Veel Nederlanders kunnen beleggen, maar doen het niet. Dat is de opvallende boodschap uit een recente studie van de AFM. Beleggen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Wie simpel wil starten, kan al veel spreiding krijgen met één brede etf.
De link naar het onderzoek vind je op de website van de AFM.
Volgens de AFM belegde in 2024 ongeveer 19 procent van alle Nederlandse huishoudens. Een derde van de Nederlandse huishoudens heeft wel voldoende geld beschikbaar om te beleggen, maar doet dat niet. Bij ruim 800.000 huishoudens is dat extra relevant: zij hebben nu genoeg geld beschikbaar, beleggen niet, en komen later mogelijk tekort om hun levensstandaard voort te zetten.
Dat is geen oproep om blind de beurs op te gaan. Beleggen past alleen bij geld dat lang kan blijven staan.
Er is een groep die wel zou willen beleggen, maar drempels ziet. Waar en hoe begin ik? Gebrek aan kennis hoeft geen blokkade te zijn. Deze zeven stappen helpen bij een eenvoudige start.
Stap 1: houd eerst genoeg spaargeld achter
Voordat je gaat beleggen, is het belangrijk om voldoende spaargeld achter de hand te hebben. Geld dat nodig is voor onverwachte uitgaven hoort op een spaarrekening. Denk aan een kapotte auto, medische kosten of een periode met minder inkomen.
De AFM gebruikt hiervoor de referentiebuffer van het Nibud. Die buffer verschilt per huishouden. Pas boven die buffer ontstaat ruimte om te beleggen.
Volgens de AFM hebben de 800.000 huishoudens die niet beleggen maar daar wel voldoende financiële middelen voor hebben (en waarvoor dat raadzaam zou zijn) gemiddeld 60.522 euro ‘over’, boven op de referentiebuffer.
Stap 2: geef je geld de tijd
De belangrijkste scheidslijn is tijd.
Wie binnen een jaar een huis wil kopen, een verbouwing plant of studiekosten moet betalen, heeft zekerheid nodig. Dan is sparen, via een vrij opneembare rekening of een kort lopend deposito, logisch. Wie geld apart zet voor pensioenaanvulling of algemene vermogensopbouw, heeft meer tijd. Dan wordt beleggen interessanter.
Tijd is zo belangrijk omdat aandelen tussentijds fors kunnen dalen. Een min van 20 procent is geen zeldzaamheid. Dat voelt vervelend, zeker voor wie net begonnen is. Een lange horizon geeft de portefeuille tijd om te herstellen.
Op de vraag ‘Is dit het beste moment om in te stappen?’ kan niemand een antwoord geven. Beter is: ‘Kan ik dit geld minimaal tien jaar missen?’ Als het antwoord nee is, blijft het geld buiten de beurs. Is het antwoord ja, dan kan beleggen een goede keus zijn.
Stap 3: je hoeft geen expert te zijn
De AFM laat zien dat gebrek aan kennis de meest genoemde reden is om niet te beleggen. Dat is begrijpelijk. Veel mensen denken dat beleggen betekent dat je bedrijven moet analyseren en de economische ontwikkeling of zelfs koersen moet kunnen voorspellen. Maar dat is gelukkig niet nodig.
De wereld achter beleggen is eindeloos gedetailleerd. Voor wie zich erin wil verdiepen, is er genoeg te ontdekken. Maar de eerste stap hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Voor een geïnteresseerde beginner is dat een belangrijk inzicht: je hoeft niet slimmer dan andere beleggers te zijn. Je hoeft ook niet te weten welk aandeel de komende tien jaar de grote winnaar wordt. Een brede aanpak is er juist op gebouwd dat je dat vooraf niet weet.
Het lijkt soms alsof het nooit het goede moment is om te starten, maar in veel gevallen geldt: hoe eerder, hoe beter. Het komt niet aan op een paar weken, maar te veel uitstellen kan een dure keuze zijn.
Stap 4: begin met de kern
Drie vragen zijn genoeg om te starten. Waarin beleg ik? Hoe breed is de spreiding? Hoe reageer ik als de beurs daalt?
Voor veel beginners is een brede wereldwijde etf – een indextracker – een logische start. Zo’n fonds belegt in één keer in honderden of duizenden bedrijven. Daarmee ben je minder afhankelijk van één aandeel, één sector of één land.
Dat is een groot verschil met beginnen via losse aandelen. Stel dat iemand zijn eerste geld steekt in ASML, Nvidia of Shell. Dat zijn bekende namen, maar het blijven afzonderlijke bedrijven. Dat is kwetsbaar. Een wereldwijde etf bevat zulke bedrijven vaak ook, maar dan als onderdeel van een veel groter geheel.
