VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

VEB-actie Philips

Rechtszaak tegen Philips van start

De VEB heeft eind december een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer in Amsterdam om een uitgebreid onderzoek naar de zogenoemde apneu-affaire, waarbij beleggers miljardenverliezen hebben geleden.  

Daarmee is de juridische procedure tegen Philips nu echt van start gegaan. In september kondigde de VEB deze stap al aan, nadat gesprekken met Philips geen oplossing hadden opgeleverd voor beleggers terzake hun geleden schade in het debacle rond falende beademingsapparaten van Philips. 

In het verzoek dat de VEB heeft ingediend, staat uitgebreid beschreven waarom er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan het beleid van Philips in dit schandaal. In krap honderdtien pagina’s gaat het over ondeugdelijke controlesystemen, niet effectief reageren op waarschuwingen, misleidende berichtgeving en beroerd toezicht. Het zijn harde maar niet te negeren verwijten van beleggers over het functioneren van Philips, zijn bestuurders en commissarissen in de zogenoemde apneu affaire.

Jaren te laat
Pas in april 2021 maakte Philips publiekelijk bekend dat bepaalde beademingsapparaten, die het bedrijf produceerde of liet produceren, schadelijke stoffen konden uitstoten met mogelijke risico’s voor gebruikers. Het draait met name om geluiddempend schuim dat in deze apparaten gebruikt werd. Dat schuim kon afbrokkelen en zo ingeademd worden door de nietsvermoedende, slapende patiënten. 

Uit analyse van de VEB op basis van alle tot nu bekende feiten wordt duidelijk dat Philips al circa zes jaar bekend was of had moeten zijn met deze risico’s. Ook blijkt dat Philips al tien jaar eerder, sinds 2011, signalen kreeg over systematische kwaliteitsproblemen bij dochterbedrijven van Philips in de VS. 

De verantwoordelijken binnen Philips weigerden adequaat op te treden en duidelijkheid te verschaffen over aard en ernst van de situatie. Daardoor zijn patiënten en beleggers zwaar geschaad, evenals het vertrouwen in Philips zelf. 

Philips heeft, na publiek worden van het apneu-debacle, al honderden miljoenen moeten uitgeven om ondeugdelijke apparaten te herstellen of te vervangen. Ook zijn er boetes betaald en heeft Philips schikkingen moeten treffen met vertegenwoordigers van patiënten en het Amerikaanse ministerie van justitie. Daarbij is Philips een langdurig verbod opgelegd om bepaalde apparaten in de Verenigde Staten te mogen verkopen.

Meer duidelijkheid nodig
Philips zag in 2021 geen andere mogelijkheid meer dan bekendmaken dat er grote problemen waren. Tot op de dag van vandaag heeft de onderneming geweigerd om duidelijkheid te verschaffen over deze ontsporing, terwijl de apneu-affaire steeds groter bleek dan Philips voorspiegelde. Onlangs nog waarschuwde de Amerikaanse toezichthouder FDA Philips in een officiële brief vanwege tekortkomingen in kwaliteitssystemen bij dochters, wat de indruk versterkt dat het huis nog altijd niet op orde is

Ondanks herhaalde verzoeken van (onder meer) de VEB blijft onduidelijk waarom Philips – onder meer – uit economische motieven heeft gekozen voor ondeugdelijke onderdelen waardoor patiënten stukjes industrieel schuim konden inademen die losraakten uit de beademingsapparaten. 

Ook blijft in raadselen gehuld hoe de ondeugdelijke apparaten de testen en controles van Philips hebben kunnen doorstaan en waarom patiënten en beleggers niet, te laat of onvolledig zijn geïnformeerd. 

Openheid van zaken is nodig omdat op dit moment onvoldoende inzicht is in het functioneren van Philips. Ook blijft de vraag onbeantwoord wie binnen Philips verantwoordelijk is voor deze dramatische gang van zaken.

De falende informatievoorziening van Philips heeft geresulteerd in misleidende jaarverslagen, persberichten en andere publieke uitingen. Aan die zeer onwenselijke situatie moet een einde komen. Een onafhankelijk onderzoek, in opdracht van de Ondernemingskamer, is daarin een belangrijke stap. 

