Na de winstwaarschuwing van sectorgenoot Albertsons hielden beleggers rekening met slecht nieuws uit de Amerikaanse supermarkten van Ahold Delhaize. Die gevreesde tegenvaller bleef uit. Maar van overtuigend Amerikaans herstel is ook geen sprake. De meevaller kwam uit Europa.
De Amerikaanse supermarkten van Ahold Delhaize stonden voorafgaand aan de cijfers onder druk. De omzetgroei vertraagde al enkele kwartalen en beleggers hielden rekening met verdere margedruk bij de Amerikaanse ketens als Food Lion en Stop & Shop.
Een winstwaarschuwing van concurrent Albertsons maakte die zorgen groter. Albertsons meldde twee weken eerder een omzetdaling en zag de aangepaste ebitda-marge terugvallen van 4,5 naar 4,1 procent.
Consumenten kochten minder boodschappen en Albertsons verlaagde de prijzen om klanten vast te houden. Lagere volumes en lagere prijzen drukten de winstgevendheid. Het concern verlaagde daarop zijn jaarverwachtingen fors, waarna het aandeel zo’n 18 procent daalde. Een uitzonderlijk heftige koersreactie binnen de doorgaans stabiele supermarktsector.
Analisten waren enigszins bevreesd dat Ahold ook wel eens een lastig kwartaal achter de rug kon hebben gehad. Maar dat viel mee. De Amerikaanse omzet groeide met 0,8 procent en de operationele marge kwam uit op 4,2 procent. De uitkomsten lagen vrijwel op de uiteindelijke consensus, die in aanloop naar de cijfers al wel lager was komen te liggen.
Na het herstel van eind vorig jaar dalen de marges in de Verenigde Staten snel
Bron: kwartaalverslagen Ahold Delhaize. Bedragen in miljoenen euro’s.
Dat maakt het overigens geen sterke prestatie. De Amerikaanse vergelijkbare omzetgroei (de omzetontwikkeling van winkels die al minstens een jaar open zijn) is sinds het tweede kwartaal van 2025 ieder kwartaal afgenomen, van 3,4 naar 0,8 procent. Ook de operationele winstmarge maakt na het herstel van vorig jaar weer een val. Na een piek van 4,7 procent in het vierde kwartaal daalde deze achtereenvolgens naar 4,6 en 4,2 procent.
Hogere vaste lasten remmen de Amerikaanse consument
Amerikaanse consumenten houden de hand op de knip. Hogere kosten voor onder meer energie en huur laten minder ruimte over voor boodschappen. Vooral huishoudens met lagere inkomens letten scherper op hun uitgaven en kiezen vaker voor goedkopere producten.
De verlaging van de SNAP-uitkeringen, het Amerikaanse voedselhulpprogramma, versterkt die druk. Huishoudens met lage inkomens ontvangen minder steun voor boodschappen, waardoor zij minder kopen en vaker uitwijken naar goedkopere producten.
Los van die koopkrachtdruk remmen twee effecten de omzetgroei. Door veranderende Medicare-vergoedingen verwacht het concern dit jaar circa 450 miljoen dollar minder apotheekomzet. Ook lagere eierprijzen drukken de omzet.
Food Lion houdt prijsbewuste klant beter vast
De druk op huishoudens met lagere inkomens maakt het voor Aholds ketens belangrijker om scherp geprijsd te zijn. Meer dan 40 procent van de Amerikaanse voedselverkopen bestaat inmiddels uit huismerken, die klanten een goedkoper alternatief bieden.
Vooral Food Lion profiteert van zijn relatief lage prijzen. De keten kan prijsbewuste klanten daardoor makkelijker vasthouden. In een landelijke vergelijking van Consumer Reports lag het bonnetje van een boodschappenmandje bij Food Lion ongeveer 10 procent lager dan bij Albertsons. Ter vergelijking: Walmart was op zijn beurt circa 11 procent goedkoper dan Food Lion.
Stop & Shop staat er al langere tijd minder sterk voor. De keten is relatief duur en verlaagt de prijzen om klanten terug te winnen. Dat kan de klantenaantallen ondersteunen, maar drukt op korte termijn de marge.
Ahold ziet vooralsnog geen reden om zijn prijsverlagingen te versnellen. Concurrenten kondigen wel prijsverlagingen aan, maar volgens topman Frans Muller ziet het concern die nog niet breed terug in de winkels.
Ahold houdt de prijsontwikkeling daarom per regio en keten in de gaten en voert de geplande prijsverlagingen in het bestaande tempo door. Tot en met 2028 trekt het concern daarvoor 1 miljard dollar uit. Als de concurrentie verder toeneemt, kan Ahold alsnog meer geld uittrekken om de prijzen te verlagen.
Enige compensatie voor de zwakke omzetontwikkeling kwam van online. De Amerikaanse onlineomzet steeg met 14,5 procent en bij Food Lion zelfs met meer dan 20 procent. Volgens financieel directeur Jolanda Poots-Bijl is online inmiddels ook winstgevend.
Door bestellingen vanuit bestaande winkels te verwerken en de bezorging deels uit te besteden, hoeft Ahold geen volledig afzonderlijk bezorgnetwerk op te bouwen. Die aanpak helpt de kosten beheersbaar te houden.
Europa levert de verrassing
In Europa zat de meevaller in de winstgevendheid. De onderliggende operationele marge steeg naar 3,9 procent, waar analisten op ongeveer 3,7 procent rekenden. De operationele winst kwam met 393 miljoen euro ruim 21 miljoen euro boven de consensus uit. Daarmee compenseerde Europa de Amerikaanse tegenvaller van circa 15 miljoen euro volledig.
De omzetontwikkeling bleef ondertussen bescheiden. De vergelijkbare omzet groeide met 1,7 procent en de onlineomzet met 3,8 procent, aanzienlijk minder hard dan in de Verenigde Staten.
Europa compenseert de Amerikaanse tegenvaller
Bron: Bloomberg-consensus en kwartaalverslag Ahold Delhaize. Bedragen in miljoenen euro’s.
Ahold Delhaize profiteerde van een efficiëntere inzet van personeel en synergievoordelen door de samenwerking tussen de Roemeense ketens Mega Image en Profi. Deze verbeteringen kunnen ook in volgende kwartalen bijdragen.
Daarnaast hielp het lagere tarief van de Roemeense omzetheffing. Grote bedrijven betalen daar een minimumbedrag dat wordt berekend over hun omzet wanneer de normale winstbelasting lager uitvalt. Het tarief werd dit jaar gehalveerd van 1 naar 0,5 procent.
Daar stonden hogere energiekosten en zwakkere prestaties in Servië tegenover. Per saldo steeg de Europese marge hierdoor met 0,1 procentpunt naar 3,9 procent.
Europa compenseerde dit kwartaal de verzwakking in de Verenigde Staten. Voor beleggers zijn nu twee ontwikkelingen bepalend: of Ahold Amerikaanse klanten kan vasthouden zonder verder op de marge in te leveren, en of de Europese marge duurzaam rond 4 procent kan uitkomen.