VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

In de balans van de bank schuilt mogelijk overtollig kapitaal. Als de zogeheten mortgage floor eind 2026 wordt opgeheven, kunnen tientallen miljoenen euro vrijvallen. Of dat bedrag ook bij de aandeelhouder belandt, hangt af van twee besluiten: dat van DNB en dat van het bestuur. Wat is de kans dat beide besluiten positief uitvallen?

Wie het jaarverslag leest, stuit op een mogelijke stille reserve. Als de hypotheekvloer eind 2026 vervalt, kan bij Van Lanschot circa 70 miljoen euro aan kapitaal vrijkomen, ongeveer 1,65 euro per aandeel.

Komt dat bedrag automatisch bij de aandeelhouder terecht? Nee. Eerst moet DNB besluiten de maatregel daadwerkelijk te schrappen. Daarna moet de bank kiezen om het vrijgekomen kapitaal uit te keren in plaats van aan te houden voor groei of extra buffers. 
 
Hoe groot is die kans? Een analyse in drie stappen.

1. Wat is de mortgage floor – en waarom bestaat die?
De achtergrond is technisch. Het mogelijke cadeautje draait om de zogenoemde CET1-ratio, de belangrijkste maatstaf voor de financiële buffer van een bank.  

CET1 is het kernkapitaal gedeeld door de zogenoemde risicogewogen activa (RWA). Dat laatste is de truc: niet elke euro op de balans telt even zwaar mee.

Toezichthouders geven elke categorie een risicogewicht. Veilige leningen krijgen een laag gewicht en tellen dus maar beperkt mee in de RWA. Risicovollere leningen krijgen een hoog gewicht en tellen zwaarder mee. Daardoor kan een balans van dezelfde omvang toch een heel andere CET1-ratio opleveren. De CET1-ratio hangt niet alleen af van de omvang van de balans, maar vooral van het risico dat eraan wordt toegekend.

Banken hebben enige vrijheid het risico van hun leningenportefeuille zelf te becijferen met interne modellen (IRB). In die modellen is voor Nederlandse hypotheken meegenomen dat veel klanten keurig hun hypotheek betalen, ook bij economisch onweer. Dat heeft te maken met veel vaste inkomens, strakke acceptatieregels en het systeem van ‘verhaal’ op de lener. Die historie – zeer beperkte kredietverliezen – komt tot uiting in een lage risicoweging.  

De toezichthouder was niet overtuigd, en vond banken te optimistisch. In 2022 werd daarom een zogeheten ondergrens voor hypotheken ingevoerd (de mortgage floor).  

Daardoor tellen hypotheken zwaarder mee in de kapitaalberekening en moet er meer kapitaal worden aangehouden dan op basis van de interne modellen zou moeten. Na de invoering van de vloer, kregen de kapitaalratio van Nederlandse banken – waaronder Van Lanschot Kempen – een optater.  

De mortgage floor is bedoeld als bescherming tegen systeemrisico. Interne modellen zijn sterk gebaseerd op historische verliezen per hypotheek. Dat zegt weinig over een scenario waarin veel huishoudens tegelijk onder druk komen, bijvoorbeeld bij fors dalende huizenprijzen en oplopende werkloosheid.

De floor werd in 2022 ingevoerd en geldt tot december 2026. Dit jaar volgt een herbeoordeling. DNB kijkt daarbij naar factoren als hypotheekschuld, rente, huizenprijzen en de veerkracht van de economie. Hoe zwaar elk element weegt, is niet publiek. Voor beleggers is de uitkomst dus moeilijk in te schatten.

2. Wat betekent opheffing concreet voor Van Lanschot Kempen?
Eind 2025 bedraagt de CET1-ratio 18,2 procent. In dat percentage is de vloer voor hypotheken al verwerkt. In de kleine lettertjes van het jaarverslag is te lezen dat deze maatregel de kapitaalratio met ongeveer 1,5 procentpunt drukt (zie blz. 48

Dat verschil komt neer op circa 70 miljoen euro aan kapitaal, omgerekend circa 1,65 euro per aandeel. Ter vergelijking: de nettowinst over 2025 bedraagt 157 miljoen euro. Het kapitaal dat mogelijk vrijkomt bij afschaffing van de floor komt daarmee grofweg overeen met een halfjaarwinst van Van Lanschot. 

Zonder mortgage floor ligt de kapitaalratio 1,5 procentpunt hoger

Bron: Jaarverslag Van Lanschot Kempen. Cijfers ultimo 2025.  

Dit speelt in de hele bankensector. Ook bij ING en ABN AMRO zou een lagere risicoweging van Nederlandse hypotheken de kapitaalratio verhogen. Doorslaggevend is daarbij hoeveel gewicht de Nederlandse hypotheekportefeuille binnen de totale balans heeft.

ING en ABN AMRO rapporteren in hun jaarverslagen echter geen afzonderlijke procentpuntimpact van de Nederlandse mortgage floor. Dat maakt het effect voor beleggers minder transparant.

Bij ABN AMRO, een uitgesproken Nederlandse hypotheekbank, kan de impact aanzienlijk zijn. De analisten van zakenbank Jefferies becijferden dat het vervallen van de mortgage floor kan leiden tot circa 5 miljard euro minder risicogewogen activa. Dat zou de CET1-ratio met ongeveer een half procentpunt verhogen, en ruimte kunnen creëren voor zo’n 1,20 euro per aandeel aan extra uitkering. Bij ING is de impact kleiner, omdat Nederlandse hypotheken slechts een beperkt deel van de totale kredietportefeuille vormen.  

Het deel Nederlandse hypotheken in het leningenboek loopt sterk uiteen

Bron: Jaarverslagen. Weergegeven is het aandeel Nederlandse hypotheken van de totale leningenportefeuille

3. Komt die kapitaalruimte er daadwerkelijk?
De rekensom is helder. De uitkomst minder. Zeker is dat de floor tot eind dit jaar van kracht blijft. Verlenging daarna is niet uitgesloten.  

De onderliggende risicofactoren op de Nederlandse woningmarkt lijken nog steeds te spelen. Huizenprijzen zijn verder opgelopen en de schuldenlast van huishoudens blijft hoog. Daar staat wel tegenover dat de lonen de afgelopen jaren fors zijn gestegen, wat de betaalbaarheid van woningen ondersteunt. Alles afwegend is het niet vanzelfsprekend dat DNB de maatregel laat vervallen.

Zelfs als DNB besluit de vloer te schrappen, is het bedrag niet automatisch beschikbaar voor aandeelhouders. Van Lanschot stuurt op een kapitaaldoelstelling van 17,5 procent en heeft aangegeven alleen aanvullende kapitaaluitkeringen te overwegen wanneer de ratio duidelijk boven die doelstelling uitkomt. Wat precies als ‘duidelijk boven target’ geldt, blijft daarbij een beleidsmatige afweging.

Van Lanschot blijft een bank. Tegenvallers elders op de balans, zoals kredietverliezen of een dure misstap, kunnen de buffer snel doen slinken. Daarnaast kan het bestuur ervoor kiezen het overtollige kapitaal in te zetten voor strategische doelen, zoals meer acquisities in België, in plaats van een uitkering.

Analisten rekenen nog met de huidige kapitaaleis. De mogelijke vrijval zit dus waarschijnlijk niet in de koers verdisconteerd. Alles hangt af van twee besluiten: DNB moet de floor schrappen, en Van Lanschot moet daarna willen uitkeren. Tot die tijd is het een optie, geen belofte. 




Gerelateerde artikelen