De VEB heeft in deze zaak een aanhang van enkele duizenden gedupeerde beleggers. Een aantal andere vertegenwoordigers van buitenlandse beleggers heeft in navolging van de VEB ook verzoekschriften ingediend voor een onderzoek. De verwachting is dat de Ondernemingskamer de diverse zaken gezamenlijk zal behandelen. Gezien de omvang van het dossier is het de verwachting dat het nog enige maanden kan duren voordat een zitting zal plaatsvinden. 

Zie voor meer informatie de actiepagina

VEB-actie OCI

Rechter stopt fusieplannen OCI en Orascom
De rechter heeft OCI verboden om de voorgenomen fusie met het Egyptische bouwbedrijf Orascom door te zetten. Daarnaast benoemt de Ondernemingskamer twee tijdelijke, onafhankelijke bestuurders die de transactie opnieuw moeten beoordelen.

De Ondernemingskamer oordeelt dat er serieuze twijfels bestaan over de zorgvuldigheid van het besluitvormingsproces rond de fusie. Met name is de rechter kritisch over de rol en vermeende onafhankelijkheid van de niet-uitvoerende bestuurders van OCI, tegenover de enige uitvoerend bestuurder die tevens (indirect) meerderheidsaandeelhouder is. 

Ook acht de Ondernemingskamer het aannemelijk dat minderheidsaandeelhouders door de voorgenomen transactie onevenredig zouden worden benadeeld. Omdat de schade voor beleggers groot en moeilijk te verhalen zou zijn, grijpt de rechter nu in. 

Twee tijdelijke niet-uitvoerende bestuurders krijgen de taak om te beoordelen of de transactie voldoende zorgvuldig is voorbereid en of de belangen van minderheidsaandeelhouders voldoende zijn meegewogen.

De nieuw te benoemen onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders krijgen de verantwoordelijkheid zelfstandig een nieuw voorstel voor te bereiden, intern daarover te besluiten en dit voorstel aan de aandeelhouders voor akkoord voor te leggen. 

Begin januari kondigde de VEB al aan naar de Ondernemingskamer te stappen, nadat OCI geen gehoor gaf aan brede en eensgezinde kritiek van beleggers. Zowel particuliere als professionele beleggers uit binnen- en buitenland uitten ernstige bezwaren tegen de fusieplannen, evenals belangenorganisaties als Eumedion.

Vervolg
De Ondernemingskamer zal op een later moment beslissen over het verzoek om een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij OCI. De tijdelijke bestuurders kunnen in de tussentijd aan het werk. Zij zullen enige tijd nodig hebben om tot een oplossing te komen die recht doet aan alle aandeelhouders. 

Daarbij is de vraag hoe het zit voor beleggers die hun aandelen OCI verkocht hebben na bekendmaking van de Sawiris-plannen. Zij vreesden achter te blijven met vrijwel onverhandelbare stukken Orascom. De onzekerheid werd gevoed door enkele brokers die hun klanten eerst waarschuwden voor de mogelijke omzetting van hun OCI-aandelen om vervolgens reclame te maken voor diensten waarbij ze hun OCI-aandelen tegen afbraakprijzen kunnen verkopen. In sommige gevallen werd beleggers zelfs gewoonweg meegedeeld dat hun aandelen OCI op enige datum vóór 22 januari, zonder uitdrukkelijke instructie zouden worden verkocht. De VEB heeft brokers al snel opgeroepen deze praktijken te stoppen en zal in gesprek gaan met de banken om duidelijkheid te krijgen of ze het belang van hun klanten hiermee wel goed hebben gediend. 

De aandelen die sommige beleggers verkochten werden uit de markt gevist door grootaandeelhouder Sawiris. Tussen 9 december en 9 januari heeft de Egyptenaar ruim 17 miljoen aandelen OCI ingekocht, 8 procent van het totaal. Dat kostte hem slechts 50 miljoen euro, want de aandelen verwisselden voor gemiddeld 2,91 euro van eigenaar. Eind augustus was de koers van het aandeel OCI nog zo’n 5 euro. Of beleggers Sawiris kunnen aanspreken voor deze manoeuvres moet duidelijk worden uit verder onderzoek. 

Zie voor meer informatie de actiepagina.




Gerelateerde artikelen