VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De kwartaalcijfers van Philips laten een opvallend contrast zien. Het concern groeide met 4 procent, maar in China is het al tevreden als het stationair blijft draaien. Na jaren van omzetverlies, sterkere lokale concurrenten en moeilijkere toegang tot ziekenhuizen beschouwt het medisch technologiebedrijf stilstand daar inmiddels al als vooruitgang.

Philips noemt de vraag naar medische apparatuur in Noord-Amerika en Europa ‘sterk’. Maar de ontwikkelingen in China stemmen ceo Roy Jakobs steeds minder optimistisch. De verkoop van ziekenhuisapparatuur staat daar onder druk. Steeds meer aankopen van medische apparatuur verlopen via centrale inkoopprogramma’s. Lokale Chinese leveranciers rukken op en het aangescherpte anticorruptiebeleid zet al enige tijd druk op de verkopen van Philips.

Dat verschil tussen de Verenigde Staten en Europa aan de ene kant, en China aan de andere kant stond dinsdag zwart-op-wit in de kwartaalcijferpresentatie van het medtechconcern. Philips groeide in het tweede kwartaal met 4 procent, maar rekent in China voor heel 2026 nog altijd maar hooguit op stabilisatie.

China was ooit één van de groeimotoren van Philips. Maar de laatste tijd gaan de zaken daar beduidend minder. Nu moet het concern de groei vooral elders vandaan halen. De Chinese zorgmarkt groeit nog wel, maar Philips verwacht daar minder van mee te pakken.

Draai
De kentering dringt ook langzaam door in de woordkeuze van Philips. In het jaarverslag over 2024 noemde Philips China nog een “fundamenteel aantrekkelijke groeimarkt”. Na een gesprek met de financiële top in mei 2026 tekenden analisten van Barclays iets anders op: de Chinese markt groeit naar verwachting nog met circa 4 tot 6 procent per jaar, maar Philips blijft daaronder. De bank vatte het scherp samen: China is een goede markt, maar geen groeimarkt meer voor Philips.

Dat is een serieus probleem voor Philips. De Chinese zorgmarkt staat niet stil, maar Philips kan daar niet van profiteren. De cijfers over het tweede kwartaal bevestigen dat beeld. Philips als geheel boekte een omzetgroei op eigen kracht van vier procent. 

Binnen het bedrijfsonderdeel Diagnosis & Treatment daalden de verkopen van meer gestandaardiseerde CT-scanners en echoapparaten. Chinese concurrenten en het centrale inkoopbeleid drukken de prijzen. Tijdens de toelichting op de kwartaalcijfers zei topman Jakobs dat China de centrale inkoop verder over het land uitrolt. Dat geeft de overheid meer grip op prijzen en vertraagt de besluitvorming bij ziekenhuizen. Volgens Jakobs veroorzaakt de invoering opnieuw onrust, omdat ziekenhuizen en leveranciers moeten wennen aan de nieuwe procedure.

Philips wil daar niet iedere order tegen elke prijs binnenhalen. De meer hoogwaardige MRI-scanners houden beter stand. Philips zet in China vooral in op heliumvrije MRI-scanners, Spectral CT en Image Guided Therapy, producten waarvoor het nog een technisch verschil kan maken en een hogere prijs kan verdedigen.

Tandenborstels, scheerapparaten en ontharingsapparaten (Personal Health) groeiden dan weer wel in China, maar die stijging werd vergemakkelijkt omdat het tweede kwartaal van vorig jaar (2025) juist tegenviel. 

Philips probeert de terugval te beperken door zich te richten op apparatuur waarin het nog duidelijk verschil kan maken. Dat onderscheid was ook in het tweede kwartaal zichtbaar. Het onderdeel Image Guided Therapy dat apparatuur maakt die artsen tijdens ingrepen met live beelden begeleidt (waaronder katheters en intravasculaire beeldvorming), groeide wel met een hoog enkelcijferig percentage. 

