PostNL schuift winsten van zijn noodlijdende postdivisie naar het pakketbedrijf. In de jaarrekening duiken miljoenen op die eerder bij Mail hoorden, maar nu bij Parcels terechtkomen. De verschuiving voedt de vraag wat het bestuur precies van plan is met de kwakkelende posttak.
Het verschil tussen beide onderdelen groeit al jaren. Pakketten moet de toekomst van PostNL dragen, terwijl het traditionele postbedrijf steeds minder oplevert. Het bestuur lijkt de activiteiten nadrukkelijker uit elkaar te trekken.
Het onlangs verschenen jaarverslag geeft geen inzicht in de motieven van PostNL. Voor beleggers is het daarom gissen naar de beweegredenen. Is het onderdeel van een sterfhuis voor de postdivisie of wellicht een poging om Den Haag tot financiële steun te dwingen? Wat er precies speelt, laat PostNL in het midden. Maar de recente jaarrekening bevat een opvallend detail. Het bedrijf heeft bedrijfsonderdelen en bijbehorende resultaten verschoven tussen de segmenten Mail en Parcels.
Bij die operatie gaat het niet om afrondingsverschillen. Zo kreeg Parcels er vorig jaar plots acht miljoen euro winst bij. Dat komt doordat vastgoeddochter PostNL Real Estate begin 2025 is verhangen van Mail naar Parcels. De vastgoedpoot beheert onder meer 125 sorteercentra, distributielocaties en voormalige postkantoren.
Om de cijfers vergelijkbaar te houden, paste PostNL ook de resultaten over 2024 aan. Daardoor blijkt dat Parcels ook in dat in dat boekjaar 16 miljoen euro extra winst kon bijschrijven. Het geld is volgens PostNL vooral verdiend met de verkoop van Nederlands vastgoed. Een uiterst summiere uitleg die vragen oproept (zie kader).
Ook eerder greep het bestuur al in bij de segmentindeling. In 2024 werd Data Solutions, een onderdeel dat webwinkels helpt bij klantregistratie en bestelprocessen, ondergebracht bij Parcels. Dat leverde de pakketdivisie een extra winstbijdrage op van één miljoen euro.
De laatste wijziging met de vastgoedpoot staat diep in de jaarrekening verstopt, om precies te zijn op pagina 126. Daar meldt PostNL in één zin dat alle vastgoedactiviteiten voortaan in één segment worden ondergebracht. ‘Het besluit is genomen om alle activiteiten en verantwoordelijkheden ten aanzien van vastgoed in één segment te combineren’, staat er. Daarmee verdwijnt Real Estate uit Mail en komt de entiteit bij Parcels terecht.
Optie 1: Waarde veiligstellen
Achter die verschuivingen kan een grotere strategie schuilgaan. We lopen drie opties langs. Eén mogelijkheid is dat PostNL-topman Pim Berendsen het postbedrijf verder wil isoleren van de rest van het concern. Door waardevolle onderdelen zoals vastgoed onder te brengen bij Parcels, blijft die waarde buiten het bereik van een zwakkere posttak.
Het gevolg is dat Mail steeds verder wordt uitgekleed. Plusjes die vroeger bij die postdivisie vielen, komen nu bij Parcels terecht. Het is niet duidelijk hoeveel tafelzilver PostNL nog kan verkopen, maar zeker is wel dat dit lucratiever is dan het rondbrengen van post. Daarmee verdient PostNL praktisch niets meer. Op een omzet van 1,3 miljard euro bleef vorig jaar slechts 2 miljoen euro aan genormaliseerd bedrijfsresultaat (ebit) over. Nog illustratiever: per poststuk is dat iets meer dan één tiende van een eurocent.
Optie 2: Druk op Den Haag opvoeren
Een andere verklaring voor de herschikking kan zijn dat PostNL zich bij Mail arm wil rekenen. Een manoeuvre die mogelijk is ingegeven door de slepende ruzie tussen het bedrijf en de Nederlandse Staat.
