Sif heeft groot ingezet met de bouw van een grote en dure nieuwe fabriek van de nieuwe generatie funderingspilaren. Maar de resultaten vallen vooralsnog tegen en er dienen zich nog te weinig nieuwe opdrachten aan. Gaat het Sif lukken om de enorme investering te laten renderen?
Dat is de vraag die aandeelhouders al enige tijd bezighoudt na een uiterst stroeve start.
Het aantal stalen funderingen voor windmolens, monopiles geheten, dat uit de nieuwe fabriek rolt, is sinds de opening veel te laag. Sif kampte met allerlei opstartproblemen: van niet functionerende machines en noodzakelijke reparaties tot het langer dan verwacht moeten inwerken van personeel.
Die rampspoed zorgde er eind september vorig jaar al voor dat het bedrijf zijn afspraken met zijn financierende banken niet kon nakomen. Het operationele resultaat (ebitda) gemeten over de voorgaande twaalf maanden dook in de min.
De schuldratio, die de nettoschuld afzet tegen deze ebitda, moest minimaal 3,5 zijn. Maar vanwege het negatieve resultaat was het verhoudingsgetal niet te berekenen. Sif kreeg van zijn huisbanken een tijdelijk vrijgeleide (waiver) – vermoedelijk in ruil voor een boetebetaling – en maakte direct nieuwe afspraken over de maximaal toegestane kapitaalratio (solvabiliteit) en schuldgraad waaraan het moet voldoen.
Topman Fred van Beers gaf vorig jaar twee winstwaarschuwingen af. In plaats van de aanvankelijk gedachte 135 miljoen euro, kwam hij in stapjes uiteindelijk op een prognose voor de ebitda-winst van nog slechts 45 miljoen euro. Het werd 48 miljoen euro.
Van Beers zei onlangs in een interview met maritiem nieuwsplatform Schuttevaer dat de nieuwbouwoperatie ‘misschien wel de grootste onderschatting is die ik ooit gemaakt heb”. Van Beers: “in de proefopstelling werkte alles perfect, in de praktijk niet.”
Weinig nieuwe opdrachten
Sif maakt enorme stalen funderingen van meer dan 100 meter lang en ruim duizend ton zwaar. Op die massieve palen worden door energiebedrijven windmolens op zee geplaatst. Die kolossen worden alsmaar groter en vragen om zwaardere funderingen.
Om in die markt mee te kunnen doen, besloot Sif de nieuwe productiehal neer te zetten in de havens van Rotterdam op Maasvlakte 2. Het is de grootste fabriek voor windmolenfunderingen ter wereld.
Kosten: ruim 300 miljoen euro, bijeengebracht met bankleningen, onderhandse leningsafspraken, aandelenuitgiftes en vooruitbetalingen van klanten. Maar nu de fabriek er eenmaal is en de productie op volle toeren zou moeten draaien, gebeurt dat niet.
Nieuwe windmolenprojecten komen nauwelijks op gang. Klanten van Sif zijn voorzichtiger geworden en blazen projecten af, of stellen investeringen uit. Voor het lopende jaar zegt topman Van Beers nog voldoende opdrachten te hebben voor een behoorlijke bezettingsgraad en financieel resultaat van minimaal 135 miljoen euro (aangepaste ebitda). Voor 2027 ziet het er een stuk minder goed uit. Er is ‘een zeer beperkt aantal tenders’, schrijft Van Beers in het laatste jaarverslag. Hij waagt zich daarom niet aan een prognose voor 2027.
Voor het lopende jaar is het orderboek goed gevuld, maar voor 2027 is de onzekerheid groot. Sif geeft voor 2027 geen prognose, ziet weinig tenders en heeft na 2026 nog maar beperkt werk vastliggen.
Sif dicht bij ondergrens bankafspraken
Die operationele tegenvaller raakte ook de financiering.
Door de tegenvallende winst en de zwaardere balans - mét de nieuwe fabriek - dreigt nu een nieuwe breuk van de bankconvenanten. Vanaf halverwege dit jaar moet het buffervermogen, de solvabiliteit, minimaal 35 procent bedragen.
