VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

29 januari 2010

Rebellie tegen overname Océ groeit

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

De weerstand tegen een overname van Océ groeit. Een derde grootaandeelhouder heeft laten weten haar aandelen nu niet te willen verkopen aan de vermeende nieuwe Océ-eigenaar Canon. Intussen heeft Océ de nodige munitie achter de hand om aandeelhouders het mes op de keel te zetten.

Het Deense beleggingsfonds Sparinvest, dat iets minder dan vijf procent van de aandelen Océ houdt, heeft vandaag laten weten haar aandelen niet te willen verkopen aan Canon. Eerder al gaven het Canadese Orbis (ruim 10 procent) en Hermes (ruim 3 procent) aan het bod van het Japanse technologieconcern te laag te vinden. De Japanners hebben 8,60 euro in contanten over per aandeel Océ.

Resultaat is dat Canon er mogelijk niet in slaagt om 85 procent van de aandelen in handen te krijgen, de drempel die Canon in principe hanteert voor de minimale aanmelding om het bod gestand te doen.

Uit het gisteren gepubliceerde biedingsbericht blijkt dat Canon voor een dergelijke situatie een uitweg heeft bedacht: ook als uiteindelijk minder dan 85 procent van de aandelen worden aangemeld, heeft zij de mogelijkheid om het bod door te zetten.

De onwillige aandeelhouders wordt intussen het mes op de keel gezet. Een serie drukmiddelen moet het aanhouden van de aandelen onaantrekkelijk maken. Zo kan Canon, ook als zij minder dan 85 procent van de aandelen heeft vergaard, een juridische fusie doorduwen of Océ omzetten in een B.V.

De overgebleven aandeelhouders hebben dan aandelen in een niet-beursgenoteerd vehikel. Hun aandelen zijn dan nauwelijks meer te verhandelen, een situatie die de waarde van de stukken drastisch zal doen dalen.

Océ hengelt al meer dan een jaar naar een nieuwe baas
Naar nu blijkt is Océ al langer op zoek naar een grote broer die het bedrijf onder zijn hoede wil nemen. In oktober 2008 al zette topman Van Iperen volgens eigen zeggen het bord "te koop" in de voortuin van Océ. Vanaf dat moment is er met vier serieuze kandidaten gesproken.

Twee kandidaten boden op heel Océ, Canon wilde het meeste betalen.

Van Iperen noemt het bod van Canon -8,60 per aandeel- "redelijk". Dit geeft aan dat het in de positie waarin Océ verkeerde, moeilijk was om überhaupt een tevredenstellende prijs te bedingen. Océ onderhandelde met kandidaat-kopers vanuit een positie van zwakte.

Bergafwaarts
En die underdogpositie is terug te voeren op de recente prestaties van de printerfabrikant.
De resultaten van Océ over de afgelopen jaren leveren het beeld op van een met zichzelf worstelende onderneming. Een stagnerende omzet, een gestaag afkalvend eigen vermogen en hoge kosten voor onderzoek en ontwikkeling drukten sterk op de resultaten.

Tegelijkertijd stond Océ vooral synoniem voor voortdurende herstructureringen, een precaire financiële huishouding en winstwaarschuwingen. Bij de jaarcijfers over 2008 moest Van Iperen aankondigen dat de doelstelling voor 2010 ten aanzien van het rendement op geïnvesteerd vermogen van 13 procent niet gehaald zou worden.

Het management is er niet in geslaagd een sterke, winstgevende nichespeler op te bouwen en heeft het roer niet tijdig kunnen omgooien.

Onder het tienjarig bewind van Van Iperen leverde Océ 57 procent van zijn beurswaarde in (AEX: -43%). In 1998 was een aandeel Océ nog 40 euro waard. Ook verdiende Océ in deze periode minder dan zijn kapitaalskosten en teerde daarmee in op het eigen vermogen.

Aandeelhouders Océ hebben over de jaren een hoop geld verloren. Het heeft ze blijkbaar niet het recht verschaft op een fatsoenlijke behandeling.

Vanaf 29 januari tot en met 1 maart 2010 kunnen Océ aandeelhouders hun aandelen aanbieden aan Canon 

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}