VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Nederlandse belastingplichtigen betalen belasting over hun inkomen uit vermogen: de zogenoemde grondslag sparen en beleggen (box 3). De belasting in box 3 heet ook wel de vermogensrendementsheffing.

Het inkomen uit vermogen en de belasting in box 3 worden berekend over het vermogen (de waarde van je bezittingen min je schulden)dat je bezit op 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet. Op de website van de Belastingdienst lees je wat er wordt verstaan onder de bezittingen en schulden die per saldo behoren tot het vermogen.  

Van je vermogen trek je eerst nog het heffingsvrij vermogen af. Het bedrag dat daarna resteert vormt de basis voor de berekening van de belasting over het inkomen uit je vermogen. Het gaat daarbij echter niet om de opbrengst die je daadwerkelijk hebt behaald, maar om een inkomen dat wordt berekend aan de hand van een fictief rendement op je vermogen. 

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een bepaald rendement behaalt op je vermogen. Hiervoor hanteert de Belastingdienst een fictief rendement (het forfaitaire rendement), dat afhankelijk is van de hoogte van het totale netto-vermogen. Over dit berekende rendement betaal je in 2021 een nieuw belastingtarief van 31%, waar dit de jaren daarvoor een tarief van 30% was.  

Belasting over inkomen uit vermogen in 2021
Het inkomen uit vermogen berekent de Belastingdienst aan de hand van een fictief rendement. Dat rendement wordt berekend over de hoogte van het vermogen, via een drietal schijven. Op het deel van het vermogen dat binnen een bepaalde schijf valt, wordt aan de hand van het fictieve rendement in die schijf het inkomen berekend. Over dat inkomen betaal je 31% inkomstenbelasting. 

Allereerst geldt een heffingsvrij vermogen van 50.000 euro. Wanneer je een fiscaal partner hebt, wordt dit heffingsvrij vermogen verdubbeld naar 100.000 euro. Met een fiscaal partner betaal je belasting over het rendement op het totaalvermogen.  

Er gelden drie belastingschijven, met ieder een eigen fictief rendement. De grenzen van die schijven zijn in 2021, zonder en met fiscaal partner, als volgt:  

Schijf

Zonder fiscaal partner

Met fiscaal partner

Fictief rendement

Heffingsvrij

€ 0,- t/m € 50.000,- 

€ 0,- t/m € 100.000,- 

0% 

1

€ 50.001,- t/m € 100.000,- 

€ 100.001,- t/m € 200.000,- 

1,898% 

2

€ 100.001,- t/m € 1.000.000,- 

€ 200.001,- t/m € 2.000.000,- 

4,501% 

3

Boven € 1.000.000,- 

Boven € 2.000.000,- 

5,69% 


De rendementen voor sparen en beleggen die voor de heffing van box 3 in aanmerking worden genomen worden jaarlijks 
opnieuw vastgesteld volgens een in de wet vastgelegde systematiekDaarbij geldt onderliggend de aanname dat belastingplichtigen met meer vermogen, een groter gedeelte van dat vermogen beleggen. Daarbij veronderstelt de fiscus een hoger fictief rendement op het vermogen dat boven een bepaalde grens uitkomt, zoals te zien in is in bovenstaande tabel.
 

In het kader hieronder werken wij de berekening van het fictief rendement en de belasting daarop in meer detail uit. Als je wilt zien hoe dit uitpakt bij verschillende vermogensposities kun je doorgaan naar de rekenvoorbeelden. 

Uitgangspunten voor de berekening van het rendement


Voor spaargeld is in 2021 een fictief rendement van 0,03% van toepassing.  

Het beleggingsdeel bestaat uit een component aandelen, obligaties en onroerende zaken. De Belastingdienst veronderstelt dat het beleggingsdeel van het vermogen voor 53% bestaat uit onroerende zaken, 33% uit aandelen en 14% uit obligaties, zoals uitgewerkt in Tabel VII in deze nota. Het rendement voor 2021 op deze beleggingsklassen is in deze tabel ook te vinden. Deels gaat het om het langetermijnrendement, en deels om het rendement in het meest recente jaar dat geheel voorbij is.  

