VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De rente van een obligatie wordt op een vast moment uitgekeerd. Maar lang niet iedereen koopt zo’n obligatie precies op het moment dat de coupon wordt uitgekeerd. De ‘misgelopen’ rente wordt verrekend tussen koper en verkoper. Hoe gaat dat precies in zijn werk?

Een obligatie keert op een vast moment of op meerdere momenten per jaar de couponrente uit, maar het is natuurlijk mogelijk om die obligatie op verschillende momenten te kopen, variërend van het moment dat de vorige coupon net is uitbetaald tot aan het moment dat de nieuwe coupon wordt betaald. In beide gevallen ontvangt de koper echter dezelfde couponuitkering, ongeacht hoe lang de obligatie in portefeuille is.

Een obligatieverkoper ontvangt de sinds de vorige coupondatum opgelopen rente, door middel van een verrekening in de prijs die hij ontvangt. De coupon wordt als het ware verdeeld tussen een verkoper en de nieuwe bezitter van een obligatie. De verrekening is gebaseerd op zogeheten rentedagen.

Betalen voor reeds opgebouwde rente
Gedurende de periode voorafgaand aan de uitkering van een coupon zal de rente in de obligatie oplopen met de verstreken rentedagen. Dit is normaal gesproken niet zichtbaar in de koers (als percentage van de nominale waarde) die je ziet in de financiële media of bij je broker.

Bijvoorbeeld bij obligaties die zijn genoteerd aan Euronext, is de opgelopen rente niet bij de weergegeven koers inbegrepen. Bij aankoop of verkoop van een obligatie wordt deze opgelopen rente apart meegekocht of -verkocht.

Een belegger die op een bepaalde datum een obligatie wil kopen, moet de houder van de obligatie ook het deel van de coupon terugbetalen dat overeenkomt met het bedrag dat aan rente is opgelopen vanaf de vorige couponbetaling. De gedachte hierachter is dat de verkoper van de obligatie op dat moment een tijdje de risico’s heeft gedragen van de obligatie en daar, naar verhouding van die periode, een rentevergoeding voor moet ontvangen.

Op het moment dat de couponrente wordt toegekend, wordt de hele uitkering gedaan aan de obligatiehouder op dat moment. Opgelopen rente verdwijnt dan als het ware uit de koers en de rentedagen van de eerstvolgende coupon gaan lopen.

De prijs inclusief de opgelopen rentedagen is ook wel bekend als de ‘dirty price’ van een obligatie. Het is echter gebruikelijk dat de koers wordt weergegeven exclusief de opgelopen rente: de ‘clean price’.

Iedere keer dat de obligatie wordt verhandeld, betaalt de koper dus ook de opgelopen rente sinds de vorige uitkering van couponrente aan de verkoper. De berekening hiervoor gaat op basis van het aantal verstreken dagen en het totaal aantal dagen in een jaar, waarbij verschillende manieren mogelijk zijn om de dagen te tellen.

Berekenen van de rentedagen
Er zijn verschillende manieren om het aantal dagen dat is verstreken en het totaal aantal dagen binnen een jaar te berekenen. Dit hoeft namelijk niet te gaan op basis van het werkelijke aantal dagen. De renteconventie (ook wel day count convention of day count fraction genoemd) heeft de volgende varianten, waarbij het (theoretische) aantal dagen in een maand gevolgd wordt door het aantal dagen in een jaar:

30/360
Een maand wordt verondersteld uit 30 dagen te bestaan, een jaar uit 360 dagen


30/365
Een maand wordt verondersteld uit 30 dagen te bestaan, een jaar uit 365 dagen


Werkelijk/360
Een maand wordt verondersteld uit het werkelijke aantal dagen te bestaan, een jaar uit 360 dagen


Werkelijk/365
Een maand wordt verondersteld uit het werkelijke aantal dagen te bestaan, een jaar uit 365 dagen


Werkelijk/werkelijk
Zowel de maand als het jaar worden verondersteld uit het werkelijke aantal dagen te bestaan


De renteconventie van een instrument bepaalt hoeveel opgebouwde rente op een bepaalde dag in de koers van de obligatie zit, die bij een transactie op de beurs apart wordt afgerekend. De eerste dag is de datum waarop de vorige coupon is uitgekeerd.

