Unilever vraagt aandeelhouders om een historische transformatie te accepteren: voeding verdwijnt uit het hart van het concern via een ingewikkelde verkoopconstructie met McCormick. In antwoord op vragen van de VEB verdedigt Unilever die route vooral met één kernpunt: een beter en realistischer alternatief lag volgens het bestuur niet op tafel.
De meest opvallende passage zit in de verdediging van de verkoop van de voedingstak aan het Amerikaanse McCormick. Beleggers zetten vraagtekens bij de deal omdat Unilever geen overnamepremie ontvangt voor een winstgevend onderdeel met sterke merken als Knorr en Hellmann’s.
Unilever erkent impliciet dat punt, maar stelt tegelijk dat er “geen realistisch alternatief” was dat een hogere opbrengst zou hebben opgeleverd.
U kunt de antwoorden op onze brief hier lezen.
Volgens het Britse levensmiddelenconcern zou een volledige verkoop hebben geleid tot hogere belastingkosten en “verlies van toekomstige waardecreatie”. Een zelfstandige beursgang van Foods zou eveneens duurder zijn geweest en geen synergievoordelen hebben opgeleverd. In plaats daarvan kiest Unilever voor een constructie waarbij aandeelhouders via een belang in de nieuwe combinatie met McCormick betrokken blijven bij toekomstige groei.
Daarmee kiest het concern nadrukkelijk voor een langetermijnverhaal. De combinatie met McCormick moet volgens Unilever uitgroeien tot een wereldwijd voedingsbedrijf met circa 20 miljard dollar omzet en forse kosten- en omzetvoordelen als gevolg de samenvoeging. Tegelijk blijft onzeker hoeveel samenwerkingsvoordelen daarvan uiteindelijk daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Ook blijven honderden miljoenen euro’s aan kosten achter bij Unilever zelf.
Twijfels over verlies distributie- en schaalvoordelen
Een andere belangrijke zorg onder beleggers is of Unilever niet te makkelijk afstand doet van zijn distributie- en schaalvoordelen. Vooral in opkomende markten delen voeding en verzorgingsproducten vaak distributie, logistiek en verkoopkanalen. De vrees is dat de opsplitsing uiteindelijk leidt tot hogere kosten en verlies van schaalvoordelen en efficiëntie.
Unilever probeert die zorgen weg te nemen door erop te wijzen dat in markten die samen goed zijn voor circa 85 procent van de omzet Foods en Home & Personal Care al grotendeels apart opereren, met eigen verkooporganisaties en winstverantwoordelijkheid. In kleinere, veelal opkomende markten bestaan die gedeelde distributievoordelen nog wel, maar volgens het concern verloopt veel daarvan via externe distributeurs, waardoor een scheiding relatief eenvoudig zou zijn. Volgens Unilever zijn een groot deel van de dubbele activiteiten al ontvlochten.
“Fundamentele verandering”
Met het afstoten van voeding en ijs verandert de investment case van Unilever fundamenteel. Waar het concern jarenlang draaide op een brede mix van voeding, huishoudproducten en persoonlijke verzorging, wil het zich nu vrijwel volledig richten op Home & Personal Care. Nu moeten zalfjes, shampoos en wasmiddelen het zwaartepunt van de onderneming vormen.
In deze tak van sport draait het om hogere marges, premiumproducten en sneller groeiende markten. Unilever wil het aandeel premiummerken - zoals Tatcha, Hourglass en Dermalogica - in de portefeuille verhogen van ongeveer een derde naar meer dan de helft. Daarbij zet het concern zwaar in op de Verenigde Staten en India als belangrijkste groeimarkten.
Volgens Unilever zijn consumenten in categorieën als gezondheid en huidverzorging minder prijsgevoelig dan in voedingsmarkten. Je komt nou eenmaal makkelijker weg met een prijsverhoging voor een potje huid crème dan bij een pot pindakaas.
De strategische verschuiving richting beauty en persoonlijke verzorging vraagt ook om een andere manier van merken bouwen. Unilever erkent dat platforms als Amazon, sociale media en AI de voordelen van grote consumentenbedrijven onder druk zetten. Het concern spreekt van een “fundamentele verschuiving” in de manier waarop merken worden opgebouwd.
Waar vroeger schaal in distributie en enorme reclamebudgetten een stevige voorsprong opleverden, kunnen kleinere merken nu veel sneller consumenten bereiken en marktaandeel winnen. Daarom verschuift Unilever zijn marketing steeds meer richting digitale kanalen, influencers en sociale platforms.
De lange schaduw van Nelson Peltz
Op de achtergrond van de strategische koerswijziging speelt activistisch aandeelhouder Nelson Peltz een belangrijke rol. De Amerikaanse miljardair, bekend van campagnes bij grote consumentengoederenbedrijven als Procter & Gamble, trad in 2022 toe tot de raad van bestuur van Unilever. Zijn investeringsfonds Trian bezit circa 1 procent van de aandelen.
Sinds zijn entree is het tempo van verandering sterk opgevoerd. Eerst vertrok topman Alan Jope, later moest ook diens opvolger Hein Schumacher alweer plaatsmaken.
De VEB vroeg expliciet hoeveel invloed Trian had op de afsplitsingen van ijs en voeding. Unilever benadrukt dat de besluiten unaniem binnen de top van het concern zijn genomen en niet door één aandeelhouder zijn opgelegd. Tegelijk is duidelijk dat de druk van activistische aandeelhouders het tempo van verandering flink heeft opgevoerd.
Niet alle aandeelhouders zijn overtuigd van die activistisch gedreven koers. De Britse fondsbeheerder Terry Smith, jarenlang een van de bekendste en trouwste aandeelhouders van Unilever, verkocht onlangs zijn volledige belang in het concern. Smith stelde dat Unilever zijn operationele focus heeft ingeruild voor “activist-driven break-ups” en uitte scherpe kritiek op de combinatie met McCormick.
De verkoop van Unilever is opvallend. Smith gold jarenlang als een uitgesproken bewonderaar van het traditionele Unilever-model, waarin sterke merken, stabiele kasstromen en wereldwijde distributie centraal stonden. Zijn afscheid laat zien dat niet iedere langetermijnbelegger overtuigd is van de radicale opsplitsing van het concern.
De centrale vraag is uiteindelijk of Unilever niet te veel zekerheid opgeeft in ruil voor een groeiverhaal dat nog bewezen moet worden. Het Britse concern verruilt de stabiliteit van voeding voor een sterkere focus op sneller groeiende, maar ook competitievere markten in beauty en persoonlijke verzorging.
De beurs is nog niet overtuigd. Unilever hoopt uiteindelijk op een hogere waardering die meer in lijn ligt met beauty- en verzorgingsconcerns als Procter & Gamble, Colgate-Palmolive, Haleon en L’Oréal. Beleggers wachten vooralsnog op bewijs dat die herwaardering gerechtvaardigd is.