VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Vragen van beleggers

Hier vind je een opsomming van veel voorkomende vragen die de VEB vanuit beleggers krijgt.

 

Aandelen

  • 1. Wat zijn aandelen en waarom bestaan ze?

    Aandelen zijn in de eerste plaats een instrument waarmee bedrijven zichzelf financieren. Ondernemingen geven aandelen uit om geld aan te trekken dat zij nodig hebben voor hun activiteiten.

    Het geld dat een onderneming met aandelen ophaalt, staat in beginsel voor onbepaalde tijd ter beschikking van de onderneming en heet het eigen vermogen van de onderneming. Een aandeel is een deelneming in dat eigen vermogen. Het is daarmee ook een eigendomsbewijs van een (evenredig) deel van die onderneming en het geeft recht op een evenredig deel van de winst die de onderneming maakt. 


  • 2. Wat is het voordeel van aandelen voor een onderneming?

    Het belangrijkste voordeel voor de onderneming is dat zij niet verplicht is dit geld terug te geven. Er hoeft zelfs geen rente over te worden betaald. Pas als er winst wordt gemaakt zullen aandeelhouders een uitkering eisen, het dividend.

    Een aandeelhouder moet maar afwachten of hij een vergoeding krijgt en loopt dus risico. Op voorstel van het management beslissen uiteindelijk de aandeelhouders in de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering wat er met de winst moet gebeuren: geheel, gedeeltelijk of helemaal niet uitkeren aan de aandeelhouders. 


  • 3. Wat is het verschil tussen aandelen en obligaties?

    Anders dan bij aandelen gaat het bij obligaties om geleend geld dat na verloop van tijd terugbetaald moet worden. Een obligatie is een schuldbewijs, een obligatielening is een vorm van vreemd vermogen.

    Een belangrijk verschil met aandelen is ook de vergoeding die de onderneming ervoor moet betalen. Op obligaties betaalt het bedrijf rente, ongeacht of er winst of verlies wordt gemaakt. 


  • 4. Wat gebeurt er met aandelen als een bedrijf failliet gaat?

    In geval van faillissement worden, voor zover er nog middelen zijn, eerst de gewone schuldeisers betaald, zoals leveranciers, dan de obligatiehouders en als laatste pas de aandeelhouders.

    Aandelenbezitters lopen dus ook bij een faillissement meer risico dan obligatiehouders. Het risico gaat voor de aandeelhouder in een naamloze vennootschap (nv) echter nooit verder dan het bedrag dat hij op de beurs voor zijn aandeel heeft betaald. Hij is weliswaar mede-eigenaar maar niet aansprakelijk voor schulden van de onderneming die de grootte van het aandelenkapitaal te boven gaan, en ook niet voor eventueel wanbeleid van de bestuurders van de onderneming.

    Obligatiehouders zijn geen mede-eigenaars, want zij hebben slechts aan de onderneming geld geleend en hebben daarvoor een schuldbewijs, een obligatie, ontvangen. Ook zij kunnen slechts verliezen wat zij op de beurs voor hun obligaties hebben betaald.


  • 5. Is het waar dat aandelen op de lange duur het hoogste rendement geven?

    Historische gegevens bevestigen dit wel. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat aandelen riskanter zijn, maar op de lange duur ook beter renderen dan obligaties en spaarrekeningen. Uit gegevens van een aantal landen over een periode van meer dan honderd jaar blijkt dat het rendement op aandelen hoger ligt dan op spaargeld of op obligaties.

    Het rendement op beursgenoteerde aandelen en obligaties bestaat enerzijds uit de koerswinst (of het koersverlies) en anderzijds uit de uitkeringen op die beleggingen, dus respectievelijk dividend en rente.

    Jaarlijkse rendementen sinds 1900
    (totaal rendement: rente/dividend en koerswinst)

    Land Aandelen Obligaties Deposito
    België 7,9% 5,3% 5,1%
    Duitsland 8,1% 3,2% 4,6%
    Frankrijk 11,1% 7,2% 4,5%
    Groot-Brittannië  9,5% 5,4%  5,0%
    Japan  11,9% 6,1% 5,4%
    Nederland 8,3%  4,3% 3,7%
    Verenigde Staten 9,5% 4,9% 4,0%
    Wereld   8,7%  4,6% 4,0%

    (bron: Global Investment Returns Yearbook)

    Dat aandelen een hoger rendement geven klopt met de theorie dat beleggers die meer risico nemen, daar op de lange duur voor beloond moeten worden. Anders zouden zij dat risico namelijk niet meer nemen. De marktwerking zorgde ervoor dat beleggers in het verleden gemiddeld een zodanige prijs voor aandelen betaalden, dat hun rendement ruim 4 procent boven het risicovrije rendement lag. Dit extra rendement wordt ook wel de risicopremie van aandelen genoemd.


  • 6. Moet ik actief op zoek naar goedkope aandelen of kan ik beter een index volgen?

    Dat ligt er maar aan hoeveel tijd je erin wilt steken. Het blijkt in de praktijk moeilijk de markt te verslaan, zelfs voor professionele beleggers.

    De koersvorming van aandelen is in theorie efficiënt, dat wil zeggen dat alle publieke informatie die relevant is voor een onderneming, steeds in de koers van haar aandeel is verwerkt, is ingeprijsd. Wetenschappelijk bewijs voor een efficiënte markt is door economen al vaak geleverd.

    Toch zijn er altijd momenten dat prijzen niet helemaal kloppen of doorschieten omlaag of naar boven. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat er altijd verschillen zullen bestaan tussen wat afzonderlijke beleggers over een bepaald bedrijf weten en doordat markten vaak overdrijven. Misbruik van voorkennis is moeilijk uit te bannen, en in specifieke deelmarkten weten soms maar een paar partijen precies wat er speelt. Die kennis komt soms eerst tot uiting in een koerspatroon, voordat het in de krant staat.


  • 7. Wanneer is sprake van voorkennis?

Basisprincipes van het beleggen

Beleggingsfondsen/trackers

  • 1. Ik wil een tracker kopen op de Nederlandse index en kan kiezen tussen meerdere aanbieders. Zijn er verschillen?

    Er zijn verschillende trackers [indexvolgers] te koop op bijvoorbeeld de AEX-index. Aanbieders van dergelijke producten zijn onder meer iShares en Think Capital. In Nederland heeft Think Capital een voordeel ten opzichte van buitenlandse aanbieders, waaronder iShares.

    Want Think Capital kan als fiscale beleggingsinstelling het ontvangen bruto dividend van de onderliggende waarden doorschuiven naar de belegger onder inhouding van de dividendbelasting. Deze dividendbelasting kan een belegger vervolgens terugvorderen bij de Nederlandse fiscus. Hierdoor heeft de belegger al snel een voordeel van 0,5 procent dividendrendement per jaar (15 procent dividendbelasting van het dividendrendement).


  • 2. Geeft een goedgekeurd prospectus een keurmerk aan beleggers?