Daarmee komt het fictieve rendement op beleggen in 2021 uit op 5,69%. 

Vermogensmix 
De Belastingdienst gebruikt de volgende tabel om de vermogensmix vast te stellen. De vermogensmix is de verdeling tussen spaargeld en belegd vermogen die de fiscus aanhoudt om te bepalen wat het gemiddelde rendement is binnen de verschillende vermogensschijven.  

Van het vermogen trek je eerst het heffingsvrij vermogen van 50.000 euro af. Het resterende vermogen valt daarna in de volgende schijven, met de bijbehorende fictieve gemiddelde rendementen: 

                    Bron: Belastingdienst

Hieruit blijkt dat een persoon met een klein vermogen (tussen 50.000 en 100.000 euro) verondersteld wordt een derde van zijn vermogen boven 50.000 euro te beleggen.
Als het vermogen groeit gaat de Belastingdienst ervan uit dat van het vermogen boven de 100.000 euro bijna vier vijfde wordt belegd, en dat alles boven 1 miljoen euro volledig naar beleggingen gaat.


Rekenvoorbeelden
Hier werken wij drie rekenvoorbeelden uit, op basis van een alleenstaande met verschillende vermogens. Voor fiscale partners bestaat er de mogelijkheid om het vermogen te verdelen in de aangifte. Hiermee zijn veel verschillende situaties te creëren, waarvan er twee hier en hier zijn geïllustreerd door de Belastingdienst. Uiteindelijk is de hoogte van de belasting na de verdeling op eenzelfde manier te berekenen als hieronder. 

Voorbeeld 1: alleenstaande met € 100.000 vermogen      

Schijf

Bedrag

Fictief rendement

Belasting

Heffingsvrij vermogen

€ 50.000,- 

-

-

Schijf 1

€ 50.000,- 

1,898%

31% x 1,898% x 50.000 = € 294,19

Totale verschuldigde belasting in box 3: 294,19 euro 

Voorbeeld 2: alleenstaande met € 500.000 vermogen  

Schijf

Bedrag

Fictief rendement

Belasting

Heffingsvrij vermogen

€ 50.000,- 

-

-

Schijf 1

€ 50.000,- 

1,898%

31% x 1,898% x 50.000 = € 294,19 

Schijf 2

€ 400.000,-

4,501%

31% x 4,501% x 400.000 = € 5.581,24 

Totale verschuldigde belasting in box 3: 5.875,43 euro 

Voorbeeld 3: alleenstaande met € 1.200.000 vermogen
   

Schijf

Bedrag

Fictief rendement

Belasting

Heffingsvrij vermogen

€ 50.000,- 

-

-

Schijf 1

€ 50.000,- 

1,898%

31% x 1,898% x 50.000 = € 294,19 

Schijf 2

€ 900.000,-

4,501%

31% x 4,501% x 900.000 = € 12.557,79 

Schijf 3

€ 200.000,-

5,69%

31% x 5,69% x 200.000 = € 3.527,80 

Totale verschuldigde belasting in box 3: 16.379,78 euro 

Nieuw stelsel
De belasting op het inkomen uit vermogen is ieder jaar aan verandering onderhevig, primair doordat de rendementen op de sparen en beleggen worden geactualiseerd. Ook kunnen aanpassingen plaatsvinden wegens veranderingen in het heffingsvrij vermogen, de berekeningsmethodiek en het belastingpercentage. 

Het ministerie van Financiën doet onderzoek naar een geheel nieuw stelsel, waarin belasting wordt geheven op het daadwerkelijke rendement. De VEB volgt dit dossier op de voet en pleit al langer voor een variant waarbij het werkelijk rendement wordt belast. Ook daarin zijn verschillende vormen mogelijk. Door de toenemende beschikbaarheid van data komt dit wel steeds dichterbij, op onze website lees je wat de zaken zijn om hierbij rekening mee te houden en wat de vervolgstappen zijn.