maken, dan zakt het rendement op geïnvesteerd kapitaal.
Daar komt nu een nieuwe zorg bij: in de markt duiken discussies op over de impact van afslankmedicatie op ijsjes en snacks. Als consumenten structureel bewuster gaan eten, kan dat op termijn extra druk zetten op de consumptie van ijs.
De koersreactie draait om vertrouwen. Beleggers willen zien dat Magnum volumes kan vasthouden én hogere inkoopkosten kan doorberekenen, zonder meteen te vervallen in een kortingencircus. Lukt dat, dan kan de marge herstellen. Tot die tijd krijgt Magnum geen premie, maar een korting van beleggers.
| Ook Unilever onderuit door matige vooruitzichten |
|
• Door de koersdaling van Magnum zag moederconcern Unilever haar belang van 20 procent in het ijsconcern met ongeveer 300 miljoen euro in waarde afnemen. • Maar Unilever is met een beurswaarde van circa 160 miljard euro duidelijk een maatje groter. Vandaag kwam het levensmiddelenconcern, bekend van merken als Dove, Andrélon en Knorr, ook met cijfers. • De jaaromzet kwam uit op 50,5 miljard euro, net iets onder de 51,3 miljard euro waar de markt op rekende. Onderliggend was het beeld stabiel: volume en prijs stegen beide met relatief 1,5 en 2 procent. Maar een stevig negatief valuta-effect van circa 6 procent – onder meer door een zwakkere dollar – trok de gerapporteerde omzet per saldo omlaag. • Aan de winstkant presteerde Unilever het afgelopen jaar in lijn met de verwachting: de operationele winst (EBIT) bedroeg 10,1 miljard euro, goed voor een marge van 20 procent. • Toch leverde het aandeel tijdens de middaghandel circa 2 procent in. Niet vanwege 2025, maar door de gematigde toon voor dit jaar. Unilever houdt vast aan de belofte van 4 tot 6 procent onderliggende omzetgroei, maar rekent nadrukkelijk op de onderkant van die bandbreedte. Ook de margeverbetering blijft bescheiden: iets boven de 20 procent van vorig jaar. • Aandeelhouders kunnen wel extra uitkeringen tegemoetzien: naast het kwartaaldividend van circa 0,47 euro per aandeel kondigde Unilever een nieuw aandelen inkoopprogramma aan van 1,5 miljard euro. Tegen de huidige koers goed voor ongeveer 1 procent van de uitstaande aandelen. |