    Nee, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kijkt uitsluitend of het prospectus volledige, consistente en begrijpelijke informatie bevat over onder meer de mogelijke risico’s, de handelsmogelijkheden in de effecten en de kosten. De AFM controleert niet of de in het prospectus opgenomen informatie juist is. Hoewel een goedgekeurd prospectus geen keurmerk is, is het wel een reden om alerter te worden bij een belegging waarbij het prospectus niet is goedgekeurd of waarbij een prospectusvrijstelling geldt.

    Goedgekeurde prospectussen zijn te vinden in het betreffende register op de website van de AFM.

     


  • 3. Waarop moet ik letten als ik via trackers wil beleggen in opkomende markten?

    In ieder geval op de kosten. Doorgaans liggen de kosten die beleggers moeten betalen voor trackers (index volgende fondsen) in opkomende markten hoger dan voor trackers in volwassen economieën.

    Aandelen uit opkomende landen zijn over het algemeen minder goed verhandelbaar. De effecten worden minder gevolgd door analisten en er is minder informatie voorhanden over het bedrijf en zijn omgeving. Dit zorgt ervoor dat de koersvorming minder efficiënt is. Als een index veel aandelen heeft die weinig worden verhandeld, dan is de spreiding tussen de bied- en laatkoersen van de tracker die de betreffende index volgt groter.

    De bied-laatspread is een indirecte kostenpost voor de belegger. Ook de manier waarop een tracker de onderliggende index volgt, is van belang. Als een tracker niet snel genoeg of niet alle fondsen uit de onderliggende index aankoopt, kunnen afwijkingen ontstaan.


  • 4. Wat gebeurt er met mijn beleggingsfonds(en) als de beheerder failliet gaat?

    Nederlandse beleggingsinstellingen die openstaan voor particuliere beleggers hebben een beheerder en een bewaarder. De beheerder is onder meer verantwoordelijk voor het beheer van de beleggingen, de administratie en het aanbieden van deelnemingsrechten. Bij een eventueel faillissement van de beheerder vallen de beleggingen van zowel beleggingsmaatschappijen als beleggingsfondsen niet in de failliete boedel van de beheerder.


  • 5. Hoe kan mijn indexfonds afwijken van de index?

    Er zijn verschillende redenen voor deze ‘tracking error’. Een index is kosteloos, maar een tracker niet. Op het rendement van een tracker worden verschillende kosten in mindering gebracht. Hoe laag de kostenstructuur van trackers doorgaans ook is, het zorgt wel voor een afwijking van de index. Soms zijn bepaalde onderliggende effecten nauwelijks verhandelbaar of bestaat de onderliggende index uit een zeer groot aantal onderliggende bedrijven. Het is dan efficiënter om niet de hele index te kopen.

    Doordat beleggers in en uit trackers stappen en er wijzigingen in de index plaatsvinden, moet de beheerder zijn tracker continu aanpassen. En dan is er nog dividend. Een tracker kan dividend uitkeren of herbeleggen. Wordt het uitgekeerd, dan gebeurt dat meestal niet direct, maar staat geld even op een spaarrekening. Wordt het herbelegd, dan gebeurt dat meestal niet tegen dezelfde koersen als bij de onderliggende index.

    Lees meer over de afwijking van trackers ten opzichte van hun index in Effect. 


  • 6. Wanneer ik een etf koop, loop ik dan ook het risico dat het fonds wordt opgeheven?

    De grote hoeveelheid uitstaande etf’s brengt mee dat sommige van deze fondsen niet succesvol genoeg zijn om op de beurs te blijven. Aanbieders speuren de markt af naar kansen voor beleggers om in te spelen op koersbewegingen van een onderliggende index, zoals een beursindex of een grondstoffenindex. Maar wanneer succes uitblijft, kan een fonds worden gesloten.

    Doorgaans ontvangen banken en brokers een mededeling van de fondsaanbieder, waarna zij proberen beleggers in kennis te stellen. Toch is het voor beleggers ook raadzaam om zelf de beleggingen in de gaten te houden.


  • 7. Hoe betaal ik de beheervergoeding bij een beleggingsfonds?

    De beheervergoeding bij een beleggingsfonds wordt periodiek in mindering gebracht op het fondsvermogen. Dat komt tot uitdrukking in de intrinsieke waarde en daarmee de koers. Een fondsbeheerder ontvangt immers een vergoeding voor het beheer van het beleggingsfonds. Dat kan wekelijks, maandelijks, per kwartaal of jaarlijks zijn.

    Op de laatste dag van deze periode brengt de fondsbeheerder de beheerkosten in rekening. Op dat moment valt de opgebouwde reservering vrij. Stel dat je 100.000 euro hebt belegd in een beleggingsfonds dat 1 procent beheervergoeding in rekening brengt en er 250 werkdagen in een jaar zitten. De jaarlijkse beheervergoeding bedraagt in dit geval 1.000 euro, maar je merkt dit per dag omdat er een reservering à 4 euro ten laste van het fondsresultaat gemaakt wordt.


  • 8. Met welke kosten moeten beleggers in beleggingsfondsen vooral rekening houden?
  • 9. Ik wil een beleggingsfonds aankopen, maar lees dat zij tot maximaal vijf procent aan kosten mogen inhouden. Is dat gebruikelijk?

    Gebruikelijk niet, maar het komt voor dat beleggingsfondsen zich het recht voorbehouden om een ‘entry fee’ oftewel instapkosten te hanteren. In dat geval zal de inleg direct met de hoogte van deze kosten (en eventuele andere kosten) dalen.

    Of en hoeveel van deze kosten bij aanschaf van een beleggingsfonds in rekening gebracht mogen worden, staat vermeld in het prospectus. Bij je bank of broker en bij de aanbieder van het beleggingsfonds kun je navraag doen of beleggers instapkosten moeten betalen.


  • 10. Bij een beleggingsfonds zie ik de lopende-kostenfactor staan, wat zijn deze kosten?

    De lopende-kostenfactor (LKF) heeft betrekking op de kosten binnen het beleggingsfonds zelf. Dan kan het gaan om de beheerskosten van het beleggingsfonds, marketingkosten, juridische kosten en kosten voor accountantscontrole.

    Doordat deze indirecte kosten in de koers verwerkt zitten, vallen ze minder op. Maar niet alle kosten zitten in de lopende kostenfactor. Zo zijn de transactiekosten binnen het fonds zelf niet inbegrepen. Daarmee blijft het voor beleggers helaas lastig om de kosten van beleggingsfondsen onderling te vergelijken.


  • 11. Wat is een benchmark?

    Kort gezegd, is benchmark een Engels woord voor financiële 'meetlat' of een ijkpunt. Dit kan bijvoorbeeld een index zijn of een bepaalde staatslening, waartegen de prestatie van een aandeel, fonds of beleggingsportefeuille kan worden afgezet.



     


  • 12. Ik wil uitstappen uit een (open-end) beleggingsfonds maar dat is niet mogelijk door illiquiditeitsproblemen. Wat nu?

Beleggingsproducten

  • 1. Mijn broker biedt cfd’s aan. Wat zijn dit voor beleggingsproducten?