Andere definitie van omzet
Hoe groot de terugval precies is, valt moeilijk vast te stellen. Philips publiceert geen aparte resultatenrekening voor China. De historische omzetreeks laat bovendien een breuklijn zien. Philips voerde een definitiewijziging door in het jaarverslag over 2023. Tot dat moment werd de omzet bepaald door te kijken naar welke landen de producten werden verscheept. Sindsdien telt juist het land waar de verkopende Philips-onderneming zit. Na deze aanpassing wijzigde Philips de vergelijkende cijfers voor 2021 en 2022.

Daardoor kan een scanner die vanuit China aan een ander land wordt verkocht nu toch als Chinese omzet gelden, terwijl een verkoop aan een Chinese klant (door een niet-Chinese Philips-entiteit) buiten de reeks kan vallen.

De onderstaande grafiek combineert twee reeksen: tot en met 2020 omzet aan klanten in China, vanaf 2021 omzet van Philips-onderdelen in China. De daling tussen die jaren is geen echte omzetval.


Bron: jaarverslagen Philips. Let op: de daling van 2020 op 2021 is geen echte omzetkrimp. Vanaf 2021 geldt een andere meetmethode.

Een zuivere ononderbroken omzetreeks ontbreekt dus. Binnen beide meetperioden is de richting wel duidelijk. De Chinese omzet piekte in de oude reeks in 2019 en liep daarna terug. 

Opvallend is dat de nieuwe definitie op een veel lager omzetniveau uitkomt. Dat hoeft niets te zeggen over de reden voor de wijziging, maar het maakt de historische terugval wel minder zichtbaar. In de nieuwe reeks volgde na een opleving in 2023 een daling van ruim 18 procent in 2024. Ook in 2025 meldde Philips lagere verkopen in China, hoewel de landenreeks een kleine stijging liet zien. Voor 2026 rekent het concern op stabilisatie.

Steeds lokaler
Ook de strategie werd lokaler. In 2018 presenteerde Philips zijn centrum in Shanghai nog als een plek waar wereldwijde kennis werd aangepast voor China en soms weer werd geëxporteerd. In 2021 volgde een doel van 90 procent lokale ontwikkeling of productie. Vanaf 2023 heette de aanpak officieel “In China, For China”. In 2025 kwam daar een innovatiehoofdkantoor in Beijing en samenwerking met Chinese AI-bedrijven bij.

Het concern noemt China nog steeds een “sleutelmarkt”. De ‘lokale’ strategie lijkt daarmee veranderd van een groeiversneller naar een soort toegangsbewijs tot de markt. De kwartaalpresentatie maakt duidelijk dat die aanpassing nog niet is voltooid. Philips noemt inmiddels lokaal produceren als een van de belangrijkste antwoorden op de Chinese marktdruk. Het bedrijf trekt bovendien extra investeringsgeld uit voor ‘selectieve lokalisatie’ en productie van meerdere soorten apparatuur op dezelfde locaties.

Opvallend inkijkje
De uitgangspositie voor buitenlandse bedrijven in China is er de laatste jaren niet beter op geworden. Zo was het recent nog oud-topman Frans van Houten die zich daar, vier jaar na zijn vertrek bij Philips, kritisch over uitliet. Hij zei tegen Het Financieele Dagblad dat Philips, Siemens en GE ooit samen 80 procent van de Chinese markt voor MRI- en CT-scanners beheersten, tegen circa 30 procent nu. Volgens hem kregen ziekenhuizen quota opgelegd om Chinese apparatuur te kopen en telden zelfs lokaal gemaakte Philips-scanners destijds niet altijd als Chinees. Klachten in Peking leverden volgens Van Houten niets op.

Zijn relaas staat niet op zichzelf. De Europese Commissie stelde in 2025 vast dat buitenlandse leveranciers bij Chinese aanbestedingen voor medische apparatuur structureel worden benadeeld. In 87 procent van de onderzochte procedures golden expliciete of impliciete beperkingen voor ingevoerde producten. 


