VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Van Lanschot Kempen kreeg er fors meer vermogen bij en zag de winst stevig stijgen. Mooie cijfers. Maar bijna negen van iedere tien nieuwe euro’s kwamen van pensioenfondsen, waarop de bank weinig verdient. Hogere rente hielp de winst, terwijl de groei in België stokte. Drie zwakke punten in de halfjaarcijfers.

Op papier was er weinig reden tot klagen. Van Lanschot zag vermogen en winst stevig oplopen, terwijl de kosten veel minder snel stegen dan de inkomsten.

Achter de sterke groei schuilen ook drie zwakkere punten. Dat begint bij de rente.

Zwakke plek 1: Rente doet een groot deel van het werk
Van Lanschot presenteert zich steeds nadrukkelijker als kapitaallichte vermogensbeheerder. De bank mikt vooral op groei van beheerd vermogen en provisie-inkomsten, terwijl de balans maar beperkt moet meegroeien. 

Toch kwam in de eerste jaarhelft bijna een kwart van de inkomsten nog uit rente. 

De rente-inkomsten stegen met 27 procent, ruim vijf keer zo hard als de kredietportefeuille. De hogere rente deed dus veel van het werk. 

Rente-inkomsten blijven belangrijk voor Van Lanschot

Bron: verslaggeving Van Lanschot Kempen. Bedragen in miljoenen euro’s.

Een groot deel van die kredietportefeuille bestaat uit hypotheken en andere leningen aan vermogende klanten die ook hun geld bij Van Lanschot laten beheren.

De rente liep in de eerste jaarhelft op en ontwikkelde zich gunstiger dan Van Lanschot eerder had verwacht. CFO Jeroen Kroes wees daar tijdens de analistencall expliciet op. “We hebben in de afgelopen zes maanden opwaartse rentebewegingen gezien die niet in onze eerdere verwachting zaten”, aldus Kroes.

Dat verhoogt de rentemarge, het verschil tussen wat Van Lanschot op leningen ontvangt en aan spaarders betaalt.

Het effect van de hogere rente werkt geleidelijk door in de opbrengsten. Leningen en obligaties met een lage rente lopen af en worden vervangen door nieuwe posities met een hogere opbrengst. Zo stijgt de gemiddelde rente die Van Lanschot op zijn portefeuille ontvangt.

De meevaller is groot genoeg voor Van Lanschot om de renteverwachting voor heel 2026 op te trekken naar ongeveer 200 miljoen euro.

Voorlopig werkt die renteafhankelijkheid dus in het voordeel van Van Lanschot. Een jaar geleden gebeurde het tegenovergestelde. Na dalingen van de algehele rente daalden de netto-rente-inkomsten in de eerste helft van 2025 nog met 17 procent.

Zwakke plek 2: Recordinstroom levert relatief weinig op
Niet iedere miljard levert evenveel op. Veruit het grootste deel van de instroom kwam van pensioenfondsen en andere grote beleggers. Zo bracht het pensioenfonds voor de woningcorporaties 15 miljard euro onder bij Van Lanschot. Dat valt onder fiduciair beheer, waarbij de bank helpt bij de inrichting en uitvoering van het beleggingsbeleid.

Miljarden erbij, maar tegen lage vergoedingen

Bron: verslaggeving Van Lanschot Kempen. Bedragen in miljarden euro’s.

Op dat zogenoemde institutionele vermogen zijn de vergoedingen relatief laag. Voor het perspectief: per euro beheerd vermogen leverden Nederlandse private-bankingklanten vorig jaar gemiddeld bijna vier keer zoveel provisie op als Investment Management. In België was dat bijna zes keer.

Investment Management was al een activiteit met relatief lage vergoedingen. De divisie beheert naast pensioenmandaten ook eigen beleggingsstrategieën en private-marketsfondsen voor grote beleggers en private-bankklanten. Vooral het fiduciaire beheer voor pensioenfondsen heeft een lage marge. Doordat vrijwel alle nieuwe miljarden juist daar binnenkwamen, daalde de gemiddelde marge van de divisie van 14 naar 13 basispunten.

Zwakke plek 3: Belgische groei valt terug
Bij de Belgische private-bankingtak, het onderdeel met de hoogste winstmarges op beheerd vermogen, is de instroom sterk teruggevallen. In de eerste jaarhelft kwam 200 miljoen euro aan nieuw vermogen binnen, tegen 1 miljard euro een jaar eerder. Dat bedrag zat volledig in het eerste kwartaal; in het tweede kwartaal was de netto-instroom afgerond nul.

In België wil Van Lanschot nadrukkelijk verder groeien. Op de beleggersdag in 2024 presenteerde de bank het land als tweede thuismarkt naast Nederland.

Daarvoor ziet Van Lanschot voldoende ruimte. België telt volgens de bank ongeveer 700 miljard euro aan belegd vermogen en is daarmee een grotere markt dan Nederland. Dat vermogen zou richting 2027 met ruim 4,5 procent per jaar groeien.

Van Lanschot wil sneller groeien dan die markt. Daarvoor wil de bank uitbreiden in het zuiden van België, nieuwe bankiers aantrekken en klanten meer diensten van Investment Management en Investment Banking aanbieden.

Voorlopig blijft de instroom achter bij die ambitie. Vooral bestaande klanten leggen minder extra vermogen in. Na de overname van Mercier Vanderlinden brachten zij de afgelopen jaren steeds meer geld onder bij de combinatie. Die extra instroom droogt nu op.

Ook de beleggingsresultaten speelden mee. De Belgische portefeuilles boekten in de eerste jaarhelft een rendement van ongeveer 3,8 procent, tegenover circa 8 procent in Nederland. Volgens Kroes brachten sommige bestaande klanten daarop een deel van hun vermogen elders onder. Van Lanschot wilde in de call met analisten niet zeggen hoeveel geld daarmee gemoeid was.

CFO Jeroen Kroes sprak wel van een tijdelijk effect. De Belgische strategie belegt vooral in zogenoemde kwaliteitsbedrijven tegen een redelijke prijs en bleef achter in een markt die sterk werd gedreven door AI- en groeiaandelen.

Al met al blijft België een aandachtspunt. Van Lanschot wil er sneller groeien dan de markt, maar kreeg in het eerste halfjaar nauwelijks extra geld van bestaande klanten binnen. En juist aan Belgische private-bankingklanten verdient de bank relatief veel.

De cijfers in een notendop

•    Van Lanschot Kempen boekte in de eerste jaarhelft 415 miljoen euro aan inkomsten, 14 procent meer dan een jaar eerder. De nettowinst steeg met 30 procent naar 88 miljoen euro.

•    De Bossche bank beheerde eind juni 188,2 miljard euro, 18 procent meer dan eind 2025. Het totale klantvermogen, inclusief spaargeld, kwam voor het eerst boven de 200 miljard euro uit en bedroeg 209,1 miljard euro.

•    De kapitaalbuffer blijft stevig, al ligt de CET1-ratio met 17,0 procent iets onder de eigen doelstelling van 17,5 procent. Eind november verdwijnt de extra risicogewichtsvloer voor Nederlandse hypotheken, waardoor de ratio naar verwachting met 1,3 procentpunt zal stijgen.





Gerelateerde artikelen