    Het aantal aanbieders van cfd’s neemt razendsnel toe. In Nederland zijn Saxobank en IG Markets bekende aanbieders. Een cfd, voluit Contract For Difference, is een hefboomproduct waarmee beleggers kunnen speculeren op koersbewegingen van onder andere aandelen, valuta’s en grondstoffen. De hefboom resulteert in grote rendementsschommelingen op de initiële inleg (margin).

    De positie zal automatisch worden gesloten als de minimale inleg die voor de positie moet worden aangehouden te veel is aangetast door de verliezen. Een belegger die een verkeerde positie heeft ingenomen met bijvoorbeeld aandelen cfd’s kan zelfs in bepaalde situaties met een restschuld blijven zitten. Brokers verdienen aan cfd’s door het verschil tussen aan- en verkoopprijs en aan de rente-inkomsten op het gedeelte dat wordt geleend om de stukken te kopen.

    Omdat een cfd maatwerk is, doen beleggers er goed aan te informeren naar de specifieke eigenschappen van dit zeer risicovolle beleggingsproduct.


  • 2. Hoe werkt een binaire optie?

    Een binaire of ‘alles of niets’-optie maakt het mogelijk om te gokken of een onderliggende waarde, zoals een aandeel of een index, na bepaalde tijd hoger of lager staat dan op het moment van afsluiten van het contract. Is de voorspelling juist, dan betaalt de binaire optie een vast bedrag uit. Is dat niet het geval, dan verliest de belegger zijn inleg.

    Voor de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn de eigenschappen van binaire opties reden om te waarschuwen. De AFM bestempelt de producten als zeer risicovol, waarbij beleggers snel en gemakkelijk de hele inleg kunnen kwijtraken. De AFM constateert dat deze risico’s niet tot nauwelijks worden beschreven, terwijl ze er wel degelijk zijn.


  • 3. Wat zijn perpetuele obligaties?

    Perpetuals of perpetuele obligaties zijn een bijzonder type obligaties. Gewone obligaties zijn geldleningen met een bepaalde looptijd, maar perpetuele obligaties kennen deze vaste looptijd niet. De onderneming is dan ook niet verplicht om het geleende geld na een bepaalde tijd af te lossen, maar kan besluiten dit wel te doen.

    Eeuwigdurende obligaties brengen een belangrijk risico met zich mee. Zo zijn perpetuele obligaties veel gevoeliger voor de schommelingen in de rente dan gewone obligaties. Tevens kunnen of moeten onder bepaalde voorwaarden de couponbetalingen worden opgeschort.

    Een ander risico is dat deze obligaties veelal achtergesteld zijn bij een eventueel faillissement. Als beloning voor deze risico’s en onzekerheden worden beleggers meestal gecompenseerd met een hogere rentecoupon dan gewone obligaties. Het is raadzaam om kennis te nemen van alle voorwaarden die staan vermeld in het prospectus voordat je in dit type obligaties belegt.


  • 4. Ik wil beleggen in niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen, maar vind weinig informatie over de rendementen. Hoe kan dat?

    Vastgoedfondsen kunnen buiten het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) blijven. Het gaat dan om fondsen zonder beursnotering met een relatief geringe omvang of hoge instapdrempel voor beleggers.

    Een aantal van deze fondsen en andere die wél onder toezicht vallen, biedt beleggers gebrekkige informatie. Recente en historische koers- en rendementsinformatie is vaak niet te vinden op de websites van de aanbieders of alleen toegankelijk voor beleggers die al zijn ingestapt.

    Fondsen die beleggers zeer summier informeren over de eigen prestaties en activiteiten zijn doorgaans een regelrechte afrader. Dat wordt bevestigd door recent onderzoek van de AFM naar aanbieders van niet-beursgenoteerde vastgoedbeleggingen. De AFM constateerde onder meer een groot aantal tekortkomingen en overtredingen van toezichtregels.

    De VEB vindt dat beleggers in ieder geval informatie moeten krijgen over de waardebepaling van het vastgoedfonds, de actuele koers, bezettingsgraad, hefboom, bankconvenanten en notulen van de laatste vergaderingen. Beleggen in niet-beursgenoteerd vastgoed? Raadpleeg in ieder geval de ‘checklist beleggen in vastgoed’ op de website van de AFM.


  • 5. Regelmatig zie ik aanbiedingen voor beleggingen in niet-beursgenoteerd vastgoed. Wat moet ik hiervan denken?

    Wie wil beleggen in niet-beursgenoteerd vastgoed moet extra alert zijn. De goede partijen in deze sector worden nog weleens overschaduwd door een keur aan minder bonafide partijen die niet eerlijk zijn over de risico’s die beleggers lopen. Daarbij komt dat deze vastgoedpartijen veelal met grote sommen geleend geld opereren en weinig zekerheden bieden. Ook doen fondsen niet altijd wat ze zeggen en kan geld verdwijnen naar een risicovol ontwikkelingsproject in het buitenland.

    De AFM stelt zich kritisch op ten aanzien van het bestuur. Regelmatig is er maar een enkele bestuurder die op eigen houtje beslissingen neemt.


  • 6. Ik heb een aantal Amerikaanse aandelen die ik wil nalaten aan mijn kinderen. Zijn zij daarover Amerikaanse erfbelasting verschuldigd?

    Indien je niet in de VS woont en niet de Amerikaanse nationaliteit hebt (je bent een zogeheten non-resident alien), hoef je geen federale erfbelasting te betalen over de aandelen in Amerikaanse bedrijven en fondsen. Dat is in een successieverdrag tussen de Verenigde Staten en Nederland overeengekomen.

    Daarnaast heffen sommige Amerikaanse staten ook afzonderlijk erfbelasting. Het successieverdrag is hierop niet van toepassing. Volgens Frans Sonneveldt, hoogleraar successiewet en estate planning aan de Universiteit Leiden, heeft deze belasting op staatsniveau alleen betrekking op tangible (tastbare) objecten in de staat. Aandelen – maar ook obligaties – vallen hier niet onder. Over deze aandelen wordt dus geen Amerikaanse erfbelasting geheven, noch op federaal, nog op staatsniveau.


Beurs

  • 1. Waardoor ontstaan koersverschillen bij bedrijven met meerdere beursnoteringen?

    Veel bedrijven hebben een hoofdnotering, bijvoorbeeld aan NYSE Euronext, en een aantal afgeleide noteringen op andere beurzen. Op de website van de betreffende onderneming staan de verschillende noteringen vermeld, meestal onder de pagina ‘investor relations’.

    De verschillende noteringen kunnen gevolgen hebben voor beleggers. Zo is doorgaans het handelsvolume van de hoofdnotering groter dan van de afgeleide noteringen. Dat kan zich vertalen in een grotere spreiding (spread) tussen de bied- en laatkoersen (koers die de bieder wil betalen en de koers waartegen verkoper bereid is te verkopen). Ook kunnen afwijkingen tussen noteringen ontstaan door valutaverschillen.


  • 2. Is er een register met grote posities van beleggers in beursfondsen?

    Ja, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt posities bij van aandeelhouders die beschikken over minstens 3 procent van het geplaatste kapitaal van een beursgenoteerde onderneming. Dit ‘register substantiële deelnemingen’ is online toegankelijk.

