VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Sparen lijkt de verstandigste route, maar is dat in veel gevallen niet. Voor wie al een aardige som spaargeld heeft en zijn geld een lange tijd kan missen, blijkt beleggen vaak een betere keuze. Leer wanneer je beter kunt sparen of beleggen.

Hoeveel vermogen en rendement heb je nodig?
De beslissing om te sparen of beleggen is allereerst afhankelijk van het geld dat je in de toekomst nodig hebt. Houd bij die inschatting rekening met het volgende:       

  1. Door een terugtredende overheid komen steeds meer lasten bij de burger te liggen en het is verstandig dat je hierop anticipeert.
  2. Daarnaast heb je mogelijk financiële doelen, zoals voorzieningen voor de oude dag, studie van de kinderen of bijvoorbeeld een tweede huis.
  3. Sparen of beleggen?De kosten van vermogen:
    • Of je nu spaart of belegt, je betaalt jaarlijks belasting over je vermogen. Vanaf 2017 draag je al snel zo’n 0.8% tot 1.6% af aan de fiscus, afhankelijk van je hoeveelheid vermogen. 
    • En dan is er nog inflatie, waardoor prijzen stijgen en geld minder waard wordt. Voor iets dat nu 50.000 euro kost, betaal je over 20 jaar misschien wel twee keer zoveel. De mate van inflatie verschilt erg tussen soorten producten en diensten, dus denk daar goed over na.
       

Wanneer je de kosten van vermogen meerekent, verlies je bij het sparen op dit moment zelfs jaarlijks geld. Zeker tegen de huidige rente.

 

Rendement: sparen of beleggen

Een voorbeeld maakt het belang van beleggen al snel duidelijk. De grafiek hieronder toont het verschil in eindkapitaal tussen een belegger en een spaarder. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:  

  • Periode:             20 jaar
  • Initiële inleg:     €100.000,-
  • Jaarlijkse inleg:  €6.300
  • Resultaten zijn na aftrek van vermogensrendementsheffing.
  • Inflatie is niet meegerekend, maar kost de belegger en spaarder al gauw nog eens 1% op jaarbasis. 

  

Verwacht eindkapitaal Sparen of Beleggen (bij 20 jaar)

  

Door het hogere rendement op aandelen en het rente-op-rente effect Rendement wordt opgeteld bij het totale vermogen, en vervolgens wordt weer rendement ontvangen over dit totale vermogen en het vorige rendement. Enzovoort. Zodoende ontstaat een soort sneeuwbaleffect waarbij het vermogen steeds sneller groeit. Albert Einstein noemde het rente-op-rente effect niet voor niets het achtste wereldwonder. Wie het begrijpt, ontvangt het; wie het niet begrijpt, betaalt het (bij lenen van geld). is het vermogen van de belegger flink harder gegroeid. De spaarder moet veel meer sparen (jaarlijks maar liefst €23.000 i.p.v. €6.300) om hetzelfde eindbedrag van €500.000 te kunnen bereiken. Wanneer hij jaarlijks geen bedrag inlegt (de €6.300 in het voorbeeld), heeft hij zelfs een negatief rendement (na aftrek van vermogensrendementsheffing).  

 

Beleggen is wel kostendekkend

Het verwachte rendement bij beleggen ligt een stuk hoger dan bij sparen, dat bleek al uit de grafiek bovenaan deze pagina. Weliswaar mits de belegger over een langere periode belegt en zijn vermogen goed spreidt


Waarom over een langere periode? Omdat je als belegger meer risico loopt op de korte en middellange termijn. Aandelenkoersen zijn van veel factoren afhankelijk en hebben de neiging om in de loop van enkele jaren zeer hard te stijgen, maar ook dalen. Dit fenomeen heet ook wel 'volatiliteit'. Over een langere periode bleek in het verleden veelal sprake van een opwaartse trend.

 

Je moet dus altijd voor beleggen kiezen?!
Nou, niet altijd. De vraag ‘sparen of beleggen?’ is zeker relevant: 

  

  1. Beleg alleen met geld dat je over hebt
    Zorg dat je voldoende buffer overhoudt om eventuele tegenvallers op te vangen. Met geleend geld beleggen, is bijna altijd onverstandig.
      
  1. Je moet ‘s nachts nog wel rustig kunnen slapen
    Bij beleggen loop je altijd risico en zal de waarde van je beleggingen van tijd tot tijd dalen. Niemand vindt het leuk, maar sommige mensen kunnen daar erg slecht tegen. 

 

  1. Beleg met geld dat je langere tijd kunt missen
    Beleg niet met geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt. Op korte termijn valt namelijk moeilijk te voorspellen hoe de waarde van beleggingen beweegt. Op lange termijn is de kans groter dat een opwaartse beweging plaatsvindt.

  

  1. Heb je voldoende discipline? 
    Succesvol beleggen vergt vooral veel discipline, de zelfbeheersing om je aan de basisprincipes van het beleggen te houden. Doe je dat niet dan is de kans groot dat je flink verliest. 
      

Risico's van beleggen

Door te beleggen, neem je financiële risico's. De rendementen (uit het verleden) waarmee wij rekenen, bieden geen garantie voor de toekomst. Wij kunnen bovendien niet zeggen of je moet sparen of beleggen, maar we kunnen enkel de contouren schetsen voor deze eigen beslissing.


Daarnaast gaan we in dit document uit van een verstandige beleggingsaanpak. Dat betekent onder andere het spreiden van beleggingen en het beleggen voor de lange termijn.  

 

Tool 'Sparen, aflossen of beleggen?'

 

 

 

 

* Na aftrek van vermogensrendementsheffing (zoals die geldt per 2017) en zonder correctie voor inflatie. De kosten van beleggen zijn niet meegenomen in de berekeningen. Sparen baseren we op de rente voor een reguliere spaarrekening. Via spaardeposito'sSpaarvormen met een vaste looptijd, en vaste rente die (doorgaans) hoger is dan die van een reguliere spaarrekening.  kun je eventueel (iets) hogere rendementen behalen. Beleggen baseren we op een offensief risicoprofiel voor de eerste tien jaar (à 7,1% rendement); daarna vijf jaar neutraal (à 6,25% rendement) en de laatste vijf jaar defensief (à 5,4% rendement). Het betreft hier slechts een voorbeeldverdeling bestaande uit aandelen en obligaties. Als uitgangspunt namen we de verwachte rendementen op aandelen en obligaties zoals de AFM die hanteert. Het gaat hier uitdrukkelijk om gemiddelde rendementen uit het verleden. In de praktijk verschillen die van jaar tot jaar en is ook sprake van negatieve rendementen.