VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Bij AkzoNobel is alles erop gericht de fusie met het Amerikaanse Axalta af te ronden. Coatings zijn volgens het bedrijf lucratiever dan verf en AkzoNobel is zich de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker gaan richten op coatings. Maar het is juist het verfonderdeel waar het hoogste rendement wordt gemaakt. Een analyse.

AkzoNobel is een bedrijf met twee gezichten. Sinds het in 2018 zijn chemietak verkocht bestaat het bedrijf uit Decorative Paints, voor de huis-tuin-en-keukenklusser en de professionele markt, en Performance Coatings, coatings en lakken voor de auto-industrie, scheepvaart en luchtvaart. 

De afgelopen jaren waren op zijn best grillig. De omzet bij beide onderdelen daalde, de winstgevendheid stond onder druk en ook het rendement dat beide divisies noteerden was niet altijd even overtuigend.   

Coatings-tak is favoriet bij Poux-Guillaume
Onder de huidige ceo Grégoire Poux-Guillaume die eind 2022 begon, is AkzoNobel steeds nadrukkelijker gaan inzetten op de coatings-tak. Daar zijn de hoogste rendementen op het geïnvesteerde kapitaal te halen, aldus de Franse topman. 

De verkoop van de Indiase verftak en de voorgestelde miljardenfusie met het Amerikaanse coatingbedrijf Axalta, die uiterlijk begin 2027 rond moet zijn, passen in die strategische lijn van Poux-Guillaume.

Op het eerste gezicht is die favorietenrol van coatings goed te volgen. Het rendement op het geïnvesteerde kapitaal (ROI) is bij het coatingsonderdeel al jaren duidelijk hoger dan bij de verfdivisie.

Dit rendementscijfer, dat de operationele winst afzet tegen de geïnvesteerde middelen (goodwill, machines, fabrieken) en daarmee aangeeft hoeveel winst wordt behaald op iedere euro die in het bedrijfsonderdeel vastzit, schommelt rond de 20 procent, terwijl de verfactiviteiten daar structureel zo’n 5 procentpunt onder blijven.

De ROI lijkt het hoogst voor de coatingdivisie… 

Bron: Publicaties AkzoNobel.

Veel zachte bezittingen
Vanuit dat ROI-perspectief klinkt het strategische verhaal van een verschuiving naar coatings dus al snel logisch. Maar daarmee staat nog niet vast dat de coatingsdivisie operationeel ook echt beter presteert.

Daarvoor moet indringender worden gekeken naar de opbouw van het geïnvesteerde kapitaal. Daaruit komen duidelijke verschillen naar voren. Volgens de jaarrekening van AkzoNobel is het kapitaalsbeslag bij beide divisies grofweg even groot, zo’n 3,5 miljard euro.

Maar binnen het verfsegment bestaat een veel groter deel van dat kapitaal uit immateriële activa. Het gaat dan om zachte balansposten die voortkomen uit overnames uit het verleden, zoals goodwill en vooral meegekochte merknamen.

Dat is op zichzelf niet vreemd. De verftak richt zich nadrukkelijker op consumentenmarkten, waar merken een belangrijke rol spelen. Bij coatings ligt dat anders. Daar draait het vooral om zakelijke klanten en specifieke toepassingen, waarbij de merknaam doorgaans minder zwaar weegt dan de technische prestaties van het product.

Aanpassing nodig voor overnameposten 
Dit soort historische overnameposten maakt een vergelijking van beide onderdelen op operationeel vlak iets lastiger. De ROI-maatstaf die AkzoNobel zelf rapporteert, moet worden aangepast: balansposten die het gevolg zijn van overnames moeten uit de kapitaalsbasis worden gehaald.

Voor de duidelijkheid: AkzoNobel heeft ooit wel degelijk keiharde euro’s betaald voor goodwill en merknamen, maar deze posten zeggen vandaag minder over hoe kapitaalefficiënt een divisie draait op basis van de ‘tastbare’ activa die dagelijks worden gebruikt voor het maken van verven, coatings en lakken, zoals machines, fabrieken en voorraden.

Geïnvesteerd kapitaal in beeld: met name veel zachte balansposten bij de verftak

Bron: Publicaties AkzoNobel. Bedragen in miljoenen euro.

Hoger rendement op tastbaar kapitaal bij verf
Een ROI-definitie inclusief overname-erfenis, zoals AkzoNobel die in het jaarverslag presenteert, kan wel een bruikbare maatstaf zijn om te beoordelen wat het concern historisch met aandeelhoudersgeld heeft gedaan.

Maar wie divisies operationeel beter met elkaar wil vergelijken, wil vooral weten hoeveel rendement wordt gehaald uit de harde bezittingen die direct samenhangen met de dagelijkse bedrijfsvoering. Dat zegt meer over de operationele efficiëntie.

Om die reden is een blik op de ROI waarbij zachte immateriële posten buiten het geïnvesteerde kapitaal worden gelaten van belang.

