VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Kosten van beleggen hebben een gigantische impact op je verwachte vermogen. Zorg er daarom voor dat je ze zo veel mogelijk beperkt. Dat begint bij het selecteren van de juiste financiële dienstverlener en financiële producten. We tonen de impact van de kosten van beleggen. 

Grote impact kosten op rendement
Over een periode van twintig jaar levert 1% extra (jaarlijkse) kosten bij een belegging van 100.000 euro zo'n 45.000 euro minder rendement op*. Verschillen van meer dan 1% in de (jaarlijkse) kosten van aanbieders of producten zijn overigens geen uitzondering. Beleggers doen er daarom goed aan om vergelijkend onderzoek te doen alvorens nieuwe diensten of producten af te nemen. Kosten van beleggen kunnen hoog zijn.   

Effect van 1% extra kosten op het eindkapitaal (periode van 20 jaar)*

  

Maar, mijn dienstverlener presteert toch beter dan de markt?!
Onderzoek toont aan dat professionele beleggers niet in staat zijn de markt te verslaan. Voor een deel komt dat door de (vaak hoge) kosten die zij rekenen. Vetrouw daarom niet op rendementen uit het verleden

Hoge rendementen die een aanbieder in het verleden behaalde, bieden daarnaast geen zekerheid voor de toekomst. Goede resultaten zijn niet altijd het gevolg van een superieure beleggingsstrategie. Bij beleggen is namelijk sprake van een geluksfactor.  

Kosten van beleggen minimaliseren 

Vergelijken dus!
Beleggers die goed vergelijken op kosten van beleggen, besparen op lange termijn al snel vele duizenden euro’s. De VEB helpt hierbij een handje. Bijvoorbeeld met haar beleggingsfondsenrating.

Ook kun je gebruikmaken van de brokerrating voor het vergelijken van banken en brokers.



Denk voor jezelf
Ga kritisch om met door de bank of vermogensbeheerder aangeboden producten, adviezen en het door hen opgestelde beleggingspro­fiel. Bedenk dat veel partijen vaak (ook) andere belangen hebben dan de jouwe, meestal meer belangen op kortere termijn. Wie niet zelf nadenkt, solliciteert naar hogere kosten van beleggen en een lager rendement.
  

Goedkoop beleggen in drie stappen

 

De soorten kosten van beleggen
De volgende kostensoorten komen het meeste voor en kunnen in rekening gebracht worden wanneer je belegt:   

  • Beheer- en servicekosten. Vermogensbeheerders en fondsmanagers brengen doorgaans beheerkosten in rekening. Dit is een vaste vergoeding voor het onderhoud van de portefeuille.  
  • Transactiekosten. Elke keer dat je een aan- of verkoop doet, worden deze kosten in rekening gebracht. Dat geldt voor de meeste effecten. Let op: veel handelen leidt tot hogere kosten 
  • Valutakosten. Wanneer je belegt in non-eurolanden betaal je een fee/vergoeding voor het omwisselen van euro’s naar de buitenlandse valuta's (of andersom) waarin de effecten noteren. 
  • Bewaarloon. Vergoeding die de bank rekent voor het bewaren van effecten.
  • Prestatievergoedingen. De (extra) kosten die een vermogensbeheerder of fondsmanager in rekening kan brengen bij het beter presteren dan de doelstelling (vaak een benchmark).
  • Inactivity fee. Bij sommige rekeningen gelden kosten wanneer je niet of onvoldoende handelt. Vanzelfsprekend verdient de aanbieder meer aan veel handelende beleggers.  
  • In- en uitstapkosten. Sommige fondsen romen een percentage van je inleg af wanneer je deze aanschaft of verkoopt. 
  • Lopende kosten. De kosten die een fonds rekent voor onder andere beheer, marketing en administratie.
  • Spread. Wanneer je direct in effecten belegt via de beurs betaal je het verschil tussen de bied- en laatprijs. 
     

 

* Na aftrek van vermogensrendementsheffing (zoals die geldt per 2017) en zonder correctie voor inflatie. De kosten van beleggen namen we mee in de berekeningen. Daarbij is uitgegaan van een buy-and-hold-strategie en aankoop van uitsluitend de goedkoopste indexfondsen. Rendementen baseerden we op een offensief risicoprofiel voor de eerste tien jaar (à 7,1% rendement); daarna vijf jaar neutraal (à 6,25% rendement) en de laatste vijf jaar defensief (à 5,4% rendement). Het betreft hier slechts een voorbeeldverdeling bestaande uit aandelen en obligaties. Als uitgangspunt zijn de verwachte rendementen op aandelen en obligaties genomen zoals de AFM die hanteert. Het gaat hier uitdrukkelijk om gemiddelde rendementen uit het verleden. In de praktijk verschillen die van jaar tot jaar en is ook sprake van negatieve rendementen. Let op: bij hogere verwachte rendementen leidt een kostenverschil van 1% tot een groter negatief verschil in het eindkapitaal. En vice-versa natuurlijk.