Unilevers omzetgroei trok het afgelopen kwartaal een sprintje. Vooral de romp van het nieuwe bedrijf draaide goed. Maar vooralsnog is de voedseltak het meest winstgevend, en die wordt juist verkocht.
Unilever is in het tweede kwartaal veel harder gegroeid dan verwacht. De onderliggende omzet nam met 5,8 procent toe. Analisten rekenden op ongeveer 4,1 procent. Die meevaller kwam vrijwel volledig uit hogere verkoopvolumes.
Het concern verkocht 5,5 procent meer producten dan een jaar eerder. Volgens topman Fernando Fernandez was dat de sterkste volumegroei van Unilever sinds 2010.
Hogere verkoopprijzen droegen nauwelijks bij aan die omzetgroei. Dat kwam onder meer door extra promoties rond het wereldkampioenschap voetbal en eerdere prijsverlagingen in Brazilië. Die aanpak wierp vruchten af: de Braziliaanse verkoopvolumes van wasmiddelen namen met dubbele cijfers toe.
Zo wil Fernandez het graag zien. Tijdens de analistenbijeenkomst zei hij dat volumegroei “de belangrijkste prioriteit” is. Fernandez: “Volumegroei is de meest zuivere maatstaf voor de onderliggende vraag en, zeker in een periode van verhoogde volatiliteit als deze, een nog belangrijkere indicator van de voortgang van de onderneming.”
Achter het sterke groepscijfer gaan wel grote verschillen schuil. Unilever deelt het bedrijf op in vier onderdelen. Beauty & Wellbeing richt zich op huid- en haarverzorging, Personal Care op dagelijkse persoonlijke verzorging en Home Care op was- en schoonmaakmiddelen. Foods omvat de voedingstak.
Juist de eerste drie onderdelen, die na de geplande afstoting van Foods de nieuwe romp van Unilever vormen, trokken de groei omhoog. Binnen de voedseltak kwam de omzetgroei nauwelijks van de grond.
Nieuwe romp van Unilever groeit het hardst 
Bron: Bloomberg en publicaties Unilever. Percentages reflecteren de onderliggende omzetgroei.
De achterblijver mag vertrekken
Het verschil in groeitempo is een eerste indicatie dat de strategische keuze van Unilever om zonder voedsel verder te gaan wel een juiste kan zijn. De voedingstak wordt binnenkort samengevoegd met het Amerikaanse McCormick, bekend van kruiden, sauzen en smaakmakers. Volgens Fernandez verloopt de voorbereiding volgens plan. De transactie moet uiterlijk halverwege 2027 zijn afgerond.
Unilever ontvangt daarbij 15,7 miljard dollar in contanten. Daarnaast krijgen Unilever en zijn aandeelhouders samen 65 procent van het nieuwe McCormick. Unilever zelf houdt aanvankelijk een belang van ongeveer 10 procent, dat later kan worden verkocht.
De combinatie krijgt een hoofdnotering in de Verenigde Staten en een tweede beursnotering in Londen. Amsterdam grijpt daarmee naast de Europese notering, ondanks lobbywerk van onder meer premier Rob Jetten.
Na afronding ontstaat een meer gefocust concern met de sneller groeiende onderdelen gezondheid, beauty, persoonlijke verzorging en schoonmaakmiddelen.
De winstgevendheid vertrekt mee
Toch is daarmee niet automatisch een hogere beurswaardering verdiend. Beauty- en verzorgingsconcerns als Procter & Gamble, Colgate-Palmolive en L’Oréal worden op de beurs tegen meer dan twintig keer de verwachte winst verhandeld. Bij voedingsconcerns ligt die waardering eerder rond zestien tot zeventien keer de winst.
Met ongeveer zeventien keer de verwachte winst zit Unilever voorlopig dichter bij die laatste groep. Dat verschil biedt in theorie ruimte voor een hogere waardering zodra Foods is verdwenen. Alleen is een beauty- en verzorgingsmultiple niet uitsluitend een beloning voor een aantrekkelijker etiket. Ook de groei en winstgevendheid moeten daarbij passen.
Vooral bij dat laatste wringt het. Van de activiteiten die overblijven, komt alleen Personal Care bij de winstgevendheid van grote verzorgingsconcerns in de buurt. Het onderdeel achter onder meer Axe, Rexona en Prodent behaalde in de eerste jaarhelft een onderliggende operationele winstmarge van 22 procent.
Bij Beauty & Wellbeing lag de marge met 19 procent al duidelijk lager. Home Care bleef met 15 procent nog verder achter. Daarbij is de vergelijking niet één op één: wasmiddelen en schoonmaakproducten als Cif en Glorix zijn prijsgevoeliger, kennen meer concurrentie van huismerken en zijn sterker afhankelijk van grondstofprijzen. Bij beautyproducten spelen merkvoorkeur en de bereidheid om meer te betalen doorgaans een grotere rol, waardoor concerns als L’Oréal hogere marges kunnen behalen.
Wat bij Unilever vooral opvalt, is dat Foods in het tweede kwartaal nauwelijks groeide, maar in de eerste jaarhelft wel het meest winstgevende segment was. Met ruim 23 procent lag de marge er hoger dan bij alle andere Unilever-onderdelen.
Bij veel concurrenten is het beeld juist omgekeerd. Daar leveren beauty- en verzorgingsproducten doorgaans de hoogste marges op, terwijl voeding minder winstgevend is.
Unilever verruilt dus een langzaam groeiende, maar zeer winstgevende voedingstak voor activiteiten die sneller groeien, maar gemiddeld minder winst opleveren. Het is de vraag of die verschuiving direct voldoende is voor een hogere waarderingsmultiple.
Het snelst groeiende deel van Unilever verdient nog niet het meest 
Bron: Bloomberg en publicaties Unilever. Percentages reflecteren de onderliggende omzetgroei. Verwachte omzetgroei, operationele winstmarges en waarderingen voor 2026 zijn gebaseerd op door Bloomberg geraadpleegde analisten.
Outlook voor 2026 omhoog
Na de sterke eerste jaarhelft heeft Unilever de verwachtingen voor 2026 verhoogd. Het concern rekent nog altijd op een onderliggende omzetgroei van 4 tot 6 procent, maar verwacht niet langer aan de onderkant van die bandbreedte uit te komen. De verwachte volumegroei is verhoogd van minimaal 2 procent naar ongeveer 3 procent.
Voor de tweede jaarhelft voorziet Unilever een omzetgroei van 4 tot 5 procent, waarbij prijsverhogingen weer de belangrijkste groeimotor moeten worden. Dat betekent dat de uitzonderlijk hoge volumegroei uit het tweede kwartaal in de rest van het jaar duidelijk zal afzwakken.
Beleggers reageerden enthousiast op de groeiversnelling bij de activiteiten waarop Unilever zijn toekomst bouwt. Het aandeel stond rond het middaguur zeven procent in de plus.
Die koersreactie laat zien dat het hogere groeitempo wordt beloond. Maar om aanspraak te maken op een structureel hogere waardering, zal Unilever na de exit van Foods ook de winstgevendheid van de overblijvende onderdelen moeten opvoeren.