VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Vier maanden nadat Sif nog geen materiële onzekerheid zag over zijn voortbestaan, waarschuwt de funderingsbouwer dat snel duidelijkheid nodig is over één vertraagde mega-order. Ook moet het bedrijf snel zijn liquiditeit en balans versterken. De fabriek draait eindelijk op snelheid, maar financieel neemt de druk juist toe. Het concern erkent materiële onzekerheid over haar voortbestaan.

Wie alleen naar de productiecijfers van Sif kijkt, zou kunnen denken dat het bedrijf de meest kritieke fase achter zich heeft gelaten. De nieuwe fabriek op de Rotterdamse Maasvlakte heeft na een stroeve aanloop eindelijk het beoogde productietempo bereikt. Inmiddels rollen wekelijks de vier tot vijf geplande funderingen voor windmolens op zee (monopiles) van de band.

De omzet verdubbelde bijna het afgelopen halfjaar tot 498 miljoen euro. De aangepaste ebitda, de winst voor rente, belastingen en afschrijvingen, steeg van 13 miljoen naar 43 miljoen euro.

Materiële onzekerheid 
Op zichzelf bemoedigend, maar de belangrijkste boodschap voor aandeelhouders staat niet tussen die operationele cijfers. Daarvoor moeten ze iets verder bladeren in het halfjaarbericht, naar pagina 24 om precies te zijn. Bij de toelichting op de halfjaarcijfers. Onder het kopje going concern staat het wezenlijke nieuws. Daar erkent het bestuur van Sif voor het eerst dat er een ‘potentiële materiële onzekerheid’ bestaat over het voortbestaan van het bedrijf. 

Die waarschuwing is nieuw. In het jaarverslag van 13 maart zag het bestuur nog geen materiële onzekerheid over de continuïteit. De fabriek om de grootste monopiles te kunnen maken, was weliswaar trager opgestart en Sif had eind september 2025 niet aan de bankafspraken voldaan, maar het bestuur bleef positief over de vooruitzichten. Daarbij wees het op een volledig gevuld productiejaar 2026, financiering tot juni 2029 en een kredietfaciliteit van 50 miljoen euro.

Nog geen vijf maanden later hangt de continuïteitsbeoordeling volgens Sif af van drie voorwaarden: het beheersen van het werkkapitaal, het op peil houden van de kortetermijnliquiditeit en het uiteindelijk doorgaan van de nog niet definitieve mega-order van 190 kiloton. Het concern noemt alle drie factoren in de continuïteitsparagraaf ‘essentieel’.

De beurskoers maakte afgelopen maanden al een smak, zeker nadat het bedrijf begin deze maand bekendmaakte dat het niet was gelukt een nieuwe obligatielening te plaatsen. Alleen al dit jaar staat het aandeel ruim 40 procent lager op ongeveer vier euro. Sif heeft een marktwaarde van nog geen 120 miljoen euro. Twee jaar geleden was dat nog het drievoudige. 

Cruciale order laat op zich wachten
De order van 190 kiloton voor een Noordzeeproject moet de fabrieken in Roermond en op de Maasvlakte in 2027 aan het werk houden. Sif onderhandelt nog altijd exclusief met de opdrachtgever, maar het definitieve contract is nog niet getekend. Van Beers, voor wie de halfjaarcijfers ook zijn laatste dag als topman betekenden, verwacht dat de productie nu tussen mei en augustus 2027 start, maar alleen wanneer de ontwikkelaar daadwerkelijk besluit door te gaan.

De woordkeuze laat weinig ruimte voor misverstanden. In het bestuursverslag noemt Sif het project ‘cruciaal’ voor de bezetting in zijn beide productiehallen (Tweede Maasvlakte en Roermond). Voor 2027 is het bedrijf ‘in hoge mate afhankelijk’ van de definitieve afronding en timing ervan. Volgens Sif lopen de onderhandelingen over de funderingen zelf goed, maar wacht de ontwikkelaar nog op zekerheid over de netaansluiting en de afname van de opgewekte stroom.

Om een gat in de productieplanning te voorkomen, spreidt Sif zijn huidige orderboek uit over 2027. Het bedrijf kan het zich niet veroorloven om fabrieken eerst af te schalen en later weer productieklaar te maken. Dat brengt te veel kosten en risico’s met zich mee. Die aanpak heeft wel gevolgen voor de resultaten over dit jaar. Ongeveer 40 miljoen euro aan aangepaste ebitda van 2026 verschuift naar volgend jaar. Sif verlaagt daarom de winstverwachting voor dit jaar van 135 miljoen euro naar 95 miljoen euro.