    Partijen waarop dit van toepassing is, moeten dit doorgeven zo spoedig mogelijk nadat deze grens is overschreden. Boven de 3 procent gelden nog diverse drempels met een meldingsplicht.

    Een ander register, dat sinds november 2012 wordt bijgehouden, betreft de shortposities, waarmee beleggers speculeren op een koersdaling zonder de aandelen te bezitten. Via de website van de AFM is voor iedereen inzichtelijk welke partijen een netto shortpositie van minstens 0,5 procent (en elke 0,1 procent daarboven) hebben in het geplaatste kapitaal van een beursgenoteerd fonds

     


  • 3. Waar kan ik meer informatie vinden over aandeelhoudersvergaderingen?
  • 4. Wat is volatiliteit in de financiele markten?

    De volatiliteit is een maatstaf voor de bewegelijkheid van een financieel product. Dit wordt berekend aan de hand van koersafwijkingen ten opzichte van de gemiddelde koers over een bepaalde periode. Wanneer een beursfonds beweeglijke koersen laat zien, dan is de volatiliteit hoger in vergelijking met een fonds dat gematigde koerssprongen laat zien.

    Daarmee is volatiliteit inherent verbonden aan risico. Volatiele producten kunnen op korte termijn resulteren in een hoge winst of verlies. 

     

     


  • 5. Wat wordt verstaan onder koersgevoelige informatie?

    De bepaling over de verplichting tot openbaarmaking van koersgevoelige informatie (artikel 5:59, eerste lid Wft oud) is verplaatst naar hoofdstuk 5.1.a van de Wft. De reden hiervoor is dat koersgevoelige informatie wordt aangemerkt als gereglementeerde informatie in de zin van de Wft. Uitgevende instellingen zijn verplicht om koersgevoelige informatie over de eigen onderneming onverwijld algemeen verkrijgbaar te stellen. Onder onverwijld wordt verstaan: zo spoedig mogelijk. De openbaarmaking moet via een persbericht plaatsvinden.

    Het is de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling om gereglementeerde (koersgevoelige) informatie volledig en onbewerkt zo algemeen verkrijgbaar te stellen dat:

    • duidelijk wordt dat het om gereglementeerde informatie gaat;
    • correcte en tijdige inschatting van het publiek mogelijk is;
    • de identiteit van de betrokken beursgenoteerde onderneming duidelijk is;
    • het onderwerp van de gereglementeerde informatie duidelijk is; en
    • het tijdstip en de datum van het persbericht duidelijk is.


    De mate van koersgevoeligheid wordt daarnaast bepaald door de aard van de betrokken financiële instrumenten. Informatie die een significante invloed heeft op de koers van één bepaald financieel instrument (bijvoorbeeld een aandeel), hoeft niet per definitie significante invloed op de koers van andere soorten financiële instrumenten (bijvoorbeeld obligaties) te hebben.

    Er is geen harde, eensluidende formule om vast te stellen wanneer sprake is van een significante invloed op de koers. Een uitgevende instelling is zelf verantwoordelijk voor het maken van de afweging of sprake is van koersgevoelige informatie. Zij weet wat van belang is voor de instelling en daarmee voor de (potentiële) beleggers in de onderneming. De AFM adviseert om de informatie openbaar te maken als twijfel bestaat of informatie waar de uitgevende instelling over beschikt aangemerkt kan worden als koersgevoelige informatie met betrekking tot de uitgevende instelling.

    Zie voor meer informatie de brochure koersgevoelige informatie van de AFM


Brokers

  • 1. Ik heb aandelen verkocht en mijn saldo overgeboekt. Nu ben ik debetrente verschuldigd, hoe kan dit?

    Dit komt doordat de valutadatum (doorgaans drie dagen) afwijkt van de werkelijke transactiedatum. Dat maakt rood staan op je effectenrekening mogelijk zonder dat er in werkelijkheid sprake is van een tekort. De valutadatum is de datum waarop in valutair opzicht de transactie wordt afgewikkeld.

    Een voorbeeld. Een belegger die op maandag aandelen verkoopt, krijgt direct het geld bijgeschreven op zijn rekening. Maar de valutadatum is twee of drie (handels-) dagen later. Wanneer deze belegger zijn geldsaldo direct na verkoop van stukken overboekt naar een andere rekening, zal hij twee of drie dagen negatief staan. Hierover is hij debetrente verschuldigd.


  • 2. Ik beleg via BinckBank en moest na mijn aankoop van Amerikaanse aandelen rente betalen. Waarom?

    Als je bij BinckBank een rekening opent, wordt standaard een euro- en dollarrekening voor je geopend. Hierdoor worden transacties in euro’s verwerkt op de eurorekening en transacties in dollars op je dollarrekening. Indien je onvoldoende saldo hebt staan op je dollarrekening en je aankoop van Amerikaanse aandelen wel wordt uitgevoerd, kom je rood te staan op je dollarrekening. Hierover ben je debetrente verschuldigd.

    BinckBank boekt niet automatisch je geldsaldo over. Je moet zelf je rekeningen in de gaten houden. Je doet er goed aan om bij onvoldoende saldo geld over te boeken van je eurorekening naar je dollarrekening voordat je Amerikaanse aandelen aankoopt, zodat je niet rood komt te staan.


  • 3. Mijn broker stelt vragen over mijn belastingplicht, wat is de achterliggende reden?

    Banken en brokers in Nederland gaan na welke klanten mogelijk belastingplichtig zijn in de Verenigde Staten. Daartoe kunnen ze klanten benaderen die een Amerikaans paspoort hebben, in de VS geboren of woonachtig zijn of periodiek geld overmaken naar de VS.

    Aanleiding voor dergelijk onderzoek van banken en brokers, is een afspraak tussen de Amerikaanse overheid en Nederland over het uitwisselen van gegevens. Amerikaanse belastingplichtigen die buiten de VS tegoeden aanhouden, dienen correct belastingaangifte te doen.

    Op grond van de Amerikaanse belastingwet geven financiële instellingen gegevens door aan de Nederlandse belastingdienst van klanten die mogelijk belastingplichtig zijn in de VS. De Nederlandse fiscus stuurt deze gegevens door naar de VS. Financiële instellingen zijn zelfs verplicht om hun klanten daarop te toetsen, zo meldt de Nederlandse Vereniging van Banken.

     


  • 4. Waarom kun je bij sommige indexvolgende fondsen, zoals het ‘Vanguard European stock index’ fonds alleen ‘bestens’ orders inleggen, terwijl bij andere fondsen ook limietorders zijn in te leggen?

    De ordermogelijkheid, bestens of limiet, heeft te maken met het verschil tussen een indexfonds en een etf (exchange traded fund). Een indextracker of etf, is continu gedurende de beursdag verhandelbaar. Hoewel Vanguard ook Europese etf’s aanbiedt, is het genoemde fonds (ISIN: IE00BFPM9L96) een indexfonds. Dat is een beleggingsfonds dat slechts eenmaal per dag wordt verhandeld tegen de netto vermogenswaarde (NAV). Daarom kun je bij een order voor een indexfonds geen prijslimiet opgeven.