Eind 2025 had Sif een balanstotaal van ruim 535 miljoen euro en circa 175 miljoen euro eigen vermogen. Dat leverde een solvabiliteit op van 32,7 procent.
Dat is lager dan de ondergrens die de banken eisen en dus is het zaak dat Sif in het lopende halfjaar voldoende winst boekt om het eigen vermogen te versterken. Bij een nieuwe overtreding kunnen banken strengere voorwaarden stellen, extra zekerheden eisen of leningen vervroegd opeisen. Als Sif de balans dan niet snel genoeg herstelt, kan nieuw aandeelhoudersgeld nodig zijn.
Convenantgrens komt weer in zicht bij Sif
Bron: jaarverslag Sif
Drie mogelijkheden voor balansherstel
Sif moet dus snel balansruimte terugwinnen. Bij een gelijkblijvend balanstotaal heeft Sif eind juni ongeveer 12 miljoen euro extra eigen vermogen nodig om op 35 procent solvabiliteit uit te komen.
Herstel kan ook via een kortere balans. Bij een gelijkblijvend eigen vermogen moet het balanstotaal dalen tot ongeveer 501 miljoen euro om op diezelfde 35 procent solvabiliteit uit te komen. Dat vraagt om een balanskrimp van circa 35 miljoen euro.
Dat kan bijvoorbeeld door meer kapitaal vrij te spelen uit de dagelijkse operatie, een gunstig werkkapitaaleffect. Bijvoorbeeld door Sif sneller te facturen en eerder betaald te krijgen of minder voorraad hoeft aan te houden.
Equity cure
Als beide routes onvoldoende opleveren, blijft de noodrem over: nieuw eigen vermogen. Sif neemt daarop al een klein voorschot. Uit het jaarverslag blijkt dat het een ‘contractueel overeengekomen recht heeft op een equity cure’.
Een ietwat vage omschrijving die niet duidelijk maakt van welke partij(en) de financiële injectie zou moeten komen en onder welke voorwaarden dat kan gebeuren. De VEB wil Sif daar op de aandeelhoudersvergadering duidelijkheid over vragen.
Niet alleen acute problemen
Balansherstel lost niet alles op. Een betere solvabiliteit koopt tijd, maar vult geen fabriek. Na 2026 moet Maasvlakte 2 ook voldoende opdrachten hebben.
Of die opdrachten er komen, is nog niet zeker. De contractuele omzetvoorraad daalde van circa 1,7 miljard euro naar 1,2 miljard euro. Vooral de langere zichtbaarheid viel weg. Het deel dat pas na meer dan één jaar tot omzet moet leiden, daalde van ongeveer 775 miljoen euro naar 145 miljoen euro.
Voor 2027 is de fabriek dus nog maar beperkt gevuld. Van Beers was daar in een recent interview opvallend direct over: “We hebben nog een paar klussen, daarna valt het stil.” In hetzelfde interview waarschuwde hij dat de fabriek bij langdurige stilval zelfs dicht zou kunnen moeten.
Volgens Sif komt de druk onder meer door vertraagde projecten in Europa en doordat de Verenigde Staten onder Trump grotendeels zijn gestopt met offshore wind.
Nieuwe Europese plannen om offshore wind weer aan te jagen kunnen helpen, maar alleen als ze snel genoeg tot opdrachten leiden. Een ambitie vult geen fabriek.