Voor een bedrijf met een ruime kas zou zo’n verschuiving vooral een kwestie van timing zijn. Bij Sif dat dringend verlegen zit om liquiditeit ontstaat er wel een probleem. Minder productie en facturatie in 2026 betekent dat geld later binnenkomt, terwijl salarissen, rente, aflossingen en andere uitgaven doorlopen. Wanneer de Noordzee-order niet volgens plan doorgaat en Sif er niet in slaagt zijn liquiditeit en balans te versterken, kan het zijn verplichtingen mogelijk niet meer nakomen.

Bijna 90 miljoen euro uit de kas
Het afgelopen halfjaar vormde een behoorlijke aanslag op de kas. Sif gebruikte 64 miljoen euro aan liquide middelen voor zijn operationele activiteiten. Het werkkapitaal was de belangrijkste oorzaak.

Sif moest veel meer voorfinancieren op zijn lopende projecten. Dat slokte 100 miljoen euro aan contanten op, vooral door oplopende vorderingen en het betalen van leveranciers. De kaspositie decimeerde in zes maanden van 96 miljoen euro naar ongeveer zeven miljoen euro.

Een deel van die beweging hoort bij het grillige karakter van grote projecten. Sif ontvangt en betaalt grote bedragen op specifieke momenten, waardoor het werkkapitaal sterk kan schommelen. Een banksaldo van enkele miljoenen euro’s laat weinig ruimte voor nieuwe vertragingen, tegenvallende projectafrekeningen of onverwachte kosten.

Sif heeft nog wel een kredietfaciliteit van 50 miljoen euro achter de hand, maar noemt deze faciliteit niet langer als comfortabele buffer voor eventuele tegenvallers. Het is nu vooral een laatste redmiddel voor de dagelijkse operaties (werkkapitaal) en de kortetermijnliquiditeit.

Ook de geruststellende mededeling uit maart dat de financieringsafspraken tot medio 2029 waren veiliggesteld, keert in de continuïteitsparagraaf van juli niet terug. Sif zegt inmiddels ‘actieve maatregelen’ te nemen, praat met banken en de grootste aandeelhouder en onderzoekt aanvullende financieringsmogelijkheden. De obligatie ging niet door omdat de voorwaarden volgens Sif onaantrekkelijk waren, zo bevestigde cfo Boudewijn van Schaik in de call voor analisten. Het bestuur ziet een definitief contract voor de order van 190 kiloton nu als mogelijke basis voor een nieuwe financieringsronde.

De bankafspraken worden vooralsnog nageleefd. Eind juni bedroeg de solvabiliteit 35,6 procent, net boven de convenanteis van 35 procent. De schuldratio, de nettoschuld ten opzichte van het bedrijfsresultaat, kwam uit op 1,98 bij een maximum van 2,5. Die beperkte afstand tot de solvabiliteitsgrens biedt weinig ruimte wanneer nieuwe verliezen of projecttegenvallers het eigen vermogen verder aantasten.

Aandeelhouders mogelijk opnieuw aan zet
Een waarschuwing over de continuïteit is nog geen uitzichtloze situatie. Sif beschikt over een redelijk orderboek, de productie verbetert en het bestuur houdt vertrouwen in de vertraagde order.

Voor aandeelhouders is het verschil tussen maart en juli desondanks moeilijk te negeren. In het voorjaar gold de financiering nog als afdoende en waren de gevolgen van de marktomstandigheden voor 2026 en de eerste helft van 2027 volgens Sif niet materieel. Die geruststellende passage is verdwenen.

De onderneming heeft bovendien nog niet bekendgemaakt hoeveel extra financiële ruimte nodig is, tegen welke voorwaarden die kan worden verkregen en welke bijdrage van de grootste aandeelhouder wordt verwacht. De mogelijke routes zijn voor zittende aandeelhouders niet zonder risico. Extra schuld kan leiden tot hogere rentelasten en strengere voorwaarden. Een aandelenuitgifte verwatert hun belang. Ook steun van Egeria kan een prijs hebben. Daarnaast sloot het bestuur in de call een ‘strategische transactie’ of overname niet uit.

Sif investeerde honderden miljoenen euro’s in een fabriek voor veel grotere windturbinefunderingen. Nu die fabriek eindelijk op snelheid draait, blijkt de financiële ruimte om een dip in opdrachten op te vangen uiterst dun. De technische crisis is grotendeels bezworen. Daarvoor in de plaats is een financieringsprobleem gekomen, waarbij de handtekening van één opdrachtgever bepalend kan zijn voor het lot van Sif.




Gerelateerde artikelen