  • 5. In hoeverre kan ik van mijn bank of broker verwachten dat deze informatie verstrekt over de aandelen die ik in portefeuille heb?

    Het is steeds gebruikelijker dat banken en brokers informatie verstrekken over beleggingen, ook wanneer je zelf zonder advies je beleggingen beheert (execution only-relatie). Denk daarbij aan informatie gericht op de beleggingen zelf, zoals een fusie of overname waar een beleggingsbeslissing op te nemen is, maar ook aan waarschuwingen voor de risico’s.

    Op grond van een uitspraak van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (het Kifid) mag een belegger met een execution only-relatie van zijn effecteninstelling verwachten dat hij wordt geïnformeerd over objectieve effectentechnische informatie die van wezenlijk belang is bij het nemen van een effectenbeslissing. Daarbij komt ook dat de informatie die de effectendienstverlener verstrekt, op grond van de wet, niet feitelijk onjuist en/of misleidend mag zijn.


  • 6. Waar moet ik op letten bij het overboeken van mijn effectenportefeuille naar een andere broker?

    Beleggers doen er goed aan te informeren naar eventuele overboekingkosten die de huidige bank of broker in rekening kan brengen voor het wegboeken van effecten. In veel gevallen is de nieuwe broker of bank bereid (een deel) van de kosten te vergoeden. Maar daar zijn vaak maxima aan verbonden. Hierdoor kunnen beleggers die niet goed informeren naar de kosten voor een onaangename verrassing komen te staan.

    Ook is het niet altijd mogelijk om alle effecten over te boeken.

    Daarnaast doen beleggers er goed aan, rekening te houden met een overboekingstermijn die per bank of broker en per type effect sterk kan verschillen. Een verwerkingsperiode van enkele weken is niet uitzonderlijk. En binnen deze overboekingstermijn is het niet mogelijk om te handelen in de effecten die worden overgeboekt.

     


  • 7. Welke opties hebben beleggers als hun bank of broker bepaalde effecten niet in assortiment heeft?

    Het kan lonen om de bank of broker te vragen het fonds in kwestie toe te voegen aan het bestaande aanbod. Vooral wanneer de effectendienstverlener al handel aanbiedt op een bepaalde markt is de kans aanwezig dat deze het verzoek inwilligt, maar een verplichting is het niet. In beginsel kan een bank of broker, net als een supermarkt voor wat betreft het productaanbod, zelf bepalen welke fondsen zij in hun assortiment opneemt.


  • 8. Ik heb een aantal huisfondsen van mijn eigen bank in portefeuille. Kan ik deze meenemen als ik een beleggingsrekening bij een andere broker wil openen?

    Dat is geen uitgemaakte zaak. Bepaalde huisfondsen die je huidige bank alleen aan de eigen klanten aanbiedt, zijn niet over te boeken naar de nieuwe bank of broker.

    In andere gevallen kan een fonds wel worden overgeboekt, maar neemt de overboeking enige tijd in beslag. Dat gebeurt bij het overboeken van illiquide beleggingen of beleggingen in buitenlandse fondsen.

    Wil je overstappen, informeer dan naar de mogelijkheden, je aanstaande broker zal daarin waarschijnlijk het hulpvaardigst zijn. Vraag dan ook meteen of deze aanbieder handelsmogelijkheden biedt voor alle effecten in je portefeuille. Lang niet alle aanbieders hebben alle beleggingsfondsen, trackers of turbo’s in het assortiment. Het contact met de nieuwe partij is meteen een mooi moment om te vragen of zij eventuele kosten voor de overstap willen vergoeden. Vaak is die bereidheid er.


  • 9. Ik wil mijn effectenportefeuille overboeken naar een andere bank. Hoe pak ik dat aan?

    Bij je nieuwe bank kun je informeren of een overstap- of overboekservice beschikbaar is. Is dat het geval en maak je hiervan gebruik, dan stuurt je nieuwe bank het aanvraagformulier naar de oude bank. De oude bank levert vervolgens de effecten aan de nieuwe.

    Voordat je gebruikmaakt van de overstapservice doe je er goed aan te vragen of alle effecten bij de nieuwe bank beschikbaar zijn en welke eventuele kosten of vergoedingen van toepassing zijn. Een aantal partijen, met name de grootbanken, brengt kosten in rekening voor het wegboeken van effecten. Als dit zo is, kun je bij je nieuwe bank vragen of deze de kosten vergoedt. In veel gevallen is de nieuwe bank of broker namelijk bereid de kosten te vergoeden. Daar kunnen wel maxima aan verbonden zijn.

    Houd er rekening mee dat je binnen de overboekingstermijn niet kunt handelen in de betreffende effecten.


  • 10. Wat gebeurt er met mijn aandelen als mijn effectenbank omvalt?

    De levering en de bewaring van effecten zijn geregeld in de Wet giraal effectenverkeer (Wge). De effecten worden (fysiek middels een global note, of ook wel verzamelbewijs) in bewaring gegeven bij Euroclear, waarbij de banken zijn aangesloten.

    Door deze regeling vallen effecten zoals binnenlandse aandelen, binnenlandse (staats)obligaties, turbo’s, speeders, structured products en warrants buiten het vermogen van de bank. In geval van faillissement blijven dergelijke effecten dus buiten schot.  

    Met obligaties, gestructureerde producten, turbo’s en warrants loopt de belegger echter wel ‘debiteurenrisico’ op de uitgevende instelling van dit product. Voor effecten die niet in de verzameldepots van Euroclear vallen en die niet via een bewaarbedrijf bewaard worden, kent Nederland het beleggerscompensatiestelsel. Dit stelsel dekt vorderingen tot maximaal 20.000 euro per persoon.


  • 11. Door een storing bij mijn broker kan ik niet handelen. Wat kan ik doen?

    Wanneer het een storing van het digitale handelssysteem betreft, kun je nagaan of het mogelijk is via de telefonische orderlijn een order in te leggen. Lukt dat ook niet, dan kun je de order nog via e-mail of fax aan je broker kenbaar maken. Zo heb je schriftelijk bewijs dat je de intentie had om te handelen. Volgens de geschillencommissie van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (het Kifid) is een wachttijd van twaalf minuten niet onaanvaardbaar lang.


  • 12. Kan een bank het beleggingsassortiment beperken?

    Ja, een bank kan – net als een supermarkt – het productassortiment aanpassen. De mogelijkheid daartoe is opgenomen in de bankvoorwaarden. De bank of broker moet hierbij wel zorgvuldig omgaan met de belangen van klanten.

    Een aanpassing van het assortiment kan ertoe leiden dat je actie moet ondernemen. Als je stukken in portefeuille hebt waarvan een bank in de toekomst geen handel meer ondersteunt, zul je deze moeten verkopen of overboeken naar een andere partij. Houd rekening met de mogelijke transactie- of overboekingskosten.

    De VEB vindt dat beleggers die noodgedwongen verkopen of overboeken, dat kosteloos zouden moeten kunnen. Ook doen beleggers er goed aan om na te gaan of een beperking van het assortiment nog wel voldoende spreidingsmogelijkheden biedt.


  • 13. Met welke kosten moet ik rekening houden als ik handel in buitenlandse aandelen?