|
‘De Amerikaanse markt voor windenergie is dood’ |
|
• Sif begon de aandeelhoudersvergadering op Maasvlakte 2 met de moeizame opstart van de nieuwe fabriek. Topman Fred van Beers erkende dat het bedrijf die ramp-up heeft onderschat. Tijdens de opstart moest Sif telkens kiezen: sneller produceren of veilig blijven opschalen. Het bedrijf koos voor veiligheid. Dat drukte de productie. De les is volgens Van Beers dat Sif bij een volgende opstart meer ruimte moet inplannen. • De grotere zorg zit inmiddels in de markt. Van Beers schetste een veel somberder beeld dan een jaar geleden. Klanten reorganiseren, projecten schuiven door en de Amerikaanse markt biedt voorlopig geen uitweg. Over de VS was hij duidelijk: “De Amerikaanse markt voor windenergie is dood.” Volgens Van Beers komt die markt de komende tien jaar waarschijnlijk niet terug. Dat raakt Sif hard: in 2024 kwam nog 232,4 miljoen euro omzet uit de Verenigde Staten, goed voor 54 procent van de totale omzet. In 2025 was dat nog altijd 166,7 miljoen euro, bijna 28 procent. • Ook in Europa is de situatie moeilijker geworden. Sif sprak over een “zeer giftige” combinatie van minder vraag en meer Chinese concurrentie. Sif stelt dat Europese klanten nog steeds belang hechten aan productie in Europa, maar de onderneming erkende dat de machtsbalans is gekanteld: opdrachtgevers hebben meer keuze en kunnen harder onderhandelen over prijs en voorwaarden. Dat zet de marges van Sif onder druk, áls het al lukt om opdrachten binnen te halen. • Daardoor worden vooral 2027 en 2028 spannend. Voor 2027 hangt veel af van een exclusief contract van 190 kiloton – zo’n 40 procent van de jaarcapaciteit – dat volgens Sif waarschijnlijk in de komende weken kan worden getekend. Die opdracht komt naar verwachting pas later in 2027 op gang. Ook mét die opdracht rekent Sif daarom aan het begin van 2027 op enkele maanden leegstand. Zonder dat contract wordt het gat in de fabriek veel groter. Voor 2028 is het beeld nog somberder. Sif heeft voor dat jaar nog geen vergelijkbare grote opdracht in beeld en wilde geen concreet productieniveau noemen. Het wordt dus een hele opgave om Maasvlakte 2 aan het werk te houden. • Daarna zou de markt moeten aantrekken. Sif rekent erop dat vanaf 2029 meer vraag komt naar Europese windmolenparken, mede door het pan-Europese initiatief om offshore wind te versnellen. Maar dat is nog geen orderboek. Het blijft afhankelijk van politieke besluitvorming, vergunningen en aanbestedingen. In de komende jaren kan dus nog veel veranderen. • Een echte uitwijkroute is er niet. Op vragen van de VEB gaf Sif aan dat andere markten te klein zijn om een terugval in Europa op te vangen. De bezetting van Maasvlakte 2 blijft dus afhankelijk van Europese offshorewindprojecten en van de vraag of politieke plannen richting 2030 ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. • Ook de convenanten blijven een punt van zorg. Sif brak vorig jaar al een afspraak met de banken en voldeed ook dit kwartaal niet aan het bankconvenant. De banken geven opnieuw respijt, maar daarmee is de druk niet weg. CFO Boudewijn van Schaïk verwacht dat de volgende toets beter uitvalt, omdat dan het zwakste kwartaal uit de berekening valt. Dat helpt alleen als het komende kwartaal volgens plan verloopt. Blijft de productie of marge achter, dan blijft Sif dicht tegen een nieuwe convenantbreuk aan zitten. • Als Sif opnieuw een convenant breekt, gaat het bedrijf eerst opnieuw in gesprek met de banken. De equity cure is volgens Sif een noodroute. Daarover is nog niet concreet gesproken: niet met aandeelhouders en ook niet binnen het bestuur. • Verder lichtte Van Beers zijn vertrek toe. Hij stopt na acht jaar als CEO omdat hij meer tijd met zijn familie wil doorbrengen. Dat zei hij op de vergadering opvallend persoonlijk: “Ik moet ervoor zorgen dat ik nog thuis mag komen en nog thuis mag blijven komen.” Zijn beoogde opvolger Koen Bogers, voormalig topman van Stedin, neemt het stokje over. Van Beers blijft tot het einde van het jaar betrokken om de overdracht te begeleiden, maar Bogers moet meteen aan de bak. |