VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Kendrion schetst een aantrekkelijk groeiverhaal met een recordaantal projecten in de pijplijn en hoge rendementseisen. Maar hoeveel die pijplijn daadwerkelijk voorstelt, blijft onduidelijk. Op de aandeelhoudersvergadering gaf het bestuur nauwelijks inzicht in omvang, timing en bedragen.

“Wij zijn niet langer het lelijke eendje, maar zijn een mooie zwaan geworden.” Met die opmerking vatte topman Joep van Beurden op de aandeelhoudersvergadering deze week samen hoe Kendrion zichzelf ziet.

Die uitspraak is goed te plaatsen: na het afscheid van de auto-industrie focust Kendrion op winstgevendere niches, wat zich vertaalt in een marge van 15,5 procent en een koers die in een jaar tijd met zo’n 70 procent is opgelopen.

Het herwonnen zelfvertrouwen klonk ook door op de ava. Van Beurden bevestigde een verwachte omzetgroei van 5 tot 8 procent per jaar en ziet vooralsnog geen impact van de spanningen in het Midden-Oosten.

Die positieve toon komt ook terug in de pijplijn, die volgens Van Beurden groter is dan ooit. Maar hoeveel die pijplijn daadwerkelijk voorstelt, bleef in de ava onduidelijk.

Ongrijpbaar
Van Beurden maakte duidelijk dat het gaat om projecten die aan strenge interne eisen voldoen: minimaal 20 procent operationele winstmarge en minimaal 10 procent groei per jaar. Daarbij doelt Kendrion vooral op de groei van de vraag naar de eindproducten waarin de componenten van het bedrijf zijn verwerkt.

Dergelijke projecten kennen al snel een doorlooptijd van meerdere jaren. Volgens financieel directeur Jeroen Hemmen ligt het rendement op het geïnvesteerd vermogen zelfs boven de 30 procent.

Dat zijn rendementen waar beleggers van smullen. Juist daarom is het opvallend dat het bestuur op de aandeelhoudersvergadering in het Novotel in Amsterdam Zuid nauwelijks inzicht gaf in de omvang van de pijplijn en geen totaalbedrag wilde noemen.

Wel gaf Van Beurden aan dat het niet gaat om projecten van honderden miljoenen, maar om tientallen kleinere projecten met doorgaans enkele miljoenen omzet. Veel verder reikte de toelichting niet. Bovendien duurt het volgens het bestuur al snel twee tot drie jaar voordat zulke projecten volledig zijn uitontwikkeld en opgeschaald, waardoor de bijdrage op korte termijn beperkt blijft.

Er werden ook geen voorbeelden gegeven van projecten. Vermoedelijk gaat het om toepassingen zoals remsystemen voor magazijnrobots, componenten in windturbines en onderdelen in medische apparatuur.

Opvallend is ook dat Hemmen aangaf niet van plan te zijn om direct veel meer kapitaal richting R&D te schuiven om al die kansen sneller te verzilveren. Ondanks de sterke pijplijn wil het bestuur de R&D-uitgaven ruwweg op het huidige niveau houden: zo’n 5 à 6 procent van de omzet.

Dat roept de vraag op hoeveel groei er in de praktijk kan worden verzilverd. Veelzeggend is dat Kendrion zijn financiële doelstellingen vooralsnog niet verhoogt.

Voorzichtigheid is begrijpelijk
Enige voorzichtigheid valt wel te begrijpen. Eerder gaf Kendrion ook concrete cijfers over de opdrachten die binnenkwamen, maar die bleken geen garantie voor toekomstige omzet.

Zo moest de pijplijn in het verleden wel eens naar beneden worden bijgesteld. Zoals in 2020, toen enkele projecten plots kwamen te vervallen vanwege ingrepen door de Chinese overheid. Dat had een neerwaarts effect van zo’n 100 miljoen euro aan verwachte omzet.

Nu moeten beleggers het doen met vooral kwalitatieve duiding van het aantal projecten, zonder inzicht in de omvang. Volgens Van Beurden is een totaalbedrag “moeilijk te interpreteren zonder details prijs te geven”. En die details wil Kendrion simpelweg niet delen.

Dat betekent wel dat beleggers voorlopig vooral op vertrouwen moeten varen. Kendrion is sterk afhankelijk van een cyclische industriële markt, met een grote blootstelling aan Duitsland, waar de industrie al geruime tijd zwak is. Dat maakt de groeiverwachting ambitieus.

Afscheid
Kendrion heeft inmiddels volledig afscheid genomen van de auto-industrie en richt zich uitsluitend op industriële niches met hogere marges. Volgens het bestuur was de autosector te grillig, kapitaalintensief en uiteindelijk te weinig rendabel.

Zonder die activiteiten is het concern winstgevender geworden. De operationele marge ligt inmiddels op 15,5 procent en daarmee aan de onderkant van de doelstelling voor 2027 van 15 tot 18 procent.

Ter vergelijking: in het afgelopen decennium lag die marge gemiddeld net onder de 12 procent.

Geen keuzedividend meer

•    Op de ava werd duidelijk dat Kendrion dit jaar geen keuzedividend aanbiedt. Het dividend van 0,70 euro per aandeel wordt volledig in cash uitgekeerd.

•    Dat is opvallend, want de afgelopen jaren was er wel sprake van een keuzedividend, op een moment dat het aandeel tegen een lage waardering op de beurs werd verhandeld, grofweg rond de boekwaarde per aandeel van circa 10,50 euro. Dat riep op de aandeelhoudersvergadering van vorig jaar ook al vragen op.

•    Zo gaf Kendrion via het keuzedividend over de twee voorgaande jaren ongeveer een half miljoen nieuwe aandelen uit, goed voor ruim 3 procent van het huidige aantal uitstaande aandelen. De gemiddelde uitgiftekoers van die aandelen lag op circa 11,40 euro per aandeel.

•    Kendrion heeft die verwatering inmiddels weer teruggedraaid via een recent afgerond aandeleninkoopprogramma. Daarbij zijn ruwweg evenveel aandelen teruggekocht, maar dan tegen een fors opgelopen koers van ruim 15 euro per stuk.

•    In absolute zin gaat het niet om grote bedragen, maar de gedachtegang is lastig te volgen. Wie zuinig wil omgaan met het aantal uitstaande aandelen, zou juist terughoudend zijn met stockdividend bij een lage koers en daar eerder toe overgaan bij een hogere waardering.




Gerelateerde artikelen