Van Houten schetste een harder beeld dan het huidige bestuur op dat moment nog deed. Bij MRI en CT is volgens hem een groot deel van de gezamenlijke positie van de drie Westerse partijen die ooit de markt domineerden verloren gegaan.

Het huidige Philips-bestuur gaat nu voor het eerst meer mee in die pessimistische toon. Jakobs zei tijdens de analistencall dat Philips ‘not too bullish’ moet zijn, omdat het herstel langer kan duren dan gehoopt. Groei in Europa, Noord-Amerika en India moet die zwakte voorlopig opvangen.

China is daarmee niet verloren, maar de oude groeimotor wel. 

Waarom beleggers Philips hard afstraffen

·   Plots kwamen de kwartaalcijfers van Philips opeens maandagavond naar buiten. Per ongeluk, ‘vanwege een administratieve fout’, aldus Philips. Op dat moment was de handel op de beurs van New York in de ADR’s van Philips (een afgeleid aandeel) nog volop gaande. Het aandeel begon daarop stevig te dalen en de New York Stock Exchange legde de handel tijdelijk stil.

·   Dinsdag volgde ook in Amsterdam een harde afrekening: het aandeel verloor circa 10 procent, de sterkste daling sinds februari 2025. Dat was opvallend, want de organische omzet groeide met 4 procent en Philips verhoogde twee van zijn jaardoelen. Wie verder keek, zag echter duidelijke zwakke plekken.

·   Philips verhoogde de outlook voor de operationele winstgevendheid (aangepaste ebita-marge) van 12,5 tot 13 procent naar 13,5 tot 14 procent. Ook het doel voor de vrije kasstroom ging omhoog. Beide verhogingen komen echter volledig door de terugbetaling van 186 miljoen euro aan onterecht betaalde Amerikaanse invoerheffingen. Het Amerikaanse hooggerechtshof besloot onlangs dat die heffingen niet zijn toegestaan. Zonder die meevaller bleven beide doelen ongewijzigd.

·   De aangepaste ebita-marge kwam uit op 16,4 procent. Zonder de Amerikaanse terugbetaling bleef 12,2 procent over, tegen 12,4 procent een jaar eerder. Die daling oogt beperkt, maar bedacht moet worden dat Philips wel organisch groeide met 4 procent en voor 132 miljoen euro aan besparingen boekte. Die besparingen waren dus niet voldoende om hogere kosten, heffingen en ongunstige wisselkoersen te compenseren. Vooral Diagnosis & Treatment, goed voor bijna de helft van de omzet, was een punt van zorg. Daar daalde de onderliggende aangepaste ebita-marge van 13,5 naar 9,3 procent. Een afname van 4,2 procentpunt.

·   Philips verwacht in het derde kwartaal een lagere marge dan een jaar eerder, maar handhaaft het jaardoel van 12,5 tot 13 procent. Dat vraagt om een sterke eindsprint. Een analist rekende voor dat het vierde kwartaal op een marge van 16 tot 17 procent moet eindigen. Financieel directeur Charlotte Hanneman weersprak dat niet en rekent voor het vierde kwartaal op een marge van ongeveer 16 procent. Daarmee leunt de jaarprognose zwaar op één sterk kwartaal.

·   Philips verwacht voor 2026 een hoge enkelcijferige kosteninflatie. Die druk neemt in de tweede jaarhelft toe, omdat duurdere onderdelen en vrachtkosten dan pas via de verkochte voorraad in de winst terechtkomen. Vooral elektronische componenten zijn flink duurder geworden. Philips heeft die kosten niet afgedekt. Hanneman: ‘Die hogere kosten lopen dus gewoon door in 2027.’ Ook de vrachtkosten stegen door de spanningen in het Midden-Oosten. Philips wil dat opvangen met extra besparingen, goedkoper materiaalgebruik en kunstmatige intelligentie. De kostendruk is daarmee niet snel verdwenen.

 




Gerelateerde artikelen