Arcadis heeft ook het verhoogde bod van WSP afgewezen. Volgens bestuur en commissarissen doet het voorstel van 51,50 euro per aandeel ‘fundamenteel onvoldoende recht aan de waarde en vooruitzichten’ van het ingenieursbureau.
Daar valt iets voor te zeggen. De prijs oogde niet bijzonder royaal en ongeveer de helft van het bod bestond uit aandelen WSP. Aandeelhouders van Arcadis kregen dus niet alleen geld, maar zouden ook mede-eigenaar van de Canadese koper worden.
Het bestuur vindt dat niet aantrekkelijk. Het wijst op het ‘wezenlijk andere risicoprofiel’ van WSP, onder andere door ‘de hogere schuldgraad en een lager dan verwacht dividendrendement’. Ook trekt Arcadis-ceo Heather Polinsky nog maar eens de kaart die een ongewenst doelwit in zijn afweerpoging altijd laat zien: risico’s rond uitvoering, integratie en culturele aansluiting.
Die bezwaren zijn niet helemaal uit de lucht gegrepen. De uiteindelijke opbrengst beweegt deels mee met de beurskoers van WSP, terwijl de Canadezen nog bezig zijn met twee eerdere overnames. Ook lag de waardering van Arcadis onder het bod nauwelijks boven die van vergelijkbare ingenieursbureaus.
Daar komt bij dat van een controlepremie geen sprake was. Ook waren er twijfels of het bod Arcadis-aandeelhouders wel voldoende compenseerde voor de synergieën die WSP ging behalen. De Canadezen zouden in feite kostenbesparingen, extra omzet en operationele verbeteringen van de combinatie zelf opstrijken. En verder betaalde WSP bij zijn recente Amerikaanse transacties aanzienlijk hogere multiples van rond de 15 keer het operationeel resultaat voor zijn prooien.
Zelfstandigheid moet worden verdiend
Dat er het nodige op het bod viel af te dingen, betekent nog niet dat een zelfstandige koers van Arcadis automatisch aantrekkelijker is. Na twee afwijzingen verandert de positie van Arcadis van verdedigen naar aanvallen. Het moet nu laten zien dat het bedrijf zijn zelfstandigheid verdient en aandeelhouders daadwerkelijk meer oplevert dan een samengaan met WSP.
Die hogere bewijslast die nu op Arcadis rust, zal ook de reden zijn dat het concern twee maanden eerder dan gepland met nieuwe financiële doelen komt voor de periode 2027 tot en met 2029. Arcadis mikt op een gemiddelde autonome omzetgroei van rond de vijf procent. De operationele winstmarge (ebitda) moet eind 2029 tussen de 15 tot 20 procent liggen. Een ontmoeting met beleggers en analisten tijdens de capital markets day (CMD) staat overigens nog steeds wel voor 29 september op de agenda.
De nieuwe topvrouw Polinsky zit pas twee maanden op haar plek en moest nu al een geloofwaardig plan presenteren dat haar afwijzing van WSP ondersteunt. De traditionele wittebroodsweken waren haar niet gegund. Voor de op hetzelfde moment gestarte president-commissaris Peter de Wit is dat niet anders. Zo’n overgangsperiode met wijzigingen op sleutelposities bij bedrijven die een koersval achter de rug hebben en dus kwetsbaar zijn, is per definitie spannend. Het bedrijf moet tegelijk intern orde op zaken stellen, nieuwe opdrachten binnenhalen, klanten goed bedienen en het tanende vertrouwen van aandeelhouders herstellen.
Polinsky wil zich tijdens haar eerste echte ontmoeting als ceo met de beleggersgemeenschap niet vergalopperen en kiest voor meer voorzichtigheid dan haar voorganger. Waar Arcadis eind 2023 nog stevige groei beloofde - een organische groei van gemiddeld vijf tot tien procent - ligt de nieuwe ambitie lager.