    Allereerst zijn er de transactiekosten voor aan- en verkoop, die doorgaans hoger liggen dan in geval van handel op de Nederlandse beurs.

    Daarnaast kunnen banken en brokers valutakosten in rekening brengen. Dat gebeurt bij transacties in andere valuta’s dan euro’s, wanneer de bank of broker het orderbedrag omrekent naar euro’s. Bij deze omrekening kan de referentievalutakoers worden verhoogd of verlaagd met een op- of afslag. Doordat de gehanteerde wisselkoers betrekking heeft op het volledige orderbedrag, kunnen de kosten flink oplopen.

    Ook wanneer je een aparte dollarrekening hebt voor de transacties in Amerikaanse dollars, dien je rekening te houden met mogelijke omwisselkosten van euro’s naar dollars en andersom. Banken en brokers gebruiken ieder hun eigen omrekensystematiek, waardoor er behoorlijke verschillen in kosten kunnen ontstaan. Lees meer over de (verborgen) valutakosten die banken rekenen.


  • 14. Valt het geldsaldo van een beleggingsstudieclub onder het depositogarantiestelsel?

    Ja, onder bepaalde voorwaarden kunnen beleggingsstudieclubs aanspraak maken op de dekking door het depositogarantiestelsel. Om hierop een beroep te kunnen doen, moet (i) de rekeninghouder, (ii) de bank en (iii) het product onder de garantieregeling vallen.

    Beleggingsstudieclubs kunnen de website van De Nederlandsche Bank (DNB) raadplegen om te zien of de bank onder het garantiestelsel valt. Bij de betreffende financiële instelling kunnen ze navragen of het product onder het garantiestelsel valt, de instelling is verplicht dit aan te geven.

    Daarmee is de vraag echter nog niet beantwoord of de rekeninghouder onder deze regeling valt. Op grond van de wet en lagere regelgeving vallen zowel de rekeningen van beleggingsstudieclubs met rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een vereniging) als de gezamenlijke door particuliere beleggers geopende en/of rekeningen onder de dekking van het garantiestelsel.


  • 15. Welke type klant-bank relaties zijn er mogelijk?

    Particuliere beleggers die een effectentransactie willen verrichten, hebben daarbij hulp nodig van een effecteninstelling.

    De dienstverlening ten aanzien van deze transacties kan op drie verschillende manieren worden vormgegeven. De eenvoudigste vorm is de ‘execution only'-relatie, waarbij beleggers een bank of broker uitsluitend gebruiken voor het doorgeven van effectenorders, via internet of via de telefonische orderlijn. 

    Als de bank of broker een belegger adviseert over diens beleggingen is sprake van een ‘adviesrelatie’, waarbij de belegger zelf kan besluiten het advies al dan niet op te volgen. 

    Ook kan bij deze relatie de belegger op eigen initiatief contact opnemen met de beleggingsadviseur of zelfstandig een order inleggen zonder eerst advies te hebben ingewonnen. Van een ‘vermogensbeheerrelatie’ is pas sprake wanneer een belegger zijn beleggingsportefeuille laat beheren door een vermogensbeheerder.

    Op basis van de met de belegger gemaakte afspraken doet de vermogensbeheerder zelfstandig aan- en verkopen van effecten. Nadere instemming van de belegger is bij dit type relatie niet vereist.


  • 16. Welke risico's kleven er aan goedkopere brokers?

    Een begrijpelijke vraag. De afgelopen jaren hebben nieuwe brokers de markt volledig op zijn kop gezet met zeer lage tarieven. Oplettende beleggers vragen zich dan al snel af hoe dergelijke partijen zo ver onder de bestaande tarieven kunnen duiken en wat de keerzijde is van dat voordeel. We lopen de belangrijkste zaken even door.

    Een van de manieren om de inkomsten op te schroeven, betreft het uitlenen van effecten. De stukken die je in portefeuille hebt, kunnen worden uitgeleend zodat andere beleggers een shortpositie kunnen openen in bepaalde aandelen. Hierover betalen zij een vergoeding die ten bate komt van de broker. Zijn jouw aandelen uitgeleend, dan loop je in principe tegenpartijrisico. Zoek goed uit hoe je broker hiermee omgaat. 

    Ten tweede is het belangrijk om na te gaan of je broker een bankvergunning heeft en daarmee dus onder het depositogarantiestelsel valt. Als dit niet het geval is, loop je het risico dat het kassaldo dat je op de rekening aanhoudt bij een faillissement van de broker in de boedel valt. De kans is dan groot dat je het niet meer terugziet. 


  • 17. Wat is het depositogarantiestelsel?

    Primair richt het depositogarantiestelsel (hierna te noemen 'stelsel') zich op tegoeden van rekeninghouders van een bank, waarbij die bank niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kunnen deze rekeninghouders hun deposito tot een bepaald maximum vergoed krijgen.

    Voorwaarden
    Je moet sowieso kwalificerende rekeninghouder zijn om een vergoeding tegemoet te zien uit hoofde van het stelsel. Daarnaast moet de bank ook deelnemen aan het stelsel en moet het product onder het stelsel vallen. Ten slotte geldt voor dergelijke vergoedingen een maximumbedrag van € 100.000 per rekeninghouder, per bank.

    Wie kan er aanspraak op maken?
    Het stelsel is specifiek gericht op particulieren en kleine ondernemingen, echter zijn bestuurders van betalingsonmachtige financiële ondernemingen uitgesloten, of personen die meer dan 5% kapitaal van een onderneming aanhouden, alsmede naaste familie van deze personen.

    Een onderneming is betalingsonmachtig, wanneer De Nederlandsche Bank (DNB) heeft geconstateerd dat de financiële positie dusdanig slecht is en niet in staat lijkt om de deposito's van de depositohouders te voldoen of aan andere verplichtingen te kunnen voldoen die voortvloeien uit andere vorderingen van beleggers die verband houden met een beleggingsdienst (Wft 3:260 lid 2). Daarbovenop zijn deposito's van professionele beleggers en professionele marktpartijen uitgesloten.

    Om als rekeninghouder aanspraak te kunnen maken op de vergoeding vanuit het stelsel, is het noodzakelijk dat de bank onder het stelsel valt. Op de website van de DNB ziet u welke banken onder het stelsel vallen

    Welke producten?
    Het overgrote deel van betaalrekeningen, spaarrekeningen, lopende rekeningen en termijndeposito's vallen onder het stelsel. Aandelen en obligaties vallen er echter niet onder, omdat deze vaak onder de beleggerscompensatieregeling vallen.

    Tevens kan een derdenrekening bij bijvoorbeeld een notaris onder het stelsel vallen. Als er sprake is van een en/of-rekening, komen de individuen elk afzonderlijk in aanmerking voor de dekking in het stelsel, dit is vaak naar evenredigheid en met een maximum van € 100.000 p.p.

    Vergoeding aanvragen
    Wanneer een bank failliet gaat, zal DNB via de bekende communicatiekanalen kenbaar maken op welke wijze de aanvraag moet worden ingediend. In de regel kan binnen drie maanden na het faillissement worden aangemeld voor een vergoeding.