Een praktische route is bijvoorbeeld: 80 tot 100 procent van de beleggingsportefeuille in een brede wereldwijde etf. Wie later meer ervaring krijgt, kan eventueel 10 of 20 procent gebruiken voor accenten, zoals Europa, dividendaandelen of een specifiek thema.
· Lees waar de kern van een aandelenportefeuille uit kan bestaan in deze keuzegids.
Stap 5: lage kosten helpen elk jaar opnieuw
Kosten lijken saai, maar voor beleggers zijn ze belangrijk. Een verschil tussen 0,2 procent en 1 procent per jaar lijkt klein. Over twintig of dertig jaar kan het veel uitmaken, omdat kosten elk jaar terugkomen en het rendement-op-rendement-effect afremmen. Daarom past een goedkope etf goed bij de beginnersroute.
Niet elke etf is automatisch goed. Er bestaan ook dure, beperkt gespreide of ingewikkelde etf’s. De vraag is steeds: volgt het fonds een brede index, zijn de kosten laag, is het fonds groot en goed verhandelbaar, en begrijp je wat erin zit?
Stap 6: kies een instapritme dat je volhoudt
Dan komt de praktische vraag: alles in één keer beleggen of gespreid instappen?
Historisch gezien is direct beleggen vaak gunstiger, omdat markten op lange termijn vaker stijgen dan dalen. Toch kan gespreid instappen voor beginners verstandig voelen. Wie bijvoorbeeld 20.000 euro beschikbaar heeft, kan besluiten om per maand 2.000 euro te beleggen. Dat verlaagt de spanning rond het instapmoment.
Bij maandelijkse inleg uit salaris is het nog eenvoudiger. Dan komt het geld periodiek beschikbaar en beleg je automatisch gespreid door de tijd. Bijvoorbeeld 250 euro per maand in een brede wereldwijde etf. Zo wordt het een gewoonte, en die is belangrijker dan de perfecte startdatum.
Stap 7: schrijf op wat je (niet) doet
De grootste test komt na de start. Er komt een eerste daling. Dan voelt ingrijpen vaak verstandig, terwijl het dat vaak niet is.
Daarom helpt een eenvoudig beleggingsplan. Schrijf op waarom je belegt, voor welke termijn, hoeveel je maandelijks inlegt en wanneer je controleert of de verdeling tussen sparen en beleggen nog past. Voor veel beginners is één of twee keer per jaar genoeg.
De verstandige start: breed spreiden en blijven zitten
Helemaal veilig beleggen bestaat niet. Een brede wereldwijde etf kan dalen. Soms stevig. Het gaat om de opzet: geld dat je lang kunt missen, brede spreiding, lage kosten, automatische inleg en weinig handelen.
De verstandige beginner is relatief weinig tijd kwijt, maar kan wel profiteren van de tijd die hij nog heeft. Hij zorgt eerst dat zijn buffer klopt, kiest vervolgens een lange horizon en begint met een brede, goedkope kern. Daarna doet hij iets wat moeilijker is dan het klinkt: blijven zitten.
Verder lezen: twee praktische keuzes
· Om te beleggen heb je een beleggingsrekening nodig. Lees het jaarlijkse brokeronderzoek van de VEB: Brokeronderzoek 2025 en VEB - Een goede brokerkeuze begint bij inzicht. De VEB heeft een voorkeur voor partijen die onder AFM-toezicht vallen en bindend zijn aangesloten bij Kifid.
· Kies de basis van je portefeuille. In de artikelen VEB - In drie stappen naar een gespreide portefeuille met indextrackers en VEB - Een gespreide etf-portefeuille opbouwen vind je een handleiding.
| Ook goed voor Europese bedrijvigheid |
|
De AFM benoemt ook het bredere belang van beleggen. De Europese Unie wil dat meer spaargeld van huishoudens richting de kapitaalmarkten gaat. Europa heeft veel geld nodig voor investeringen in innovatie, verduurzaming en infrastructuur. Een grotere kapitaalmarkt kan helpen. Meer beleggers zorgen voor meer handel en meer vraag naar aandelen en obligaties. Daardoor kunnen bedrijven makkelijker geld ophalen als zij willen groeien of investeren. Juist door een beroep te doen op beleggers kunnen belangrijke transities worden gerealiseerd, zegt ook VEB-directeur Gerben Everts: Column: the time is now. Voor particuliere beleggers blijft de eigen situatie leidend: eerst de buffer, dan de beleggingshorizon, daarna de portefeuille. Wie extra nadruk wil leggen op Europese bedrijven, kan naast een brede wereldwijde basis ook een Europees accent toevoegen. |