Als we de ROI op die aangepaste manier construeren, valt op dat de verftak meer omzet haalt uit iedere geïnvesteerde euro. Deze hogere productiviteit vertaalde zich ook in een hoger rendement.

Dat beeld is over meerdere jaren zichtbaar. Alleen 2024 vormt daarop een uitzondering. Toen lag het werkkapitaal binnen verf tijdelijk relatief hoog, wat de operationele ROI drukte.

….maar na correctie voor zachte balansposten presteert de verfdivisie juist beter

Bron: Publicaties AkzoNobel en berekeningen VEB.

Winstgevender én productiever
AkzoNobel presenteert coatings al jaren als de meer rendabele en technologisch aantrekkelijkere tak. Strategisch is dat verhaal goed te volgen. De wereldwijde markt voor coatings is groter en klanten blijven over het algemeen voor langere tijd aan Akzo verbonden. In het nieuwe fusiebedrijf met Axalta hoopt het gecombineerde concern daar meer kritische massa te bereiken.

Maar een vergelijking puur op operationele basis laat een genuanceerder beeld zien. Niet alleen liggen de operationele winstmarges binnen de verftak nog altijd hoger dan bij coatings, ook de productiviteit van het kapitaal ligt daar hoger. Die twee factoren bepalen samen het rendement op kapitaal.

Dat betekent niet dat AkzoNobel ongelijk heeft om in te zetten op coatings. Maar het is de verftak waar Akzo met minder kapitaal een hoger rendement haalt.

De belangrijkste punten van de jaarvergadering

•    Het meest controversiële punt op de jaarvergadering was de aanblijfbonus van 750 duizend euro voor CFO Maarten de Vries. Hij zou dit jaar, na acht jaar als financieel topman, met pensioen gaan. Door de eind vorig jaar aangekondigde miljardenfusie met Axalta wil AkzoNobel hem echter aan boord houden om de deal af te ronden. 

•    Tijdens de ava gaven zowel De Vries als president-commissaris Ben Noteboom geen antwoord op de vraag of deze retentiebonus daadwerkelijk een dealbreaker zou kunnen zijn. 

•    Naast de voorgestelde retentiebonus heeft De Vries immers ook recht op een vertrekvergoeding van eenmaal zijn jaarsalaris (830 duizend euro), een kortetermijnbonus en uitbetaling van zijn langetermijnbonus van minimaal 1,5 keer zijn jaarsalaris. Dat staat op gespannen voet met het principe van pay-for-performance: beloning moet volgen uit prestaties. 

•    De weerstand was groot. ISS adviseerde tegen, net als onder meer Calpers, Calstrs en het Noorse staatsfonds. Het voorstel werd nipt aangenomen met 77 procent van de stemmen, net boven de vereiste 75 procent.  

•    Ook de fusie met Axalta riep vragen op. AkzoNobel verkoopt onderdelen in Azië tegen hoge multiples. India ging weg voor 25 keer EBITDA, Pakistan voor 14 keer. Dat ligt ver boven de eigen beurswaardering van circa 9 keer EBITDA. Die waardecreatie komt dus nu al tot uiting. Volgens topman Greg Poux-Guillaume is er aanzienlijke interesse in de overige Aziatische verfactiviteiten, samen goed voor nog zo’n 300 miljoen euro aan omzet. 

•    Voor AkzoNobel-aandeelhouders wringt dat. De eigendomsverhouding in het fusiebedrijf ligt immers al vast: Axalta-aandeelhouders krijgen 45 procent, AkzoNobel-aandeelhouders 55 procent. Die verhouding is gebaseerd op AkzoNobels waardering van circa 9 keer EBITDA, en houdt mogelijk onvoldoende rekening met de waardecreatie die nu in het Verre Oosten plaatsvindt. 

•    Poux-Guillaume erkende dat AkzoNobel-aandeelhouders die waarde nu feitelijk moeten delen met Axalta-aandeelhouders. Tegelijk wees hij erop dat Axalta-aandeelhouders waarschijnlijk ook niet volledig tevreden zijn: Axalta werd in de ruildeal gewaardeerd op ongeveer 8 keer EBITDA, historisch laag door de zwakke Amerikaanse markt voor autoreparaties. Door hogere verzekeringspremies laten Amerikanen minder vaak hun auto herstellen. De markt stabiliseert volgens Poux-Guillaume, maar is nog niet hersteld. 

•    Volgens de Franse topman is de beste fusie er een waarbij “geen van beide partijen helemaal gelukkig is”. Akzo profiteert mogelijk van sneller herstel in de markt voor autolakken, terwijl Axalta meeprofiteert als desinvesteringen van Akzo veel geld opleveren. 

•    Hoewel de markt nog nauwelijks waarde toekent aan de beoogde kostensynergieën van 600 miljoen dollar, ziet AkzoNobel vooralsnog geen groot risico dat aandeelhouders de deal wegstemmen. Niet bij AkzoNobel en niet bij Axalta. De transactie wordt naar verwachting begin juli aan aandeelhouders voorgelegd. 

 




Gerelateerde artikelen