Alfen groeit stevig, maar het herstel oogt sterker dan het is. Vooral grote batterijprojecten stuwen de eerste jaarhelft, maar de eigen prognose wijst juist op een flinke terugval na de zomer. Daarmee moet nog blijken hoeveel van de opleving structureel is.
Voor beleggers in Alfen is het even wennen: de cijfers hebben weer een stijgende lijn te pakken. De omzet steeg in de eerste helft van 2026 zelfs met 24 procent tot 262 miljoen euro. De aangepaste operationele winst (ebitda) kwam ook bijna een kwart hoger uit op 16 miljoen euro, een marge van ruim 6 procent.
Op het eerste gezicht lijkt Alfen daarmee een stap uit het dal te zetten. Toch is de ommekeer minder overtuigend dan de cijfers doen vermoeden. Het bedrijf houdt namelijk vast aan de eerder afgegeven omzetverwachting van 435 tot 475 miljoen euro voor heel 2026. Ook de verwachte ebitda-marge blijft staan op 4 tot 7 procent.
Een simpele rekensom maakt duidelijk wat dat betekent. Na ruim 260 miljoen euro omzet in de eerste zes maanden resteert voor de tweede jaarhelft nog ongeveer 175 tot 215 miljoen euro. In het midden van de bandbreedte is dat ruim een kwart minder dan in de eerste helft.
Topman Michael Colijn wond daar tijdens de cijferpresentatie weinig doekjes om. “De tweede jaarhelft wordt zwakker dan de eerste”, aldus Colijn. De omzet zal volgens hem zelfs lager uitvallen dan in de tweede helft van vorig jaar.
Sterke omzet uit eerste jaarhelft krijgt naar verwachting geen vervolg
Bron: publicaties Alfen en Bloomberg. Bedragen in miljoenen euro’s. *Het derde en vierde kwartaal van 2026 zijn gebaseerd op verwachtingen van door Bloomberg geraadpleegde analisten.
Batterijprojecten trekken de kar
Wie de omzetgroei van Alfen ontleedt, ziet waar de sterke eerste jaarhelft vandaan komt. Alfen verdient zijn geld met transformatorstations voor elektriciteitsnetten (Smart Grid Solutions), laadpalen voor elektrische auto’s (EV Charging) en grote batterijsystemen voor energieopslag (Energy Storage Systems).
Vooral die laatste activiteit gaf de groei een aardig zetje. Energy Storage Systems boekte 99 miljoen euro omzet, tegen 53 miljoen euro een jaar eerder. Bijna een verdubbeling dus. Smart Grid Solutions groeide eveneens, terwijl de laadpaalomzet juist verder terugliep.
Batterijtak levert veruit grootste bijdrage aan de omzetgroei
Bron: publicaties Alfen en Bloomberg. Bedragen in miljoenen euro’s.
Maar juist bij de batterijtak zit een belangrijke kanttekening. De groei kwam vooral doordat Alfen belangrijke mijlpalen bereikte bij twee van de grootste batterijprojecten uit zijn geschiedenis.
Dat maakt de omzet grillig. Bij zulke grote projecten is de mate van voortgang van het werk bepalend voor het moment waarop Alfen omzet in de boeken mag zetten. Een paar projecten kunnen daardoor het beeld in een halfjaar flink kleuren.
Meer omzet levert nauwelijks meer marge op
De sterke groei bij Energy Storage heeft ook een keerzijde. De batterijtak is minder winstgevend dan de andere activiteiten. Doordat het onderdeel een veel groter deel van de omzet uitmaakte, daalde de aangepaste brutomarge van ongeveer 30 naar 26 procent. Ondanks de stevige omzetgroei steeg Alfens ebitda-marge daardoor slechts beperkt, van 6,1 naar 6,3 procent.
Bij Smart Grid Solutions is het beeld steviger. Alfen leverde in de eerste jaarhelft ruim 1.700 transformatorstations, waarvan meer dan 500 in Finland. Dat land was daarmee goed voor bijna een derde van het totaal.
Een snelle groeispurt verwacht Colijn voorlopig niet. Nieuwe regels en extra investeringen moeten de uitbreiding van Europese stroomnetten versnellen, maar concreet merkt Alfen daar nog weinig van. “We verwachten gestage, voorspelbare groei, maar niet snel een grote hausse”, aldus de topman.
De echte test volgt na de zomer
De grote bijdrage van Energy Storage valt in de tweede helft deels weg. Eind juni zat voor 93 miljoen euro aan batterijprojecten in het orderboek, waarvan 56 miljoen euro voor volgend jaar. Sindsdien kwam nog ongeveer 30 miljoen euro aan nieuwe opdrachten binnen. Daaronder zit 6 miljoen euro aan mobiele opslagsystemen die door hun kortere levertijd nog dit jaar kunnen worden uitgevoerd.
Voor nieuwe batterijprojecten die nog dit jaar omzet moeten opleveren, begint de tijd bovendien te dringen. “De ruimte om nieuwe grote projecten nog dit jaar in omzet om te zetten, is inmiddels zeer beperkt”, zei Colijn.
Terwijl de omzet een veer zal laten, lopen de kosten niet even hard terug. De personeelskosten zullen in de tweede helft zelfs stijgen. Alfen richt de organisatie dit jaar opnieuw in rond zijn drie bedrijfsonderdelen, die inmiddels ieder een eigen directeur hebben gekregen. Tijdens die overgang worden bestaande functies overgedragen, blijven tijdelijk nog interimkrachten actief en neemt Alfen mensen aan voor nieuwe rollen, onder meer in software en projectmanagement.
Interim-financieel directeur Bart Meussen, die begin juli het stokje tijdelijk overnam van de vertrokken Onno Krap, wees daarnaast op een tweede probleem: bij een lagere omzet drukken de vaste organisatiekosten zwaarder op de winstgevendheid.
In het midden van Alfens omzet- en margebandbreedte komt de aangepaste ebitda over heel 2026 uit op ongeveer 25 miljoen euro. Na 16 miljoen euro in de eerste zes maanden resteert dan nog geen 9 miljoen euro voor de tweede jaarhelft.
Laadpaaltak moet in 2027 het tij keren
Of de ommekeer structureel is, zal daarom vooral volgend jaar moeten blijken. Vanaf 2027 verwacht Alfen weer groei van zowel de omzet als de ebitda-marge. Ook EV Charging moet dan weer bijdragen.
Juist die laadpaaltak staat nog stevig onder druk. De omzet daalde in de eerste jaarhelft met 17 procent, terwijl de verkoop van volledig elektrische auto’s in Europa stevig aantrok. Alfen heeft vooral bij thuisladers last van felle concurrentie en moest scherper prijzen.
Een nieuwe generatie thuisladers en het gemeenschappelijke softwareplatform moeten het tij keren, maar de volledige voordelen daarvan worden volgens Colijn pas in 2027 zichtbaar.
De halfjaarcijfers laten zien dat Alfen weer kan groeien, maar nog niet dat het bedrijf die groei ook kan vasthouden. Daarvoor moet het straks ook zonder de rugwind van twee uitzonderlijk grote batterijprojecten vooruit.