    Wie betaalt de vergoeding?
    Doordat alle banken verplicht een afdracht moeten doen voor het stelsel, betalen in beginsel alle banken voor de vergoeding wanneer er een omvalt. Deze gelden worden door de DNB beheerd en alleen via dit orgaan kan aanspraak worden gemaakt op een mogelijke vergoeding.

    Sinds 1 juli 2015 is de betaling aan het stelsel omgedraaid, vroeger werden banken pas verplicht tot het betalen van hun deel wanneer er daadwerkelijk een bank omviel. Nu moeten banken van tevoren hun bijdrage voldoen in het depositogarantiefonds. Mogelijke tekorten in dit fonds moeten naar rato worden bijgestort door de banken.

    Lees meer over het depositogarantiestelsel op de website van de DNB.


  • 18. Ik heb een order rondom openingstijd (of sluitingstijd) ingelegd, maar deze werd niet meteen verwerkt. Hoe is dit mogelijk en mag dit?

    De verwerking van een order neemt tijd in beslag. Hier rijst een probleem wanneer een order wordt ingelegd rondom openings- of sluitingstijd van de beurs. Een vóór openingstijd ingelegde beursorder wordt niet per se ook bij opening van de beurs verwerkt. Evenmin worden alle orders die vóór sluitingstijd zijn ingelegd, ook nog verwerkt vóór de sluiting van de beurs.

    In Effect lees je meer over het inleggen van een order rondom openings- of sluitingstijd van de beurs


Conflict met dienstverlener

  • 1. Ik heb de nieuwe overeenkomst getekend die mijn beleggingsadviseur mij heeft voorgelegd, maar wil er bij nader inzien vanaf. Kan dat?

    Ja, dat is mogelijk. Je kunt het vermogenscontract of de adviesovereenkomst schriftelijk opzeggen en overstappen naar een andere effectendienstverlener. Blijf je bij je huidige adviseur, kijk dan hoe je kosten kunt besparen. Ga bijvoorbeeld na of de adviesvergoeding die je betaalt ook in rekening wordt gebracht over de liquide middelen. Is dat het geval, dan is besparen gemakkelijk door dit saldo over te boeken naar een spaarrekening. Dat bespaart kosten en levert ook nog eens rente op.


  • 2. Welke mogelijkheden hebben beleggers die een klacht hebben over hun bank of vermogensbeheerder?

    Beleggers die een klacht hebben over hun bank of vermogensbeheerder moeten deze eerst neerleggen bij de betreffende partij. Deze moet op grond van de wet een zogeheten interne klachtenprocedure hebben en hen op de hoogte houden van de voortgang van de behandeling van hun klacht.

    Wanneer de klachtenprocedure niet leidt tot een oplossing, staan twee andere opties open: de zaak voorleggen aan het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) of aan de rechtbank.

    Denk er wel aan dat je je klacht tijdig aanhangig maakt om verjaring te voorkomen. En wanneer je in plaats van de duurdere rechtbankprocedure kiest voor het Kifid, controleer dan of de betreffende bank of vermogensbeheerder hun oordeel als bindend accepteert.


  • 3. Welke tips kun je geven aan een belegger die een zorgplichtklacht heeft over zijn bank of vermogensbeheerder?
    • Klaag tijdig: wie vermoedt dat de effectendienstverlener de zorgplicht heeft geschonden, dient dat direct te melden.
    • Neem verlies: wie schade lijdt, dient deze zo veel mogelijk te beperken. Het kan dus voorkomen dat een belegger een ongeschikte belegging dient te verkopen, ook al is verlies geleden.
    • Wees eerlijk: partijen die de klacht beoordelen – van de klachtenbehandelaar bij de bank tot klachteninstituut Kifid of de rechter – proberen onderscheid te maken tussen beleggers die oprecht zijn gedupeerd en spijtoptanten die achteraf hun verliezen op de bank of vermogensbeheerder proberen af te wentelen. De beleggingshorizon, doelstelling, kennis en ervaring zijn zaken die van belang zijn als grondslag voor de klacht.
    • Houd het zakelijk: of een klacht kans van slagen heeft, hangt af van de vraag of de zorgplicht is geschonden. Daarbij is het goed om op te schrijven wat er naar de mening van de klager fout is gegaan en wat de schade is. Bij dit proces kan uiteraard ook deskundig advies worden ingewonnen.

Corporate actions

  • 1. Het bedrijf waarin ik beleg, wordt mogelijk overgenomen (bod uitgebracht). Wat gebeurt er als ik mijn stukken niet aanbiedt?

    Als na het sluiten van de aanmeldingstermijn minder dan 95 procent van het geplaatste kapitaal is aangemeld, kan de biedende partij besluiten om:

    • Het bod al dan niet gestand te doen. Doet zij dat niet, dan wordt de onderneming in kwestie niet overgenomen. Doet de overnemende partij het bod wel gestand, dan zal de beursnotering doorgaans wel in stand blijven, maar neemt de verhandelbaarheid af.
    • Over te gaan tot een activa-passivatransactie. Daarbij worden de bezittingen van de onderneming gekocht. De opbrengst blijft in de lege onderneming. Aandeelhouders zijn mede-eigenaar van het geldsaldo. Maar dat kan lang duren en er moet gecontroleerd worden of de bezittingen tegen een redelijke prijs zijn verkocht.


    Als na het sluiten van de (na-) aanmeldingstermijn meer dan 95 procent van het geplaatste kapitaal is aangemeld, kan het volgende gebeuren:
     

    • De beursnotering kan worden beëindigd. Deze aandelen zijn dan niet meer via de beurs verhandelbaar. Zolang de beursnotering niet is beëindigd, zal de verhandelbaarheid beperkt zijn.
    • De bieder, de meerderheidsaandeelhouder, kan bepaalde besluiten nemen die nadelig zijn voor de nog zittende aandeelhouders, zoals het niet meer uitkeren van dividend.
    • De overnemende partij kan bij de Ondernemingskamer een uitkoopprocedure starten om de resterende aandelen in handen te krijgen. Het is aan de rechter in de uitkoopprocedure om een prijs vast te stellen voor resterende aandelen. Deze kan afwijken van het oorspronkelijke bod. Resterende aandelen worden dan tegen die prijs overgedragen aan de bieder.

  • 2. Ik heb mijn aandelen niet aangemeld in de aanmeldingstermijn. Nu is de onderneming waarvan ik aandelen bezit van de beurs gehaald. Wat kan ik doen?

    Als meer dan 95 procent van de aandelen is aangemeld, kan de beursnotering van de overgenomen onderneming worden beëindigd. Dan wordt het aanzienlijk moeilijker om de aandelen te verhandelen. Aandeelhouders die aandelen niet hebben aangemeld, zijn afhankelijk van de welwillendheid van de overnemende onderneming om de resterende aandelen alsnog op te kopen.

    Per soort bod schrijft de wet- en regelgeving een verschillende minimum aanmeldingstermijn voor. Er geldt bijvoorbeeld een minimumtermijn van acht weken bij een (vrijwillig of verplicht) bod op alle aandelen van de doelvennootschap. Sinds kort kunnen aandeelhouders die hun aandelen nog in bezit hebben, tot drie maanden na het gestand doen van het openbare bod, de bieder verplichten de aandelen over te nemen voor de biedprijs.