PostNL aast nog altijd op steun van de overheid voor de verlieslatende postbezorging. De vete draait om de universele postdienst (UPD), een deelsegment van het Mail-onderdeel. PostNL heeft de wettelijke taak om 95 procent van de door particulieren en kleine bedrijven verstuurde kaarten en pakketjes binnen één werkdag te bezorgen. Op die activiteit moet PostNL - naar eigen zeggen - vele miljoenen euro’s toeleggen. Onaanvaardbaar voor een maatschappelijke dienst, vindt Berendsen. Hij eiste medio vorig jaar 68 miljoen euro van Den Haag om de alsmaar oplopende verliezen te dekken. De toenmalige minister van Economische Zaken en Klimaat (Vincent Karremans) weigerde. In hoger beroep gaf het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de minister gelijk. De bestuursrechter was onverbiddelijk en vond dat wat PostNL in de procedure aanvoerde ‘over de ernst van haar financiële situatie en de met de UPD gemoeide netto-kosten’ niet overtuigend genoeg was voor financiële compensatie.
Dan maar helemaal geen UPD voor PostNL, meende Berendsen die vervolgens de minister vroeg de wettelijke aanwijzing aan zijn bedrijf in te trekken. Ook dat stuitte op een ‘nee’ uit Den Haag. De minister deed PostNL wel een kleine handreiking door bezorgtijden te verruimen: gewone post mag vanaf medio dit jaar binnen 48 uur worden bezorgd (nu: één dag), met een kwaliteitsnorm van 90 procent (nu 95 procent). Vanaf juli 2027 is levering binnen drie dagen toegestaan.
Nog niet afgerond
PostNL noemt de verruiming van de postregels een eerste stap richting een toekomstbestendige universele postdienst (UPD). Tegelijkertijd waarschuwt Berendsen dat de rekening daarmee niet verdwijnt. Het bedrijf moet roosters, IT-systemen en logistieke processen aanpassen aan het nieuwe bezorgmodel.
Om die kosten te dekken wil PostNL alsnog financiële steun van Den Haag. In de tussentijd werkt het bedrijf al aan een volgende aanpassing van de organisatie. Vanaf medio 2026 worden brievenbuspakketten met bezorging binnen 24 uur overgeheveld van het postnetwerk naar het e-commercenetwerk. Die operatie leidt dit jaar wel tot extra kosten, zegt Berendsen, maar het effect op het resultaat (genormaliseerde ebit) blijft volgens hem ‘beperkt’.
Voor beleggers hoeft het geschuif met bedrijfsonderdelen niet per se slecht nieuws te zijn. Zij hopen vooral dat PostNL een structurele oplossing vindt voor het verlieslatende postbedrijf. Een afsplitsing van Mail ligt daarbij voor de hand. Pas dan kan PostNL zich volledig richten op pakketten: het verdedigen en uitbreiden van zijn positie in de e-commercemarkt, ook buiten de Benelux.
Optie 3: Steuntje in de rug voor ‘margemotor’ Parcels
En dan is er nog een derde mogelijkheid. PostNL kan met de herschikking simpelweg de cijfers van Parcels willen oppoetsen. Berendsen noemde pakketten tijdens de capital markets day afgelopen september al de ‘margemotor’ van het bedrijf. Alle meevallers die daar terechtkomen, helpen om dat verhaal kracht bij te zetten.
PostNL zet zwaar in op die divisie. Hogere tarieven per pakket, meer automatisering en een groeiend netwerk van pakketkluizen moeten de winstgevendheid verbeteren. Dat alles valt onder het meerjarenplan Breakthrough 2028. De doelstelling is ambitieus: de genormaliseerde ebit moet ruim verdrievoudigen tot 175 miljoen euro en de vrije kasstroom stijgen van 15 miljoen euro naar 75 miljoen euro. Voor het eerst koppelt PostNL ook een duidelijke rendementsnorm aan zijn strategie: het rendement op geïnvesteerd kapitaal voor het hele bedrijf moet omhoog van 4,7 procent naar minimaal 12 procent.
