VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Onvoorziene kosten die tijdens een project opeens opduiken zijn de nachtmerrie van iedere bouwer. BAM werkt al jaren aan het wegwerken van risico’s bij oude probleemprojecten. Toch dook in de jaarrekening plots een grote kostenpost op van ruim veertig miljoen euro, zonder duidelijke toelichting.

Voor beleggers blijft onduidelijk om welk project of dossier het gaat en waarom BAM dit bedrag apart heeft gezet. De jaarrekening geeft geen antwoord op die vraag.

Dat is opvallend, juist omdat bouwconcerns jarenlang last hadden van projecten die ingewikkelder, duurder en risicovoller bleken dan gedacht. Eén tegenvaller kon de jaarwinst wegvagen.

Door schaarste in de bouw kunnen bouwbedrijven nu selectiever zijn. Projecten met te veel risico worden vaker geweigerd. Die discipline is terug te zien in de marges. Bij praktisch alle grote Nederlandse bouwconcerns zit de winstgevendheid in de lift.

Ook BAM profiteert. De operationele winst (ebitda) kwam in 2025 uit op 400 miljoen euro, goed voor een marge van 5,7 procent. Daarmee zit het concern al aan de bovenkant van de bandbreedte van 4 tot 6 procent die twee jaar geleden met beleggers werd gedeeld.

Onduidelijke voorziening
Juist tegen die achtergrond valt één post in de jaarrekening extra op. De zogenoemde de-risking is namelijk niet alleen zichtbaar in hogere marges. Ook de voorzieningen op de balans liepen de afgelopen jaren structureel terug.

Onder die post zet BAM geld opzij voor kosten die waarschijnlijk nog komen, maar waarvan het precieze bedrag of timing onzeker is. Denk aan herstelwerk aan oude projecten, garanties of verlieslatende contracten.

Opvallend is dat de omzet al jaren rond de 6,5 à 7 miljard euro schommelt, terwijl de voorzieningspost juist met tientallen miljoenen euro’s per jaar afnam. Begin 2025 noemde topman Ruud Joosten een verdere daling dan ook “realistisch”.

Maar uit de laatste jaarrekening blijkt plots dat BAM een voorziening aanlegde van ruim veertig miljoen euro voor “claims en juridische verplichtingen”.

BAM geeft daarbij slechts een summiere toelichting. De voorziening heeft betrekking op “verwachte kosten voor onderzoeken, herstelwerkzaamheden en bouwkundige reparaties”. Daarnaast wijst het concern op zaken die samenhangen met “veranderende eisen op het gebied van bouwveiligheid”.

Vooral dat laatste is opvallend. Verdere details ontbreken, maar mogelijk houdt de post verband met strengere aansprakelijkheidsregels in het Verenigd Koninkrijk.

Voorzieningen lopen in 2025 plots op vanwege ‘claims en juridische verplichtingen’

Bron: jaarverslagen BAM. Bedragen in miljoenen euro.

Britse bouwveiligheid
Daar trad begin 2023 de zogeheten UK Building Safety Act in werking. Die wet kwam voort uit de nasleep van de Grenfell Tower-brand in Londen in 2017, waarbij 72 mensen omkwamen.

Onder de nieuwe wet is de aansprakelijkheid voor bouwveiligheid fors aangescherpt. Bouwers en ontwikkelaars kunnen daardoor zelfs tientallen jaren na oplevering nog worden aangesproken op herstelkosten, bijvoorbeeld bij brandveiligheidsproblemen of constructiegebreken.

Voor BAM gaat dat wellicht betekenen dat oude Britse projecten opnieuw tot onderzoek, herstelwerk of claims leiden. Zeker is dat niet, want BAM geeft geen concrete toelichting op de voorziening.

Wel is opvallend dat BAM in 2023 en 2024 nog een voorwaardelijke verplichting opnam over de mogelijke impact van deze wetgeving. Zo’n verplichting staat in tegenstelling tot de voorziening niet als schuld op de balans, maar wordt alleen toegelicht wanneer de uitkomst nog te onzeker is.

In die eerdere jaarrekeningen schreef BAM dat het nog niet mogelijk was de impact van de UK Building Safety Act in te schatten. In 2025 ontbreekt die toelichting. Tegelijkertijd is er nu wel een voorziening opgenomen waarbij BAM verwijst naar veranderende eisen op het gebied van bouwveiligheid.

Dat roept vragen op. Het gaat om een plotselinge kostenpost van ongeveer tien procent van de jaarlijkse operationele winst. Volstrekt onduidelijk blijft waar de voorziening op ziet, hoe BAM tot de inschatting van ruim veertig miljoen euro komt en nog belangrijker: hoe groot de kans is dat meer kosten volgen.

Voor beleggers is dat cruciale informatie. BAM is immers al decennialang actief in het Verenigd Koninkrijk. Afgelopen jaar kwam ongeveer de helft van de omzet uit die markt.

Voorzichtig met margedoel
Vanuit dat perspectief is het begrijpelijk dat BAM voorzichtig blijft met een hoger margedoel. De voorziening drukte de operationele winstmarge in 2025 al met circa 0,5 procentpunt. 

Joosten sprak tijdens de jaarcijferpresentatie wel over “verdere omzet- en winstgroei”, maar koppelde daar geen concreet margedoel aan.

Die voorzichtigheid valt ook om een andere reden te plaatsen. BAM heeft nog altijd oude probleemprojecten lopen, al is het aantal fors afgebouwd: van ongeveer 23 projecten vijf jaar geleden naar nog drie nu.

Vooral het Fehmarnbelt-project zal nog jarenlang slepend blijven: een 18 kilometer lange tunnel tussen Denemarken en Duitsland. Joosten noemde het eerder “een groot beest”. 

Naar verluidt heeft de uitvoerende joint venture, waarin BAM een belang van circa 12 procent heeft, al bijna 2 miljard euro aan kostenclaims uitstaan bij de opdrachtgever. Tot op heden lijkt BAM geen voorziening voor dit project te hebben opgenomen. Maar ook hier geldt: door de beperkte toelichting is dat lastig met zekerheid te zeggen.

BAM heeft de projectrisico’s teruggebracht en de marges sterk verbeterd. Maar een plotselinge voorziening van ruim veertig miljoen euro laat zien dat oude risico’s niet volledig verdwenen zijn. 

Precies daarin schuilt de terugkerende angst van beleggers in bouwconcerns. Niet iedere claim hoeft tot in detail te worden toegelicht. Maar bij een post van tientallen miljoenen euro’s is meer uitleg wel het minimale dat beleggers mogen verwachten.




Gerelateerde artikelen