    Na-aanmeldingstermijn
    De bieder kan uiterlijk binnen drie werkdagen na de gestanddoening nog openbaar mededelen dat hij een zogenoemde na-aanmeldingstermijn zal openstellen van niet langer dan twee weken.

    Gedurende de na-aanmeldingstermijn kunnen aandeelhouders die hun effecten nog niet onder het bod hadden aangemeld, dit alsnog doen tegen dezelfde prijs en voorwaarden die golden voor het gestand gedane bod. In de praktijk wordt een na-aanmeldingstermijn overigens vaak al aangekondigd in het persbericht over de gestanddoening van het bod (Bron: AFM).
     

    Hoe het biedingsproces verloopt



  • 3. Wanneer moeten beursondernemingen winstwaarschuwingen bekendmaken?

    Beursgenoteerde ondernemingen zijn volgens de wet verplicht om koersgevoelige informatie, waaronder winstwaarschuwingen, onverwijld bekend te maken.

    Dat wil zeggen: zo snel als redelijkerwijs mogelijk. De AFM hanteert de volgende criteria hiervoor:

    • Informatie die invloed kan hebben op de koers en die een belegger waarschijnlijk kan gebruiken om te beslissen over zijn beleggingen;
    • De informatie is concreet en gaat over de onderneming;
    • De informatie is nog niet algemeen verkrijgbaar gesteld.

    Voorbeelden van koersgevoelige informatie zijn het niet halen van eerder gepubliceerde cijferprognoses, (uitgifte van) nieuwe aandelen en nieuwe bankafspraken over leningen.

    Maar ook wisselingen in de raad van bestuur en commissarissen of faillissement van een belangrijke debiteur moeten zo snel mogelijk via een persbericht en op de website van de onderneming openbaar worden gemaakt. 


  • 4. Ik beleg in opties van een onderneming die een claimemissie uitvoert. Wat zijn de gevolgen voor mijn opties?
  • 5. Het bedrijf waarin ik beleg, wordt overgenomen. Hoe zit het nu met mijn opties?

Dividend

  • 1. Op mijn afschrift zag ik staan ‘Payment in lieu of dividends’, wat betekent dat?

    De zogeheten ‘payment in lieu of dividends’ heeft betrekking op de dividenduitkering. Wanneer je op de handelsdag voorafgaand aan de zogeheten ex-dividenddatum de betreffende aandelen bezit, ontvang je doorgaans dividend dat ook als zodanig op het transactie-afschrift is vermeld. Echter, wanneer je aandelen zijn uitgeleend, kan de dividendbetaling staan omschreven als ‘payment in lieu of dividends’.

    De achterliggende reden is dat je dan geen dividend hebt ontvangen van de uitkerende onderneming, maar dat de ‘shortbelegger’, die speculeert op een koersdaling, je heeft gecompenseerd ter hoogte van het dividend.


  • 2. Hoe lang moet ik de aandelen in bezit hebben om dividend te ontvangen?

    Op de handelsdag voorafgaand aan de zogeheten ‘ex-datum’ wordt bepaald welke aandeelhouders de stukken in bezit hebben. Alleen zij hebben recht op de dividenduitkering. Wanneer voor bedrijf X de ex-dividenddatum 1 maart 2017 is, betekent dit dat beleggers in de aandelen van bedrijf X recht hebben op het dividend als de aandelen ten minste de handelsdag op 28 februari 2017 zijn aangekocht.

    Wanneer een aandeel ex-dividend gaat, beïnvloedt dit de koers van het aandeel. Immers, het verwachte dividend zit voor een groot deel verdisconteerd in de koers. Op de ex-datum wordt de koers van het aandeel dan ook (grotendeels) gecorrigeerd voor het betaalde dividend. Hier kun je rekening mee houden bij het bepalen van de waarde van een aandeel. Gebruik ook het overzicht van ex-dividenddata op de VEB-website.


  • 3. Wanneer moet ik aandelen in bezit hebben om dividend te ontvangen?

    Voor bedrijven die dividend uitkeren, wordt op de handelsdag voorafgaand aan de zogeheten ‘ex-datum’ bepaald welke aandeelhouders de stukken in bezit hebben. Alleen zij hebben recht op de dividenduitkering. Wanneer een aandeel ex-dividend gaat, beïnvloedt dit de koers. Immers, het verwachte dividend zit voor een groot deel verdisconteerd in de koers.

    Op de ex-datum wordt de koers van het aandeel dan ook (grotendeels) gecorrigeerd voor het betaalde dividend. Hiermee kun je rekening houden bij het bepalen van de waarde van een aandeel.

    Maar op de ex-dividenddatum vindt de uitbetaling nog niet plaats. De uitbetaling vindt pas plaats op het moment dat het dividend betaalbaar wordt gesteld, in de meeste gevallen binnen een maand nadat het aandeel ex-dividend is gegaan. Een overzicht van ex-dividenddata kun je vinden op de VEB-website.


  • 4. Kan ik dividendbelasting terugvorderen voor mijn effecten in het buitenland?

    Rendementen behaald op buitenlandse beleggingen kunnen twee keer fiscaal worden afgeroomd. Naast de eindbelasting wordt er bronbelasting geheven in het land waar de uitkerende instantie (bron) gevestigd is.

    Om de pijn te verzachten, heeft Nederland met veel landen belastingverdragen gesloten. Hierdoor kan het tarief worden verminderd en in sommige gevallen geheel komen te vervallen. Meestal zal een heffing worden teruggebracht naar het verdragstarief dat tussen Nederland en het andere land is vastgelegd (vaak 15%).

    In Nederland zijn enkele bedrijven actief die je kunnen ondersteunen bij het terugvorderen van belasting. Beleggers die overwegen om op eigen initiatief buitenlandse dividendbelasting terug te vorderen, kunnen voor vragen contact opnemen met de afdeling buitenland van de belastingdienst, bereikbaar via 055-5385385.


  • 5. Wat is de invloed van een dividenduitkering op een optiebelegging?

    Hoewel een optiebelegger zelf geen recht heeft op dividend, kunnen de onderliggende aandelen wel ex-dividend gaan. Dat beïnvloedt de waarde van de optie.

    Een calloptie kan minder waard worden wanneer de onderliggende aandelen ex-dividend gaan, omdat het aandeel vaak op deze datum daalt (hangt ook af van andere factoren als tijd- en verwachtingswaarde en kosten). In dat geval kan het lonen om een calloptie uit te oefenen nog voor de ex-dividenddatum.


    In dat geval ontvang je de onderliggende aandelen, en het dividend. Aan de andere kant geldt dat – wanneer je een calloptie hebt geschreven en de koper oefent deze tijdig uit – je niet alleen de aandelen moet leveren, maar ook het dividend. In dat geval moet de optie al zijn uitgeoefend op het moment de aandelen nog inclusief het dividend noteerden (minimaal de handelsdag voor de ex-dividenddatum).


  • 6. Wanneer wordt het dividend uitgekeerd?