Als het de plannen weet te vertalen naar tastbare resultaten, mag het gerust een prestatie van formaat heten. Pakketten leverde vorig jaar op een omzet van 2,5 miljard euro slechts 61 miljoen euro ebit op. Het aantal verwerkte pakketjes groeit met een paar miljoen tot 376 miljoen pakketten, maar de marge krimpt. De winst per pakket daalde van 2,7 naar 2,5 eurocent. Die magere verdiensten tonen het verschroeiende effect van prijsconcessies richting Aziatische platforms (webwinkels als Shein en AliExpress) aan de ene kant en oplopende kosten (vooral hogere lonen) aan de andere kant. Parcels moet het opnemen tegen kapitaalkrachtige partijen als DHL, FedEx en DPD, heeft daardoor nauwelijks prijsmacht en is arbeidsintensief.
Op 14 april krijgt het bestuur tijdens de aandeelhoudersvergadering in Den Haag ongetwijfeld vragen of het geschuif met bedrijfsentiteiten een kleine ingreep is of onderdeel uitmaakt van een structurele herschikking van PostNL zelf.
| Puzzelen met de jaarrekening van PostNL: plotselinge bron van winsten roept vragen op |
|
• In de jaarrekening duikt een opvallend raadsel op: PostNL Real Estate leverde in twee jaar tijd 24 miljoen euro winst op. Die winsten zijn verschoven van het postonderdeel (Mail) naar de pakketendivisie (Parcels). • Maar waarmee PostNL Real Estate die 24 miljoen euro winst precies behaalde, is onduidelijk. In het jaarverslag schrijft PostNL dat dit geld ‘vooral’ is verdiend met de verkoop van Nederlands vastgoed. Het volledige bedrag is - verdeeld over beide jaren - door PostNL vanuit Mail getransfereerd naar Parcels. Platgeslagen: het resultaat van Mail viel daardoor tientallen miljoenen euro’s lager uit, terwijl Parcels dat bedrag juist kon bijschrijven. • Dat de miljoenen komen uit verkochte panden, ligt intuïtief het meest voor de hand. Maar dat valt dan weer moeilijk te rijmen met wat de jaarrekening zegt. Uit de resultatenrekening in combinatie met het kasstroomoverzicht blijkt dat de verantwoorde boekwinsten op de transacties in zowel 2024 als 2025 exact gelijk waren aan de verkoopopbrengst. De papieren winst was dus identiek aan de opbrengst in harde contanten, lees: het geld dat PostNL daadwerkelijk op de rekening kreeg bijgestort. Dit doet vermoeden dat verkochte bedrijfsmiddelen al in een eerder stadium volledig naar nul waren afgeschreven. Alleen in zo’n situatie kan de boekwinst identiek zijn aan de cash-inkomsten. Maar een boekwaarde van nihil is voor vastgoedobjecten onwaarschijnlijk. • Waar komen de winsten dan wel vandaan? Heeft PostNL wellicht ook volledig afgeschreven installaties verkocht? Is een terrein met milieuvervuiling - om maar iets te noemen - van de hand gedaan? Een belegger die de jaarrekening bestudeert, vindt het antwoord op dit soort vragen daar niet in terug. • Wat ook opvalt is dat PostNL de ‘vastgoedmeevallers’ in het operationeel resultaat heeft geschoven. Dat komt wat vreemd over. Het verkopen van vastgoed lijkt voor PostNL eerder een incidentele gebeurtenis die niet voortkomt uit de normale bedrijfsvoering. Als PostNL met de verhanging de marginale resultaten van Mail wil benadrukken, had dat ook bereikt kunnen worden door de boekwinsten als ‘buitengewoon’ aan te merken. |