De renteconventie is vooral belangrijk voor grote institutionele beleggers en partijen die renterisico willen afdekken of juist willen profiteren van renteveranderingen. Voor de particuliere belegger is de precieze berekening van minder groot belang.

llustratie van rentedagen met twee obligaties
Hieronder staan twee voorbeelden van obligaties met dezelfde coupon maar met verschillende renteconventies (transactiekosten van de financieel dienstverlener blijven gemakshalve buiten beschouwing), om te illustreren hoe de afrekening in zijn werk kan gaan.

Voorbeeldobligatie 1
5% coupon

Uitkering: jaarlijks
Renteconventie: 30/360
Coupon-datum: 1 september
Datum afwikkeling transactie: 1 maart
Beurskoers (clean price): 100% van de nominale waarde

Stel: een belegger koopt deze obligatie en investeert 100.000 euro. Op 1 maart vindt de afwikkeling van de transactie plaats. Deze belegger ontvangt dan over zes maanden (op 1 september) vijf procent jaarlijkse coupon, een bedrag van 5.000 euro.

De obligatie heeft hij echter maar zes maanden van de renteperiode van 12 maanden in bezit. De verkoper van de obligatie zal de opgelopen rente over de periode vóór 1 maart daarom willen ontvangen.

Er zijn zes maanden verstreken, en de renteconventie gaat uit van een maand van 30 dagen. De belegger betaalt hier ((5% / 360) x 180) x €100.000 = €2.500 aan opgelopen rente aan de verkoper van de obligatie. Op 1 september zal de belegger de volledige coupon van vijf procent ontvangen. Deze 5.000 euro levert hem netto 2.500 euro op.

Dezelfde obligatie, maar dan met een andere renteconventie, kan het (kleine) verschil laten zien:


Voorbeeldobligatie 2
5% coupon

Uitkering: jaarlijks
Renteconventie: werkelijk/werkelijk
Coupon-datum: 1 september
Datum afwikkeling transactie: 1 maart
Beurskoers (clean price): 100% van de nominale waarde

De belegger koopt deze obligatie en investeert 100.000 euro. Op 1 maart vindt weer de afwikkeling van de transactie plaats. Deze belegger ontvangt dan over zes maanden (op 1 september) vijf procent jaarlijkse coupon, voor een bedrag van 5.000 euro.

Er zijn zes maanden verstreken, september tot en met februari. We gaan uit van een niet-schrikkeljaar, dus februari heeft 28 dagen. Het aantal werkelijk verstreken dagen is dan 181, en het jaar heeft 365 dagen. De belegger betaalt hier ((5% / 365) x 181) x €100.000 = €2.479,45 aan opgelopen rente aan de verkoper van de obligatie. Op 1 september zal de belegger de volledige coupon van vijf procent ontvangen. Deze 5.000 euro levert hem netto 2.520,55 euro op.


Documentatie
Het aantal rentedagen dat is opgelopen wordt automatisch afgerekend bij de transactie in een obligatie. Hierdoor betaalt de koper altijd meer dan de weergegeven beurskoers, tenzij er nog geen dag is verstreken of het een zero coupon-obligatie betreft.

Een voorbeeld van een obligatie met de renteconventie werkelijk/werkelijk (Actual/Actual) is de NN GROUP 1,625% Fixed Rate Senior Note, ISIN: XS1623355457. Deze conventie is van toepassing voor de meeste in euro genoteerde obligaties van Nederlandse bedrijven en Nederlandse staatsobligaties.

De renteconventie en de couponbetalingsdatum zijn terug te vinden in de uitgiftedocumenten van de obligatie (het prospectus en de Final Terms), of op gespecialiseerde websites.