Dat past beter bij de recente prestaties want van die groeibelofte is weinig terechtgekomen. De omzet kromp vorig jaar licht en ook de winstgevendheid bleef achter bij wat Arcadis beleggers had voorgespiegeld. Nieuwe opdrachten vielen tegen, de kosten liepen op en problemen met een administratief systeem in Canada kwamen laat aan het licht. Daardoor kon Arcadis klanten niet tijdig factureren en kwam minder geld binnen. Die zwakke uitvoering was een belangrijke reden waarom het aandeel vóór de overname-interesse tegen een korting ten opzichte van sectorgenoten handelde.
Herstel is pril
De cijfers over het tweede kwartaal geven Polinsky alvast een beetje houvast. Zelf spreekt ze overigens al van ‘een herstel in groei’.
De omzetgroei trok aan en de instroom van nieuwe opdrachten was sterk. Het orderboek bereikte volgens het bedrijf een record van vier miljard euro. Dat biedt zicht op meer werk in de komende kwartalen. Maar een goed gevuld orderboek is zeker bij projectmatige bedrijven geen garantie voor een hoge winst en kasstroom. Arcadis moet opdrachten tegen goede voorwaarden aannemen, strak uitvoeren en snel factureren. In die uitvoering ging het eerder al meermaals mis.
Ook is goed om vast te stellen dat de verschillen binnen het concern groot zijn. Resilience, met activiteiten in water, energie en klimaatadaptatie, liet omzetgroei zien en was met een winstmarge van 15 procent veruit het meest winstgevende onderdeel. Ook Mobility draaide aardig en profiteerde van investeringen in spoor, openbaar vervoer en infrastructuur.
De zwakke plek blijft Places. Dit onderdeel ontwerpt en begeleidt onder meer kantoren, woningen, datacenters, laboratoria en fabrieken en is goed voor ruim een derde van de concernomzet. De autonome omzet in het eerste halfjaar kromp met enkele procent, terwijl de operationele winst instortte met 22 procent. Vooral de vastgoedactiviteiten in Canada en China drukten de resultaten. Duidelijk is dat het slagen van de strategie voor een belangrijk deel leunt op Places. Zonder herstel bij deze grote divisie worden de doelen lastig haalbaar.
Niet echt nieuw
Polinsky zet in op lagere kosten, een betere selectie van projecten en een eenvoudigere organisatie. Meer dan tweehonderd leidinggevenden zijn naar commerciële functies verplaatst. Volgens de bestuursvoorzitter heeft het de afgelopen tijd te veel ontbroken aan commerciële scherpte. Ook digitalisering en kunstmatige intelligentie moeten de productiviteit verhogen.
Het zijn op zichzelf logische maatregelen. Maar echt nieuw klinkt het allemaal ook weer niet. Vergelijkbare ingrepen zijn bij grote advies- en ingenieursbedrijven vaker aangekondigd en allerminst probleemloos uitgevoerd. Met sterke posities in aantrekkelijke markten, zoals water, energie-infrastructuur en datacenters zou Arcadis op papier de komende jaren beter moeten kunnen draaien. Maar na twee afgewezen biedingen telt uiteindelijk maar één bewijs: duidelijk hogere marges, meer kasstroom en meer waarde voor aandeelhouders dan het bod van WSP.
|
Nieuwe graadmeter laat doel mooier ogen |
|
Extra aandacht verdient de manier waarop Arcadis zijn nieuwe margedoel presenteert. Vanaf 2027 vervangt het bedrijf de operationele ebita-marge door de operationele ebitda-marge. Het verschil is één letter: de ‘d’ van depreciation, oftewel afschrijvingen. Bij ebitda blijven afschrijvingen op onder meer gebouwen en IT-apparatuur buiten beeld. Dat maakt de marge vanzelf hoger. In het eerste halfjaar lag de ebitda-marge (13,7 procent) ruim twee procentpunt boven de ebita-marge (11,2 procent). Het nieuwe doel van een winstmarge van 15 procent klinkt daardoor ambitieuzer dan uit een zuivere vergelijking blijkt. De winstgevendheid moet nog altijd omhoog, maar de vereiste stap is minder groot dan het op het eerste gezicht lijkt. Bovendien kiest Arcadis voor een brede bandbreedte. Dat geeft het concern aanzienlijk meer speelruimte dan één helder percentage. |